5 FEB, 2026 • Buitenland

Zo bepaalt China steeds vaker de regels van het geopolitieke spel

Van productiehub tot geopolitieke grootmacht: China breidt zijn bereik uit. In deze serie analyseren we ambities, machtsmiddelen en wat dit betekent voor Europa en Nederland.

China’s invloed groeit wereldwijd, versterkt door het APEC-voorzitterschap in 2026, het belangrijkste economische samenwerkingsverband rond de Stille Oceaan. Het voorzitterschap benadrukt de groeiende rol van Peking en de vraag voor Nederland en Europa: hoe ga je om met een grootmacht die steeds vaker de regels bepaalt?

Wie de Chinese eeuw wil begrijpen, moet verder durven kijken dan de cijfers van vandaag. Van zonnepanelen tot batterijen, van auto’s tot grondstoffen: China schrijft steeds vaker de regels voor waaraan de rest van de wereld zich moet voegen. En de invloed van Peking reikt verder dan alleen economische slagkracht. Met grote investeringen in ruimtevaart, medische wetenschap en hightechsectoren vergroot China zijn voorsprong op Europa steeds verder.

Van fabriek tot technologiereus

Al decennialang is China de fabriek van de wereld. Het grootste deel van onze consumentengoederen komt er vandaan: kleding, speelgoed, meubels, elektronica – bijna alles is made in China. Daarmee werd het land al bijna twintig jaar na de VS de grootste handelspartner van de EU, met een handelstekort van €305,8 miljard in 2024.

China artikel

De succesvolle Chinese auto-industrie kan Duitse autobouwers uit de markt drukken

Sinds 2023 is China bovendien voor zo’n 120 landen de belangrijkste handelspartner, waarmee het de VS voorbijstreeft. Volgens de Australische denktank Lowy Institute drijven inmiddels zo’n 145 landen meer handel met China dan met Amerika, een omslag die in slechts twintig jaar plaatsvond sinds de toetreding tot de WTO.

De hightechrace van Xi Jinping

Maar daar blijft het niet bij. In toenemende mate maakt China ook steeds hoogwaardiger producten in cruciale sectoren. Die ontwikkeling werd in gang gezet toen de Chinese president Xi Jinping in 2015 een strategisch plan en industriebeleid ontvouwde om de Chinese economie te moderniseren, met als doel de belangrijkste technologieën in eigen land te kunnen produceren. Miljarden renminbi’s zijn gestoken in hightechsectoren zoals de chipindustrie, robotica, AI, groene energie en een ruimtevaartprogramma.

En met resultaat. Tien jaar later is China hard op weg met het verwezenlijken van zijn ambities. Het land is bezig met een inhaalrace om zijn leger te moderniseren, bereidt zijn eerste bemande maanlanding voor en ontwikkelt AI-modellen die de Amerikaanse naar de kroon steken. Vorig jaar vroeg het land 1,8 miljoen patenten aan, ruim drie keer zoveel als de VS. Daarbij vraagt China vooral patenten aan voor machines en computertechnologie, en opvallend genoeg ook op agrarisch gebied, zoals plantenvariëteiten. Daarmee concurreert het direct met Nederland, dat hierna het land is met de meeste patentaanvragen in deze sector.

Het Westen heeft steeds minder instrumenten om tegenwicht te bieden aan de opmars van Peking

Weerstand uit het Westen

China’s opmars stuit steeds vaker op weerstand, met name van de Verenigde Staten. Amerika ontketende twee keer een handelsoorlog met Peking en kwam met een restrictief exportbeleid voor Amerikaanse hightech. Ook Europa verzet zich steeds meer tegen de marktdominantie en overproductie van China, die zijn eigen industrieën langzaam maar zeker verdringt en uitholt.

Wat eerder gebeurde met de Europese zonnepanelenindustrie, die door goedkope Chinese panelen uit de markt is gedrukt, dreigt nu te gebeuren met de Duitse auto-industrie. Volkswagen moest in december na 88 jaar voor het eerst een van zijn fabrieken sluiten. Het zijn met name de fors dalende autoverkopen in China, waar het bedrijf al jaren geen antwoord heeft op de succesvolle opmars van Chinese elektrische autobouwers, die de fabriek in Dresden de nekslag gaven.

Nederland en Europa in afhankelijkheid

Wat steeds duidelijker wordt, is dat het Westen niet zo heel veel instrumenten heeft om weerwerk te bieden aan Peking. Zowel voor onze energietransitie als onze digitale transformatie zijn wij inmiddels afhankelijk van China. Het land produceert 80 procent van alle zonnepanelen wereldwijd; driekwart van alle lithiumbatterijen in onze mobieltjes, laptops, elektrische auto’s en windmolens komt ervandaan.

Tachtig tot negentig procent van de zeldzame aardmetalen die nodig zijn als grondstof voor bijvoorbeeld elektronica zit in de Chinese bodem. En de exportrestricties die Peking vorig jaar op sommige van deze essentiële grondstoffen heeft ingevoerd, laten zien dat het land niet aarzelt gebruik te maken van de middelen die het tot zijn beschikking heeft.

Typerend voor China’s aanpak is dat het zijn industriebeleid de afgelopen tien jaar koppelde aan een actieve en expansieve buitenlandpolitiek. In Xi’s visie is de hegemonie van het Westen voorbij en is het tijd voor wat hij een alternatieve, ‘multipolaire’ wereldorde noemt.

