15 OKT, 2026 • Opiniearena

Houd de politiek op afstand van de rechtspraak

Nederlandse rechters zijn onafhankelijk. Maar een deel van die onafhankelijkheid berust op iets wat nergens hard is vastgelegd: het vertrouwen dat politici hun bevoegdheden niet oneigenlijk gebruiken. Is dat nog voldoende in een tijd van groeiend wantrouwen?

Een onafhankelijke rechter is een fundament van de democratische rechtsstaat én van een betrouwbaar ondernemersklimaat. Bedrijven moeten erop kunnen vertrouwen dat geschillen volgens voorspelbare regels worden beoordeeld, ongeacht de politieke kleur van een kabinet. 

In Nederland geldt rechterlijke onafhankelijkheid als vanzelfsprekend. Toch is de vraag hoe stevig die onafhankelijkheid is verankerd een van de aanleidingen voor Project 2026: een democratisch offensief van D66-Kamerlid Joost Sneller. De politiek heeft via benoemingen en financiering invloed op de organisatie van de rechtspraak. Zolang die bevoegdheden terughoudend worden gebruikt hoeft dat geen probleem te zijn. Maar wat gebeurt er als politieke verhoudingen verharden? De stelling in deze Opiniearena luidt daarom: ‘De politiek moet op grotere afstand van de rechtspraak komen te staan.’ 

Onafhankelijke rechtspraak als economische randvoorwaarde 

Sneller benoemt het praktische belang van de rechtsstaat voor ondernemers. Wie meedingt naar een overheidsopdracht of een conflict met de overheid heeft, moet kunnen rekenen op eerlijke regels en een onafhankelijke rechter. 

Die onafhankelijkheid heeft ook economische waarde, legt Sneller uit. ‘Het hebben van een sterke rechtsstaat behoort tot de beste voorspellers van voorspoed, welvaart en groei. Weerbare instituties vormen een verzekering tegen economische schokken en politieke grillen.’ Onafhankelijke rechtspraak is dus een randvoorwaarde voor een land dat
wil investeren en economisch wil groeien.

Toch waarschuwt Sneller voor zelfgenoegzaamheid. Recent ging het nog meermaals mis in Europa, legt hij uit. ‘In Hongarije werden rechters vervroegd met pensioen gestuurd en vervangen door regeringsgezinde kandidaten. In Polen blijkt hoe moeilijk politiek gekleurde benoemingen later zijn terug te draaien. Ook in Nederland zien we politici rechters persoonlijk aanvallen.’ 

Sneller wil de afstand daarom op meerdere punten vergroten. De ministeriële bevoegdheid om het Openbaar Ministerie in een individuele zaak een bindende opdracht om wel, of juist niet, te vervolgen, moet verdwijnen. Benoemingen van leden van de Raad voor de rechtspraak moeten onafhankelijk worden van de minister, en hij pleit voor een aparte begroting. Die twee punten staan ook in het coalitieakkoord. Op termijn wil hij ook een grondwettelijke positie voor de Raad als Hoog College van Staat. ‘Wie over het geld gaat, heeft invloed.’ 

Ongeschreven regels zijn kwetsbaar 

Henk Naves, voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak, het overkoepelende bestuursorgaan van de Nederlandse Rechtspraak, beschrijft Nederland als een samenleving met veel onderling vertrouwen. Niet iedere grens is in de wet vastgelegd, omdat staatsmachten zich doorgaans aan ongeschreven regels houden. Zo heeft de minister van Justitie en Veiligheid invloed op benoemingen binnen de rechtspraak, maar is die bevoegdheid volgens Naves nooit oneigenlijk gebruikt. 

De vraag is of die bescherming sterk genoeg blijft, nu er sprake is van toenemend wantrouwen in de samenleving. Rechters moeten de overheid regelmatig op basis van het recht corrigeren. Wanneer zij vervolgens als boeman worden neergezet, tast dat volgens Naves het vertrouwen in democratische instituties aan.  

