7 JUL, 2026 • Achtergrond
Na China: welke opkomende markten bieden de meeste kansen voor Nederlandse bedrijven?
De afhankelijkheid van China staat ter discussie. Nederlandse bedrijven spreiden hun kansen en zoeken nieuwe handelspartners. Waar? In India, Maleisië, Singapore en Mexico.
China is in razend tempo uitgegroeid tot een bepalende macht in de wereldeconomie en internationale politiek. Terwijl China zijn invloed uitbreidt, worstelt Europa met de vraag hoe het zich tot deze grootmacht moet verhouden. Is Europa’s definiëring van China als ‘partner, concurrent en tegenstander’ nog wel van toepassing?
In deze serie biedt Forum inzicht in China’s strategie, geschiedenis, ambities en machtsmiddelen. We verkennen scenario’s en analyseren hoe Nederland zich kan positioneren in een wereldorde waarin het Westen niet langer de toon zet. Want wie de Chinese eeuw wil begrijpen en erin wil overleven, moet verder durven kijken dan alleen vandaag. In de vijfde en laatste aflevering: de wereld buiten China.
Decennialang was China voor veel Nederlandse bedrijven de vanzelfsprekende bestemming voor productie, handel en investeringen. Maar de coronapandemie, geopolitieke spanningen en handelsconflicten hebben blootgelegd hoe kwetsbaar een te grote afhankelijkheid van één markt kan zijn. Daarom kijken ondernemers steeds vaker naar alternatieven: van India tot Maleisië en van Singapore tot Mexico. In het slot van deze serie onderzoeken we hoe Nederlandse bedrijven hun kansen spreiden in een wereld waarin China niet langer de enige logische keuze is.
Wat kwam Narenda Modi doen in Den Haag?
Ineens zat half mei de zaal van het congrescentrum World Forum in Den Haag vol kleurrijke Indiase sari’s en traditionele mannenkurta’s. De Indiase diaspora in Nederland was massaal uitgerukt om de bezoekende Indiase premier Modi te verwelkomen. Modi tekende onder meer een strategisch partnerschap met Nederland en samenwerkingsafspraken met Tata Steel en ASML.
Al ging zijn bezoek deels gepaard met soortgelijke kritiek als die op China op het gebied van mensenrechten en persvrijheid, gevoel voor timing kon de premier moeilijk worden ontzegd. Nu de verhoudingen van de EU met China én de Verenigde Staten in het verdomhoekje zitten, kan India als snelst groeiende economie ter wereld – volgens het IMF en de Wereldbank – zichzelf naar voren schuiven als een alternatieve handelspartner op het vlak van technologie, klimaat en verduurzaming.
Modi’s trip was daarbij minstens net zo belangrijk voor Nederland als voor India: beide landen streven ernaar minder afhankelijk te zijn van China en kijken om die reden naar andere mogelijke handelspartners in Zuidoost-Azië en het mondiale zuiden.
‘Ook voor India was de pandemie een wake-up call. De overheid zag ineens in hoezeer het leunde op China voor bijvoorbeeld mondkapjes’, zegt Rob Tholenaars, voorzitter van de India Netherlands Business Circle Bangalore (INBCB). ‘Daarna heeft ook Modi een beleid ingezet om meer zelfvoorzienend te worden. Nederland beschikt over allerlei hoogwaardige technologie die interessant is voor India.’
Tholenaars is toevallig juist deze weken ook in Nederland, maar woont en werkt sinds 2020 in India. Ruim zeven jaar geleden zag hij een oud-collega van het bedrijf in afvalverwerking waar hij destijds werkte, op LinkedIn iets schrijven over zijn startup in India. ‘Dat leek me interessant. Ik mailde hem of hij in de toekomst nog hulp nodig had. Een paar weken later zat ik in Bangalore.’
India is lange tijd onderschat
De ondernemer, inmiddels zelfstandig consultant, ontvangt als voorzitter van de INBCB met enige regelmaat handelsmissies in Bangalore, het Silicon Valley van India. Een aantal grote bedrijven, zoals Philips, Randstad, Rijk Zwaan en KPMG, zit al jaren in India met vestigingen of verhuisde de backoffice erheen, vertelt hij. Wie zijn helpdesk belt, krijgt niet zelden iemand uit India aan de lijn. Maar volgens Tholenaars groeit de interesse vanuit het Nederlandse bedrijfsleven de laatste jaren sterk. Dat heeft alles te maken met de geopolitieke situatie, beaamt hij.
