Louise Fresco (Wageningen Universiteit): 'Elke kip moet aaibaar zijn'

De consument lijdt aan cognitieve dissonantie, zegt Louise Fresco. Heeft geen idee waar zijn voedsel vandaan komt. En roept snel: 'Dit is onmenselijk.' Alsof boeren weidevogeldoodmaaiers zijn. De bestuursvoorzitter van Wageningen Universiteit wil meer debat. 'We moeten nú vertellen waar we mee bezig zijn en waarom.'

 

'Nederland is nog steeds in grote mate een agrarisch land', zegt Fresco. 'Dat besef is er nauwelijks. Maar als je kijkt naar de Topsectoren, dan zijn er twee die direct met voedselproductie hebben te maken: Agri & Food en Tuinbouw. Daarnaast zijn er nog drie die er relevant voor zijn: Water, Chemie en High Tech. Dat zijn vijf van de negen Topsectoren. Nederland is dan wel geen groot productieland, het is een groot kennisland. Daar zullen we het ook van moeten hebben in de toekomst. Er zijn 850 miljoen mensen die te weinig te eten hebben. Twee miljard mensen krijgen te weinig vitaminen en mineralen binnen. Aan de andere kant zijn 1,8 miljard mensen overvoed. Ongeveer de helft van de bevolking heeft dus een voedingsprobleem. En de vraag naar voedsel wordt alleen maar groter. Wie gaat dat verzorgen? Het bedrijfsleven, want er is geen consument die zelf zijn voedsel produceert.'

 

Louise Fresco, behalve agronoom vooral bij het publiek bekend als publicist, werd dit jaar voorzitter van de Raad van Bestuur van Wageningen University Research centre (WUR). De universiteit is in een nieuwe rol terecht gekomen, als je die vergelijkt met tien of twintig jaar geleden, zegt Fresco. De veelgeroemde gouden driehoek van overheid-bedrijfsleven-kennisinstellingen is een ruit geworden. 'Vroeger waren overheid en consument samen één punt van de driehoek. De stem van de consument is sterker gaan klinken. De burger heeft bepaalde ideeën over gezondheid, dierenwelzijn of biologische landbouw.'

 

Roze kussentje

Eigenlijk zouden Nederlanders meer aandacht aan hun voedsel moeten besteden. 'Er is een grote afstand tussen de consument en zijn voedsel. Vlees is een roze kussentje in een plastic bakje. Mensen willen het dier niet zien. Elke kip moet aaibaar zijn. Mensen lijden nu eenmaal aan cognitieve dissonantie. Vooral bij jonge boeren zie je dat ze heel begaan zijn met dierenwelzijn en ze kiezen heel bewust voor technologie. Zo is een melkrobot waarbij koeien zelf het moment kunnen kiezen om gemolken te worden beter voor de koe. De consument ziet alleen de robot en roept: ‘Dat is onmenselijk.’ Die discrepantie bedoel ik. Daarom pleit ik ervoor om op scholen meer aandacht aan voedselproductie te besteden zodat er een reëel besef komt van wat er gebeurt.'

 

'Er zijn tussen boeren en consumenten veel misverstanden. Consumenten zien boeren als wrede weidevogeltjesdoodmaaiers en boeren denken dat consumenten alleen nostalgisch denken aan keuterboertjes met roze biggetjes. Er is dus behoefte aan dialoog. Dat geldt overigens niet alleen voor de voedselsector, maar ook voor de medisch-farmaceutische sector. Je moet nu vertellen waar je mee bezig bent en waarom. Communicatie met de samenleving is heel belangrijk geworden. Dat is een nieuwe rol voor de hele keten. Het is niet voor niets dat nu 30 procent van het budget gereserveerd wordt voor communicatie. Je zou dat in het onderzoek kunnen steken, maar het heeft geen zin om iets te onderzoeken dat niemand accepteert aan het einde van de rit. Dat is nog veel duurder.'

 

'Het heeft geen zin om zeven jaar in een lab te werken om dan triomfantelijk een oplossing te presenteren met de verwachting dat de buitenwereld die altijd klakkeloos zal accepteren. Het is onze rol om aan te komen met verschillende opties en de voors en tegens die daarbij horen. Dan kan de maatschappij een keuze maken. Daarnaast moeten we gewoon fundamenteel onderzoek blijven doen. Dat levert misschien niet direct iets op, maar ons onderzoek naar de rol van bacteriën bij spijsvertering kan op termijn heel nuttig zijn voor bedrijven die probiotica aan voedsel toevoegen.'