Buitenlandse expansie en de Nieuwe Zijderoute

Het meest in het oog springende uitvloeisel van dat streven was de lancering in 2013, bij zijn aantreden, van het Nieuwe Zijderouteproject (Belt and Road Initiative, oftewel BRI), een gigantisch investerings- en ontwikkelingsproject om China via nieuwe handelsroutes met de rest van de wereld te verbinden.

Sindsdien stak Peking via de AIIB (Asian Infrastructure Investment Bank) en de China Development Bank, China’s tegenhangers van de Wereldbank, meer dan 1000 miljard dollar in de bouw van bruggen, havens, wegen, spoorlijnen en vliegvelden langs deze routes. Zo’n 150 landen hebben zich verbonden aan de BRI, zoals het in de volksmond heet; zelfs Nederland is via twee treinverbindingen die lopen van Eindhoven naar Hamburg aangesloten.

Het project is niet onomstreden. Wegens de hoge rentes op leningen kwamen al meerdere landen in schuldproblemen terecht. De BRI wordt daarom ook wel als ‘debt trap diplomacy’ bestempeld. Dat neemt niet weg dat China voorzag in een behoefte, met name op het Afrikaanse continent en in het mondiale Zuiden, waar de EU en de VS de laatste decennia juist minder zijn gaan investeren. Peking stelt bovendien geen eisen zoals democratisering of rechtstatelijke hervormingen, waar andere kredietverstrekkers dat wel doen.

Het succes van de BRI leidde ertoe dat China met naar schatting 500 miljard dollar in de afgelopen decennia is verworden tot de grootste geldschieter ter wereld en bijna evenveel leningen verstrekte als de Wereldbank en het IMF samen. Het exacte bedrag is niet bekend, blijkt uit gegevens van het Amerikaanse datalab AidData, dat gespecialiseerd is in China, Rusland en Amerika.

China is geen lid van de Club van Parijs, het gremium waarbinnen landen kredieten aan elkaar verstrekken, noch van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), waar bepaalde regels gelden voor rapportage over verstrekte leningen. En dus is Peking niet altijd transparant over bilaterale leningen.

Artikel china

China, de fabriek van de wereld: eindeloze containers in de haven van Qingdao

China als digitale macht

Maar het is niet alleen fysieke infrastructuur, energiecentrales en olieraffinaderijen die via de BRI worden aangelegd. Via de Nieuwe Zijderoute bouwt Peking ook aan de expansie van een digitale infrastructuur, zo blijkt uit een al jaren lopend dataonderzoek van het Australische onderzoeksinstituut ASPI. Onder de noemer Digital Silk Road leveren Chinese techreuzen als Huawei, ZTE en Hikvision aan tientallen landen telecommunicatieapparatuur, mobiele netwerken, surveillancecamera’s met gezichtsherkenning, cloudplatformen en datacenters. Daar zitten positieve kanten aan, in die zin dat minder ontwikkelde landen op die manier kunnen profiteren van China’s expertise. Maar het betekent ook dat China wereldwijd digitale standaarden en normen voor cybersecurity, privacy en controle exporteert. Zoals Britse onderzoekers van de Universiteit van Manchester vorig jaar schreven in een studie: ‘Er zijn zorgen dat China digitaal autoritarisme exporteert.’

Nieuwe multilaterale initiatieven

Andere manieren waarop China aan het vergroten van zijn invloedsfeer bouwt, zijn de lancering van allerlei multilaterale platformen in de afgelopen vijf jaar, zoals het Global Development Initiative (GDI), Global Security Initiative (GSI), Global Civilization Initiative (GCI), Global Governance Initiative (GGI) en, als laatste in de rij, het Global AI Governance Initiative.

De doelen van dit soort samenwerkingen zijn vaag en staan bol van de retoriek, met verklaringen over ‘voedselzekerheid, humaniteit, vreedzaamheid en soevereine gelijkwaardigheid’ en oplossingen waarin de ‘mens centraal’ staat. Kortom, waarden waar niemand tegen kan zijn.

Een alternatief voor de Westerse wereldorde

Deze constellaties geven China vooral de kans om zich aan de wereld te presenteren en te positioneren als een verantwoordelijke partner en als alternatief voor een wereldorde die niet alleen door Amerika wordt gedicteerd. In een podcast van de Duitse denktank Merics omschreef onderzoeker Manoj Kewalramani het als volgt: ‘Ontwikkelende landen zijn realistisch en houden hun eigen belangen in het oog. Maar in sommige elementen van China’s boodschap kunnen ze zich zeker vinden.’

Bedrijfsleven en ChinaVNO-NCW ontwikkelt actief beleid en strategieën gericht op China, bijvoorbeeld op het gebied van handelsmissies en diplomatieke betrekkingen. Daarnaast faciliteert de organisatie regelmatig uitwisselingen tussen het bedrijfsleven en de Nederlandse en Europese overheid en politiek, zodat kennis en ervaringen over China gedeeld worden. Ook onderhoudt VNO-NCW nauwe contacten met kennisinstellingen om inzicht te krijgen in economische, politieke en technologische ontwikkelingen in het land. Zo benadrukt de organisatie dat zowel het Nederlandse bedrijfsleven als beleidsmakers zich bewust moeten zijn van de kansen én de risico’s die voortkomen uit China’s groeiende wereldwijde invloed.

buitenlandse handel en investeringenchinainnovatie