3 FEB, 2026 • Opinie
Amerikaanse machtspolitiek zet Europa onder druk
De VS zetten hun eigen belangen steeds harder door, ook tegenover bondgenoten. De acties in Venezuela en de aandacht voor Groenland tonen een wereldbeeld waarin strategie boven bondgenootschap gaat. De dreiging met Amerikaanse tarieven markeert een volgende fase van escalatie.
H oe ga je om met een bondgenoot die macht steeds explicieter als instrument inzet? Volgens Rem Korteweg, senior onderzoeker bij Instituut Clingendael, passen de Amerikaanse acties in Venezuela en de aandacht voor Groenland in hetzelfde patroon. ‘Die actie tegen Maduro had ik niet op mijn bingokaart staan,’ zegt hij. Groenland kwam voor hem minder onverwacht.
Trump noemde het eiland al als ‘doelwit’ in zijn eerste termijn, en ook vorig jaar. Het succes in Venezuela heeft de Amerikaanse president volgens Korteweg waarschijnlijk gesterkt om nu door te pakken.
Trump kijkt, zo stelt Korteweg, uitgesproken transactioneel naar de wereld: wat levert het de Verenigde Staten op? In Venezuela draaide het om olie die richting China en Rusland vloeide en die, in Trumps ogen, voor Amerika moest zijn, en om controle uitoefenen in de eigen achtertuin. Groenland past in datzelfde denken: strategisch gelegen, militair relevant, met nieuwe vaarroutes en grondstoffen die in een veranderende wereld steeds belangrijker worden.
De kern van Kortewegs zorg ligt niet zozeer bij de vraag welk land Trump hierna op het oog heeft, maar bij het precedent dat hiermee wordt geschapen. ‘Als militaire druk wordt gebruikt om economische controle af te dwingen, vervallen we weer naar het recht van de sterkste.’ Dat die druk nu ook expliciet economisch wordt gemaakt, via tariefdreigingen richting Europa, onderstreept hoe snel deze ontwikkeling escaleert. Het dwingt Europa na te denken over zijn positie tegenover ene bondgenoot die macht steeds nadrukkelijker inzet als politiek instrument.
Van meebewegen naar escalatie
Europa’s eerste reflex was vertrouwd: oproepen tot terughoudendheid, diplomatie en respect voor internationaal recht. Ook na de inval in Venezuela klonk die toon. In het Groenland-dossier koos Europa bovendien bewust voor meebewegen. Het erkende het strategische belang van het gebied, schaarde zich solidair achter Denemarken en stuurde extra militairen, mede om Amerikaanse zorgen binnen NAVO-verband serieus te nemen.
Die benadering heeft echter geen de-escalatie opgeleverd. Integendeel: de Amerikaanse reactie was geen ontspanning, maar verdere druk. Met de dreiging van importtarieven tegen Europa is een nieuwe fase bereikt. De stap van meebewegen ligt achter ons, aldus Korteweg. Volgens de expert zijn we daarmee beland in een fase waarin economische machtsmiddelen niet langer impliciet blijven. Er wordt nu openlijk gesproken over economische tegenmaatregelen. De Europese Unie is een van de grootste afzetmarkten ter wereld en een cruciale handelspartner voor de Verenigde Staten. De discussie over het spiegelen van Amerikaanse tarieven en het activeren van het Europese anti-dwanginstrument is daarmee geen theoretische exercitie meer, maar een reële beleidsoptie.
Tegelijk waarschuwt Korteweg voor overschatting. ‘Als de Amerikanen militair iets willen doen, dan kan je daar heel weinig tegenover zetten.’ Economische druk is mogelijk, maar raakt Europa zelf minstens zo hard. De vraag is inmiddels niet meer of Europa die stap kan zetten, maar of het bereid is de consequenties van nietsdoen te accepteren.
Voor ondernemers is dat geen abstract geopolitiek spel. Machtspolitiek werkt steeds directer door in markttoegang, investeringszekerheid, grondstoffenprijzen en handelsstromen. Een escalerende tarievenstrijd met Washington zou die onzekerheid verder vergroten. Juist daarom is Europese eenheid cruciaal.
Alleen als Europa met één stem spreekt, heeft het gewicht tegenover Washington. Maar die eenheid is allesbehalve vanzelfsprekend. ‘De vraag is of Groenland belangrijk genoeg wordt gevonden door álle Europese landen om echt de rijen te sluiten,’ zegt Korteweg. Voor sommige landen voelt het Arctische gebied ver weg, terwijl de economische gevolgen van een harde reactie direct voelbaar zullen zijn. Nu economische belangen rechtstreeks worden geraakt, wordt dat spanningsveld alleen maar scherper.
Groenland: geen goudmijn
Waar Korteweg de nadruk legt op macht en veiligheid, plaatst Andor Lips, strategisch adviseur grondstoffen bij TNO, kanttekeningen bij het grondstoffenverhaal. ‘Groenland is geologisch interessant, maar economisch wordt het vaak groter gemaakt dan het is,’ zegt hij. Winning is complex en kostbaar. ‘Zo’n 80 procent van het grondstoffenpotentieel ligt onder sneeuw en ijs. Het is zeer de vraag wat daarvan uiteindelijk echt winbaar is.’
Ook economisch vormt Groenland volgens Lips geen snelle geopolitieke hefboom. ‘Wat daar uit de grond komt, gaat in het algemeen naar de open markt.’ Voor Nederland is de directe betekenis beperkt. ‘Wij werken hier vooral met halffabricaten. Als Amerikanen daar grondstoffen zouden winnen, verandert dat voor Nederlandse bedrijven weinig.’
Kwetsbaarheid verkleinen
De Amerikaanse acties in Venezuela en de aandacht van de VS voor Groenland laten zien dat machtspolitiek ook tussen bondgenoten terug is. Met de dreiging van tarieven tegen Europa is die machtspolitiek nu expliciet economisch geworden. Voor Europa gaat het daarbij niet alleen om diplomatieke formuleringen, maar om strategische keuzes – inclusief economische consequenties.
Korteweg vat het scherp samen: Europa moet beseffen ‘dat die afhankelijkheid van de Verenigde Staten ons ook heel kwetsbaar maakt’. Die afhankelijkheid verkleinen, via diplomatie, strategische aanwezigheid en het bewuster inzetten van economisch gewicht, is geen anti-Amerikaanse reflex. Het is een voorwaarde voor een gelijkwaardiger relatie. De discussie over wat er gaat gebeuren in Groenland gaat daarmee uiteindelijk niet over vaarroutes of mineralen, maar over Europa zelf. Over de vraag of het continent bereid is zijn eigen machtsmiddelen verstandig en eensgezind in te zetten, in een wereld waarin bondgenoten geen vanzelfsprekendheid meer zijn.



