15 JAN, 2026 • Essay
Wat schaarste met leiderschap doet
We leven in een tijd van overvloed, maar gevoelens van verlies en tekort zijn sterker dan ooit. In dit essay pleit Beatrice de Graaf voor leiderschap dat deze gevoelens durft te erkennen en productief weet te kanaliseren. Schaarste kan zo een bron van reflectie en samenwerking worden, in plaats van een wapen voor polarisatie. Hoe leiders met verlies omgaan, bepaalt de veerkracht en samenhang van onze samenleving.
We moeten het hebben over schaarste. Niet de schaarste in onze koelkast of op tafel, maar een andere, diepere vorm.
Na de feestdagen kunnen we rustig stellen dat niemand echt honger heeft geleden. De gemiddelde Nederlander gaf zo’n 600 euro per huishouden uit aan kerstvieringen, Italianen rond de 800 euro, Canadezen zelfs 1.600 euro. Schaarste lijkt een schaars goed geworden. Dat betekent niet dat armoede of gemis niet bestaat – mensen aan de rand van de samenleving hebben nog steeds te maken met tekorten – maar voor het merendeel van de bevolking is overvloed de norm.
Toch blijft schaarste een fundamenteel probleem. Sinds de moderne tijd wordt ze gezien als motor van het kapitalistische bestel. Voor Karl Marx was schaarste een kunstmatig product: een middel van de eigenaars van productiemiddelen om winst te maximaliseren. Voor John Maynard Keynes lag het probleem eerder aan de vraagzijde: wanneer consumenten minder uitgeven, nemen werkloosheid en inflatie toe. De overheid moet dan bijsturen om de vraag te stimuleren en de schaarste te verminderen. Voor anderen is schaarste een menselijke constante, soms zelfs een kracht. John Rawls stelde dat schaarste mensen dwingt na te denken over rechtvaardigheid: hoe verdelen we wat beperkt is? Zo ontstonden belastingstelsels en sociale uitkeringen, die onze samenleving structureel vormgeven.
Schaarste inspireert dus: ze vormt denkers, uitvinders en morele kaders. Maar waarom ervaren we er nu zoveel problemen mee? Waarom voelt verlies vandaag zo urgent, terwijl overvloed voor de meerderheid vanzelfsprekend is?
Schaarste is steeds meer een politieke kwestie geworden
Het antwoord ligt deels in leiderschap. Schaarste is steeds meer een politieke kwestie geworden. Leiders wakkeren gevoelens van verlies en relatieve deprivatie aan voor eigen gewin, niet voor het collectief. Dat maakt verlies een wapen en schaarste een instrument.
De Berlijnse socioloog Andreas Reckwitz beschrijft dit in zijn boek Verlies (Verlust). Het gaat hem niet om economische schaarste, maar om onze culturele en psychologische omgang met tekort. In tijden van overvloed ervaren mensen steeds vaker gevoelens van verlies – verlies van status, zekerheid, autonomie of erkenning.
Die gevoelens zijn krachtig en direct merkbaar. Een bekend experiment in gedragspsychologie illustreert dit: stel, u krijgt honderd euro voor een goed antwoord, maar verliest vijftig euro bij een fout. Of u krijgt vijftig euro voor een goed antwoord en niets bij een fout. In beide gevallen houdt u vijftig euro over. Toch voelt de eerste situatie veel negatiever – dit is het fenomeen ‘loss aversion’. Verlies doet meer pijn dan winst vreugde geeft, en mensen ondernemen sneller actie om verlies te vermijden dan om winst te maximaliseren.
Dit inzicht is niet nieuw. Sociaalpsychologen weten al sinds Freud dat angst voor verlies diep in ons zit, terug te voeren op vroege ervaringen en de confrontatie met sterfelijkheid. Ernest Becker benadrukte in Denial of Death (1973) dat de mens zich als enige zoogdier bewust is van zijn eigen dood, en dat deze bewustwording een constante bron van angst, motivatie en creativiteit vormt. Het besef van vergankelijkheid drijft ons zowel tot destructief gedrag als tot artistieke en sociale prestaties.

Waarom is dit nu problematisch? Historicus Frank Bösch toont in Zeitenwende 1979 dat angst voor oorlog, inflatie en sociaal verval ook toen groot was. Toch ervaren mensen nu een ander soort verlies – cultureel, psychologisch en politiek geconstrueerd. De moderne samenleving heeft rituelen en sociale kaders verloren die vroeger hielpen omgaan met onzekerheid. Tegelijk worden nieuwe kaders geïntroduceerd die emoties rond verlies mobiliseren – schaamte, woede, schuldtoewijzing aan derden.
