Arbeidsmarkt

Flexibilisering, langer doorwerken, tekorten én werkloosheid: het is allemaal realiteit op de arbeidsmarkt. Vanuit die gedachte is er een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor het functioneren van de arbeidsmarkt.

Op de arbeidsmarkt is, door de beperkte economische groei, nog sprake van een relatief hoog niveau van werkloosheid. Wel zijn er tekorten op de arbeidsmarkt in voornamelijk de technische beroepsrichtingen vanaf MBO 3 en hoger. De kwalitatieve match tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt is in sommige sectoren en voor sommige functies nu al een knelpunt en dit zal gaan toenemen, maar dit is niet in alle sectoren gelijk.

Investeren in opleiden (ook door werkzoekende zelf), duurzame inzetbaarheid en vermijden dat niet werken aantrekkelijk is, zal de beste remedie zijn om ervoor te zorgen dat de productieve arbeidsparticipatie toeneemt. Dit moet in dienst staan van het versterken van de economie en bedrijvigheid.

Langer doorwerken en inzetbaar blijven is vooral gericht op het verhogen van de arbeidsparticipatie vanaf 55 jaar. Maar voor werkzoekenden aan onderkant van de arbeidsmarkt is dit eveneens van belang. Ook de arbeidsparticipatie van allochtonen kan groeien door de juiste beroepskeuzes te maken. Als werklozen met een uitkering kúnnen werken dan moeten zij er alles aan doen om dit ook te doen, ook al is het werk op een lager niveau. De mensen die met een arbeidsbeperking niet participeren, zoals wajongeren, krijgen extra ondersteuning om aan het werk te komen. Het voorgestelde arbeidsquotum als dwangmiddel is de komende jaren van tafel.