28 APR, 2026 • Achtergrond
Hoe Peking naar het Westen kijkt
Hoe kijkt China naar het Westen? In de derde aflevering van onze serie De Eeuw van China onderzoeken we hoe Peking Europa ziet: als partner, maar ook als continent dat vaak de koers van de Verenigde Staten volgt.
China is in razend tempo uitgegroeid tot een bepalende macht in de wereldeconomie en internationale politiek. Terwijl China zijn invloed uitbreidt, worstelt Europa met de vraag hoe het zich tot deze grootmacht moet verhouden. Is Europa’s definiëring van China als ‘partner, concurrent en tegenstander’ nog wel van toepassing?
In deze serie biedt Forum inzicht in China’s strategie, geschiedenis, ambities en machtsmiddelen. We verkennen scenario’s en analyseren hoe Nederland zich kan positioneren in een wereldorde waarin het Westen niet langer de toon zet. Wie de Chinese eeuw wil begrijpen en erin wil overleven, moet verder durven kijken dan alleen vandaag. In deze derde aflevering: Hoe beziet China ons?
China: VS is de grote antagonist, Europa loopt aan leiband
In het Westen wordt China steeds meer gezien als een bedreiging: voor onze economie, onze politieke invloed en onze militaire veiligheid. Maar hoe ziet China het Westen? Wie beschouwt Peking als de grote concurrent van zijn strategische autonomie? ‘Veel Chinezen vinden dat Europa te veel aan de leiband loopt van de VS,’ zegt sinoloog Casper Wits. Voor een land dat op sommige technologische vlakken vooroploopt en dat we steeds vaker associëren met elektrische auto’s, dronebezorging, robotica en vliegende taxi’s, is het verleden altijd aanwezig. Dat zit niet alleen in de historische plekken die door het hele land te vinden zijn, maar vooral in het narratief dat de Chinese regering onvermoeibaar herhaalt.
Steeds terugkerende elementen daarin zijn de ‘duizenden jaren oude geschiedenis’ en de ‘Eeuw van Vernedering’ (1839-1945). In deze periode dwongen eerst de Britten tijdens de Opiumoorlogen en later Japan het land op de knieën. China moest decennialang ongunstige handelsvoorwaarden accepteren. Pas na WOII kwam hier een einde aan. Deze nederlaag zit diep in het collectieve geheugen van het land en de Communistische Partij.
Hieruit ontstond een wereldbeeld waarin China continu wordt belegerd door externe vijanden. In toespraken waarschuwt Xi Jinping vaak voor ‘zwarte zwaan’ en ‘grijze neushoorn’-gebeurtenissen: onverwachte crises met grote gevolgen. Een eenpartijstaat blijft immers altijd alert op het gevaar van regime change. Wat het Westen vaak ziet als de ‘opkomst van China’, wordt door Peking gezien als een logische terugkeer naar de rechtmatige plek onder de zon. ‘Waar wij geschiedenis zien als een pendulum of golfbeweging, ziet China zijn huidige ontwikkeling als een natuurlijke terugkeer,’ zegt Wits. ‘De Eeuw van Vernedering was slechts een klein hiaat in China’s duizenden jaren geschiedenis.’ Daarom spreekt Xi voortdurend over de ‘verjonging’ of wedergeboorte van de Chinese natie. Zijn ideologische gedachtegoed, vastgelegd in ‘Xi Jinping’s Visie op Socialisme met Chinese Kenmerken’, en zijn ‘Chinese Droom’ om in 2049 een moderne, machtige en welvarende natie te zijn, zijn overal aanwezig. ‘Het golft dagelijks over je heen in onderwijs en op social media. Alles wordt herschreven om in dit frame te passen,’ zegt Ardi Bouwers, China-expert. Deze partijpropaganda speelt effectief in op nationalistische gevoelens van de bevolking, die trots is op de prestaties van China in de afgelopen decennia. Bouwers: ‘Voor de gemiddelde Chinees is het moeilijk om iets anders te vinden, ook als je kritisch probeert te denken.’
VOC-mentaliteit
In Europa liggen verwijzingen naar het koloniale verleden gevoelig. Toen Jan Peter Balkenende in 2006 in de Kamer opriep tot meer durf en lef, viel dat slecht: ‘Laten we zeggen: Nederland kan het weer! Die VOC-mentaliteit, over grenzen heen kijken, dynamiek! Toch?’ Zijn opmerkingen stuitten op kritiek vanwege de Nederlandse rol in slavernij en geweld.