Reckwitz noemt dit de ‘verliesparadox van de vooruitgang’: technologische en economische vooruitgang schept overvloed, maar het verlies van oude sociale structuren maakt mensen gevoeliger voor ervaren tekorten. Dit verlies wordt politiek benut.
Voorbeelden uit Nederland zijn herkenbaar. Rechtspopulisten mobiliseren emoties rond verlies: ‘Ze willen jullie land afpakken,’ of ‘Ze nemen jullie woningen weg.’ Dit wakkert woede en frustratie aan, verdeelt de samenleving en ondermijnt draagvlak voor echte oplossingen. Het mechanisme werkt omdat verlies krachtige emoties oproept, maar weinig richting biedt. Zonder goed leiderschap leidt dat tot polarisatie, verharding en maatschappelijke onproductiviteit.
De dynamiek van verlies manifesteert zich ook in sociale bewegingen en protesten. Klimaatactivisten ervaren verlies van biodiversiteit en toekomstperspectief, jongeren voelen economische en maatschappelijke kansen afnemen. In Covid-tijd zagen we hoe autonomieverlies leidde tot demonstraties tegen coronamaatregelen. Mensen zoeken narratieven om verlies te begrijpen, en politieke actoren bieden deze narratieven vaak op een simplistische manier aan: de schuldigen zijn altijd extern – de elite, buitenlanders, of onbekende machten.
Gevoelens van verlies en schaarste vaak worden ingezet om macht te consolideren
Het probleem is dat deze gevoelens van verlies en schaarste vaak worden ingezet om macht te consolideren, niet om oplossingen te creëren. Het echte verlies wordt niet geadresseerd; emoties worden gemobiliseerd. De samenleving raakt verdeelder en onproductiever.
Wat betekent dit voor leiderschap? Reckwitz biedt geen kant-en-klaar handboek, maar geeft een richting: we moeten ophouden blind te vertrouwen op een verondersteld automatisme van vooruitgang, en leren ‘op het slappe koord te dansen na een val in de afgrond’.
Concreet vraagt dit leiders die:
- schaarste en verlies durven benoemen, zonder te dramatiseren of te misbruiken.
- achterhalen wat echt verlies is, psychologisch en empirisch.
- met hun achterban een pas op de plaats maken: waar rouwen we om, wat accepteren we, wat vraagt actie?
- emoties niet exploiteren, maar productief kanaliseren.
Bijvoorbeeld: verlies door overconsumptie of overtoerisme vraagt bezinning en gedeelde verantwoordelijkheid. Verlies door klimaatverandering of biodiversiteitsafname vraagt collectieve actie en prioritering. Goed leiderschap helpt deze prioriteiten scherp te stellen en voorkomt dat gevoelens van verlies leiden tot destructieve woede of passief fatalisme.
In de praktijk betekent dit dat leiders ruimte creëren voor reflectie en gedeelde narratieven van verlies. Ze helpen de achterban onderscheid te maken tussen echt en ervaren verlies, en leren samen omgaan met onzekerheid. Dit vraagt empathie, geduld en het vermogen om complexe emoties te benoemen zonder deze te misbruiken.
Het is tijd voor een herijking van leiderschap in tijden van schaarste. Leiders moeten verlies en tekort zien als kans tot bezinning, niet als drijfveer voor polarisatie. Ze moeten maatschappelijke waarden en rituelen herstellen of creëren die helpen productief met verlies om te gaan. Schaarste mag dan een schaars goed zijn, maar juist door het serieus te nemen, kunnen we collectieve veerkracht ontwikkelen.
Kortom: leiderschap in schaarse tijden vraagt durf, inzicht en empathie. Het betekent erkennen dat niet alles maakbaar is, dat verlies onvermijdelijk is, en dat hoe we daarmee omgaan bepalend is voor de samenleving. Wie deze uitdaging aangaat, maakt van verlies een bron van samenwerking, reflectie en gemeenschappelijke vooruitgang.
Over de auteurBeatrice de Graaf is faculteitshoogleraar en bekleedt de leerstoel Geschiedenis van de Internationale Betrekkingen aan de Universiteit Utrecht. Ze is onder andere lid van de KNAW en voorzitter van de SAR TNO Defensie/Veiligheid. Ze ontving de hoogste wetenschappelijke onderscheiding in Nederland, de Stevin Premie, en werd met haar boek Tegen de terreur / Fighting Terror After Napoleon onderscheiden met de Arenberg Prize for the Best Book in European History. Daarnaast is ze columnist en treedt ze in de media op als expert op het gebied van terrorisme, veiligheid, crisis en geopolitieke conflicten.



