20 OKT, 2026 • Opinie
Haroon Sheikh: 'Bepaal positie ten aanzien van China'
Wat moet Nederland doen als bescherming van de Europese industrie sommige Nederlandse bedrijven helpt, maar andere juist schaadt? Die vraag wordt steeds urgenter nu China niet langer alleen goedkope goederen exporteert, maar steeds vaker rechtstreeks concurreert met Europese bedrijven in hoogwaardige industrieën.
Ursula von der Leyen sprak in haar State of the Union over China Shock 2.0. Geen toekomstscenario, stelde ze, maar dagelijkse realiteit. De EU heeft inmiddels dagelijks een handelstekort met China van circa een miljard dollar. Voor elke container die naar China gaat, komen er zes terug.
De eerste China Shock volgde na de toetreding van China tot de Wereldhandelsorganisatie in 2001. China exporteerde vooral goedkope goederen. Europa profiteerde daar aanvankelijk juist van: consumenten kregen toegang tot goedkope producten, Europese bedrijven konden meer naar China exporteren en de groeiende Chinese economie creëerde een grote markt voor Europese industriële goederen. China Shock 2.0 is anders. China exporteert steeds meer hoogwaardige producten die rechtstreeks concurreren met Europese bedrijven: elektrische auto’s, zonnepanelen, batterijen en andere industriële technologie. Daarmee raakt de concurrentie steeds meer aan het hart van de Europese industrie.
De WRR beschreef onlangs in Strategisch handelen hoe afhankelijk Europa is geworden van andere economische grootmachten. We zijn sterk afhankelijk van de VS voor digitale technologie en van China voor een breed scala aan goederen en grondstoffen. Tegelijkertijd zijn de innovatie-ecosystemen in de VS en China op onderdelen sterker dan het onze. Zij zijn beter in staat nieuwe technologieën snel naar de markt te brengen en op te schalen.
Daar kunnen we van leren. Nederland en Europa moeten meer investeren in innovatie en productiviteit en beter kijken naar de hele keten achter technologie, van grondstoffen en productie tot onderzoek en toepassing. Het opzetten van de Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI) is daar een voorbeeld van.
Maar daarmee zijn we er niet. Chinese bedrijven zijn niet alleen innovatief. Ze opereren ook in een systeem waarin de overheid een grote rol speelt. De binnenlandse vraag wordt laag gehouden, bedrijven ontvangen directe en indirecte staatssteun en de wisselkoers wordt actief gestuurd. Het Franse Haut-commissariat à la Stratégie et au Plan schat dat de structurele kostenvoordelen van Chinese bedrijven kunnen oplopen tot 30 à 40 procent. Ook de OESO wijst op de invloed van staatssteun: die kan een groot deel van de recente marktaandeelwinst van Chinese bedrijven verklaren.
Een verschil van die omvang loop je niet simpelweg in met een paar procent extra productiviteitsgroei. Daarom is het logisch dat de WRR niet alleen pleit voor versterking van ons innovatievermogen, maar ook voor een herbezinning op het handelsbeleid.
Als China de scheefgroei niet adresseert, zal Europa zelf maatregelen moeten overwegen. Daarover wordt momenteel met China gesproken. Als die gesprekken onvoldoende resultaat opleveren, komen ook instrumenten in beeld die tot voor kort nauwelijks bespreekbaar waren, zoals importtarieven en strengere importrestricties.
En daar begint het ingewikkelde gesprek voor Nederlandse bedrijven. Dé Nederlandse positie ten opzichte van China bestaat niet. Sommige bedrijven worden rechtstreeks weggeconcurreerd door Chinese producenten en hebben belang bij een steviger Europees handelsbeleid. Andere zijn juist sterk afhankelijk van de Chinese markt. Weer andere importeren producten, onderdelen of halffabrikaten uit China en krijgen te maken met hogere kosten als Europa tarieven invoert.
En bedrijven die inmiddels een belangrijk deel van hun R&D of productie in China hebben, zijn juist terughoudend met handelsbarrières. Een maatregel die het ene Nederlandse bedrijf beschermt, kan het andere bedrijf dus raken. Winst op korte termijn kan bovendien het verdienvermogen op langere termijn ondermijnen.
Haroon Sheikh is bijzonder hoogleraar Filosofie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en senior onderzoeker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. In Forum deelt hij zijn visie op geopolitiek, veiligheid, economie en de grote maatschappelijke opgaven die Nederland en Europa de komende decennia zullen vormgeven.