In Brussel wordt China tegenwoordig omschreven als tegelijk partner, concurrent en systeemrivaal. Die formulering moet uitdrukken dat Europa samenwerking zoekt op terreinen als handel, klimaat en wetenschap, maar tegelijk alert is op strategische afhankelijkheden en politieke tegenstellingen. In Peking wordt Europa echter anders bekeken. De grote strategische rivaal van China is de VS. Veel Chinese analisten zien de strijd tussen Washington en Peking als bepalend voor het internationale leiderschap; Europa speelt daarin vooral een bijrol. Amerika is in deze analyse het land dat de rest van de wereld zijn hegemonie wil opleggen en Koude Oorlogstactieken hanteert, terwijl China zich presenteert als een redelijk alternatief dat een multipolaire wereldorde nastreeft. Dat idee vindt weerklank in diverse autoritaire regimes in Afrika en Zuid-Amerika.
Europa verliest terrein en innovatiekracht, maar blijft economisch relevant voor China. ‘China blijft hopen dat Europa geïnteresseerd raakt in brede samenwerking, ook als strategisch partner,’ zegt Ingrid d’Hooghe, voormalig hoofd van het China Centre bij Instituut Clingendael. ‘Daarvoor ziet het nu mogelijkheden, nu Amerika onder Trump zich deels van ons lijkt af te keren.’ Toch is de houding van Peking tegenover de EU veranderd. D’Hooghe: ‘Veel Chinezen vinden dat Europa teveel aan de leiband loopt van de VS. Waar Chinese collega’s eerder beleefdheid veinsden als ik ze sprak, wordt dit nu hardop gezegd. Dat de EU zich na de eerste regering-Trump niet heeft afgekeerd van de VS, leidde tot verbazing en teleurstelling in China.’
Gebrek aan kennis over China
Volgens Bouwers is het grote verschil tussen China en de EU dat Peking goed weet wat het van ons wil. ‘China weet welke kennis het hier kan halen en zet daar zijn beleid op uit. Omgekeerd is dat veel minder het geval. Wij leiden hier Chinese PhD-studenten op, die met de opgedane kennis in China bedrijven opzetten of patenten registreren. Terwijl wij als wetenschappers al blij zijn als we weer eens een gastles mogen geven in China.’
China-kenners zien in Den Haag en Brussel soms een schrijnend gebrek aan kennis over China. ‘Chinese ambtenaren en politici doen hun huiswerk goed over elk land en bedrijf waar ze mee te maken hebben. Andersom is dat niet altijd het geval,’ zegt D’Hooghe. In Washington, voorafgaand aan de tweede Trump-regering, was er wel diepgaande kennis over China bij politici en academici. ‘Als China het Westen soms verwijt dat we China niet begrijpen, is dat natuurlijk een dooddoener. Maar er zit ook een kern van waarheid in, zeker waar het Europa betreft. Er wordt in Nederland elk jaar behoorlijk wat geld en energie gestoken in het opbouwen van kennis en onderzoek over China, maar het is ook aan politici en beleidsmakers om daar gebruik van te maken.’
De recente benoeming van Sjoerd Sjoerdsma als minister van Handel illustreert hoe gevoelig de relatie met China politiek kan liggen. In eerste instantie werd gespeculeerd dat Peking moeite zou kunnen hebben met zijn komst, mede gezien zijn eerdere kritische uitspraken over China. Inmiddels heeft de Chinese regering echter laten weten dat Sjoerdsma welkom is voor overleg. Dat onderstreept volgens kenners dat China in de praktijk vaak pragmatisch omgaat met politieke gevoeligheden. Half maart liet Peking bijvoorbeeld ook al weten dat het geen probleem is als de Amerikaanse minister Marco Rubio, sinds 2020 op China’s zwarte lijst, president Donald Trump zou begeleiden naar China. Ook Mikko Huotari, directeur van de Duitse China-denktank Mercator Institute for China Studies (MERICS), die in 2021 op de sanctielijst stond, bezocht China probleemloos. Wits ergert zich aan de kritiek op Sjoerdsma: ‘Dit is het zoveelste bewijs dat een serieus debat over China ontbreekt. Het gesprek gaat niet over hoe wij onhandig handelen, maar over hoe China onze relatie beïnvloedt. Peking gaat niet over ons personeelsbeleid. Het valt te prijzen dat we ons daar niets van aantrekken.’
China’s strategie in Europa (van de redactie)
China’s aanpak in Europa richt zich zowel op economische invloed als op toegang tot kennis en technologie. Zo heeft Peking de afgelopen jaren aanzienlijke investeringen gedaan in strategische sectoren, zoals de haven van Piraeus in Griekenland, telecommunicatiebedrijven in Duitsland en groene energieprojecten in Scandinavië. Nederlandse universiteiten en onderzoeksinstituten werken regelmatig samen met Chinese partners, bijvoorbeeld via gezamenlijke onderzoeksprogramma’s of PhD-uitwisselingen. Tegelijkertijd profiteren Chinese bedrijven van intellectueel eigendom en opgedane knowhow, waarmee ze hun technologische voorsprong versterken. Voor Nederlandse ondernemers betekent dit een mix van kansen en risico’s: toegang tot een snelgroeiende markt en geavanceerde kennis, maar ook blootstelling aan concurrentie en het risico dat innovaties snel naar China worden overgeheveld.


