13 OKT, 2026 • Achtergrond

Humanoid robots: is de arbeidsmarkt er klaar voor?

Humanoïde robots kunnen personeelstekorten en productiviteit aanpakken, maar technologie alleen is niet genoeg. 

Stel je voor: robots in menselijke gedaantes die helpen in de zorg, orders picken of werken in de bouw. Het lijkt futuristisch, maar de ontwikkeling van humanoïde robots gaat snel. Hebben humanoids een antwoord op vergrijzing, een krappe arbeidsmarkt en stagnerende arbeidsproductiviteit? En hoe werken mens en machine optimaal samen? 

De verwachtingen rondom humanoïde robots zijn hooggespannen. Massaal de werkvloer betreden doen ze nog niet. Toch trekt de markt voor menselijke robots miljardeninvesteringen. Bij een recente beursgang steeg het aandeel van de Chinese humanoïde robotmaker Unitree met ruim 600 procent, schrijft BNR. De Amerikaanse zakenbank JPMorgan voorspelt dat de wereldwijde markt voor humanoids in 2035 goed is voor 300 miljard dollar. Ter vergelijking: in 2025 lag de waarde op 2 miljard dollar. 

Wat maakt de vooruitzichten zo rooskleurig? Volgens Anna Salomons, hoogleraar automatisering en arbeidsmarkt, heeft het alles te maken met AI. ‘Eerder was het zo dat je alle mogelijke scenario’s voor een robot moest voorprogrammeren.’ In voorspelbare situaties is dat prima. Denk aan een fabriek waar auto’s in elkaar worden gezet. ‘Zo’n robot staat op een vaste plek, waar een specifiek onderdeel op hetzelfde punt wordt geleverd. Een element, bijvoorbeeld een deur, ziet er altijd hetzelfde uit en wordt op een standaard manier gemonteerd. Het proces is afgebakend en overzichtelijk.’  

Combineer robotica met AI en er is veel meer mogelijk. ‘Robots kunnen de omgeving waarnemen en zich aanpassen aan de omstandigheden. Dat betekent veel meer flexibiliteit dan een robot die alleen voorgeprogrammeerde dingen kan doen. Physical AI is een gamechanger.’

Robots die op mensen lijken 

De belofte van humanoïde robots is dat ze menselijke arbeid op grote schaal overnemen. Omdat ze kunnen werken in bestaande omgevingen die voor mensen zijn ontworpen, is het potentieel groot. Bij het Humanoid Application Center (HAC) in Schiedam worden humanoïden getraind zodat ze werk voor bedrijven kunnen verrichten. ‘Met bouwbedrijf Dura Vermeer werken we bijvoorbeeld aan een humanoïde robot die straten legt’, licht medeoprichter Evert Jaap Lugt toe. ‘Het zou goed kunnen dat de ideale robot om straten te leggen niet twee, maar vier handen heeft. Of dat benen worden vervangen door rupsbanden om gemakkelijk door het zand te manoeuvreren.’ Is een robot op wielen nog steeds een humanoïde robot? ‘Zeker’, zegt Lugt. ‘In vaktermen noemen we dat een hybride humanoïde.’ 

Salomons betwijfelt in hoeverre een robot op een mens moet lijken. ‘Het idee dat we een mens na moeten bootsen, vind ik een rare manier van denken. Een robotstofzuiger doet prima werk. Die zou ik niet in de vorm van een mens willen hebben.’ 

De arbeidsmarkt op 

In sectoren met veel vraag en weinig personeel kunnen robots verlichting bieden. Voorbeelden zijn de logistiek en de bouw. De grote hoop is dat robots straks ook zorgtaken uit handen kunnen nemen, bijvoorbeeld in verzorgings- en ziekenhuizen. Salomons: ‘De druk op de zorg is enorm en neemt nog altijd toe door vergrijzing en medische vooruitgang. We kunnen steeds meer behandelen en dat vergroot de vraag. Robotisering kan helpen de zorg toegankelijk en betaalbaar te houden.’ Ook AI kan hier een rol in spelen, bijvoorbeeld door eerder diagnoses te stellen of sneller medicijnen te ontwikkelen.

In de praktijk kloppen diverse bedrijven aan bij het robotcentrum in Schiedam. ‘In alle sectoren is interesse in humanoïde robots, want overal zijn arbeidstekorten’, aldus Lugt. ‘Daarnaast kunnen humanoids werk overnemen dat wij simpelweg niet willen doen, zoals in slachthuizen en kassen. In plaats van arbeidsmigranten uit Bulgarije kunnen we op termijn menselijke machines inzetten.’ 

