23 JUL, 2026 • Achtergrond

Eerder samenwerken, sneller vooruit

Iedereen kent de frustratie: plannen waar jarenlang over wordt gesproken, maar die nauwelijks vooruitkomen. Toch zijn er plekken in Nederland waar overheid en ondernemers laten zien dat het ook anders kan. Wat maakt daar het verschil?

Nederland wil woningen bouwen, verduurzamen en bedrijven laten groeien. Maar ondertussen lopen steeds meer plannen vast. Het stroomnet zit vol, ruimte is schaars en procedures duren lang. Juist daarom riepen VNO-NCW en MKB-Nederland in aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen op om ondernemers eerder te betrekken bij beleid. Niet pas als plannen al klaar zijn, maar vanaf het begin.

Dat klinkt logisch. Maar hoe werkt dat in de praktijk?

Forum keek naar twee voorbeelden waar overheden en bedrijfsleven al jaren proberen samen op te trekken. In Drenthe werken gemeente, provincie, netbeheerders en ondernemers samen aan de aanpak van netcongestie rond Hoogeveen. In Rivierenland praten ondernemers mee over de economische toekomst van de regio, van bedrijventerreinen tot arbeidsmarkt en bereikbaarheid.

De situaties verschillen, maar de les is opvallend vergelijkbaar: hoe eerder partijen elkaar vinden, hoe groter de kans dat plannen ook daadwerkelijk van de grond komen.

Netcongestie vraagt om snelheid

Wie wil zien wat netcongestie in de praktijk betekent, hoeft niet alleen naar Utrecht te kijken. Die stad haalde onlangs het nieuws omdat het een tijdelijke stop aankondigde voor aansluitingen op het stroomnet. Ook rond Hoogeveen lopen bedrijven tegen grenzen van het elektriciteitsnet aan. ‘Hoe eerder dat station er staat en er stroom aangesloten kan worden, hoe eerder bedrijven weer kunnen ondernemen’, aldus Eddy Veenstra, directeur van netbeheerder Rendo. Samen met TenneT bouwt Rendo bij bedrijventerrein Riegmeer een nieuw zogeheten onderstation. Het project moet ervoor zorgen dat bedrijven en woningen in de regio de komende decennia voldoende elektriciteit kunnen krijgen.

De noodzaak is groot.

‘In Utrecht haalt het de publiciteit, maar in de kop van Overijssel hebben we dezelfde situatie’, zegt Veenstra. Wethouder Jeroen Westendorp krijgt regelmatig signalen van bedrijven die willen uitbreiden of nieuw willen bouwen, maar geen zekerheid hebben over hun stroomvoorziening. ‘Wat ik heel vaak hoor van ondernemers is: geef duidelijkheid’, zegt hij. ‘Bedrijven willen weten waar ze aan toe zijn. Als je niet weet wat wel en niet kan, wordt het lastig investeren.’ Voor Hoogeveen staat er veel op het spel. Nieuwe bedrijvigheid, verduurzaming en economische groei zijn allemaal afhankelijk van voldoende capaciteit op het elektriciteitsnet.

Samenwerken zonder eindeloos overleg

Om het project sneller van de grond te krijgen, kozen de betrokken partijen voor een andere manier van samenwerken: het zogeheten versnellingsatelier. Dat klinkt ingewikkelder dan het is. Elke paar maanden zitten provincie, gemeente, netbeheerders en ondernemersvertegenwoordigers samen aan tafel. Niet om elkaar uitgebreid bij te praten, maar om één vraag te beantwoorden: loopt het project nog op schema? Ontstaat ergens een probleem, dan moet dat direct besproken worden. ‘We hebben veel te veel de neiging om voort te kabbelen’, zegt Veenstra. ‘Dat moet je doorbreken.’

Binnen het project wordt daarom bewust gesproken over ‘escaleren’. ‘Escaleren hoeft helemaal niet negatief te zijn’, aldus Veenstra. ‘Als wij samen een project doen en afspraken maken, dan hoor ik het graag als iets niet lukt. Dan kunnen we kijken hoe we het oplossen.’

Ook gedeputeerde Bart van Dekken ziet daarin de kracht van de aanpak. ‘Geen praatoverleg’, noemt hij het. ‘Maar echt een tafel waar concrete knelpunten in processen, vergunningverlening en planning direct worden besproken en opgelost.’ Volgens Van Dekken voorkomt die werkwijze vooral verrassingen. ‘Wees open en transparant op het moment dat je knelpunten voelt in de afgesproken procesgang.’

Westendorp ziet hetzelfde gebeuren. ‘Je brengt alle organisaties samen aan één tafel’, zegt hij. ‘Dan heb je niet meer dat de één een mail stuurt en vervolgens moet wachten tot de ander iets doet. Je probeert problemen direct aan tafel op te lossen.’ De winst zit volgens hem niet alleen in de grote problemen, maar juist in de kleine. ‘Het minste of geringste dat invloed heeft op de planning moet je bespreken. Anders kom je er veel te laat achter.’

