70 jaar Miljoenennota: wat doen ze daar in Den Haag met mijn geld?

Er lijkt maar weinig te veranderen in de rijksbegroting. Tot je bijna zeventig jaar Miljoenennota’s eens naast elkaar legt...

 

1950 

Miljoenennota's in de tijd van de wederopbouw

‘Bij het eerste lustrum na de bevrijding getuigt de situatie in Nederland van de veerkracht waarmee ons volk door alle teleurstellingen en tegenslagen heen vele gevolgen van oorlog en bezetting te boven wist te komen’, zegt koningin Juliana in de Troonrede van 1950. ‘De bevordering van de industrialisatie, die tot nog toe niet onbevredigend verloopt, blijft een kernpunt van de economische politiek.’

 

    •  bbp 8,4 miljard euro
    •  overheidsuitgaven 3 miljard euro
    •  sociale zekerheid 5 procent van het bbp
    •  zorg 1 procent van het bbp
    • overheidsinvesteringen 9 procent van het bbp
Amsterdamse jongens spelen buiten op papierrollen die voor de krant bestemd zijn
Foto: Henk Jonker/MAI

De uitgaven aan de infrastructuur en defensie blijven nog op peil: het land moet worden ingericht voor de toekomst en worden beschermd tegen een volgende oorlog. In de fase van de wederopbouw winnen de economische uitgaven van het kabinet (infrastructuur, onderwijs en subsidies) het procentueel nog van de ‘herverdelingsuitgaven’ (sociale zekerheid, zorg en internationale samenwerking). Dat zal tot 1963 duren, daarna zijn de rollen omgedraaid. Het sociale aandeel loopt op, terwijl het economische aandeel stationair rond 8 procent van het bbp blijft.

 

De troonrede van koningin Juliana haalt in 1950 zelfs het Britse 'Polygoon-journaal' 

 

1980

De uitgaven aan uitkeringen groeien: ‘Nederland is ziek’

‘Economische groei heeft ons land voor het komende jaar niet of nauwelijks te verwachten’, zegt koningin Beatrix in haar eerste Troonrede. ‘Financiële armslag om de economie op te stuwen hebben we niet. Nederland komt klem te zitten. Een nog groter financieringstekort zou een noodsprong zijn.’

 

    •  bbp 163 miljard euro
    •  overheidsuitgaven 93 miljard euro
    •  sociale zekerheid 18 procent van het bbp
    • zorg 4 procent van het bbp
    • overheidsinvesteringen 8 procent van het bbp
Als Beatrix tot koningin gekroond wordt, breken er rellen uit
Foto: Bert Verhoeff/HH

Nederland is ondertussen een welvaartsstaat geworden. Sociale voorzieningen als de WAO en de bijstand zijn in het leven geroepen voor mensen die arbeidsongeschikt of werkloos raken. Als zich een internationale economische crisis aandient, worden die regelingen, samen met vervroegde pensionering, ruimhartig gebruikt om overtollig personeel van de arbeidsmarkt te halen. Maar dat betekent wel dat de kosten voor de sociale zekerheid uit de hand beginnen te lopen. Langzaam groeit in de politiek het gevoel dat de grenzen van de verzorgingsstaat zijn bereikt, alhoewel de regering in 1980 nog ‘geen afbreuk wil doen aan ons stelsel van sociale zekerheid’. In 1990, als er negenhonderdduizend WAO’ers zijn, zegt premier Ruud Lubbers: ‘Nederland is ziek.’

 

De allereerste troonrede van koningin Beatrix

 

2000

Alle seinen staan op groen in de Miljoenennota's

‘Ons land beleeft een periode van economische voorspoed’, kan koningin Beatrix melden. De stijging van het aandeel sociale zekerheid in de overheidsuitgaven is tot staan gebracht. De beleidsmix van sanering van de overheidsuitgaven, loonmatiging en lastenverlichting hebben in de afgelopen periode hun vruchten afgeworpen.

 

    •  bbp 418 miljard euro
    •  overheidsuitgaven 189 miljard euro
    •  sociale zekerheid 11 procent van het bbp
    •  zorg 6 procent van het bbp
    •  overheidsinvesteringen 9 procent van het bbp
Het kon niet op eind jaren negentig. Dat was de stemming. Ook nog bij de beursgang van World Online van Nina Brink
Foto: Peter Hilz/HH

Toch moet worden ingezet ‘op een verdere toename van de arbeidsparticipatie, en blijft de regering zich inspannen om het beroep op de WAO terug te dringen’. Ondertussen blijft het aandeel van de zorg groeien. Technologische ontwikkelingen maken het mogelijk om de zorg op een steeds hoger peil te brengen. De naderende vergrijzing zal de zorgkosten verder doen oplopen. En er zijn al wachtlijsten. Die worden uiteindelijk weggewerkt door de budgettering van de ziekenhuizen te vervangen door een systeem van ‘recht op zorg’.

 

2019

Na jaren van steeds meer herverdelen, wordt er nu eindelijk geïnvesteerd in groei?

Premier Mark Rutte noemde de zorg enkele jaren geleden een ‘koekoeksjong’ dat andere uitgavenposten uit het nest duwt. Zorgministers proberen al langer om de stijging van de zorgkosten binnen de perken te houden, maar kunnen niet voorkomen dat de zorg, samen met de sociale zekerheid, nog altijd de grootste uitgavenpost is: 75 respectievelijk 93 miljard. Onderwijs is met 41 miljard een goede derde.

 

    •  bbp 811 miljard euro
    •  Overheidsuitgaven 342 miljard euro
    •  Sociale zekerheid 11 procent van het bbp
    •  Zorg 9 procent van het bbp
    •  Overheidsinvesteringen 8 procent van het bbp 
In het Catshuis komt het kabinet bijeen voor een informele ‘heisessie’. De economie groeit, de werkloosheid daalt: maar wat zien we daarvan straks terug in de Miljoenennota?
Foto: Laurens van Putten/HH

Positief is dat het huidige kabinet meer oog heeft voor investeren in economische groei en het versnellen van de grote transities (energie, digitalisering). Volgend jaar krijgen burgers en bedrijven een flink pakket lastenverlichting. De collectieve lastendruk blijft echter nog steeds hoog: de werkende Nederlander betaalt 2.800 euro per jaar meer dan in de periode vóór de recessie. Een groot deel van de ondernemers ervaart daarnaast ernstige problemen door een tekort aan personeel. Dan helpt het niet dat méér werken amper loont. Voor veel werkenden geldt dat er van elke euro extra brutoloon 50 cent of meer (!) in de portemonnee van de overheid gaat.

 

Dit artikel verscheen eerder in Forum, maar is weer helemaal geüpdatet.

 

Voor de liefhebber: op de foto van links naar rechts - minister Ingrid van Engelshoven van Onderwijs, minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken, premier Mark Rutte, minister Wopke Hoekstra van Financiën en minister Stef Blok van Buitenlandse Zaken