Een robot van Unitree demonstreert het plukken van fruit in de tentoonstellingshal van het Nationaal Proefcentrum voor Toepassingen van Embodied AI in Hangzhou, China

Boost voor de arbeidsproductiviteit  

Het idee is dat de inzet van technologie leidt tot een hogere arbeidsproductiviteit. Kunnen humanoïde robots daaraan bijdragen? Lugt is ervan overtuigd. ‘10.000 procent. Zowel de robot zelf als het robotbrein wordt steeds beter, waardoor we straks elk proces kunnen robotiseren en automatiseren.’ Een groot voordeel is dat robots anders dan mensen 24 uur per dag kunnen werken. ‘Ze kunnen ‘s nachts gewoon door en worden nooit ziek of moe.’  
Sommige usecases liggen ver in de toekomst, geeft hij toe. ‘Het gaat wel even duren voordat een menselijke robot bijvoorbeeld als installateur werkt en allerlei handelingen kan doen bij mensen thuis. Cognitief moet zo’n bot heel goed zijn en dan zijn we zo jaren verder.’ Andere dingen kunnen al snel. ‘Binnen anderhalf jaar kunnen humanoids orders picken of werkzaamheden uitvoeren in de bouw.’ 

Hoogleraar Salomons gelooft ook dat robots de productiviteit een boost kunnen geven. ‘Maar op welke termijn dat gebeurt, is onzeker. Er zijn voorspellingen die zeggen dat de arbeidsproductiviteit gaat exploderen binnen drie jaar. Daar ben ik sceptisch over.’ Bovendien maakt het uit in welke vakgebieden technologie wordt ingezet. ‘De grootste achterlopers qua productiviteit zijn de dienstensectoren, de overheid en de gezondheidszorg. Als je daar robots kan inzetten, heeft dat zeker effect.’ 

Dat is niet van vandaag op morgen geregeld. Zeker niet in de zorg, een sector met veel kwaliteitseisen en regels rondom privacy. ‘Wetgeving moet worden aangepast, we moeten uitzoeken hoe het zit met patiëntveiligheid en wat het doet met de kwaliteit van de zorg’, somt Salomons op. ‘Dat kost tijd, maar neemt niet weg dat robotisering ten goede kan komen van de arbeidsproductiviteit in zorginstellingen.’ 

Loont investeren in robotica al?

Robotica kan dus veel opleveren. Tegelijkertijd vraagt het ook om de nodige investeringen. Waar iedereen vooralsnog gratis kan experimenteren met taalmodellen zoals ChatGPT, is dat bij fysieke robots anders. Die zijn een stuk kostbaarder en minder toegankelijk. De vraag is dan ook in hoeverre het voor bedrijven rendabel is om robots in te zetten. Volgens Lugt verschilt dat per situatie. Zo werkt het robotcentrum in Schiedam samen met een partij gespecialiseerd in windmolens op zee. ‘Op het moment dat er onderhoud nodig is aan een turbine, gaan monteurs daar per helikopter naartoe. Dat is heel duur. Humanoïde robots zijn ook kostbaar, maar dalen in prijs wanneer de productie toeneemt. Over een paar jaar zullen ze misschien 10 á 15.000 euro kosten. Het is goed voor te stellen dat elke windturbine straks zijn eigen robot heeft die op afstand wordt aangestuurd. Dat is goedkoper dan mensen op en neer vliegen.’ 

Robots trainen 

Naast geld is veel data nodig om robots effectief aan het werk te zetten. In Schiedam ‘leren’ humanoïde robots welke bewegingen ze moeten doen door ze vaak voor te doen. Dat gebeurt met een VR-bril of handschoenen met datapoints.  

Er is nu veel interesse in het aankopen van gamessimulaties, weet Salomons. ‘Generatieve AI is getraind op het internet en online is ontzettend veel informatie beschikbaar. Wil je robots trainen, dan moet dat met data in de fysieke wereld. Het is nuttig om te zien hoe mensen door games bewegen. Robots kunnen daarvan leren.’ 

De robot kan het, maar willen werknemers het ook?

Dan is er nog het sociale aspect. Want een technologie kan nog zo geavanceerd zijn. Als mensen het niet gebruiken, is het niks waard. De vraag is dus niet alleen wat robots technisch kunnen, maar hoe bedrijven de samenwerking tussen mens en machine vormgeven. ‘De organisatiedynamiek is vaak lastiger en langzamer dan de technologie zelf’, weet Salomons. ‘Stel: je bent een ziekenhuisdirecteur en zet vol in op robotica. Ondertussen nemen artsen en verpleegkundigen ontslag omdat ze het vreselijk vinden om met die robots te werken. Dan ben je uiteindelijk slechter af.’ Ze verwacht dan ook niet dat mensen binnen afzienbare tijd worden vervangen door robots. ‘De angst bestaat dat robots straks volledig onze banen overnemen. Zo zwart-wit is het helemaal niet. In veel gevallen zullen robots slechts een deel van de taken overnemen.’ 

