9 JUN, 2026 • Achtergrond
Hoe China Europa tot harde keuzes dwingt
Europa worstelt met zijn positie tegenover een steeds machtiger China, dat economisch en politiek het speelveld hertekent en steeds vaker de spelregels bepaalt. China is in razend tempo uitgegroeid tot een bepalende macht in de wereldeconomie en internationale politiek. Terwijl China zijn invloed uitbreidt, worstelt Europa met de vraag hoe het zich tot deze grootmacht moet verhouden. Is Europa’s definiëring van China als ‘partner, concurrent en tegenstander’ nog wel van toepassing?
In deze serie biedt Forum inzicht in China’s strategie, geschiedenis, ambities en machtsmiddelen. We verkennen scenario’s en analyseren hoe Nederland zich kan positioneren in een wereldorde waarin het Westen niet langer de toon zet. Want wie de Chinese eeuw wil begrijpen en er in wil overleven, moet verder durven kijken dan alleen vandaag. In de vierde aflevering: Gelijke monniken, gelijke kappen.
Europa moet zich zelfbewuster opstellen tegenover China
Terwijl de Europese Unie en Nederland zoeken naar hun positie tegenover China, wordt de verhouding steeds sterker op de proef gesteld. Temidden van toenemende handelsspanningen beschikt Beijing daarbij over een aanzienlijk uitgebreidere gereedschapskist met economische dwanginstrumenten dan de EU. Toch wil dat niet zeggen dat Europa geen enkele troefkaart in handen heeft. Alleen zullen de lidstaten die ook nadrukkelijker moeten inzetten om dat zo felbegeerde gelijke speelveld eindelijk af te dwingen.
De afgelopen maanden schudden de regeringsleiders van Spanje, Frankrijk en Duitsland tijdens staatsbezoeken vriendelijk de hand van de Chinese president Xi Jinping, maar de relaties tussen Beijing en Brussel zijn al tijden een stuk minder aimabel. De EU stelde dit jaar opnieuw een serie antidumpingstarieven in op een reeks Chinese goederen (zie kader), er waren sancties tegen Chinese bedrijven die aan Rusland leveren, en de EU schortte subsidies op aan batterijomvormers uit China.
Het vuur is nog verder opgepookt omdat de Europese Commissie momenteel werkt aan een ‘Made in Europe’-wet. Die wet vereist dat een bepaald percentage van producten die met Europees geld worden gesteund, in Europa moeten zijn gemaakt. De wet is niet alleen bedoeld om tegenwicht te bieden aan de Amerikaanse verhoogde invoerheffingen, maar is ook overduidelijk gericht tegen goedkope import uit China en kan nadelig zijn voor Chinese bedrijven.
Chinese drukmiddelen
Het was enigszins ironisch dat Beijing eind april dreigde met tegenmaatregelen als de EU de ‘discriminerende’ regels zal invoeren. China voert immers zelf al jarenlang een actief beleid om de eigen maakindustrie aan te jagen (Made in China 2025) en verplichtte al in 2019 overheden en staatsbedrijven om hun buitenlandse computers en software te vervangen door producten van eigen bodem.
Ook de oproep van China dat het EU-voorstel indruist tegen de WTO-regels is opmerkelijk, aangezien de lidstaten Beijing al jarenlang voorhouden dat het land tegen de regels in zijn eigen bedrijven bevoordeelt en een ‘ongelijk speelveld’ creëert.
Dat laat onverlet dat Beijing geen loze dreigementen uit. China sloeg vorig jaar meteen terug in reactie op Europa’s hogere importheffingen met hogere invoertarieven op onder meer Europees varkensvlees, brandy en zuivel, waardoor vooral Nederland werd getroffen. Van een afstandje lijkt die oog-om-oog, tand-om-tand-dynamiek een gelijkwaardig wedstrijdje geopolitiek armpje drukken. Het probleem is alleen dat China over meer spierballen beschikt dan Europa.
China beschikt over meer spierballen dan Europa
Met name het feit dat het land ruim 80 tot 90 procent van de zeldzame grondstoffen heeft en verwerkt, is een machtig wapen. Uitvoerrestricties op cruciale aardmetalen kan Beijing voortdurend inzetten, als een soort joker tijdens een kaartenspel. Hoe nijpend dat kan worden, lieten de Chinese restricties op de export van chips na de interventie van Nederland eind vorig jaar bij chipbedrijf Nexperia nog maar eens zien. De hele Europese auto-industrie kreeg direct te maken met tekorten.
