Hoe rechtvaardig is de PvdA van Lodewijk Asscher voor ondernemers?
13-02-2017

Beste Lodewijk, een rechtvaardige wereld: dat is waar de PvdA naar streeft. Toch klinken niet alle voorstellen uit je verkiezingsprogramma even rechtvaardig.

 

De strijd voor een rechtvaardige wereld staat bij de PvdA voorop, lezen we in het verkiezingsprogramma ‘Een verbonden samenleving’. Daarbij hoort volgens jullie eerlijk delen, vast werk, goed wonen, een gezond leven, toegang tot scholing, emancipatie en recht op zeggenschap. Voorwaar een ambitieuze openingszin van jullie 66-pagina’s lange epistel. Maar een beetje ambitie, daar houden ondernemers wel van, zoals je weet.

Waar we ook van houden is jullie voornemen tot het oprichten van een nationale investeringsbank. Zo kunnen investeringen waar nu moeilijk geld voor te krijgen is toch worden gedaan. Ook top zijn jullie voorstellen voor een leven lang leren en aandacht voor de krimpgebieden in Nederland.

Minder te spreken zijn we over jouw voorstel om de vennootschapsbelasting te verhogen. Zeker niet na de aankondiging van vorig jaar door minister Dijsselbloem om diezelfde belasting in het belang van onze economie stapsgewijs te verlagen. Ook de invoering van een toptarief van 60 procent zal de Nederlandse economie zeker niet ten goede komen. Want die goede banen, die moeten we ook van ons aantrekkelijke vestigingsklimaat hebben. Of niet soms?

 

 

Drie goede plannen van de PvdA

Leven lang leren, en nu echt

De PvdA wil inzetten op een leven lang leren. Dat is een goed plan, want uit het WRR-rapport ‘Naar een lerende economie’ blijkt dat Nederland slecht scoort op dit punt. ‘Alle beleidsintenties ten spijt, kent Nederland nog weinig aandacht voor post-initieel onderwijs’, aldus de onderzoekers. Het motto lijkt hier te zijn: uit de schoolbanken is klaar met leren. Werknemers lijken bijna niet bereid om zich bij te scholen. En dat is niet handig in een economie waar om de haverklap nieuwe banen ontstaan. De PvdA wil dat Nederland over tien jaar de best opgeleide beroepsbevolking ter wereld heeft, zodat Nederland economisch voorop blijft lopen. Ook wil de PvdA meer investeren in onderwijs en bijscholing van werknemers. Zodat werknemers zich kunnen ontwikkelen in hun vak en daardoor verzekerd blijven van een baan. Dankzij beter opgeleide mensen worden bedrijven concurrerender en dragen daarom bij aan een gezonde economie. 

Lees ook: 'Na studeren klaar met leren? Onze mentaliteit moet veranderen'

 

Timmerlieden en schilders volgen een cursus houtrenovatie volgens nieuw systeem: leren houdt niet op na de schoolbanken
Bert Janssen / HH

Nationale Investeringsbank voor kansrijke projecten

Kansrijke projecten, vooral op het gebied van duurzame energie, kunnen een enorm lange terugverdientijd hebben. Veel private kredietverleners zijn daar huiverig voor, bijvoorbeeld vanwege de lange looptijd of omdat er teveel onzekerheid is over het nationale overheidsbeleid. Een Nationale investeringsbank zou hierin uitkomst kunnen bieden, maar die hebben wij in Nederland sinds 1998 niet meer als zo’n beetje de enige in Europa.

Het is positief dat de PvdA hier verandering in wil brengen en de Bank Nederlandse Gemeenten en de Waterschapsbank wil omvormen tot een publiek-private investeringsbank die het mkb financiert en grootschalige publieke investeringen doet. Ook financiering van doorgroei wordt makkelijker gemaakt. De bank krijgt een eigen vermogen van 10 miljard en kan een veelvoud van dit bedrag investeren in de Nederlandse economie. Investeringen die nu in de markt niet tot stand komen, zoals bijvoorbeeld op het gebied van de energietransitie.

Lees ook: 'In Duitsland liggen wél miljarden klaar' 

 

 

Creatieve oplossingen voor krimpgebieden

Ondernemen in een leeglopende regio valt niet mee. Positief is daarom dat de PvdA meer financiële steun wil geven aan krimpgebieden. Er is gebrek aan geschikt personeel en een goede afzetmarkt. Voor deze krimpgebieden wil de PvdA regels schrappen, zodat creatieve oplossingen mogelijk worden om voorzieningen als onderwijs, zorg, detailhandel en openbaar vervoer toch te behouden. Krimpgebieden moeten beter aan worden gesloten op nabijgelegen steden. Dat geldt ook voor steden die over de grens liggen. De verstedelijkingsopgave moet gekoppeld worden aan de opgave voor leefbaarheid en behoud van voorzieningen in krimpgebieden. Wel zou er meer aandacht moeten komen voor het stimuleren van nieuwe economische dragers voor deze leeglopende regio’s.

