Samira Rafaela: verantwoord ondernemen versterkt internationale handel

14-07-2020

Internationale handel staat momenteel sterk in de belangstelling. Niet alleen wordt er nog altijd door de EU onderhandeld over een deal met het Verenigd Koninkrijk, maar ook het CETA-vrijhandelsakkoord met Canada en het mogelijke handelsverdrag met de Mercosur-landen staan hoog op de agenda. D66 Europarlementariër, Samira Rafaela, is de Renew Europe Vice-Coordinator binnen de Commissie internationale handel (INTA) van het Europees Parlement. Wij vroegen haar naar de laatste ontwikkelingen en de rol die het Nederlandse bedrijfsleven volgens haar zou moeten spelen op het gebied de internationale handel.

 

Wat zijn de belangrijkste ontwikkelingen in de internationale handel waar Nederland op moet letten?

In het afgelopen jaar heb ik gezien dat er een verandering plaatsvindt over hoe er naar internationale handel wordt gekeken. De Coronacrisis heeft deze verandering kracht bijgezet. De onzekerheden voor Nederlandse bedrijven met betrekking tot de uittreding van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie zijn niet minder geworden. Integendeel, de kans op een no-deal Brexit is groot - wat de onzekerheid alleen maar groter maakt. De EU heeft de wil om er met een goed en breed akkoord uit te komen en zelfs om de Britten meer tijd te geven. Vooruitgang van de onderhandelingen is beperkt en met het huidige tempo moeten Nederlandse bedrijven zich voorbereiden op een no-deal scenario.

 

De uitbraak van de COVID 19 pandemie heeft ook duidelijk gemaakt hoe sterk landen internationaal met elkaar verbonden zijn. Door protectionistische maatregelen van vele landen in reactie op de verspreiding van het virus kwam de wereldhandel kwam bijna tot stilstand. Dit vond juist op een moment plaats toen het belangrijk was dat medische goederen en persoonlijke beschermingsmiddelen zo snel mogelijk moesten belanden waar zij het hardst nodig waren. Naast de creatie van nieuwe problemen heeft deze crisis reeds bestaande problemen blootgelegd, zoals bijvoorbeeld de erbarmelijke arbeidsomstandigheden in de textielindustrie in Zuidoost-Azië. Bedrijven in deze industrie hebben, tot overmaat van ramp, hun dominante marktpositie gebruikt om reeds uitgevoerde bestellingen te annuleren, waardoor men aan de andere kant van de bevoorradingsketens wederom aan het kortste eind trok.

 

Welke rol zou het bedrijfsleven op zich moeten nemen binnen de internationale handel?

Ik roep het bedrijfsleven op om een voortrekkersrol in te nemen met betrekking tot maatschappelijk verantwoord ondernemen. Als rijke en machtige speler heeft de Europese Unie de morele verantwoordelijkheid om de omstandigheden waar onder andere mensen werken om onze kleding te maken of onze koffie te produceren te verbeteren. Het Europees handelsbeleid dient ter verbetering van het verhogen van onze levensstandaarden binnen en buiten Europa.

 

Om maatschappelijk verantwoord ondernemen te stimuleren, moeten we ervoor zorgen dat er bindende en handhaafbare regels komen die gelden voor alle bedrijven die producten importeren naar de Europese interne markt. We moeten ook verder kijken dan alleen een morele verantwoordelijkheid: we moeten toe richting juridisch afdwingbare normen. Daarom is het hoog tijd dat de Europese Commissie met een voorstel komt met bindende due dilligence vereisten op het gebied van mensenrechten en milieu. Ik kijk uit naar het wetgevingsvoorstel van Commissaris Reynders dat begin 2021 wordt verwacht.

 

Hoe kunnen handelsverdragen bijdragen aan onze mondiale ambities, bijvoorbeeld op het gebied van klimaat?