 

Rauwe melk

Ook de WUR moet niet te gauw in een goed of fout-discussie schieten, vindt Fresco. 'Voor veel dingen is niet één goede oplossing, alles heeft zijn prijs. Als je extensief wilt boeren, heb je meer landbouwoppervlakte nodig. Maar het is gebleken dat consumenten meer willen betalen voor weidemelk, dat is dan wat de maatschappij wil. Je moet alleen niet zonder meer techniek afwijzen. Dat is een heilloze weg. Voor sommige plantkundige problemen in ontwikkelingslanden is alleen maar een oplossing met gentechnologie. Dan is het heel erg vanuit de Nederlandse wens geredeneerd om daar tegen te zijn.'

 

Goed en fout is bij voeding nu eenmaal een cultureel iets, zegt Fresco. 'In Europa moeten we niets hebben van genetische modificatie en hebben we daar heel strenge regelgeving omheen, terwijl Amerikanen daar veel makkelijker in zijn. In de VS worden ze helemaal spastisch van rauwe melk. En ook binnen de EU zijn er verschillen. Zo zijn Belgen in hun regelgeving veel verder dan Nederlanders als het gaat om consumptie van insecten. 'De regelgeving kan hinderen, maar levert ook weer voordelen op.' Het zorgt ervoor dat het onderzoek steeds verder opschuift met de maatschappelijke wensen. Nu is bijvoorbeeld biodiversiteit hier heel belangrijk, want we zijn maar een klein land. In grote landen speelt dat onderwerp nog helemaal niet. Maar in China of de VS gaat dat komen en dan hebben wij die kennis al in huis. Ook om dat soort redenen is 40 procent van onze studenten van buitenlandse afkomst.'

 

Daar heeft Fresco ook wel een puntje van kritiek op het Topsectorenbeleid. 'Wij zijn sowieso heel goed in interdisciplinaire samenwerking. We werken samen met de TU Delft, het Amerikaanse MIT en de gemeente Amsterdam aan een project. Wij zijn goed in life sciences, Delft en MIT vooral in de harde sciences. Dat zal steeds meer samen gaan. Als we zonne-energie uit planten willen halen, moet daar techniek achter zitten. Dat moet verder gestimuleerd worden. Ook intern bij de WUR, bij bijvoorbeeld plant- en dierkunde wordt erg sectoraal gedacht. Wat dat betreft is het jammer dat Topsectoren toch erg in hun eigen kolom zitten.'

 

Wie is Louise Fresco?Louise Fresco studeerde aan de Wageningen Universiteit en promoveerde in 1986 op de cassave. Van 1990 tot 1997 was zij daar hoogleraar plantaardige productiesystemen met als specialisatie tropische gebieden. Tijdens deze periode had zij een groot aandeel in de educatieve hervormingen gericht op interdisciplinaire samenwerking, met name tussen plantenteelt en bodemkunde en de sociale wetenschappen, en was zij betrokken bij uitgebreid veldwerk in Spanje, West-Afrika en Latijns-Amerika. Van juni 2006 tot juli 2014 was Fresco universiteitshoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, met als aandachtsgebied de grondslagen van duurzame ontwikkeling in internationaal perspectief. Fresco is al jaren een veelgevraagd spreker, schreef boeken en was dit jaar te zien in een korte televisieserie. Ze heeft negen niet-wetenschappelijke boeken in het Nederlands uitgebracht, waaronder drie romans. Sinds 2009 is Louise Fresco niet-uitvoerend bestuurder van Unilever en vanaf 2013 tevens voorzitter van het Corporate Responsibility Committee bij Unilever (bezoldigd).

‘Wetenschap staat voor keuzes’Minister Bussemaker van Onderwijs presenteerde 25 november haar toekomstvisie op de wetenschap tot 2025 in Nederland. Bij de presentatie werd de blauwdruk begroet als een versteviging van de positie van de wetenschappelijke instituten in het Topsectorenbeleid van EZ-minister Kamp. Daarin zou het bedrijfsleven wel een erg grote vinger in de pap hebben, aldus criticasters. Ook in de Wetenschapsvisie 2025 van Bussemaker wordt de wisselwerking met bedrijfsleven (en het grote publiek) als heel belangrijk genoemd. Het kabinet geeft de kenniscoalitie (VSNU, KNAW, NWO, Vereniging Hogescholen, TO2, VNO-NCW en MKB-Nederland) opdracht om uiterlijk in het najaar van 2015 met een voorstel voor een Nationale Wetenschapsagenda te komen. Daarin staan speerpunten waarop onderzoekers en maatschappelijke partners samenwerken. Economische, maar ook maatschappelijke en wetenschappelijke speerpunten. Want van één ding is het kabinet overtuigd: geld als een schot hagel de wetenschapswereld insturen, werkt niet. ‘We accepteren dat er specialismes zijn waar wij in Nederland internationaal niet het verschil kunnen maken. Daarom moeten er keuzes gemaakt worden en moet er slim worden samengewerkt, ook over onze landsgrenzen heen’, schrijft Bussemaker.