Liesbeth van Tongeren: 'Ondernemer moet meer ruimte krijgen'

Wat hebben Kamerleden met ondernemers en het bedrijfsleven? Hoe scoren zij op de economische meetlat? GroenLinks-Kamerlid Liesbeth van Tongeren: 'Fossiele bedrijven mogen even jammeren en moeten daarna aan de slag.'

Voor of tegen bedrijfsleven?
'Ik denk niet in termen van hét bedrijfsleven. Je hebt werkgevers die proberen duurzaam te ondernemen en die goed zijn voor hun werknemers, en je hebt werkgevers die dat niet doen. Ik ben in elk geval geen blinde aanhanger van de markt, maar meer van het Rijnlands model. Ondernemers creëren banen en groei, wordt wel gezegd. In mijn optiek geldt dat ook voor chirurgen en leraren. De één kan niet zonder de ander.'

Zelf iets met ondernemen?
'Niet van huis uit: mijn vader was leraar Engels op een lts en mijn moeder verpleegster. Ik ben wel ondernemend in de zin van dingen opzetten en organiseren. Als politicus probeer je met wetten veranderingen tot stand te brengen. Daarvoor moet je zorgen dat die wetten worden aangenomen. In de jaren tachtig ben ik nog even écht ondernemer geweest met een antiquariaat in Australië.'

Australië?
'Destijds kon je als jongere in Nederland geen werk krijgen en wachtte een langdurig verblijf in de bijstand. Dat vond ik onbevredigend. Ik ben toen met mijn vriend, die een Australisch paspoort had, naar Australië gegaan. We wilden een boekwinkel combineren met een plek waar je koffie kunt drinken. Ook heb ik me daar ingezet voor daklozen, vluchtelingen en mishandelde vrouwen. Je had Cambodjaanse vrouwen die van de Killing Fields kwamen en een nieuw bestaan wilden opbouwen. Ze konden goed koken, dus lieten we hen voor Australische zakenlieden maaltijden verzorgen. In Nederland zijn daar diploma's en het spreken van de taal voor nodig. In een pioniersland als Australië kan meer.'

Toch Nederland?
'Als ik wilde blijven, moest ik de Australische nationaliteit aannemen. Ik besloot een sabbatical te nemen in Amsterdam en ben hier gebleven; ik ben toch Nederlands. Mijn houding was wel veranderd. Je moet alleen een uitkering krijgen als het echt niet anders kan. Ik vond werk toen ik net een aanvraag had ingediend. Vervolgens was het een hoop gedoe om die aanvraag terug te draaien. Dat formalistische is typisch Nederlands en houdt ook duurzame initiatieven tegen.'

Politieke ambities?
'Ik was directeur van Greenpeace toen ik door Groenlinks werd benaderd voor de Tweede Kamer. Ik zat net met de vraag: wat wil ik nu verder? Als politicus wil ik resultaten boeken. Ik begon als een van de tien Kamerleden van GroenLinks, en de enige duidelijk op 'groen'. Voor mij is de overgang naar een koolstofvrije economie het belangrijkst. Alles hangt daarmee samen: geopolitieke conflicten, de dalende olieprijs. Ik richt me vooral op ondernemers die daar echt stappen in willen zetten, niet op de ouderwetse groep ondernemers die zolang mogelijk willen vasthouden aan fossiel. Die mogen even jammeren en moeten daarna aan de slag.'

Trots op?
'Het tegenhouden van de winning van schaliegas in Nederland. Met één bewoner van Boxtel, waar een proefboring zou komen, ben ik begonnen om een tegenbeweging te organiseren.  Het mooie is dat je tegelijkertijd het enthousiasme voor schone energie kunt aanwakkeren. Want als mensen iets niet in hun buurt willen hebben, staan ze meer open voor alternatieven.'

Minder leuk?
'De persoonlijke beledigingen, scheldkanonnades en bedreigingen via de sociale media. Als vrouwelijke politicus word je ook vaak op je sekse of uiterlijk beoordeeld. Verder is de ondersteuning beperkt. Ik moet vier ministeries doen met anderhalve medewerker. Dat is democratie op een koopje.'

Kolen of kernenergie?
'Nee, dat is kiezen tussen mijn linker- of mijn rechterarm, dat ga ik echt niet doen. De nadelen van beide zijn te groot.'

Industrie of natuur?
'Natuur. Als ik op een vrije dag de natuur in ga, besef ik hoe belangrijk groen is voor een mens. Dat heb ik zelfs al in mijn flat aan het water.'

Geeft zichzelf een: 8

Dit artikel komt uit de print Forum