Het is aan bedrijven hoe ze die samenwerking tussen mens en machine gaan vormgeven. Maar dat directeuren en besturen hierop moeten anticiperen, staat volgens Lugt vast. Volgens hem is dit hét moment om te leren. ‘Hoe werken robots eigenlijk? Wat kunnen ze en wat nog niet? Hoe creëer je adoptie in het bedrijf? Als je pas gaat beginnen wanneer humanoïde robots daadwerkelijk de arbeidsmarkt betreden, ben je te laat.’ 

Werknemers uit China 

De nieuwe generatie werknemers komt grotendeels uit China. Het land is verantwoordelijk voor meer dan 80 procent van de wereldwijde productie van humanoïde robots. In het kader van soevereiniteit is dat geen goed voorteken. Lugt: ‘China levert de hardware, maar het brein van een humanoid is hartstikke Amerikaans. Als Europa doen we helemaal niet mee met deze nieuwe industrie. We lopen hopeloos achter.’  
De enige kans die nog rest, zit ‘m volgens Lugt in adoptie. ‘Hoe kunnen we BV Nederland zo snel mogelijk productiviteitsverhogend krijgen door de inzet van deze technologie? Zodat we in kassen met minder personeel meer kunnen oogsten en mensen in de zorg sneller geholpen zijn. In ons centrum werken we aan antwoorden.’ 

‘Het is niet zo dat Nederland helemaal stil staat op dit vlak’, vult Salomons aan. ‘We hebben ASML en goede universiteiten die zich bezighouden met deze technologie, bijvoorbeeld in Eindhoven en Delft.’ Toch zijn investeringen hard nodig. ‘Al is het maar omdat robots uit China of Amerika wellicht helemaal niet voldoen aan Europese wetten, denk aan de AI Act. Dan mogen we die humanoids niet eens gebruiken en zullen we die robotica wellicht zelf moeten ontwikkelen.’ 

Taak voor de overheid 

Daar ligt een belangrijke taak voor de overheid. Salomons: ‘Het idee is vaak dat de overheid innovatie afremt, maar dat klopt niet. In veel innovaties van de laatste decennia hebben overheden een rol gespeeld, denk aan het internet en gezichtsherkenning. Ook wetenschappelijk onderzoek naar die toepassingen is bekostigd met publiek geld.’ De snelle opkomst van menselijke robotica vraagt volgens de hoogleraar om een overheid die kaders schept. ‘Anders is er geen markt voor en stappen organisaties niet in. Een bedrijf gaat geen robot bouwen voor de zorg als die misschien niet gebruikt mag worden. Het is aan de overheid om een snelgroeiende markt te faciliteren en in goede banen te leiden.’  

Lugt zou daarbij meer ondernemers in overheidsinitiatieven willen zien. ‘Nederland kent een grote faciliterende industrie die start- en scaleups ondersteunt. Tegelijkertijd ontbreekt het veel mensen die daar werken aan eigen ondernemerservaring. Wat mij betreft zou bij de verdeling van overheidsgeld veel meer praktijkervaring uit het ondernemerschap betrokken moeten zijn. We moeten Nederlandse techondernemers of überhaupt ondernemers betrekken in het politieke spectrum.’  Het nieuwe innovatieagentschap NADI onder leiding van techondernemer Jelle Prins is daar een goed voorbeeld van. ‘Zo iemand heeft ervaring en weet waar hij het over heeft. Innovatie is een vak, net zoals ondernemerschap een vak is. De overheid moet daar echt anders naar kijken.’  

Terug naar de humanoïde robots. De vraag is niet alleen óf die werk van mensen gaan overnemen, maar vooral waar ze daadwerkelijk waarde toevoegen in de krappe arbeidsmarkt. Voor bedrijven betekent dat nu al nadenken over de taken die zich lenen voor robotisering, de vaardigheden die werknemers nodig hebben en de voorwaarden waaronder mens en machine goed kunnen samenwerken. Nu wachten tot de humanoïde robot perfect is, betekent straks misschien achterlopen. Wie nu experimenteert, ontdekt waar de technologie wel – en waar ze voorlopig nog niet – het verschil maakt. 

achtergrond (rubriek)arbeidarbeidsproductiviteitrobotsvergrijzing