De European Chamber of Commerce in China liet eerder deze maand nogmaals de alarmbel afgaan over China’s ‘strategische toolkit’. In een rapport schreef zij: ‘De bijna monopolistische controle die China heeft op cruciale toeleveringsketens, technologieën en materialen stelt Europa voor fundamentele economische en nationale veiligheidszorgen.’ Jens Eskelund, de voorzitter van de Europese Kamer van Koophandel, zei tegen de Amerikaanse zender CNBC: ‘Europa moet simpelweg maatregelen nemen om zijn industriële veerkracht, economische veiligheid en de Europese bevolking te beschermen.’
Europa’s instrumenten
Want ondanks alle anti-staatssteunonderzoeken van de Europese Commissie tegen Chinese bedrijven, antidumpingsheffingen, miljarden voor de Europese chipproductie (European Chips Act), screening van buitenlandse investeringen en de toeleveringsketen (Critical Raw Materials Act), is de hamvraag: is het genoeg?
Sommige critici vinden van niet. Sommige maatregelen zouden te vrijblijvend zijn omdat ze niet afdwingbaar zijn. Frankrijks belangrijkste adviesorgaan, het Haut-Commissariat à la Stratégie et au Plan (HCSP), publiceerde begin februari een alarmerend rapport met de veelzeggende titel: ‘De Europese industrie versus de Chinese stoomwals’. Volgens het adviesorgaan kan 55 procent van de Europese maakindustrie de Chinese concurrentie feitelijk niet meer aan en moet de EU daarom veel verdergaande maatregelen nemen, zoals een sectoraal tarief van 30 procent op alles dat uit China komt.
Europarlementariër Bart Groothuis, die mede aan de wieg stond van regelgeving zoals de FDI en al jaren waarschuwt voor China’s economische en digitale dreiging, kan zich wel in dat voorstel vinden. Ook hij vindt dat de EU nog dwingender stappen moet nemen om zichzelf te beschermen. ‘We moeten ons zelfbewuster opstellen. Dat Beijing zijn markt ooit gesloten hield toen het een opkomende economie was, is logisch. Maar in dit nieuwe tijdsgewricht zijn de rollen tussen China en Europa op veel gebieden omgedraaid.’
China-expert bij The Hague Centre for Strategic Studies, Ardi Bouwers, vindt eveneens dat de EU China assertiever mag aanspreken. ‘Beijing wil uitstralen dat het een betrouwbare handelspartner is en stabiliteit wil brengen. Dat de Chinese overproductie voor de Europese markt een destabiliserende factor is voor onze economie, mogen we best meer benadrukken.’
Stap terug
Groothuis vindt dat we moeten erkennen dat China op veel terreinen de technologische overhand heeft. ‘En dus moeten we een stap terug doen. De exposure van China is nu zo groot, met Chinese aanwezigheid in onze kritieke infrastructuur, dat we onze politieke soevereiniteit straks kwijtraken om zelfstandig beslissingen te nemen. Bovendien is Chinese economische samenwerking gericht op techtransfer naar China.’
Hij zou graag zien dat de EU Chinese bedrijven in strategische sectoren die zich in Europa willen vestigen, verplicht met een Europese onderneming een joint venture te laten opzetten, precies zoals Beijing dat buitenlandse bedrijven verplicht die naar China komen. ‘Chinese automakers openen hier allerlei fabrieken om onder de hogere importtarieven op elektrische auto’s uit te komen. Maar hoeveel Hongaren, Spanjaarden of Fransen denk je dat er werken in die fabrieken?’, vraagt hij retorisch.
Valérie Hoeks, sinoloog en strategisch adviseur voor hightech groeibedrijven in China, betwijfelt of het opwerpen van allerlei economische en samenwerkingsblokkades zal werken. Ze bepleit een omslag in het denken: ‘Als Europa denkt te kunnen ontkoppelen van het land, zullen we vooral concurrentievermogen verliezen. Europese bedrijven moeten niet meer naar China kijken als afzetmarkt, maar als innovatiehub, op wiens ecosysteem je aangehaakt moet blijven wil je technologisch blijven meetellen.’