Volgens de betrokkenen heeft die aanpak ervoor gezorgd dat het project ongeveer anderhalf jaar voorloopt op een traditioneel proces. Tegelijk erkennen ze dat samenwerking geen wondermiddel is. Er blijven procedures, vergunningen, grondverwerving en technische uitdagingen. Maar doordat partijen elkaar kennen en regelmatig spreken, blijven problemen minder lang liggen.

Van regels naar oplossingen

Opvallend genoeg gaat het in veel gesprekken uiteindelijk minder over techniek dan over gedrag. Volgens Westendorp hebben veel ondernemers vooral behoefte aan duidelijkheid. ‘Er zijn regels op regels gekomen. De bedoeling daarvan is vaak goed, maar ondernemers willen vooral weten wat wel en niet kan.’ Dat vraagt ook iets van de overheid zelf. ‘Ik zeg altijd: ja, mits. In plaats van nee, tenzij.’ Ook Van Dekken ziet dat als een belangrijke les. Volgens hem werkt samenwerking alleen als partijen bereid zijn open kaart te spelen. ‘Die problemen kun je alleen oplossen als je elkaar letterlijk treft.’

Daar sluit Veenstra zich bij aan. ‘Durf je kwetsbaar op te stellen en durf te escaleren.’

Ondernemers als partner in regionale ontwikkeling

Waar het in Hoogeveen vooral draait om snelheid en uitvoering, probeert FruitDelta Rivierenland de samenwerking juist structureel onderdeel te maken van de regionale ontwikkeling. Binnen FruitDelta werken overheden, ondernemers, onderwijsinstellingen, maatschappelijke organisaties en inwoners samen aan economische vraagstukken.

‘We proberen dat echt helemaal in het DNA en in alle processen te vlechten’, zegt Janneke Hakkert, secretaris-directeur van Regio Rivierenland. Volgens haar realiseerden gemeenten zich jaren geleden al dat economische ontwikkeling niet alleen vanuit het gemeentehuis georganiseerd kan worden. ‘Als je kijkt naar economie, dan heb je als overheid misschien een aanjagerrol of een faciliterende rol. Maar we realiseerden ons ook dat je die bedrijven daar gewoon bij nodig hebt.’

Dat heeft geleid tot projecten als de FruitTech Campus, het Laanboomcentrum en het Huis voor de Logistiek. ‘Die hadden we niet gehad als we niet zo met ondernemers hadden samengewerkt’, aldus Hakkert. Volgens haar levert de samenwerking meer op dan alleen nieuwe projecten. ‘Je moet relaties opbouwen en vertrouwen creëren om verschillende belangen eerlijk op tafel te kunnen leggen.’ Dat vertrouwen is nodig, omdat de belangen niet altijd gelijklopen.

Bedrijven willen groeien. Gemeenten moeten ook rekening houden met woningen, leefbaarheid en schaarse ruimte. ‘Daar moeten we regelmatig nee op verkopen’, zegt Hakkert. Toch maakt vroeg samenwerken dat gesprek volgens haar makkelijker. ‘Dan kun je elkaar ook makkelijker de waarheid zeggen.’

Geen nieuwe overlegtafels, wel vroeg meedenken

Voor Kenny van Oort, partner bij Kreston Van Herwijnen en regionaal voorzitter van VNO-NCW Rivierenland, is dat misschien wel de belangrijkste winst. ‘Omdat je elkaar kent, ontstaat vertrouwen’, zegt hij. ‘Dan weet je elkaar ook makkelijker te vinden.’ Volgens Van Oort bestaat de regio vooral uit mkb- en familiebedrijven. Die zijn gewend zelfstandig beslissingen te nemen, maar weten elkaar ook te vinden als er een gezamenlijke opgave ligt.

‘Dan gaat het om mouwen opstropen en doen. Niet om structuren en governance.’ Volgens hem zit het verschil vooral in het moment waarop ondernemers betrokken worden. ‘Over het algemeen zitten we al redelijk vroeg bij idee- en planvorming aan tafel.’ Daardoor verschuift de discussie van reageren naar meedenken. ‘Anders krijg je al snel het verwijt: ik ben niet gehoord, ik ben niet gezien. Nu kun je veel beter uitleggen waarom bepaalde keuzes worden gemaakt.’

