12 MEI, 2026 • Interview

'Het midden hoeft geen plek van stilstand te zijn'

Coen van Oostrom is sinds 1 mei de nieuwe voorzitter van VNO-NCW. Hij komt niet uit de Haagse wereld, was tot voor kort ondernemer. Dertig jaar lang bouwde hij met zijn vastgoedbedrijf EDGE aan kantoren, steden en duurzame gebouwen. Nu heeft hij de opdracht: de stem van ondernemers te laten horen en te helpen om vastgelopen dossiers weer in beweging te krijgen.

 

Met zijn overstap van vastgoedondernemer naar voorzitter van VNO-NCW laat Coen van Oostrom een wereld achter waarin hij gewend was zelf tempo te maken. In Den Haag komt hij terecht in een speelveld waar belangen soms botsen en processen zelden snel gaan. Toch begint hij met een uitgesproken overtuiging: het kan wél. Dat Nederland de grote dossiers kan lostrekken als het concreter, praktischer en met meer durf gebeurt. Of dat optimisme bestand is tegen de weerbarstige werkelijkheid van de polder, zal de komende tijd moeten blijken. Wat drijft Van Oostrom en wat mogen ondernemers en het bedrijfsleven van hem verwachten?

Coen, je had als ondernemer alles op orde: een succesvol bedrijf, internationale projecten. Waarom dan toch ja zeggen tegen een rol met soms vastgelopen dossiers en politiek gedoe? ‘Na dertig jaar ondernemen was ik toe aan iets anders. In die jaren heb ik me vaak verbaasd over dingen waarvan ik dacht: dat kan beter. Ik ben gaan nadenken over hoe ik op een andere manier kon bijdragen aan een sterk Europa en een mooi Nederland. Toen kwam deze rol langs en vielen de puzzelstukjes op hun plek. Wat voor mij meespeelde, is dat ik in mijn werk eigenlijk alle grote problemen heb meegemaakt: stikstof, netcongestie, regelgeving, verduurzaming. De dingen die in Nederland goed gaan, maar ook de dingen die niet goed gaan. Ik heb vaak gedacht: ik zou hier iets op een andere manier aan willen doen ,  In deze rol kan dat, omdat je niet op één dossier zit, maar over de volle breedte kunt meedenken.’

Zo’n rol heeft ook impact op je privéleven. Heb je daar thuis goed over moeten nadenken? ‘Ja, dat vond ik heel belangrijk. Het is een baan die ook ’s avonds en in het weekend doorgaat en die publicitair heel anders is dan ondernemen. Dus daar heb ik het thuis goed over gehad. Ik heb ook veel steun gekregen., Mijn vrouw en kinderen vinden het belangrijk  dat ik mijn ervaring niet alleen inzet voor mijn eigen bedrijf, maar ook voor de publieke zaak. Ik hoop ook dat het een voorbeeld kan zijn. Dat meer mensen na een carrière in het bedrijfsleven zeggen: ik wil ook iets bijdragen aan de publieke kant.’

‘Ambitie begint met een droom. En succes begint met ambitie.’

Wat voor type voorzitter krijgen ondernemers eigenlijk met je aantreden? ‘Ik ben een optimist. daar begint het voor mij: ambitie begint met een droom. En succes begint met ambitie. Dat zit er bij mij diep in. En ik geloof niet zo in toeval. Je maakt dingen mee die goed vallen en dingen die tegenzitten. Hoe je daarmee omgaat, bepaalt of je succesvol wordt. Je moet je eigen geluk ook een beetje organiseren. Al is het leven natuurlijk niet altijd maakbaar.’

In een profiel in het FD wordt gesuggereerd dat jij succes vooral definieert als geld en prijzen. Klopt dat beeld? ‘Nee, dat is te kort door de bocht. Ik snap waar het vandaan komt, maar voor mij zit succes ergens anders. Ik heb bijvoorbeeld aan het grootste gebouw van Nederland De Rotterdam gewerkt. Als ik over de Erasmusbrug loop en ik zie daar een vader die een foto maakt van dat gebouw en tegen zijn zoontje zegt dat hij het het mooiste gebouw van Nederland vindt, dan is dat voor mij succes. Dan ben je onderdeel geweest van iets wat betekenis heeft. Succes als VNO-NCW voorzitter voor mij is dat we samen dingen voor elkaar krijgen die de kwaliteit van leven in Nederland verbeteren. Dat we als vereniging bijdragen aan een sterk Europa en een mooi Nederland. Dat is uiteindelijk waar het om draait.’

