Sharon Gesthuizen (SP): ‘SP is óók werkgevers­partij’

Wat hebben Kamerleden met ondernemers en het bedrijfsleven? Hoe scoren zij op de economische meetlat? SP-Kamerlid Sharon Gesthuizen: ‘Economie is mijn kindje in de fractie.’

 

Druk met campagne?

‘Ja, eind deze maand weet ik of ik de nieuwe partijvoorzitter ben. Ron Meyer, de andere kandidaat, heeft de zegen van het partijbestuur, maar ik beschouw het niet als een gelopen race. Ik krijg in het land meer bijval dan ik had verwacht. Daarnaast ben ik veel tijd kwijt aan het vluchtelingenvraagstuk, dat in mijn portefeuille zit. Dat is nu de splijtzwam in de samenleving.’

 

Geen tijd voor economie?

‘Jawel. Economische zaken is mijn kindje in de fractie. Toen ik begon in de Kamer, was dat mijn enige portefeuille. Best wel luxe. Nu zijn we met een kleinere fractie. Ik kan dus niet meer bij elk overleg zijn. Dat is wel jammer, want ik was een tijdje leading als Kamerlid op een aantal economische onderwerpen.’

 

Werknemerspartij?

‘Nee, ik vind de SP óók een werkgeverspartij. Ik geef toe dat er weinig aandacht was voor het bedrijfsleven voor ik kwam. De partij heeft mij juist binnengehaald om die reden. Ik richt me vooral op het mkb, en daarbinnen op de k, bedrijven tot vijftig werknemers. Nederland telt vooral heel veel kleine bedrijven. Die passen in hun opzet ook beter bij de SP dan grote bedrijven met veel managementlagen.’

‘Kleine ondernemers moeten al hun energie in het bedrijf steken, die hebben geen tijd om te lobbyen. Grote bedrijven, die ik onmiskenbaar van waarde acht, zijn voldoende in de picture. Ze hebben lobbyisten op het Binnenhof rondlopen. Daar praat ik niet mee, maar wel met de bedrijven zelf. Ik ga niet iets specifiek voor één bedrijf regelen in de Kamer.’

 

Ondernemersbloed?

‘Een beetje. Ik ben nog op de kunstacademie een videobedrijfje begonnen, deels om mijn studie te betalen. Dat draaide best lekker. Na twee jaar kwam de SP langs. Ik heb voor de politiek gekozen omdat ik daar meer mijn engagement kwijt kan: kunnen dingen niet anders en beter? Ik sta op twee benen: ik wil creatief zijn én ik wil bijdragen aan een rechtvaardige, eerlijke wereld. Misschien kies ik na de politiek alsnog voor de kunst. Maar dan wel op een ondernemende manier, want ik wil er wel mijn brood mee verdienen.’

 

Rechtvaardig?

‘Mijn vader heeft vanaf zijn 14de in de scheepsbouw gewerkt. Op zijn 52ste werd hij ontslagen, zonder opleiding en met een versleten rug en gehoorschade. In de jaren tachtig, met een overvolle arbeidsmarkt. En hij was geen opgever. Toen is bij mij het besef gegroeid dat een goed sociaal vangnet echt nodig is.’

‘Zo kijk ik ook naar het ontslagrecht. Ondernemers willen dat het soepeler wordt om werknemers te ontslaan. Ik ga meer uit van bescherming van werknemers. Dat zorgt voor loyaliteit, en bijvoorbeeld de bereidheid om op vrijdag wat langer door te werken om een order af te krijgen. Die wederzijdse afhankelijkheid zie je meer in het mkb. Bij grote bedrijven zie je eerder dat het management lagere afdelingen met onmogelijke taken opzadelt: de kosten omlaag én de productiviteit omhoog. Dat zijn meer bestuurders dan ondernemers.’

 

Trots op?

‘Het initiatiefwetsvoorstel tegen acquisitie-fraude dat ik met VVD-collega Foort van Oosten heb geschreven en dat nu bij de Eerste Kamer ligt. Er is niets ondermijnender dan fraude als het gaat om het vertrouwen dat je nodig hebt in een open economie als de onze. Het is te makkelijk om te zeggen: Had je er maar niet in moeten tuinen.’

 

Geeft zichzelf een: 8

 

Markt of overheid?‘Markt. Ik ben voor vrij ondernemerschap en creativiteit. Als tegenwicht is een sterke publieke sector nodig, en daar is te veel op bezuinigd.’

 

Nederland of Europa?‘Ik voel me Nederlander, geen Europeaan. Eerder een wereldburger. Maar er moet wel goed worden samengewerkt in Europa.’

Lees meer over
Dit artikel komt uit de print Forum