Zo werd achterstallig onderhoud een ramp voor de binnenvaart

Denk niet: Ach, dat zal toch wel meevallen met dat achterstallig onderhoud aan Nederlandse bruggen en sluizen. Want nee, dat valt niet mee, weet binnenvaartschipper Johan Versluis. Al twee jaar gaat de Rotterdamse Giessenbrug niet meer open. En omvaren is geen optie. Hij pikt het niet langer en stapte naar de rechter. Nu is het wachten op de uitspraak. Dit is de prijs die de binnenvaart betaalt voor achterstallig onderhoud.

 

Nee, voor een herhaling van het drama met de Morandibrug in het Italiaanse Genua hoeven we in Nederland niet snel te vrezen. Al beweerden twee  hoogleraren onlangs wel dat de Merwedebrug bij Gorinchem nog maar een levensduur had van een paar dagen toen de brug in 2016 twee maanden plotseling dicht ging voor zwaar vrachtverkeer. Directe aanleiding: bij een reguliere inspectie waren haarscheurtjes in de stalen constructie aangetroffen.

Maar om nou te zeggen dat het lekker gaat met het onderhoud van bruggen in Nederland… Minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur heeft berekend dat er voor 37 miljoen euro aan achterstallig onderhoud ligt. Wat dat betekent blijkt bijvoorbeeld uit de situatie bij de Giessenbrug over de Schie tussen Rotterdam en Schiedam. De A20 loopt daar overheen. De brug ging tot 2017 op aanvraag open voor de scheepvaart. Nu gebeurt dat niet meer omdat er een mankement is tussen de signalering op de brug en op de matrixborden boven de A20. Met als complicerende factor dat de brug onbemand is. Er kan dus niet worden gecontroleerd of automobilisten worden gewaarschuwd dat de brug open gaat.

 

Water bijpompen om onder de brug door te kunnen

 

Wat achterstallig onderhoud betekent voor de binnenvaart

Veiligheidshalve is daarom besloten om de brug dan maar helemaal niet meer open te doen. Dat betekent dat schepen vanaf 5,4 meter hoogte niet meer onder de brug door kunnen. Omvaren is niet mogelijk. Dus als schippers er toch onderdoor willen, moeten zij in het ruim pompen om lager te liggen. Maar dat vergt tijd en kost geld. Zo kost een waterpomp algauw 7.000 euro. En een schipper die normaliter droge vracht vervoert, zit niet te wachten op een nat ruim.

 

RTV Rijnmond maakte een item over de Giessenbrug. Kijk maar:

 

Johan en Marilene Versluis op hun schip DiademarJohan en Marilene Versluis uit Werkendam varen regelmatig met hun schip Diademar (hoogte 6,1 meter) onder de Giessenbrug door. Elke keer moeten zij 250 ton water in het ruim pompen om zijn schip te laten zakken. ‘Dat is anderhalf uur erin pompen en na de brug weer anderhalf uur eruit. Dat kost me elke keer zo’n 100 euro. Bovendien zit er nu in de zomer veel eendenkroos in het water, en dat moet ik uit het ruim spuiten.’ Hij ziet nog een probleem: ‘Door die diepere ligging heb ik vanuit de stuurhut achterin minder goed zicht op wat er voor het schip gebeurt. Dus moet mijn vrouw op de uitkijk of moet ik een camera ophangen. Want je moet er niet aan denken dat je iemand in een klein bootje overvaart.’

 

Ook scheepswerf lijdt onder achterstallig onderhoud

Verderop richting Delft heeft ook Frans Bocxe van de gelijknamig scheepswerf last van de Giessenbrug. ‘Schepen die te hoog zijn kan ik niet meer repareren of bouwen. Een schip laten zakken is voor klanten toch een extra handeling. Ik heb het idee dat een deel van hen bepaalde klanten om die reden niet meer bij me aankloppen.’ Hij probeert dat te compenseren door andere opdrachten binnen te halen, maar leuk is anders. ‘Ik wil bijvoorbeeld een investering doen om grotere schepen uit het water te kunnen hijsen, maar heeft dat wel zin als niet alle schepen hier kunnen komen? Ik heb ooit een klus gehad die goed was voor de helft van mijn omzet dat jaar. Dat zou nu niet meer kunnen.’

 

'Grote klussen kan ik nu niet meer aannemen'

 

Onderhoud aan de Giessenbrug staat voor 2026 gepland, maar Bocxe vraagt zich af of uitstel uiteindelijk niet tot afstel leidt. ‘Straks zeggen ze dat de brug gesloten blijft omdat iedereen zich heeft aangepast aan die situatie.’ Hij vindt het eigenlijk de omgekeerde wereld: tussen de Giessenbrug en zijn werf is bij Overschie een ‘bochtafsnijding’ in de Schie gemaakt. Tot die tijd moesten schepen tweemaal een hoek van 90 graden maken, terwijl ze nu rechtdoor kunnen varen. Kosten van de operatie: 17 miljoen euro. ‘Minister Van Nieuwenhuizen heeft die bochtafsnijding zelfs officieel geopend. Dus op die locatie wordt de binnenvaart gestimuleerd, en even verderop juist tegengewerkt.’

Schipper Johan Versluis heeft de kwestie meermalen aangekaart bij Rijkswaterstaat. Hij krijgt het gevoel dat hij van het kastje naar de muur wordt gestuurd. ‘Alsof ze denken: we sturen hem een paar brieven en dan zijn we wel van hem af. Rijkswaterstaat zegt zelfs dat het hun brug niet eens is.’ Maar hij laat het er niet bij zitten. Namens een aantal gedupeerde schippers is hij eind juni met zijn advocaat naar de rechter gestapt om verhaal te halen. Ingediende schadeclaims zijn tot dusver afgewezen. Over een aantal weken volgt de uitspraak.

 

Op de hoogte blijven van onze leukste verhalen? Schrijf je dan gratis in voor onze nieuwsbrief.

Honderden miljoenen achterstallig onderhoud en uitgesteld onderhoud414 miljoen euro: dat ligt er aan uitgesteld onderhoud aan bruggen over hoofdvaarwegen, zo heeft de Rekenkamer onlangs berekend. Met uitgesteld wordt hier bedoeld: het onderhoud stond gepland maar wordt ‘opgespaard’ voor groot onderhoud op een later tijdstip. Van die 414 miljoen geldt 37 miljoen als achterstallig onderhoud. Dat had gewoon al moeten gebeuren en levert nu al problemen op voor het autoverkeer en de scheepvaart. Jaarlijks bedraagt het budget voor beheer en onderhoud van die bruggen 289 miljoen euro. Daar zou die 414 miljoen dus bovenop komen als minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur het uitgestelde onderhoud in één keer zou willen goedmaken. Wat waarschijnlijk niet gaat gebeuren. Van Nieuwenhuizen zei onlangs ‘honderden miljoenen’ extra nodig te hebben om de achterstand in het onderhoud van de totale Nederlandse infrastructuur – dus niet alleen bruggen en sluizen – weg te werken. Daarvoor moet ze bij minister van Financiën Wopke Hoekstra zijn. En dan moet er natuurlijk ook nog geld zijn voor nieuwe infrastructuur.