 

'VOOR KRIMPGEBIEDEN WIL DE PVDA REGELS SCHRAPPEN, ZODAT CREATIEVE OPLOSSINGEN MOGELIJK WORDEN' 

 

 

Drie slechte plannen van de PvdA

Toptarief is floptarief

De PvdA wil een toptarief van 60 procent invoeren voor inkomens boven de 150.000 euro. Dat is een slecht plan. Uit cijfers van het CPB uit 2013 blijkt al dat een verhoging van dit tarief niets oplevert. Sterker nog: de belastinginkomsten zullen dalen als het kabinet de hoogste inkomens met meer dan 52 procent belast. Een verlaging van het toptarief van 52 procent ligt juist meer voor de hand, becijferde het CPB al eerder. Hierdoor worden mensen niet aangemoedigd om minder te gaan werken of te verhuizen naar het buitenland, waar het belastingklimaat wel gunstig is. De inkomstenbelasting in Nederland is namelijk al erg fors. Vanaf een middeninkomen van 56.000 euro geldt op dit moment al het hoogste tarief van 52 procent. Voor de bühne lijkt dit PvdA-plan een sympathieke maatregel, maar de gevolgen wegen daar helaas niet tegen op.

Lees ook: 'Hoger belastingtarief levert niets op'

 

De verkeerde kant op met de vpb

Ook het plan voor verhoging van de vennootschapsbelasting is geen slim idee. De kans is zelfs groot dat het tegendeel wordt bereikt van wat de PvdA wil. Volgens de partij levert elke procent verhoging de staat 700 miljoen euro op. Maar dan ziet de PvdA andere nadelen over het hoofd. Een verhoging van de vennootschapsbelasting van 25 procent naar de voorgestelde 27 procent is slecht voor het aantrekken van nieuwe investeringen en dus slecht voor het scheppen van nieuwe banen. Vreemd genoeg beloofde minister Dijsselbloem in november vorig jaar nog te zullen kijken of de Vpb omlaag zou kunnen om bedrijven aan te moedigen zich in Nederland te vestigen. Een verhoging kan daarom grote gevolgen hebben voor de internationale positie van Nederland als aantrekkelijk vestigingsland. In Ierland bijvoorbeeld geldt een tarief van 12,5 procent. Sterker nog, aangezien een aantal andere landen hun vpb-tarieven stelselmatig verlaagt, loopt Nederland het gevaar ook terrein te verliezen als de vennootschapsbelasting de komende jaren ongewijzigd zou blijven.

Lees ook: 'Stop met mythes over winstbelasting'

 

'EEN VERHOGING VAN HET VPB-TARIEF KAN GROTE GEVOLGEN HEBBEN VOOR DE INTERNATIONALE POSITIE VAN NEDERLAND'

 

Innovatieregelingen niet uitkleden aub

Ondernemers die innoveren zijn de drijvende kracht achter de economische groei van Nederland. Daarom is het van groot belang dat regelingen als de WBSO en de innovatiebox, die onderzoek en innovatie fiscaal stimuleren, overeind blijven. Hiervan profiteren ook mkb-bedrijven. Voor veel grote bedrijven zijn deze regelingen een belangrijke factor bij de afweging of onderzoeksfaciliteiten in Nederland of in het buitenland worden gevestigd. Die zorgen er voor dat het Nederlandse bedrijfsleven door kan innoveren. Onderzoek en ontwikkeling zijn immers van cruciaal belang voor het innovatievermogen en daarmee de groei van ons land. Maar ook met de daaraan gerelateerde economische bedrijvigheid en werkgelegenheid. Nederland behoorde in 2016 voor het eerst tot de groep innovatieleiders, het is zaak dat vooral zo te houden. In dat licht is het nogal paradoxaal dat de PvdA zegt te willen investeren in onderzoek en innovatie, maar tegelijkertijd juist wil bezuinigen op dit soort bewezen stimuleringsmaatregelen. Dus budgettering en versobering van de fiscale subsidieregelingen voor innovatie: denk er nog even over na aub.

Lees ook: 'Innovatiebeleid moet krachtig doorgezet worden'