Je ziet altijd kansen. Waar komt dat vandaan? ‘Dat heb ik altijd gehad. Als klein jongetje al. Ik speelde voetbal en was eerlijk gezegd behoorlijk middelmatig, maar ik droomde wel dat ik Johan Cruijff was. Dat klinkt misschien naïef, maar daar begint het wel. Ambitie begint met een droom. En succes begint met ambitie. Als je groot durft te dromen en daar energie in stopt, vergroot je de kans dat dingen lukken. Mijn optimisme helpt ook in deze rol. Als je niet gelooft dat het kan, moet je er niet eens aan beginnen.’

Soms word je in een hokje geplaatst: vastgoedman, rechts, of juist groen en links. Hoe zie je jezelf? ‘Ik herken beide beelden, maar ze kloppen allebei niet helemaal. Ik zie mezelf als iemand van wat ik het radicale midden noem. Het midden hoeft geen plek van stilstand te zijn.’

De ‘Haagse’ wereld is heel anders dan het ondernemerschap. Wat neem je concreet mee uit die dertig jaar bouwen en ondernemen? ‘Als ik het in één woord moet vatten, is dat nieuwsgierigheid. Ik ben heel geïnteresseerd in hoe anderen naar de wereld kijken. Wat willen vakbonden? Wat willen ministers? Wat hebben bedrijven nodig? Door dat echt te begrijpen, kun je oplossingen dichterbij brengen. Daarnaast ben ik gewend om dingen voor elkaar te krijgen. In mijn werk ging ik naar een wethouder toe en vroeg of een project een goed idee was. Dan kwamen er voorwaarden en moest je partijen bij elkaar brengen om het toch mogelijk te maken. Dat is in de kern wat ik hier ook doe.’

Straks ga je met vakbonden om tafel, met als imago de vermogende ondernemer. Is dat een nadeel? ‘Dat verwacht ik niet. Ik ben met niets begonnen, met een kleine lening van mijn moeder. Daar heb ik een bedrijf mee opgebouwd. Andere mensen hebben weer heel andere achtergronden. Ik kijk er echt naar uit om met vakbonden aan tafel te zitten. Dat ik in een pak zit en iemand anders op de fiets komt in een trui, dat vind ik juist mooi. Nederland is altijd een land geweest waar verschillende werelden elkaar ontmoeten. In de polder werkt dat alleen als je elkaar serieus neemt en probeert te begrijpen.’

Je klinkt heel positief en optimistisch, maar soms moet je ook met de vuist op tafel slaan om iets gedaan te krijgen. Kun je dat? ‘Als het nodig is, kan dat zeker. Maar wat ik nu merk, is dat het nog niet nodig is. Je slaat meestal op tafel om aandacht te vragen. Maar toen bekend werd dat ik deze rol kreeg, kwamen er meteen berichten uit de politiek dat ik welkom was en dat men wilde horen waar het beter kan. Nu is het aan ons om met goede oplossingen te komen.’

‘Als we stikstof oplossen, komt er beweging in woningbouw, infrastructuur en verduurzaming.’

De eerste werkweek als nieuwe voorzitter zit er nu op. Hoe voelt het om ineens midden in Den Haag te zitten? ‘Het allereerste begin voelde een beetje als een jungle, waarin ik mijn weg moest vinden. Inmiddels voelt het meer als een schaakspel waarvan ik alle de regels nog niet helemaal ken. Ik kijk met verwondering om me heen en probeer te begrijpen waarom dingen gebeuren zoals ze gebeuren. Tegelijk merk ik dat mensen geïnteresseerd zijn in mijn achtergrond. Dat iemand komt die zelf tegen problemen is aangelopen en daar oplossingen voor heeft gezocht, wordt gezien als een aanvulling.’

Coen van Oostrom, voorzitter van VNO-NCW, leunt tegen een muur en kijkt naar buiten in een modern interieur

Coen van Oostrom, voorzitter van VNO-NCW: ‘Nederland is een van de beste landen ter wereld als het gaat om kennis en ondernemerschap.’ foto: Sam Rentmeester

Je komt binnen op een moment dat er veel vastzit. Waar wil je als eerste echt beweging in krijgen? ‘Stikstof. Dat is een dossier dat heel veel vertraagt. Er is een oud gezegde: time kills deals. Als we stikstof kunnen oplossen, komt er beweging in woningbouw, infrastructuur en de verduurzaming van de industrie. Ik heb het gevoel dat het momentum er nu is en dat we dit echt vooruit kunnen brengen.’

