Floris Alkemade: ‘Het platteland is een broeinest van innovatie’

Nergens vind je zoveel creativiteit en nergens zoveel startups. Tenminste zo ziet Rijksbouwmeester Floris Alkemade het.  Het platteland is een potentieel broeinest van innovatie. Hij schreef een prijsvraag uit voor de herinrichting van een leefbaar platteland. Boeren, overheden en ontwerpers worden aangesproken, maar waarom noemt hij ondernemers niet?

 

Meneer Alkemade, spelen bedrijven geen rol in de leefbaarheid van het platteland?

‘Zeker wel, maar voor de prijsvraag gaat het erom hoe wij het platteland kunnen herprogrammeren. Daarbij moet je grondeigenaren betrekken, die op korte termijn iets moeten met hun grond. De komende jaren zal je zien dat boeren stoppen, stallen leeg komen en het platteland dreigt te ontvolken. Bedrijven haken wel aan bij projectvoorstellen die op onze website prijsvraagbroodenspelen.nl staan. Ik merk tijdens voorlichtingsavonden ook dat er uit die hoek veel belangstelling is. Als wij weg gaan, blijven bedrijven, boeren en gemeenten nog lang napraten over hun ideeën.’

 

Floris Alkemade over de verschillen tussen de stad en het platteland 

 

Waarom houdt een RijksBOUWmeester zich bezig met de leefbaarheid van het platteland?

‘Een Rijksbouwmeester zorgt voor de gebouwen van de Rijksdiensten en hij geeft gevraagd en ongevraagd advies aan het Rijk over architectuur. Daar heb ik zelf een derde poot aan toegevoegd: wat zijn maatschappelijke thema’s en hoe vertaal je die in een ontwerpopdracht? Twee jaar geleden ben ik begonnen met een prijsvraag voor vluchtelingenhuisvesting. Vorig jaar was het thema Who Cares – dat ging over de zorg – en nu heet het Brood en Spelen over de toekomst van het platteland.’ 

Wie is Floris Alkemade?Floris Alkemade (1961) is architect en stedenbouwkundig ontwerper. Na zijn afstuderen aan de TU Delft was hij 18 jaar lang verbonden aan het bureau Office for Metropolitan Architecture (OMA), waarvan de laatste acht jaar als partner. Sinds 2008 leidt Alkemade zijn eigen bureau FAA. Daarnaast was Alkemade gast-professor aan de Universiteit van Gent en is hij lector aan de Academie van Bouwkunst in Amsterdam. Floris Alkemade werd in 2015 benoemd als Rijksbouwmeester en voorzitter van het College van Rijksadviseurs.Hoe ziet een leefbaar platteland er uit?

‘Dat blijkt uiteindelijk uit het resultaat van de prijsvraag. Er zijn altijd nota’s óver het platteland geschreven, ik ben wel benieuwd wat ze er zelf van vinden. Ik zeg niet: Dit is volgens mij het probleem, los het op. Ik vraag de gebruikers van het gebied wat zíj het probleem vinden en hoe zij het willen oplossen.’

 

‘het platteland is dé plek voor radicale verandering’

 

‘Ik ben een groot pleitbezorger van het platteland. Zeker in Nederland is dat dé plek waar de radicale veranderingen plaatsvinden. De helft van de startups zit op het platteland. Daar heb je de vrijheid en de ruimte om creatief te zijn. Als je ziet wat voor gedoe het is om in de stad iets op te zetten. Ruimte is vrijwel onbetaalbaar. Nederland staat aan de vooravond van grote veranderingen zoals de energietransitie en verduurzaming van de voedselproductie. Dat kan alleen gebeuren op het platteland.’

 

Herinrichting, herprogrammering, betekent dat dat er nieuwe regels moeten komen?

‘Dat is wel een beetje zo. Als je meer regie voert, wordt integraal beheer mogelijk. Wij hebben in Nederland te maken met minder biodiversiteit, verdroging van landbouwgebieden en natuur, mestproblematiek, stoppende boeren, verduurzaming van voedselproductie, de energietransitie, ontwikkelen van natuurwaarden. Met sturing kun je dan de optimale plek vinden voor de functies in een bepaalde regio. Het Kadaster heeft bijvoorbeeld genoeg gegevens om te analyseren welk gebied geschikt is voor landbouwconcentratie en waar ruimte komt voor industrie.’

 

Floris Alkemade tijdens de bijeenkomst Nederland wordt anders bij de TU Delft 

 

Wat betekent dat voor bedrijfsterreinen? Gaan die er helemaal anders uitzien?

‘Dat hoop ik wel een beetje. Het zou al fijn zijn als er aan gedacht wordt om ze meer in te passen in het landschap. Bedrijfsterreinen zijn nu een exponent van het idee dat functies gescheiden moeten worden. Maar waarom zou je bedrijven en wonen niet vaker combineren in deze tijd van informatica en digitalisering? En daar een waterbeheerprogramma aan toevoegen en een natuurontwikkelingsprogramma? We moeten af van die monoculturen.’