12 MRT, 2026

De race om nieuwe plantenrassen

Nederland dreigt zijn voorsprong in plantenveredeling te verliezen. Hoe snel haalt China in, en wat betekent dat voor onze economie? in deel twee van De eeuw van China de race om nieuwe plantenrassen.

China is in razend tempo uitgegroeid tot een bepalende macht in de wereldeconomie en internationale politiek. Terwijl China zijn invloed uitbreidt, worstelt Europa met de vraag hoe het zich tot deze grootmacht moet verhouden. Is Europa’s definiëring van China als ‘partner, concurrent en tegenstander’ nog wel van toepassing? In deze serie biedt Forum inzicht in China’s strategie, geschiedenis, ambities en machtsmiddelen. We verkennen scenario’s en analyseren hoe Nederland zich kan positioneren in een wereldorde waarin het Westen niet langer de toon zet. Wie de Chinese eeuw wil begrijpen en erin wil overleven, moet verder durven kijken dan alleen vandaag. 

Nederlandse voorsprong onder druk 

Nu China wereldwijd op steeds meer terreinen zijn marktmacht vergroot, vormt dat ook een bedreiging voor de Nederlandse economie. In zijn recente rapport De route naar toekomstige welvaart wijst oud-ASML-topman Peter Wennink vier domeinen aan waarin Nederland moet investeren om strategisch weerbaar te blijven. Eén daarvan is plantenveredeling, een techniek om nieuwe rassen te kweken en ontwikkelen, waarin Nederland van oudsher toonaangevend is. Ook hier haalt China razendsnel zijn achterstand in. 

Met alle publieke aandacht voor ontwikkelingen op AI-gebied, verwikkelingen in de chipindustrie en langlopende dossiers zoals de uitbreiding van Schiphol, raakt de stem van de bloemen- en plantensector soms wat ondergesneeuwd. Terwijl deze sector van groot belang is voor de Nederlandse economie, zegt Richard Harrison, directeur van de Plant Sciences Group aan de Wageningen Universiteit, die verantwoordelijk is voor al het onderzoek op dit gebied: ‘Er werken in de tuinbouw alleen al iets van 22.000 bedrijven, die samen een veel grotere omzet hebben dan bijvoorbeeld ASML, dat natuurlijk veel meer belangstelling trekt omdat het één bedrijf is.’ 

De kiem voor het Nederlandse succes in het ontwikkelen van plantenrassen werd rond 1800 gelegd in West-Friesland. Handelaar Nanne Jansz. Groot begon zijn beste groentezaden te selecteren en te kruisen om zo de kwaliteit en opbrengst van zijn groenten te verbeteren. De Nederlandse kennis en steeds nieuwere technieken vonden al snel hun weg naar het buitenland. Anno 2026 vindt meer dan de helft van de groenten wereldwijd zijn oorsprong in het Nederlandse Seed Valley. 

China wist, na de mislukte landbouwcollectivisatie in de jaren ’60 die onder Mao Zedong tot enorme hongersnood leidde, via klassieke veredeling zijn landbouwopbrengsten te vergroten. Harrison zegt hierover: ‘Wat in China gebeurde, is niet anders dan wat overal ter wereld is gebeurd. Het land haalde zijn achterstand in en meer dan dat; het excelleert nu in sommige wetenschapsgebieden waar traditioneel Europa en de VS domineerden.’ 

Patentaanvragen en strategie 

China investeert al jaren fors in biotech en is sinds enkele jaren het land met het hoogste aantal patentaanvragen wereldwijd in plantenveredeling. In 2024 nam het land de helft van de totale plantenveredelingsaanvragen voor zijn rekening (15.806), gevolgd door Nederland (2.770). Daar valt wel een belangrijke kanttekening bij te plaatsen: verreweg de meeste Chinese patenten worden binnenlands geregistreerd, terwijl circa een derde van de Nederlandse patentaanvragen ook in het buitenland wordt ingediend. 

‘In China zijn veel veredelingspatenten vrij specifiek voor hun eigen land, gericht op hoge volumes van onder andere rijst en mais, of op klimaatbestendigheid,’ zegt Michiel Klompenhouwer, directeur van Plantum, de branchevereniging voor planten-, zaden- en toeleveringsbedrijven. Nederlandse bedrijven richten zich vaker op resistentie tegen plantenziekten en op marktbehoeften zoals smaak, gemak en houdbaarheid. Dit betekent dat deze rassen doorgaans wat minder complex zijn en sneller worden aangemeld voor een octrooi. 

‘De lat voor registratie ligt wat lager, ook omdat Chinese bedrijven van de Chinese overheid veel financiële steun krijgen voor een octrooiaanvraag, terwijl dan achteraf blijkt dat ze er misschien maar een paar gaan gebruiken. In Nederland vragen we alleen octrooi aan als we echt een uniek ras hebben.’ 