Er wordt veel gesproken over ons verdienvermogen en dat we kansen laten liggen. Hoe kijk je daarnaar? ‘Ik denk dat we onszelf tekortdoen. Nederland is een van de beste landen ter wereld als het gaat om kennis en ondernemerschap Dat zie je bijvoorbeeld in regio’s als Eindhoven, waar bedrijven, kennisinstellingen en overheid intensief samenwerken. Maar het lijkt alsof er een deken over dat ondernemerschap ligt. Een deken van wetgeving en regels. De intenties zijn vaak goed, maar de optelsom maakt het moeilijk om te ondernemen. We moeten die deken deels weghalen en tegelijkertijd gericht investeren. Dan kan er weer groei ontstaan.’

Wat verwacht je van ondernemers zelf? ‘Dat ze concreet worden. Niet alleen zeggen dat iets sneller moet, maar ook aangeven hoe dan precies. Welke regels moeten anders, waar zit het probleem. Wij moeten die signalen bundelen en vertalen naar de politiek. Er zit nu een gat tussen wat ondernemers willen en wat de overheid maakt.  Die puzzel moeten we samen leggen.’

De wereld is onrustig: geopolitiek, energieprijzen, afhankelijkheden. In hoeverre houdt dat je bezig? ‘Ik maak me daar zeker zorgen over. We zijn te afhankelijk van een aantal regio’s  in de wereld en de energieprijzen in Nederland zijn hoog. Dat heeft direct effect op bedrijven. Bedrijven zijn vrij voorspelbaar: als ze zich prettig voelen, groeien ze. Ze willen zekerheid en ruimte voor ondernemen. Als je het ze moeilijk maakt, gaan ze ergens anders kijken.’

Nederland is behoorlijk gepolariseerd. Maakt dat het werk moeilijker? ‘Die polarisatie komt ook doordat we problemen te lang hebben laten liggen. Als mensen zien dat er geen vooruitgang is, groeit het wantrouwen. Juist daarom moeten we niet alleen naar de korte termijn kijken, maar zorgen voor economische groei en stabiliteit op de lange termijn. Dat geeft weer perspectief.’

Er is ook veel druk op bedrijven om te verduurzamen. Wat is je antwoord daarop? ‘Ik begrijp die druk heel goed. We hebben gezegd dat we gaan verduurzamen en mensen zien dat die beweging nu stokt. Dan moet je doorpakken. Maar de oplossing is niet dat bedrijven verdwijnen, de oplossing is dat ze hier verduurzamen. Met mijn eigen bedrijf heb ik geprobeerd om te laten zien dat het kan, door extreem duurzame gebouwen te maken. Als anderen dat overnemen, dan gaat het niet meer om één bedrijf, maar om een beweging in de hele sector. Dan maak je pas echt impact.’

Kun je een concreet voorbeeld geven van waar economie en maatschappelijke verantwoordelijkheid echt goed samenkomen? Waar zie je dat werken?
‘Er zijn veel voorbeelden. Neem Eindhoven, waar bedrijven, kennisinstellingen en overheid heel intensief samenwerken. Als daar een probleem is, zitten ze snel met elkaar aan tafel, wordt er een oplossing bedacht en ook uitgevoerd. Die snelheid en samenwerking, daar zit de kracht. En aan de andere kant zie je dat ook bij bedrijven zelf.’

Wanneer is je voorzitterschap voor je geslaagd?  ‘Als ondernemers weer het gevoel hebben dat ze vooruit kunnen in Nederland. Dat plannen niet vastlopen, maar van de grond komen. Dat die deken waar ik het over had, ervan af gaat. En dat dit weer een land is waar je wilt investeren in plaats van uitwijken. Dan is het voor mij geslaagd.’

Je bouwde jarenlang torens en werkt nu in de Malietoren. Zit daar nog een gedachte achter? ‘Ik heb lang gedacht in superlatieven: het hoogste, het grootste, het groenste gebouw. Later leerde ik dat het niet altijd nodig is om in de overtreffende trap te denken. Soms is iets gewoon goed als het werkt. Die les neem ik ook mee in deze rol waar ik met veel energie aan ben begonnen. Ik pretendeer niet alle antwoorden te hebben. Mijn rol is om de kennis uit de achterban te halen en die te bundelen. Ik ben afhankelijk van de ideeën die daar vandaan komen. Zie het als een uitnodiging aan bedrijven: kom met oplossingen. Er zit enorm veel kennis in onze achterban. Als we die goed benutten, kunnen we echt stappen zetten.’

bedrijfsleveninterview (rubriek)regeldrukserstikstofvestigingsklimaatvno-ncwwoningbouw