Oude beroepen saai? Dat van lantaarnopsteker is het zeker niet

Heb je net je lampen aangestoken, komt een stel van die snertkinderen ze weer uitdoven. Het lijkt wel een scene uit Pietje Bell. Dit is een van die oude beroepen die tot de verbeelding spreken. In de serie 'Het zit erop': de lantaarnopsteker.

 

Als je ’s ochtends in het donker naar je werk fietst of met je auto over de snelweg rijdt, sta je er waarschijnlijk niet bij stil dat zo’n 3,5 miljoen computergestuurde straatlantaarns ervoor zorgen dat je veilig op de plaats van bestemming komt. Maar zo vanzelfsprekend is dat niet.

Het zit eropVroeger bepaalden ze het straatbeeld, vertrouwde ondernemers als de voddenboer, de schillenboer met zijn paard en wagen of de scharensliep. Zon, regen, wind, barre kou: altijd onderweg om brood op de plank te krijgen. Vaak zijn ze verdwenen zonder dat je het goed en wel door had. Ingehaald door de vooruitgang. De werkzaamheden worden nu machinaal gedaan, of het gebeurt zelfs helemaal niet meer. Of zou het toch...? Forum maakt een serie over de (bijna) verdwenen ambachten. Deel 9: de lantaarnopsteker.

Ongure types

In de donkere middeleeuwen waagden de mensen zich ’s avonds liever niet op straat. Wel zo veilig met al dat ongure volk en straatverlichting was er niet. Die kwam er pas in de late middeleeuwen: draagbare en vaste lantaarns met kaars in een winddichte behuizing.

 

De eerste lantaarnpaal 

Maar wist je ook dat de eerste echte lantaarnpaal in 1663 werd uitgevonden door schilder en uitvinder Jan van der Heyden? Daarin brandde olie in een afgesloten reservoir. Dat reservoir moest wel tijdig worden gevuld en de lantaarn had ook onderhoud nodig. De speciaal geselecteerde en opgeleide lantaarnopsteker zorgde daar voor. Zodra het begon te schemeren trok hij erop uit om met behulp van een lange stok met brandende lont de olie (en later het gas) aan te steken. In de ochtend maakte hij een rondje om alle lantaarns weer te doven. Want laten branden is natuurlijk zonde.

 

Tekst loopt door na de foto

Het is 1953. In de Amsterdamse Jordaan steekt een lantaarnopsteker op zijn ronde de gaslampen aan
Het is 1953. In de Amsterdamse Jordaan steekt een lantaarnopsteker op zijn ronde de gaslampen aan
Foto: HH/Archief Spaarnestad

Rotjongens

Geen baan van 9 tot 5. In de tussentijd moest er ook op een andere manier de kost worden verdiend. Vandaar dat de lantaarnaansteker meestal meerdere bijbanen had. Zo was hij daarnaast vaak de bewaker van de stad, maar ook de combinatie met barbier was niet ongewoon. En als de lampen weer eens werden gedoofd door een stel rotjochies moest hij ook nog een sprintje trekken om ze stevig bij het oor te pakken.

Inmiddels is het beroep uit het straatbeeld verdwenen. In 1957 doofde in Haarlem de laatste lantaarnopsteker zijn lamp.

 

Interview met een échte lantaarnopsteker die het er maar druk mee heeft...