3 MRT, 2026 • Opinie
Het Draghi-rapport: ambitie vraagt tempo
Toen Mario Draghi in 2024 zijn rapport over het Europese concurrentievermogen presenteerde, was zijn waarschuwing helder: zonder harde keuzes dreigt Europa een ‘langzame, pijnlijke aftakeling’. Anderhalf jaar later staat één vraag centraal: wordt er snel genoeg gehandeld?
Brussel, het bedrijfsleven en kennisinstellingen erkennen de analyse unaniem, maar hun perspectieven op de uitvoering lopen uiteen. Urgentie botst met bestuurlijke realiteit – en precies daar ligt het dilemma van Europa.
Europese Commissie: met urgentie aan de slag
Volgens Cecilia Thorfinn, waarnemend hoofd van de Vertegenwoordiging van de Europese Commissie in Nederland, is het beeld dat Europa treuzelt te simplistisch. ‘We moeten onverbiddelijk doorgaan,’ zei Commissievoorzitter Ursula von der Leyen recentelijk over het uitvoeren van de aanbevelingen uit het Draghi-rapport, en dat is volgens Thorfinn geen loze belofte.
Sinds het verschijnen van het rapport heeft de Commissie het Kompas voor Concurrentievermogen gepresenteerd: een routekaart die inzet op het dichten van de innovatiekloof, het verduurzamen van de economie en het verkleinen van strategische afhankelijkheden. Daaruit zijn concrete voorstellen voortgekomen: een EU-brede strategie voor start- en scale-ups, honderden miljarden euro’s voor AI-investeringen, de Clean Industrial Deal voor energie-intensieve sectoren en handelsverdragen met onder andere India en Zuid-Amerika om Europa minder afhankelijk te maken.
De Commissie gaat ook dit jaar onverminderd door met het uitvoeren van de aanbevelingen, benadrukt Thorfinn. Tegelijk wijst ze op de institutionele realiteit: besluitvorming gaat via Commissie, Raad en Parlement en moet worden uitgevoerd door 27 lidstaten. Daar gaat tijd overheen.
Die complexiteit betekent echter niet dat urgentie ontbreekt. Integendeel. ‘De Commissie legt de voorstellen op tafel. Maar het urgentiegevoel moet ook leven bij lidstaten, Europarlementariërs en sectoren. Versnellen kan alleen als iedereen hetzelfde gevoel van noodzaak deelt.’
Chemische industrie: de pijn is nú voelbaar
Voor Mark Intven, hoofd Klimaat en Energie bij de chemiebranche VNCI, is de urgentie voor de industrie is hoog. ‘Draghi waarschuwde voor een ‘slow agony’. In de chemie zien we die echter nu al.’
De sector kampt met hoge energieprijzen, zware regeldruk en toenemende concurrentie van buiten Europa. Sluitingen volgen elkaar op, investeringen zijn sterk teruggelopen. ‘Voor bedrijven die vandaag beslissen waar ze investeren, telt niet wat over drie jaar is ingevoerd, maar wat nú werkt.
Hoewel trajecten als de Clean Industrial Deal, de Industrial Accelerator Act en het Action Plan for Affordable Energy belangrijke thema’s aanpakken, bevindt veel beleid zich nog in de ontwerpfase. ‘Gezien de omvang is dat begrijpelijk, maar de realiteit is dat de-industrialisatie sneller gaat dan de beleidsreactie.’
Daarnaast ontbreken volgens hem cruciale randvoorwaarden: een interne markt voor secundaire grondstoffen, duidelijke ‘lead markets’ en Made in Europe-eisen. ‘Zolang die ontbreken, blijft Draghi voor de industrie vooral een belofte.’
Neth-ER: half werk helpt Europa niet vooruit
Jurgen Rienks, directeur van Neth-ER, de Nederlandse kennisinstelling voor Europees onderwijs-, onderzoek- en innovatiebeleid, onderschrijft Draghi’s analyse, maar plaatst vraagtekens bij de vertaling naar concrete keuzes. ‘De ernst is nog niet overal doorgedrongen. Te vaak kiezen we voor halfbakken oplossingen.’
Hij wijst op het voorstel voor het zogenaamde 28e regime: een vrijwillig EU-breed regelkader voor bedrijven. ‘Dat is een stap, maar om echt op te schalen hebben we één uniform regime nodig.’ Neth-ER pleit voor een vijfde Europese vrijheid: vrij verkeer van kennis, onderzoekers en technologie.
Rienks ziet bovendien spanning tussen ambities en bestaande structuren. Initiatieven zoals de Union of Skills (bedoeld om onderwijs en basisvaardigheden in de gehele EU te verbeteren) zijn nodig, maar botsen met nationale bevoegdheden en Europese aanbestedingsregels. ‘Dat illustreert waarom implementatie complex is. Maar complexiteit mag geen excuus zijn om keuzes uit te stellen.’
TNO: beleid kost tijd, maar keuzes zijn onvermijdelijk
Marcel de Heide, hoofdeconoom bij TNO, wijst op een fundamenteler probleem: ‘Draghi’s analyse en aanbevelingen zijn sterk. Maar we overschatten vaak hoe snel de effecten van veranderingen in beleid op bijvoorbeeld de economie waarneembaar zijn.’
Innovatie heeft lange doorlooptijden; tussen investering en zichtbare impact zitten vaak tien tot twintig jaar. ‘Dat maakt innovatiebeleid politiek kwetsbaar. Wat je vandaag doet, zie je morgen niet terug.’
De Heide benadrukt dat Europa te veel focust op kortetermijnmetingen: projecten, patenten, regelingen. ‘Terwijl het uiteindelijk gaat om impact: wat ‘doet’ kennis in economie en de samenleving?’
Volgens hem vraagt Draghi impliciet om keuzes onder schaarste. Maar in het Wennink rapport, de ‘vertaling’ van Draghi naar de Nederlandse context, gebeurt dit nog onvoldoende. ‘Dat geldt ook voor het nieuwe coalitieakkoord. Ruimte, energie en arbeid zijn hier beperkt. Dan kun je niet alles blijven doen.’ Toch blijven prioriteiten vaak impliciet. ‘We zeggen vooral wat we méér willen, maar nauwelijks wat we minder, of juist niet meer zouden moeten doen om ruimte te geven aan vernieuwing in de economie. Daar ligt de kern van het implementatieprobleem.’
Tempo tegenover draagvlak
Terug naar Brussel. Thorfinn herkent de spanning tussen urgentie en haalbaarheid. ‘Europa kan alleen versnellen als voorstellen breed worden gedragen. Wetgeving die strandt in de Raad of het Parlement helpt niemand.’ Maar de inzet blijft hoog, benadrukt ze. ‘Dit jaar volgen voorstellen voor het 28e regime, een Europese Innovatiewet en verdere stappen richting techsoevereiniteit. Dit proces stopt niet.’
Conclusie
Over één ding zijn alle vier het eens: stilstand is geen optie. Waar meningen uiteenlopen, is de verhouding tussen snelheid en zorgvuldigheid. De Commissie wijst terecht op de institutionele realiteit. Industrie en kennisveld voelen tegelijk de urgentie van vandaag.
Misschien zit de kern van het debat daar: Draghi heeft de richting scherp gezet, maar uitvoering dwingt Europa tot wat het traditioneel lastig vindt: keuzes maken onder schaarste, met oog voor lange én korte termijn. Het tempo ligt niet in wetten of deadlines, maar in de bereidheid om die keuzes daadwerkelijk te dragen.


