Miljoenennota 2020: de beste en slechtste plannen voor ondernemers

Moeten ondernemers nu blij zijn met de plannen die minister Wopke Hoekstra op Prinsjesdag uit zijn koffertje toverde of juist niet? Een beetje van allebei waarschijnlijk. Opinieblad Forum zet de belangrijkste hoogte- én dieptepunten op een rijtje. En de risico's die in 2020 ook nog roet in het eten kunnen gooien.

 

Dit zijn de hoogtepunten voor ondernemers

1# We gaan weer investeren

 

Ondernemers roepen het al jaren. Als we ons land welvarend willen houden; als we niet weggeconcurreerd willen worden door de Chinezen; als we in de toekomst genoeg geld voor zorg en onderwijs en sociale zekerheid willen overhouden, dan zit er maar één ding op: investeren. Niet de taart blijven herverdelen, maar de taart groter maken, zoals minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat de dag voor Prinsjesdag in het AD toelichtte: 'De springvorm deugt niet'. 

Het beste nieuws uit de Miljoenennota van dit jaar is dan ook dat het kabinet aankondigt de mogelijkheden voor een investeringsfonds te gaan verkennen. Fijn dat de boodschap van ondernemers is overgekomen, want een beter moment is er niet. Er is een overschot op de begroting en de staatsschuld loopt terug tot vér onder de Europese begrotingsnorm. Het minder snel afbouwen van de staatsschuld door het benutten van de overschotten is de meest voor de hand liggende manier om investeringen in bijvoorbeeld infrastructuur en nieuwe technologie te financieren. Lenen is ook nog nooit zo goedkoop geweest voor de staat. Sterker nog, sinds de rente op de kapitaalmarkt negatief werd, verdient de overheid aan de uitgifte van nieuwe staatsobligaties.

 

'Iets meer ambitie kan geen kwaad'

 

Jammer dus dat het kabinet nog zo voorzichtig kiest voor 'het verkennen van de mogelijkheden'. Iets meer ambitie kan geen kwaad. Niet te lang blijven verkennen dus, maar snel aan de slag. Het is ook zaak dat het kabinet goed afbakent welke investeringen in aanmerking komen voor het fonds en de middelen zo inzet dat ze ook private investeringen aanjagen.

Daarnaast komt er ook een fonds van maximaal een miljard om gemeenten te verleiden nieuwe nieuwbouwprojecten te starten, zo bleek gisteren uit de plannen voor Prinsjesdag. Woningcorporaties krijgen bovendien voor een miljard aan fiscale kortingen als ze nieuwbouw plegen. Corporaties die overgaan tot nieuwbouw kunnen de komende tien jaar een (nieuwe) korting krijgen van in totaal een miljard op de verhuurdersheffing – gemiddeld 100 miljoen per jaar.

 

#2 Kabinet maakt (eindelijk) werk van de wig

 

Het is een frustratie die bij veel werknemers leeft: de economie draait op volle toeren maar waarom merk je daar zo weinig van in de portemonnee? Het kabinet was de afgelopen jaren telkens snel met het wijzen naar het bedrijfsleven. Die zou de lonen sneller moeten laten stijgen. Ondertussen was het echter de overheid die een steeds groter deel van het loonzakje achterover drukte.

Inmiddels ligt de gemiddelde contractloonstijging dit jaar al boven de 3 procent, een stuk hoger dan waar het kabinet eerder van uitging. En dat is dan nog zónder de incidentele loonstijgingen in de vorm van een loonsverhoging of periodiek. Hoogste tijd dus dat het kabinet ook zijn aandeel levert in de vorm van lastenverlichtingen. Dat gebeurt ook. De verlaging van de inkomstenbelasting wordt versneld waardoor we al in 2020 naar twee schijven in plaats van de huidige vier toe gaan. Tot een inkomen van 68.507 euro geldt een tarief van 37,35 procent. Daarboven geldt vanaf 2020 een tarief van 49,5 procent. Ook gaan de algemene heffingskorting, de arbeidskorting en de ouderenkorting omhoog. Het gevolg zal zijn dat de consument daadwerkelijk meer te besteden gaat krijgen. Dat is goed nieuws voor bedrijven die het moeten hebben van de binnenlandse bestedingen.

 

Dit zijn de dieptepunten voor ondernemers

#1 Overheid voert jo-jo-beleid als het gaat om belastingen

 

Het is goed nieuws dat het kabinet werk maakt van het verlagen van de lasten voor burgers, maar het bedrijfsleven komt er minder goed vanaf. De verlaging van de vennootschapsbelasting (vpb) in de eerste schijf naar 16,5 procent in 2020 en 15 procent in 2021 is een goede stap voor kleine ondernemers. Daar staat echter tegenover dat de lastenverlichting in de tweede schijf van de vpb tegen de afspraken van het regeerakkoord in níet omlaag gaat, maar op 25 procent blijft staan. In 2021 gaat het tarief naar 21,7 procent; eerder was besloten dat het tarief naar 20,5 procent zou gaan.