Ook de huidige benoemingsprocedure van de Raad brengt een risico mee. Via de benoeming van de voorzitter kan de politiek indirect invloed uitoefenen op de benoeming van gerechtsbestuurders. Daarmee komt zij dichter bij individuele rechters en hun uitspraken. Naves: ‘Politieke rechtspraak ligt dan op de loer, met alle gevolgen van dien.’ 

Naves steunt daarom het voornemen om de minister geen zeggenschap meer te geven over benoemingen in de Raad. Vertrouwen blijft belangrijk, maar kwetsbare instituties moeten ook wettelijk worden beschermd. 

Uitholling gaat met kleine stappen 

Ook Marc Fierstra, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak, de belangenvereniging voor rechters en officieren van justitie, benadrukt het belang voor ondernemers. Een onafhankelijke rechter ziet erop toe dat overheden, ondernemingen en burgers zich houden aan democratisch vastgestelde regels. ‘Het is de politiek die de regels maakt. Het is de rechter die de naleving van de regels beoordeelt.’ 

Volgens Fierstra is een ingreep zoals in Polen of Hongarije nog ver weg, maar ligt sluipende aantasting dichterbij. Hij noemt Kamervragen over maatregelen tegen een rechter, politici die rechterlijke beslissingen verdacht maken en bezuinigingen waardoor uitspraken langer op zich laten wachten. Zulke stappen kunnen het vertrouwen geleidelijk laten afbrokkelen. 

Kritiek op een uitspraak moet mogelijk zijn, stelt Fierstra. Maar kritiek mag niet ontaarden in een ontkenning van de rol van de rechter. Als een uitkomst politiek onwenselijk is, moet de wetgever zelf in actie komen. Fierstra wil daarom dat benoemingen van rechters en bestuurders worden losgekoppeld van politieke ambtsdragers. Ook is stabiele financiering nodig om lange wachttijden te voorkomen. 

Waar zitten de zwakke plekken? 

Niels Graaf, hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, kiest een scherpere invalshoek. Met de feitelijke afstand tussen politiek en rechtspraak gaat het volgens hem goed. Het probleem is juist dat Nederland die praktijk lang als reden zag om aanvullende waarborgen overbodig te vinden. ‘We zijn immers nette mensen, zo was de gedachte.’ 

Graaf onderscheidt dezelfde zwakke plekke als Naves. De invloed van de minister van Justitie en Veiligheid via de benoeming van leden van de Raad voor de rechtspraak en gerechtsbestuurders, is te groot. Gerechtsbestuurders gaan namelijk echt ergens over. Ze beslissen over de benoeming, overplaatsing en promotie van rechters, en over zaakstoedeling. Dat kan indirect gevolgen hebben voor de rechtspraak. Zo deelde een door de minister aangestelde gerechtsbestuurder in Slowakije bijvoorbeeld kritische rechters alleen in op rechtsonderdelen waarin zij niet thuis waren, vertelt Graaf.  

De tweede zwakke plek, en één die Joost Sneller volgens Graaf niet opmerkt in zijn Project 2026, ligt bij de benoeming van leden van de Hoge Raad. Wanneer een vacature ontstaat, doet de Hoge Raad een aanbeveling van zes kandidaten. De Tweede Kamer kiest daaruit drie kandidaten, waarna doorgaans de eerste kandidaat wordt voorgedragen. Die praktijk rust echter op terughoudendheid: de Kamer kan de aanbeveling opzijschuiven zonder dat daarvoor een wetswijziging nodig is. Daarmee zou zij de Hoge Raad kunnen dwingen politiek wenselijke kandidaten voor te dragen. 

De vier bijdragen wijzen in dezelfde richting, maar vanuit verschillende zorgen. De huidige onafhankelijkheid functioneert mede dankzij een sterke rechtsstatelijke cultuur. Precies daarin schuilt de kwetsbaarheid: vertrouwen biedt geen harde bescherming wanneer politici de grenzen opzoeken. Meer afstand vraagt niet om minder democratische controle op wetgeving, maar om duidelijkere grenzen rond benoemingen, financiering en individuele zaken. Zo blijft het onderscheid overeind tussen de politiek die de regels maakt en de rechter die ze onafhankelijk toepast.

democratieondernemerschapopiniearena (rubriek)rechtspraak