Bas van ‘t Wout (VVD): ‘De lol van het ondernemen gaat eraf’

Wat hebben Kamerleden met ondernemers en het bedrijfsleven? Hoe scoren zij op de economische meetlat? VVD-Kamerlid Bas van ‘t Wout: ‘De werkgever is niet de kapitalistische uitbuiter.’

Eigen bedrijf?
‘Mijn vader was tuin- en landschapsarchitect en is later een ingenieursbureau voor de buitenruimte begonnen. Ik heb niet overwogen om hem op te volgen. Daar moest je ingenieur voor zijn, vond ik, en ik heb geschiedenis gestudeerd. Maar die droom van een eigen bedrijf heeft er wel ingezeten. Ik ben nog met een vriend een bureau voor communicatieadvies en gespreksleiding begonnen. Ondernemen heeft te maken met de wil om onafhankelijk te zijn, om als eigen baas zelf keuzes te kunnen maken. Het lijkt me mooi om aan het eind van je leven te kunnen zeggen: ‘Dat heb ik zelf verdiend en opgebouwd.’ Je laat echt iets na.’

Politiek in?
‘Ik ging in de gemeenteraad van Amsterdam omdat ik het leuk vond om iets voor mijn eigen stad te kunnen doen. Over het Kamerlidmaatschap heb ik diep na moeten denken. Je stapt toch vier jaar uit je maatschappelijke carrière. En het trekt een zware wissel op je privéleven. Maar mijn vrouw zei dat ik het moest doen; zo’n kans komt niet vaak voorbij.’

Mark Rutte?
‘In de tijd dat ik een eigen bureau had kwam Mark met de vraag of ik zijn politiek assistent wilde worden. Ik had net besloten dat ik naast de lokale politiek ook ervaring op wilde doen in het bedrijfsleven. Het is altijd goed om te weten hoe het er buiten de politiek aan toe gaat. Ik heb het toch gedaan omdat ik het een buitenkans vond om voor hem te werken. En dat was nog vóór de lijsttrekkersverkiezing. Mark was destijds staatssecretaris, maar het was toen al een politicus van wie iedereen veel verwachtte.’

Zorgsector?
‘Dat was mijn eerste portefeuille. Als beginnend Kamerlid heb je het niet voor het kiezen. Ik wil wel beleidsterreinen waar iets gebeurt. Je moet weten waarom je het doet, het in je buik voelen. De zorg begon voor me te leven toen ik me erin ging verdiepen. Als je de zorg niet hervormt, dan is Nederland over twintig jaar failliet, eet de zorg de hele rijksbegroting op. Je wordt niet populair als je dat over de zorg zegt, maar straks zijn mijn kinderen de helft van hun salaris eraan kwijt.’

Hardwerkende Nederlander?
‘Ik zit in de politiek vanuit het ondernemerschap van mijn vader: als je iets wilt veranderen, is dit de plek waar je mee kunt beslissen. Daarnaast doe ik het voor de 70 procent van de bevolking die hard werkt en geen tijd heeft om te protesteren op het Malieveld. Dat is de ruggengraat waar Nederland op draait, dat dreigen we wel eens te vergeten. Het zijn de helden van dit land voor wie geen standbeeld wordt opgericht.’

Werkgeverslast?
‘Ik heb een zusje en vrienden met een eigen bedrijf. Zij zeggen dat er zóveel op hun bordje komt dat de lol van het ondernemen eraf gaat. Een stapeling van risico’s, bureaucratie en financiële verplichtingen. Ze nemen geen personeel in dienst, terwijl ze dat wel het liefst willen. Soms werken ze zelf een paar jaar voor nop. De werkgever is niet de kapitalistische uitbuiter die links ervan maakt. Dat beeld is absurd.’

Nederland of Europa?
‘Nederland. Ik ben voor­stander van Europese samenwerking op economisch gebied, maar heb niks met geleuter over Europees burgerschap. De EU is een zakelijk project, al die onzin eromheen is juist een bedreiging voor het draagvlak voor Europa. De EU is helaas de beste promotor van de huidige anti-EU-stemming.’

Industriebeleid of laissez-faire?
‘Laissez-faire. De vrijemarkteconomie is het beste wat we hebben. Er zijn redenen om in te grijpen, zoals behoud van werkgelegenheid of strate­gische industrie. Maar anders hadden we nog steeds de textielindustrie en de kolenmijnen gehad.’

Geeft zichzelf een: 8

Dit artikel komt uit de print Forum