Loonstijging voor de helft naar overheid

31-03-2018

door VNO-NCW-voorzitter Hans de Boer. Gepubliceerd in de Telegraaf van 31 maart 2018.

 

De lonen lopen op. Gemiddeld stijgen de cao-lonen dit jaar naar verwachting met 2,2% en in 2019 met 3,2%. En dit is zonder de stijging die u incasseert als u een (nieuwe) baan vindt. En ook zonder extra periodieken of andere extra beloningen die veel mensen krijgen. Ook het uurtarief van zzp'ers steeg vorig jaar gemiddeld al weer 7%!

 

Goed nieuws, omdat iedereen zo meedeelt in de groei. Het is ook fijn voor veel ondernemers, met name in mkb, want mensen krijgen weer meer te besteden. Maar vergeet niet: het kan niet overal. Zo zijn sommige offshorebedrijven door de lagere olieprijs nog aan het reorganiseren en ook winkelstraten veranderen drastisch door het internet. Elk bedrijf is weer anders. Maar gemiddeld gaan we er gelukkig (bruto) weer op vooruit met de hoogste loonstijgingen sinds de crisis.

 

Heeft het te lang geduurd voordat de lonen weer gingen stijgen? Zou het sneller moeten? Vaak wordt gezegd 'de winsten klotsen weer tegen de plinten en de lonen blijven achter'. De werkelijkheid is dat winsten enorm fluctueren en lang niet altijd in Nederland worden gerealiseerd. Ook stijgen lonen vaak door als gevolg van de cao-afspraken, terwijl de winsten al weer dalen. Het omgekeerde komt dus ook voor. Zo stegen de cao-lonen de eerste jaren van de crisis (met een krimp van 4% in 2009!) nog fors. Het systeem van collectieve arbeidsovereenkomsten heeft dus een zekere vertraging in zich. Daarom zeggen wij werkgevers altijd: 'maak een strikt onderscheid tussen cao-loonstijging en de loonstijging daar bovenop (de incidentele loonstijging)'. De contractlonen moet je gematigd houden, opdat er meer ruimte is voor het 'mee-ademen' met de economie via maatwerk en dat is precies wat er nu dus gebeurt.

'Nu nog zorgen dat de mensen het in de portemonnee merken'

Bedrijven leveren dus hun deel. Het echte probleem is alleen dat van één euro loonstijging van uw werkgever, er veelal meer dan een halve euro naar de overheid gaat. Netto blijft vaak maar 30, 40 of 50 cent over. Meer werken of meer verdienen levert weinig op. Daardoor werken we ook weinig uren, iets dat zich extra wreekt nu de arbeidsmarkt zo krap is.

 

De belastingdruk is sinds 2009 sterk opgelopen en stijgt zelfs nog verder. Gemiddeld zijn we per werkende Nederlander netto 2.800 euro per jaar extra gaan betalen. Het belangrijkste vraagstuk is dus wat mij betreft hoe we zorgen dat werken netto meer loont en mensen de loonstijgingen sneller in de portemonnee merken. Dat kan door te werken met andere beloningsvormen, door het aannemen van mensen veel aantrekkelijker te maken en vooral door de aangekondigde belastingverlagingen naar voren te halen. Pas dan merken mensen echt het verschil in hun portemonnee van de hogere lonen.