‘India is lange tijd onderschat en over het hoofd gezien, een beetje als het stille kind in een groot gezin. Het stereotiepe cliché dat mensen hebben, is dat het hier smerig is, dat vrouwen verkracht worden enzovoort. Dat beeld had ik misschien zelf ooit ook wel. En natuurlijk zijn er niet alleen positieve kanten aan het leven hier: ruim een kwart van de bevolking is analfabeet, er is nog grootschalige uithuwelijking en er is een strikte hiërarchie. Maar daar staat tegenover dat dit ook een land is met een enorm potentieel aan arbeidskrachten, die goed opgeleid zijn en een hardwerkend arbeidsethos hebben.’

De Taj Mahal in India
Met name dat laatste is volgens hem iets waar Nederlanders nog wat van kunnen leren. ‘Probeer maar eens iemand in het weekend of na zessen te bereiken’, lacht hij tijdens het interview, dat om 21.00 uur plaatsvindt omdat hij de volgende dag om 05.00 uur alweer op pad gaat. ‘In Nederland is de gedachte: de werkgever moet blij zijn dat ik voor hem wil werken. Hier is het andersom en is men blij dat men voor de werkgever mag werken.’
‘In Nederland is de gedachte: de werkgever moet blij zijn dat ik voor hem wil werken. Daar is het andersom’
Het zoeken naar verbreding is ook bij de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij (BOM) al enige tijd een speerpunt van de strategie. ‘We zijn zo’n zes jaar geleden begonnen om Zuidoost-Azië voorzichtig te verkennen en hebben dit de afgelopen jaren uitgebouwd’, zegt Jelmer Hemmes, handelsadviseur voor de geavanceerde maakindustrie in deze regio.
‘Door alle handelsrestricties die er zijn vanuit China en de VS zie je dat bedrijven zoeken naar andere landen, zowel als productieplek als afzetmarkt’, legt Hemmes uit. ‘Wij willen bedrijven helpen een betere marktpositie te verwerven en een beeld te geven van de mogelijkheden in andere landen.’ Het wereldwijd opererende familiebedrijf Enza Zaden vestigde bijvoorbeeld twee jaar geleden zijn R&D-afdeling in Maleisië.
Hemmes is net terug van een handelsmissie begin mei naar Maleisië en Singapore, waar onder andere bezoeken op het programma stonden aan bedrijven in de halfgeleiderindustrie, biotech en de chipsector. Een halfjaar geleden was hij ook al in Maleisië met een andere delegatie. Ook toen was er een omvangrijke en diverse groep bedrijven mee, zegt de handelsadviseur. ‘Alle facetten uit de maakindustrie waren wel vertegenwoordigd, variërend van de chipindustrie tot medische technologiebedrijven. Het prettige daaraan is dat je dan ook aan potentiële klanten kunt laten zien dat we als Nederland spelers in de breedte van de waardeketen in huis hebben.’
Singapore is al langer een hub voor R&D-bedrijven, Maleisië heeft veel maakcapaciteit, licht Hemmes toe op de vraag waarom deze landen aantrekkelijk zijn voor internationale ondernemingen. Daarbij is een voordeel dat men in beide landen goed Engels spreekt en de overheid deze ontwikkelingen stimuleert. Zo streeft Maleisië er nadrukkelijk naar om the place to be te worden voor de hoogwaardige maakindustrie. Niet voor niets koos het Chinees-Nederlandse chipbedrijf Nexperia, sinds vorig jaar middelpunt van een strijd tussen de Chinese eigenaar en de Nederlandse overheid, ervoor om zijn fabriek in Maleisië uit te breiden nu de levering van producenten uit de Chinese fabriek stil is komen te liggen.
Wel zakendoen met Maleisië en Mexico?
Volgens de handelsadviseur zien bedrijven Maleisië vaak over het hoofd als alternatieve bestemming voor China. ‘Mensen kennen meestal Japan en Zuid-Korea wel. Maar als ze hier op bezoek komen, zie je dat bedrijven soms onderschatten hoe ver de ontwikkelingen hier zijn. Men is aangenaam verrast dat het gemiddelde niveau van de industrie een stuk hoger is dan verwacht.’