Systeemrivaal
De Nederlandse overheid zit vooralsnog ook op deze lijn. D66-voorzitter Jan Paternotte en staatssecretaris van Defensie Derk Boswijk (destijds Kamerlid) pleitten begin vorig jaar in een nota voor een nieuwe China-strategie. De huidige strategie (2019) is drie jaar geleden iets aangepast, maar de initiatiefnemers vonden de basis hiervan flink ‘achterhaald’. ‘Steeds meer wordt door het kabinet erkend dat China zich laat gelden als systeemrivaal, maar eigenlijk is nog steeds niet duidelijk wat we eraan gaan doen.’
Toenmalig minister van Buitenlandse Zaken David van Weel antwoordde in oktober dat ‘China belangrijk blijft voor het innovatie- en verdienvermogen van Nederland en Europa als geheel’ en dat Nederland ‘pragmatisch moet zijn om de samenwerking met China te blijven zoeken’. Een nieuwe China-strategie vond Nederland niet nodig.
Groothuis is net terug van een trip naar Japan, waar volgens hem ‘veel meer urgentie’ wordt gevoeld over de economische monopoliepositie van China. Zo is Japan al jarenlang bezig met het verkleinen van zijn afhankelijkheid van China’s zeldzame aardmetalen, screent het leveranciers van kritieke infrastructuur (gas, water, elektriciteit, financiën) en geeft het subsidies aan elf essentiële producten (o.a. antibiotica, mest, chips, mineralen, gas, magneten, accu’s) om de toeleveringsketen te diversifiëren.
‘Ik kijk vaak naar welke nieuwe wetten Japan en Australië aannemen en onderzoek dan of we deze niet naar de EU kunnen vertalen’, zegt Groothuis. De Europarlementariër is dan ook voorstander van een ‘outbound investment screening’, een instrument dat deze landen en de VS al hebben om Europese investeringen in Chinese tech of kritieke grondstoffen te beperken.
Ook heeft Japan sinds kort een minister voor economische veiligheid, die zich onder meer bezighoudt met de bescherming van intellectueel eigendom, innovaties en strategieën tegen spionage en technologiediefstal. Een dergelijke ministerspost ziet hij in de EU nog niet zo snel verschijnen. Hoofdschuddend: ‘Wij hebben Huawei nog steeds als deelnemer in Horizon zitten, het innovatie- en onderzoeksprogramma van de EU dat gaat over gevoelige technologie. Von der Leyen beloofde het bedrijf eruit te gooien, maar dat is niet gebeurd.’
Marktverstorende onderzoeken EU
- 2016: antidumpingtarieven tot ruim 22% op koudgewalst roestvrij staal uit China.
- 2019: verdubbeling invoertarieven tot 36% voor Chinese exporteurs van keukenspullen wegens ontduiking van verplichte heffingen.
- 2021: antidumpingtarieven tot 19% op windturbinecomponenten.
- 2024: extra importheffingen tot ruim 36% op Chinese elektrische auto’s wegens staatssteun.
- 2024: inval bij kantoren van Nuctech, producent van o.a. douanescanners, in het kader van de Foreign Subsidy Regulation (FSR).
- 2025: antidumpingsonderzoek naar Chinese autobanden.
- 2025: antidumpingtarieven tot ruim 56% op Chinese glasvezelkabels.
- 2025: antidumpingtarieven tot ruim 35% op Chinese biodiesel.
- 2026: antidumpingtarieven tot ruim 110% op Chinees aluminium.
- 2026: onderzoek naar oneerlijke handelspraktijken in de windenergiesector, o.a. windturbinebouwer Goldwind, in het kader van FSR.
- 2026: antidumpingtarieven van 50% op staal boven de tariefvrije quota, die verlaagd worden met 47%.
Europa’s economische toolkit
- 2019: nieuwe regels voor screening van buitenlandse investeringen (FDI).
- 2021: bijgewerkte regels voor exportcontroles van goederen met militaire en civiele toepassingen (‘dual-use’).
- 2023: controle op staatssteun aan niet-Europese bedrijven bij overnames en aanbestedingen (FSR).
- 2023: tegenmaatregelen bij economische dwang door niet-Europese landen (ACI), ook wel de ‘handelsbazooka’ genoemd. Dreigde te worden ingezet tegen de heffingen van de VS.
- 2025: herziening van FDI; alle lidstaten nu verplicht tot invoering van een screeningsmechanisme.



