18 JUN, 2026 • Analyse
De zachte kracht van Scandinavië
De Scandinavische landen worden in Nederland vaak aangehaald als voorbeeld van hoe het anders kan: beter georganiseerd, met meer vertrouwen tussen overheid en burger. Maar hoe werkt dat in de praktijk?
Correspondent Jeroen Visser woonde vijf jaar in de regio en zag van dichtbij hoe beleid, cultuur en dagelijkse keuzes daar anders samenkomen dan in Nederland. Drie observaties laten zien dat ogenschijnlijk kleine verschillen grote gevolgen kunnen hebben voor werk, zorg en de rol van de overheid.
-
De Zweedse kinderopvang
We hadden net een plek gekregen bij de kinderopvang in Stockholm en ik zat te wachten op het moment dat we moesten doorgeven welke dagen in de week onze zoon zou komen en hoeveel het zou kosten. Wat bleek: dat was niet nodig. We konden ons kind gewoon sturen van maandag tot en met vrijdag en het tarief bleef hetzelfde: 100 euro per maand.
Onze voorschool De Linde was een oudercoöperatief, waar ouders het bestuur vormen en allerlei nevenwerkzaamheden doen, zoals klussen, werving van nieuwe kinderen en het beheren van de website. Dat bespaart de school veel kosten, waardoor er extra geld naar onderwijspersoneel gaat. Zo kent de school zes leerkrachten (waarvan er één dubbelt als kok) op twintig leerlingen.
In Zweden blijven kinderen tot hun zesde op hun förskola, die opvang en kleuterschool ineen is. Onze zoon begon hier op zijn derde. Dat was weliswaar later dan de andere kinderen, maar ook weer niet zoveel later. De meeste ouders sturen hun kind al vanaf anderhalf jaar naar de opvang. Ik weet nog de afschuw op het gezicht van een ouder toen ik vertelde dat veel kinderen in Nederland met drie maanden naar de crèche gaan.
Als Zweedse kinderen eenmaal naar de voorschool gaan, dan zitten ze er ook vaak vijf dagen per week. We konden om ons heen zien wat het effect was: er waren weinig ouders die deeltijd werkten. De kosten en de zekerheid van goede opvang zorgen er in Zweden voor dat fulltime werken makkelijker wordt.
Er hangt natuurlijk wel een prijskaartje aan. Zweden geeft meer geld uit aan onderwijs per kind dan Nederland (15.000 euro per kind per jaar tegenover 9.500 euro, volgens OESO-cijfers uit 2022). Daar staat tegenover dat al die fulltimers ook meer belastinggeld opleveren.
Nog één maar: op De Linde en andere Zweedse scholen gold een ongeschreven regel dat je je kinderen rond 16.00 uur ophaalde (en zeker voor 17.00 uur, wanneer de school dichtging). Vaak zag je dat ouders die dag wat vroeger met hun werk waren begonnen. Om hun kroost op te halen moesten ze halverwege de middag vertrekken. Ook dat is in Zweden heel normaal.
-
De Scandinavische overlegcultuur
Toegegeven, de zoveelste fika (koffie met iets lekkers) op een Zweedse werkplek kan wel eens een beetje overdreven aanvoelen. En wie deelneemt aan een commissievergadering van de voorschool over bijvoorbeeld het maaltijdbeleid, moet niet verwachten dat er meteen een beslissing wordt genomen. De Zweden houden van harmonie en consensus, en daar is vaak wat langer de tijd voor nodig.
De Scandinavische overlegcultuur kan soms stroperig en frustrerend zijn voor een Nederlander. Toch levert ze op nationaal niveau resultaten op waar we iets van kunnen leren.
Kijk naar Denemarken, waar twee jaar geleden een breed akkoord werd gesloten over een krimp van de veestapel en een CO₂-belasting voor boeren; een unicum in de wereld. Het bijzondere aan dit akkoord was niet alleen dat het werd gesteund door zeven politieke partijen, maar ook dat de boerenorganisatie haar handtekening eronder zette.
Net als in Nederland steggelen Deense boeren, overheid en milieuorganisaties al jaren over het mestoverschot. Het voornaamste probleem is dat wegvloeiende mest een zuurstoftekort veroorzaakt in de Deense fjorden. Dat is schadelijk voor de natuur en in strijd met Europese afspraken. Met het akkoord beloofde de Deense overheid 6 miljard euro beschikbaar te stellen voor boeren die (een deel van) hun akkers verkopen of omzetten in bos- en weidegrond.
Anders Panum Jensen, medeonderhandelaar namens boerenorganisatie Landbrug & Fødevarer, vertelde me dat zijn organisatie besloot mee te praten om erger te voorkomen. ‘Anders krijg je misschien een scenario waarbij de regering iets doordrukt waar veel politieke en maatschappelijke weerstand tegen is. Dat zou een recept zijn voor een jarenlang giftig politiek klimaat.’