Dat betekent niet dat alle belangen ineens gelijk zijn. ‘Je zult het zoet en zuur moeten verdelen’, zegt Van Oort. ‘Soms moet je keuzes maken die op individueel niveau pijnlijk zijn. Maar ik zit hier niet voor één ondernemer. Ik zit hier voor het collectief.’ Als andere regio’s deze manier van samenwerken willen overnemen, heeft hij één advies. ‘Ga geen nieuwe gremia bouwen. Geen nieuwe lagen en nieuwe clubjes. Kijk eerst waar het gezamenlijke belang zit en zorg dat mensen elkaar regelmatig zien.’

Vroeg samenwerken maakt plannen uitvoerbaar

De voorbeelden uit Hoogeveen en Rivierenland verschillen op het eerste gezicht sterk van elkaar. Het ene gaat over een nieuw onderstation, het andere over de toekomst van een regio. Toch komen de betrokkenen steeds uit bij dezelfde conclusie. De reden dat de samenwerking werkt, is níet omdat iedereen hetzelfde belang heeft. Die verschillen blijven bestaan. Gemeenten moeten keuzes maken. Bedrijven willen groeien. Overheden werken met regels. Ondernemers willen snelheid.

Maar als partijen elkaar pas ontmoeten wanneer plannen al af zijn, worden die verschillen vaak groter. Door eerder samen aan tafel te zitten, ontstaan niet automatisch betere plannen. Wel plannen die beter uitvoerbaar zijn. Of zoals Veenstra het samenvat: ‘We moeten niet alleen technisch innoveren. We moeten ook leren innoveren in hoe we dingen voor elkaar krijgen.’

 

‘Wachten is niet de enige optie’ Wat in Hoogeveen speelt, speelt op veel meer plekken in Nederland. Ondernemers lopen tegen de grenzen van het stroomnet aan, terwijl uitbreiding vaak jaren duurt. Volgens Servaas van de Ven, programmamanager van Netperspectief MKB, is wachten niet altijd nodig. ‘Veel ondernemers krijgen pas met netcongestie te maken als er al een probleem is’, zegt Van de Ven. ‘Bijvoorbeeld wanneer een uitbreiding wordt geweigerd of wanneer ze een brief ontvangen omdat ze hun gecontracteerde vermogen hebben overschreden. Dan ben je eigenlijk al te laat.’ Volgens hem ligt de oplossing niet alleen in het uitbreiden van het stroomnet. Dat blijft nodig, maar zal het probleem niet snel wegnemen. ‘De netverzwaringen die nu gepland zijn, lopen in veel gevallen al door tot 2036. Tegelijkertijd groeit de vraag naar elektriciteit verder. Daarom moeten we ook kijken naar wat ondernemers vandaag al kunnen doen. Praktische hulp op de korte termijn is minstens zo belangrijk als uitbreiding van het net op de lange termijn.’ Juist daar richt het programma Netperspectief MKB zich op. Binnen het samenwerkingsverband werken ondernemersorganisaties, netbeheerders, installateurs, energieadviseurs en overheden samen aan praktische oplossingen. Het doel is ondernemers helpen om ondanks netcongestie te blijven groeien, investeren en verduurzamen. Die samenwerking krijgt volgens Van de Ven pas waarde als die zichtbaar wordt in de praktijk. ‘Publiek-private samenwerking heeft soms het imago van bestuurders op een podium. Maar uiteindelijk gaat het erom dat ondernemers daadwerkelijk in de praktijk geholpen worden. Dat vraagt om operationele samenwerking tussen alle partijen in de keten. Van netbeheerder en installateur tot energieadviseur en ondernemer.’ Een belangrijke les is dat netcongestie niet alleen draait om de hoeveelheid stroom die een bedrijf gebruikt, maar vooral om het moment waarop dat gebeurt. ‘In de praktijk blijkt vaak nog 20 tot 30 procent groei mogelijk binnen een bestaande aansluiting. Bijvoorbeeld door processen slimmer te spreiden, piekbelasting te voorkomen of energieverbruik beter te sturen.’ Zijn belangrijkste advies aan ondernemers is daarom simpel: wacht niet af. ‘Veel ondernemers richten zich op wat niet meer kan. Wij proberen juist antwoord te geven op de vraag: wat kan er wél? Daar blijkt vaak meer ruimte te zitten dan gedacht.’ 

 

Meer weten? Ondernemers die willen weten wat zij vandaag al kunnen doen aan netcongestie, vinden op ondernemen.nl/netcongestie praktische informatie, oplossingsrichtingen, praktijkvoorbeelden, subsidies en een uitgebreide vraag-en-antwoordrubriek. Voor brancheorganisaties is er daarnaast op mkb.nl/projecten/ondersteuningsprogramma-netcongestie-bedrijfsleven meer informatie over het Actieprogramma Netcongestie bedrijfsleven, de ondersteuning van branches en de samenwerking binnen Netperspectief MKB.

 

 

achtergrond (rubriek)bedrijventerreinennetcongestiepubliek-private samenwerking (pps)regionale samenwerking