Er zitten op dit moment zo’n driehonderd Nederlandse bedrijven in Maleisië. Dat zijn er een stuk minder dan in Mexico, de twaalfde economie van de wereld, waar VPInstruments aan het uitbreiden is. De maker van monitoringssystemen voor perslucht en industriële energiestromen kwam er eigenlijk deels gedwongen door de pandemie terecht. ‘Wij hadden, net voordat de epidemie uitbrak, een kantoor geopend in China’, vertelt ceo Pascal van Putten. ‘Maar met de uitzonderlijke omstandigheden en China’s strenge regels pakte dat niet goed uit. Omdat Mexico een sterke maakindustrie heeft en de nieuwe president duurzaamheid hoog op de agenda heeft staan, hebben we hier voor expansie gekozen. Een ander voordeel is de ligging ten opzichte van Noord-Amerika, waardoor het verkoopteam efficiënter kan samenwerken.’
Maar het bedrijf oriënteert zich ook elders, bijvoorbeeld op de Europese markt. Voor nu hoopt de ceo dat de activiteiten in Mexico uiteindelijk een springplank kunnen worden voor heel Latijns- en Noord-Amerika. ‘De markt heeft een gigantisch potentieel, de overheid stimuleert verduurzaming meer dan in de VS, waar we al zo’n tien jaar zitten. Voorlopig is het ons niet tegengevallen, we hebben goede vooruitzichten voor export naar landen als Chili en Argentinië.’
Het kantoor in China is formeel gesloten, al sluit de onderneming niet uit in de toekomst opnieuw haar geluk daar te beproeven. ‘We beraden ons daar nog op. Je kunt niet alles tegelijk goed doen in drie verschillende tijdzones.’ Los daarvan zou hij het iedereen aanraden over de grenzen heen te ondernemen. En als het op de ene plek niet lukt, een alternatief te zoeken. ‘Waarom zou je alleen maar naar Nederland blijven kijken?’
Slot van deze serie
Vijf afleveringen lang stond in deze serie de vraag centraal hoe Nederland zich moet verhouden tot een China dat economisch, technologisch en geopolitiek steeds invloedrijker wordt. Daarbij werd duidelijk dat China tegelijkertijd partner, concurrent én systeemrivaal kan zijn. Juist die combinatie maakt eenvoudige antwoorden onmogelijk.
Voor ondernemers ligt de uitdaging daarom niet in het kiezen vóór of tegen China, maar in het bouwen van weerbaarheid. China blijft een cruciale markt, een bron van innovatie en een onmisbare schakel in veel internationale waardeketens. Tegelijkertijd winnen andere landen snel aan betekenis. De belangrijkste les van de Chinese eeuw is misschien wel dat economische macht zich niet langer concentreert op één plek. Voor Nederland ligt de opgave daarom niet in minder internationaal ondernemen, maar in slimmer internationaal ondernemen. Wie de wereld van morgen wil begrijpen, kijkt niet alleen naar Beijing, maar ook naar Bangalore, Kuala Lumpur, Singapore, Mexico-Stad en de regio’s die daarna volgen.
VNO-NCW: Derisking is geen afscheid van China De zoektocht naar alternatieven voor China betekent niet dat Nederlandse bedrijven het land de rug toekeren. Integendeel. Voor veel ondernemingen blijft China een van de grootste en meest dynamische markten ter wereld. Het land is een belangrijke afzetmarkt voor Nederlandse technologie, landbouwkennis, watermanagement, logistiek en hoogwaardige industrie. Bovendien speelt het land een centrale rol in mondiale waardeketens en innovatie. Vanuit ondernemersperspectief draait de discussie daarom niet om vertrek uit China, maar om het spreiden van risico’s. De Europese strategie van derisking is nadrukkelijk iets anders dan decoupling. Het doel is niet om economische banden af te bouwen, maar om minder kwetsbaar te worden voor geopolitieke schokken en verstoringen van toeleveringsketens. Voor Nederlandse bedrijven ligt de uitdaging daarom in het combineren van twee strategieën: aanwezig blijven in China waar dat kansen biedt, én tegelijkertijd investeren in nieuwe opkomende markten die aanvullende groei en veerkracht kunnen opleveren.
Boek over handel met ChinaDe ontwikkeling van de handelsrelaties tussen Nederland en China staat ook centraal in het boek dat Anouk Eigenraam samen met onderzoeksjournalist Siem Eikelenboom schrijft. Het boek verschijnt eind dit najaar bij Follow the Money.



