Kamerlid Joba van den Berg (CDA): ‘Ik wil alles van je weten’

Ze wil alles weten, maar belooft helemaal niets. Joba van den Berg (CDA, Zeeland) zit niet voor het bedrijfsleven in Tweede Kamer, maar voor iederéén. En vooruit: wel een beetje meer voor Zeeland dan de rest van Nederland: 'Ik zie daar geen probleem in.'

 

Portefeuille-puzzel

Joba van den Berg: ‘Met mijn achtergrond in het bedrijfsleven lag het natuurlijk voor de hand dat ik een deel van de portefeuille economische zaken zou gaan doen, maar als Kamerlid heb je dat niet voor het zeggen. Het is altijd veel gepuzzel. De zorgportefeuille heb ik bijvoorbeeld te danken aan het feit dat Mona Keijzer staatssecretaris werd. Wat ik in elk geval niet wilde, waren sport en cultuur, want daar weet ik niks van. Ook op het gebied van justitie heb ik een inhoudelijke achterstand.’

Wie is Joba van den Berg?Ze studeerde achtereenvolgens facility management en internationale economie.  In 1985, het laatste jaar van de tweede studie, werkte Joba van den Berg (60) bij het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA. Na haar studie startte ze in het bedrijfsleven. Bij Unilever had ze verschillende (management)functies op het gebied van personeelszaken. Van 1995 tot 2001 was ze hoofd personeelszaken bij achtereenvolgens Budelpack Co-packers en advocatenkantoor NautaDutilh. Daarna keerde ze weer tot 2008 terug bij Unilever als directeur industrial & employee relations. Vervolgens werd ze directeur Sociale Zaken bij Bouwend Nederland. Sinds maart 2017 maakt zij deel uit van de CDA-fractie in de Tweede Kamer.

Groeiende zorg

‘De zorg is de helft van mijn werk in de Kamer. Het is een complex dossier met een eigen wereld waarin veel geld omgaat. De jaarlijkse zorguitgaven stijgen van 69 miljard in 2017 naar 87 miljard in 2021, dat is zelfs meer dan wat Nederland aan sociale zekerheid uitgeeft. Het gaat er mij om dat de zorg bereikbaar, beschikbaar en betaalbaar blijft. En de solidariteit in het systeem moet blijven bestaan. Uiteindelijk moeten mensen toch bereid zijn om te betalen voor de ellende van anderen. Je kunt bijvoorbeeld zeggen dat iemand die rookt daar zelf de consequenties van moet dragen, maar dan moet je ook kijken naar de invloed van factoren als genen, de omgeving en weerbaarheid.’

 

‘We moeten bereid blijven te betalen voor de ellende van anderen’

 

Lobbyisten

‘Nadat bekend was geworden dat ik de medische zorg zou gaan doen, liep mijn mailbox de volgende dag vol met berichten van allerhande partijen. En als aanbesteding op de agenda staat in de Tweede Kamer, weet Bouwend Nederland, waar ik hiervoor gewerkt heb, me ook wel te vinden. Ik wil goed toegankelijk zijn voor iedereen en ben royaal met visitekaartjes. Lobbyen vind ik prima, zolang ze maar niet één dag van tevoren komen, want dan zijn ze te laat. Ik ben dan meer duidelijk dan beleefd. Tegen lobbyisten zeg ik altijd: 'Ik wil alles van je weten, maar beloof niks, want wij maken hier de afweging.' In de zorg gaat het ook vaak om schrijnende individuele gevallen. Dan is het moeilijk voor mensen om ’nee’ te accepteren.’

 

Voor Zeeland

‘Sinds 1996 woon ik in Goes. Ik wil de Haagse spin in het web voor Zeeland zijn. Als er bijvoorbeeld iets speelt bij Zeeuwse uienboeren, dan speel ik dat door naar de landbouwwoordvoerder in de fractie. Ik zie er geen probleem in om het regionaal belang te dienen. Je moet dat natuurlijk altijd afwegen tegen het nationale belang. Maar als het bijvoorbeeld over grensoverschrijdend samenwerken gaat, is dat ook van belang voor andere grensregio’s.’