Rijk Zwaan, een van de grote groente- en fruitveredelingsbedrijven ter wereld, herkent dit. ‘Chinese plantenveredelingsbedrijven ontwikkelen zich snel. De Chinese overheid heeft het belang van plantenveredeling goed begrepen en beseft het belang van een goede bescherming en ondersteuning van intellectueel eigendom.’ Volgens Klompenhouwer is het een kwestie van tijd voordat de Chinezen ook met hoogwaardige groentenrassen op de markt komen die kunnen concurreren met Nederlandse komkommers en tomaten. 

‘Het is alle hens aan dek, en niet alleen in de chipindustrie. Dat is ook de reden dat veel van onze leden actief zijn in China en er verkoop- en distributiepunten hebben. Zo kunnen ze met eigen ogen de nieuwste ontwikkelingen volgen.’ 

Ondersteuning vanuit overheid en sector 

Zoals eerder opgemerkt, kunnen Chinese plantenveredelaars rekenen op aanzienlijke overheidssteun. Wat verwacht de sector van het nieuwe kabinet? Rijk Zwaan pleit onder meer voor het creëren van een ‘aantrekkelijk ondernemersklimaat’, een ‘stabiel overheidsbeleid’ en innovatiesteun. Harrison en Klompenhouwer sluiten zich aan bij het pleidooi in het Wennink-rapport voor minder regels en meer langjarige financiële steun. Klompenhouwer benadrukt: ‘Als sector moeten we de komende jaren het gebruik van bestrijdingsmiddelen versneld afbouwen, maar dat vergt ook meer veredelingskracht om resistentere gewassen te kunnen ontwikkelen.’ 

De Wageningen Universiteit was afgelopen november medeondertekenaar van een dringende oproep aan de regering om Nederland wereldwijd koploper te houden in voedselproductie. Onder de noemer Food 2040 stelden publieke en private organisaties een agenda op om te investeren in kennis, ondernemerschap, AI en robotica. Het manifest werd verwerkt als projectvoorstel in het rapport van Wennink. Harrison voegt toe: ‘Als je technologische vooruitgang wilt, heb je een continue instroom van talent en hooggekwalificeerde mensen nodig. Andere landen hebben dit beter begrepen dan wij. Het Vlaams Instituut voor Biotech in België, bijvoorbeeld, is jaren geleden opgericht om naast onderzoek hun innovaties te vermarkten. Dat is zeer succesvol gebleken. In Nederland komen we vaak niet zo ver.’ 

Kwekersrecht versus patentrecht 

In Nederland gaat men uit van het kwekersrecht: wie een nieuw ras heeft ontwikkeld, krijgt voor 25 tot 30 jaar het exclusieve verkooprecht, maar andere veredelaars mogen het ras gebruiken om verder te veredelen. Dit verschilt van patentrecht, waarbij zonder expliciete toestemming van de patenthouder niets mag worden gedaan. 

‘Het voordeel is dat je op die manier ook binnen korte tijd kunt komen tot een brede variëteit van plantenrassen met bijvoorbeeld een bepaalde resistentie,’ legt Klompenhouwer uit. ‘You win some, you lose some.’ Internationaal houden de meeste landen zich aan de richtlijnen van de Internationale Conventie voor de Bescherming van Nieuwe Plantenvariëteiten (UPOV), die uitgaat van soortgelijke principes. Toch rijst de vraag of een ‘open’ systeem houdbaar blijft, gezien de stappen die China maakt. 

Harrison: ‘Als we de grote uitdagingen in de wereld, zoals klimaatontwikkeling, willen oplossen en bijdragen aan duurzame landbouwsystemen, moeten we samenwerken met China in een wederkerige relatie. Dat wil niet zeggen dat er altijd een groeiend bewustzijn is dat je ook je eigen business moet beschermen en voorzichtig moet zijn met welke kennis je deelt.’ 

Nieuwe technieken en internationale ontwikkelingen 

Klompenhouwer benadrukt dat Nederlandse leden jaarlijks zo’n €600 miljoen investeren in R&D en daarom behoedzaam zijn met wat ze delen. Positief is dat China buitenlandse veredelaars in rechtszaken vaker in het gelijk stelt bij een inbreuk op hun IP, wat vertrouwen wekt. 

De sector heeft ook stevig gelobbyd voor de goedkeuring van nieuwe veredelingstechnieken (NGT), zoals CRISPR-Cas, waarmee genetische veranderingen kunnen worden aangebracht die ook in de natuur voorkomen. In China mag dit al, en er zijn rijstvarianten geïntroduceerd die de oogsten flink hebben verhoogd. Zelfs genetische modificatie (GMO), waarbij plantenrassen een verandering ondergaan die niet in de natuur voorkomt, is toegestaan. 

Klompenhouwer: ‘Dat is voor ons een brug te ver, maar het andere gereedschap kunnen benutten is cruciaal om onze concurrentiepositie te behouden.’ De Europese Commissie gaf eind december groen licht voor nieuwe wetgeving hierover; het Europees Parlement zal er dit voorjaar naar verwachting mee instemmen. Daarna moet het nog op lidstaatniveau worden ingevoerd, wat opnieuw enkele jaren kan duren. Klompenhouwer sluit af: ‘Hopelijk voeren we tegen die tijd geen achterhoedegevecht.’ 

 

chinaeuropainnovatielandbouwpatenten