Wereldwijd staan we voor een aantal zeer grote uitdagingen: het verbeteren van arbeidsomstandigheden en armoede bestrijden, toewerken naar daadwerkelijke gelijkheid tussen man en vrouw en natuurlijk de implementatie van het Parijsakkoord. Kunnen handelsverdragen alleen deze uitdagingen oplossen? Natuurlijk niet, maar ze kunnen wel een serieuze bijdrage leveren. We moeten ons beseffen dat de Europese interne markt zo ongeveer de meest aantrekkelijke afzetmarkt is voor bedrijven buiten de EU. Met bijna 450 miljoen inwoners en een gezamenlijk bbp van ruim 18 biljoen vormen we een van de grootste markten ter wereld. Juist omdat we zo aantrekkelijk zijn kunnen we voorwaarden stellen wanneer andere landen hun diensten en producten willen afzetten op onze markt.

 

Hier ligt voor de EU de mogelijkheid om belangrijke internationale afspraken, welke in andere omstandigheden moeilijk handhaafbaar zijn, verplicht te maken. Het is de lijn van onze Groep dat elk nieuw of gemoderniseerd handelsakkoord verplicht de implementatie en handhaving van het klimaatakkoord van Parijs moet opnemen. We moeten ook ambitieus zijn met betrekking tot de implementatie van ILO-conventies, zodat we zorg dragen voor betere arbeidsomstandigheden wereldwijd.

 

Als Rapporteur op de modernisering van het handelsakkoord met Chili roep ik de Europese Commissie en de Chileense overheid op om ambitie te tonen in het hoofdstuk over Gender & Trade. Dit is namelijk de eerste keer dat een dergelijk hoofdstuk wordt opgenomen in een EU-handelsakkoord. Dit hoofdstuk zal model moeten staan voor alle toekomstige handelsverdragen.  Het is dus essentieel dat we dit direct goed doen, want de eerste klap is een daalder waard. Dat betekent dat we moeten opnemen dat geen van de partijen hun huidige standaarden mogen verlagen, dat informatie wordt verzameld om te kunnen bepalen waar de opbrengsten van het handelsakkoord terechtkomen en, natuurlijk, dat kernbepalingen m.b.t. gelijk loon voor gelijk werk en non-discriminatie worden opgenomen. Juist door dit soort elementen op te nemen in handelsakkoorden kunnen we toewerken naar een breder draagvlak voor internationale handel.

 

Hoe wordt er in Europese kringen aangekeken tegen de debatten in Nederland?

Vaak wanneer ik met mijn collega’s in het Europees Parlement of de Europese Commissie spreek over de Nederlandse debatten en de uitkomsten daarvan reageert men met een opgetrokken wenkbrauw en enige verbazing. Nederland heeft natuurlijk de reputatie van een handelsland en dat hebben wij ook terecht verdiend. Internationale handel is essentieel voor de economie en het creëert talloze banen. Wellicht dat men daarom niet altijd stilstaat bij de potentie van handel in de dialoog met betrekking tot onderwerpen als milieu en vrouwenrechten.

 

Tegelijkertijd zijn er ook positieve ontwikkelingen en staat Nederland niet alleen. Het non-paper van de Nederlandse minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, Sigrid Kaag, en haar Franse collega over het verduurzamen van handel is goed ontvangen in Brussel.

 

Meer dan ooit moeten we ons realiseren dat we alleen met hoge ambities en concrete acties de enorme mondiale uitdagingen aankunnen. Daar hoort ook bij dat we durven te reflecteren over de positie van het Europees Parlement. Wat mij betreft moet het Europees Parlement een sterkere rol krijgen in het bepalen van het Europese handelsbeleid. Nu tekenen we even onderaan het briefje. Dat moet echt anders. Het Europees Parlement moet daadwerkelijk in staat zijn om de Europese Commissie terug te sturen naar de tekentafel.

Nieuwsbrief Blik op Europa

Meld u aan voor de tweewekelijkse nieuwsbrief 'Blik op Europa' met de standpunten van VNO-NCW en MKB-Nederland op actuele EU-dossiers.