Die bereidheid tot samenwerken en compromissen sluiten zie je ook in het Deense parlement. Minderheidskabinetten zijn er eerder regel dan uitzondering en regelmatig sluit de regering politieke akkoorden (forlig) met delen van de oppositie. De belangrijkste les, volgens politicologen, is dat regeren niet altijd draait om het maximaal benutten van macht. Stabiliteit op de lange termijn is minstens zo belangrijk. Dat daarvoor heel wat tijd opgaat aan koffie en koekjes, is een kleine prijs om te betalen.

Een Zweedse voorlichtingsfolder over schermtijd voor kinderen valt op de mat bij ouders. Met dergelijke campagnes probeert de overheid gezond gedrag te stimuleren zonder direct regels op te leggen. Foto: Jeroen Visser
-
Een steuntje in de rug
Nederlanders zijn vaak huiverig voor het idee dat anderen hun voorschrijven wat ze moeten doen of kiezen. Dat is in Scandinavië niet anders. Toch mag de overheid zich hier iets vaker opstellen als een vriendelijke, maar sturende ouder die het beste met zijn kind voorheeft.
Zo kregen wij begin dit jaar, net als miljoenen andere ouders, een folder in de bus met als titel: Hoe praten jullie thuis over schermtijd? De folder was afkomstig van het Zweedse gezondheidsinstituut en bevatte tips en adviezen over schermgebruik door kinderen. Kinderen tussen de twee en vijf jaar zouden bijvoorbeeld maximaal één uur schermtijd per dag moeten hebben, kinderen tussen zes en twaalf jaar één tot twee uur.
Normeren is hier geen probleem. Voor alcohol moet je in Zweden, Noorwegen en Finland bijvoorbeeld naar een speciale staatswinkel. Om impulsaankopen te voorkomen verkopen Zweedse winkels geen gekoelde alcoholische dranken en zijn ze op zon- en feestdagen gesloten. Vanuit Nederlands perspectief lijkt dat onpraktisch, maar hier wordt het breed geaccepteerd.
In Noorwegen zie je diezelfde sturende rol terug in het beleid rond elektrische auto’s. De overheid besloot al in de jaren negentig dat elektrisch rijden de toekomst was en hielp die transitie actief op weg met belastingvoordelen en investeringen in laadinfrastructuur. Nederland kwam later met vergelijkbare maatregelen, bood minder voordelen en bouwde die ook sneller weer af.
Vorig jaar reed ik een week door Noorwegen en zag wat dat beleid heeft opgeleverd. Het gros van het wagenpark is inmiddels elektrisch en de prachtige route tussen Oslo en Trondheim (800 kilometer) bleek bezaaid met laadpunten. Met de snelladers ben je vaak binnen twintig minuten weer onderweg.

Een Deense campagneposter moedigt fietsers aan een helm te dragen. Via voorlichting en bewustwording probeert de overheid veilig gedrag te stimuleren zonder een helmplicht in te voeren. Foto: Jeroen Visser
De Denen zijn iets terughoudender met normeren. Bier en wijn koop je er gewoon in de supermarkt en er is geen fietshelmplicht voor kinderen, zoals in Finland en Zweden. Wel vonden de Denen het een goed idee om burgers te overtuigen van de voordelen van een fietshelm. Via campagnes, scholenacties en voorlichting raakten steeds meer mensen overtuigd. In twintig jaar tijd is het aantal fietsers met een helm verdubbeld; inmiddels draagt de helft van de Deense fietsers er een. Onder kinderen ligt dat percentage zelfs op 90 procent.
De les: met consequente sturing kan een overheid gedrag beïnvloeden zonder direct te verbieden of te verplichten.
Wat Nederland hiervan kan leren
De Scandinavische voorbeelden laten geen perfect systeem zien, maar wel een andere bestuurscultuur. De kern lijkt minder te zitten in grote beleidskeuzes dan in consistentie: opvang die werk faciliteert, overleg dat compromissen oplevert en beleid dat gedrag actief stuurt.
Voor Nederland is de vraag niet of het Scandinavische model te kopiëren is, maar welke elementen ervan schaalbaar zijn in een land dat traditioneel meer inzet op individuele keuzevrijheid en marktwerking. Juist daar ligt de spanning: tussen efficiëntie en draagvlak, tussen vrijheid en sturing, en tussen snelle besluitvorming en breed gedragen beleid.
Over Jeroen Visser: Jeroen Visser is sinds 2021 correspondent Scandinavië voor de Volkskrant, de VRT en andere media. Hij woont met zijn gezin in Stockholm. Daarvoor was hij correspondent in Zuidoost-Azië. Hij schreef het boek Noord-Korea zegt nooit sorry (Das Mag, 2022) over een spion die overliep van Noord- naar Zuid-Korea.