Dit fiscale gejojo is slecht voor het vertrouwen, aangezien ondernemers zekerheid nodig hebben om te kunnen investeren. Bovendien is het met deze rijksbegroting ook onnodig. Dit raakt tienduizenden middelgrote familiebedrijven, terwijl de lasten voor bedrijven deze kabinetsperiode al met 5 miljard oplopen.

 

'Geen vpb-verlaging, dan ook geen box 2-verhoging'

 

Logisch zou zijn dat – nu de verlaging van de winstbelasting niet doorgaat – ook de verhoging van het tarief van de inkomstenbelasting in box 2 voor directeur-grootaandeelhouders zou worden uitgesteld. Deze gaat in de plannen van het kabinet namelijk per 2020 omhoog van 25 naar 26,25 procent en in 2021 naar 26,9 procent.

Ook slecht nieuws is de inperking van de zelfstandigenaftrek. Al bekend was dat die stapsgewijs wordt afgebouwd tot het tarief van de eerste schijf in de inkomstenbelasting (37,1 procent). Daar bovenop komt nu het besluit om de hoogte van de zelfstandigenaftrek met acht stappen van 250 euro en één stap van 280 euro te verlagen naar 5.000 euro in 2028. Dit raakt hardwerkende kleine ondernemers met bijvoorbeeld een eenmanszaak of vof, terwijl die maatregel is bedoeld om schijnzelfstandigheid aan te pakken.

 

#2 Ons vestigingsklimaat verslechtert

 

'Het woord ‘vestigingsklimaat’ vinden we vies', zei EZK-minister Eric Wiebes deze week in het AD. Het stoort Wiebes dat veel mensen negatiever zijn gaan denken over het bedrijfsleven. Zelfs binnen zijn eigen VVD. 'De waardering voor bedrijven is klein.' Volgens de minister moeten we echt weer met meer liefde spreken over vestigingsklimaat. 'Want zo’n woord betekent niets anders dan dat bedrijven bereid zijn om in ons land meerwaarde te creëren, om onze welvaart te vergroten.'

Met zijn – terechte – zendingswerk kan Wiebes dicht bij huis beginnen. Zo kan het kabinetsplan om de mogelijkheid om verliezen af te trekken van de winst (de verliesrekening in de winstbelasting) in te perken effect hebben op onze positie als Nederland handelsland. Andere landen hebben immers niet voor niets ook dit soort regelingen. Niet alleen grote multinationals maar ook kleinere bedrijven worden hierdoor geraakt.

Het vestigings- en ondernemingsklimaat wordt ook getroffen door de verhoging van het tarief in de innovatiebox (voor de winst uit innovaties) van 7 naar 9 procent. Dit terwijl deze vorig jaar ook al met 2 procentpunten was gestegen. Deze box is bedoeld om innovatieve activiteiten te stimuleren. Deze nieuwe verhoging staat dan ook op gespannen voet met de doelstelling om R&D-uitgaven in Nederland te vergroten.

 

Dit zijn de grootste nationale en internationale onzekerheden voor ondernemers

 

Het kabinet heeft er maar beperkt invloed op, maar toch maken veel ondernemers zich er terecht grote zorgen over: de internationale risico’s die de Nederlandse economie negatief kunnen beïnvloeden. Zo hangt er nog steeds een no-deal Brexit boven de markt, evenals een verdere escalatie van het Amerikaans-Chinese handelsconflict. Ook de economie in Duitsland laat een serieuze vertraging zien.

Daarnaast kunnen de stikstof-impasse en een aantal klimaatmaatregelen serieuze gevolgen hebben in belangrijke economische sectoren. Zo bestaan er zorgen over de extra lasten voor mkb-ondernemers en is het behoud van de concurrentiepositie van de internationaal opererende energie-intensieve industrie en de agroketens belangrijk. Ook heeft het kabinet besloten dat bedrijven een groter aandeel van de energiebelasting (de opslag voor duurzame energie) moeten gaan betalen. In plaats van 50 procent gaat het aandeel voor bedrijven naar 66 procent.

Al deze onzekerheden vragen om een vooruitziende blik van het kabinet. Om de Nederlandse economie stormvast te maken. Om te werken aan een beter ondernemingsklimaat. En om te starten met de projecten van de toekomst. Juist deze rijksbegroting en de lage rente bieden mogelijkheden om Nederland richting te geven.