 

''t Gaat niet alleen om de Randstad.' Nee, Joba van den Berg gaat vol voor Zeeland, zei ze tegen Omroep Zeeland. Kijk maar:

 

Loonslaaf

‘Mijn vader was gemeentesecretaris, mijn moeder kwam uit een aannemersgezin. Zelf heb ik het ondernemerschap nooit overwogen. Ik zeg wel ‘chapeau’ tegen mensen die bereid zijn om persoonlijk risico te nemen. Ook voor innovatie is ondernemerschap van groot belang. Ik ben zelf ‘loonslaaf’ geworden omdat het bij Unilever nu eenmaal berenleuk was om te werken. Je moet gewoon zorgen dat je onafhankelijk kunt zijn in een afhankelijkheidsrelatie.’

‘Ik heb me toegelegd op human resources: hoe kun je het maken van winst combineren met de belangen van je werknemers? En als je moet reorganiseren, hoe doe je dat dan? Ik heb me vooral beziggehouden met de ‘harde’ kant van hr. Dus niet coaching, opleiding en ontwikkeling, maar downsizing en reorganiseren.’

 

Toch politiek in

‘Ik ben al sinds mijn 18de CDA-lid en actief binnen de partij.  Landelijk actief werd ik pas na de enorme verkiezingsnederlaag in 2010. Toen werd het Strategisch Beraad opgericht om ons te bezinnen op de toekomst van de partij. Ik werd gevraagd in 2013 gevraagd als voorzitter van de visiegroep werk en economie. Toen ik zo dichtbij de landelijke politiek kwam, besloot ik maar te solliciteren voor de Tweede Kamer. Een motivatie daarbij was dat ik actief was geweest voor bedrijven en branches, en dat ik nu voor iederéén in Nederland iets wilde betekenen.’

 

'Politiek gaat langzaam: op mijn 30ste had ik daar het geduld niet voor gehad'

 

‘Waar ik aan moest wennen, is het tempo van de besluitvorming. Op mijn 30ste had ik daar het geduld niet voor gehad. Nu heb ik meer ervaring en kijk ik wat je met de huidige wetgeving kan doen om op nieuwe ontwikkelingen in te spelen. Je hoeft niet overal nieuwe wetgeving voor te verzinnen: zo kun je ook tijd besparen. Voor Bouwend Nederland ben ik bijvoorbeeld in 2009 een lobby begonnen om de bepalingen voor fysieke belasting voor zzp’ers gelijk te stellen aan die voor werknemers. Dat is uiteindelijk in 2012 in de wet opgenomen. Dus je bent zo drie jaar verder met nieuwe wetgeving.’

 

Joba van den Berg geeft zichzelf een: 7 (minimaal)

‘Eigenlijk moeten anderen dat bepalen. Ik doe mijn best en God doet de rest. Maar vooruit, op school ging ik altijd voor een 9 maar haalde ik minimaal een 7.’

 

De tekst gaat na de foto verder

‘De mooie binnenstad van Goes biedt veel mkb-bedrijvigheid, zoals hier op de markt. En ik ga over mededinging in de Kamer.’
Foto: Wiebe Kiestra

Mkb of grootbedrijf?‘Die hebben elkaar nodig, en Nederland heeft beide nodig, dus ik ga niet kiezen. Ik heb wel als regel dat als iets goed is voor het mkb, het meestal ook goed is voor het grootbedrijf. Dus het mkb is mijn uitgangspunt, maar beide hebben een goed vestigingsklimaat nodig.’

Markt of overheid?‘Dan ga ik als CDA’er natuurlijk ook in het maatschappelijk middenveld zitten. De markt is niet zaligmakend, en de overheid kan de wereld ook niet alleen realiseren. Laat het initiatief zoveel mogelijk aan mensen zelf, maar geef wel de kaders voor bijvoorbeeld milieu en sociale normen.’