8 OKT, 2026 • Column
Jessie Koen: Onzekerheid remt vooruitgang
‘Een beetje onzekerheid is goed. Daar gaan mensen harder van lopen.’ Ik hoor deze redenering vaak wanneer ik het met werkgevers en beleidsmakers heb over arbeidsmarktveranderingen. Het klinkt genuanceerd. Te veel onzekerheid is schadelijk; een beetje houdt mensen scherp en brengt ze in beweging. Maar onderzoek laat overwegend het tegenovergestelde zien: onzekerheid maakt het juist moeilijker om vooruit te kijken en vooruit te komen.
Dat is problematisch in de huidige arbeidsmarkt. De snelle ontwikkelingen rond AI roepen veel onzekerheid op. Hoe ziet mijn baan er binnenkort uit? Zijn mijn vaardigheden nog wel relevant? Veel werkgevers verwachten dat medewerkers hierdoor zelf wel de regie nemen om met AI te experimenteren en hun werk beter en sneller te doen. Niets is minder waar. Want wie zich zorgen maakt over de toekomst van het werk, heeft minder ruimte in het hoofd voor nieuwe mogelijkheden.
Daar zit een lastige paradox. Om meer grip en zekerheid te krijgen, moeten mensen zich juist op nieuwe mogelijkheden richten: vooruitkijken, vaardigheden ontwikkelen, experimenteren of ander werk verkennen. Maar dat vergt tijd, energie en het vermogen om verder te kijken dan vandaag. Precies de dingen die onder druk komen te staan wanneer mensen onzekerheid ervaren.
Dat speelt niet alleen bij AI. Medewerkers die niet weten of een tijdelijk contract wordt verlengd, richten zich eerder op het regelen van een volgend contract dan op het ontwikkelen van vaardigheden voor later. Logisch natuurlijk. Een platformwerker die niet weet hoeveel opdrachten er volgende maand zijn, steekt tijd in het verkrijgen van opdrachten in plaats van het verkennen van loopbaanmogelijkheden. Onzekerheid kan mensen dus best een stapje extra laten doen om te behouden wat ze hebben. Maar voor de toekomstgerichte aanpassing die zij én hun werkgevers nodig hebben, moeten ze vooruit kunnen kijken.
Dat dat moeizaam gaat wanneer de toekomst van het werk onzeker is, zagen we ook in ons onderzoek onder zelfstandigen tijdens de coronacrisis. Zorgen over de toekomst van het werk gingen samen met moeite om vooruit te denken en te handelen. Maar we zagen ook iets anders: zelfstandigen die financieel goed konden rondkomen, gingen bij grotere onzekerheid wél meer vooruitkijken. De nuance is dus niet dat een beetje onzekerheid goed is, maar dat onzekerheid alleen tot initiatief kan leiden als mensen voldoende andere hulpbronnen hebben.
De toegang tot die hulpbronnen is echter ongelijk verdeeld. Mensen met een vast contract, goed werk en een professioneel netwerk hebben vaak meer mogelijkheden om te leren of vooruit te kijken. Maar mensen die onder hoge druk werken, routinematig werk doen of van tijdelijk contract naar tijdelijk contract gaan, hebben vaak minder leermogelijkheden, regelruimte en steun. Anders gezegd: juist degenen die er het meeste baat bij hebben om vooruit te kijken, krijgen daar de minste ruimte voor.
Een training, ontwikkelbudget of loopbaanondersteuning kan daarbij helpen, maar lost de paradox niet op. Een mogelijkheid aanbieden is nog niet hetzelfde als mensen in staat stellen er gebruik van te maken. In de praktijk komen vaak dezelfde mensen in beweging: degenen die al tijd, ruimte en zekerheid hebben.
Eigen regie betekent daarom niet dat je als werkgever achterover kunt leunen. Het betekent dat je een omgeving creëert waarin mensen initiatief kunnen nemen. Vraag dus niet alleen waarom iemand niet in beweging komt, maar ook wat diegene tegenhoudt. Natuurlijk kan niet alles door één werkgever worden opgelost. Scholing, netwerken en bestaanszekerheid mogen niet afhangen van een vast contract of één welwillende werkgever. Ook de overheid heeft daarin een taak.
AI laat goed zien waarom dat nodig is: het roept onzekerheid op, maar vraagt mensen tegelijk om te leren, te experimenteren en vooruit te kijken. Of dat lukt, hangt af van de ruimte en mogelijkheden die mensen krijgen. De vraag is dus niet hoe onzekerheid mensen harder laat lopen, maar hoe we zorgen dat werknemers én organisaties daadwerkelijk vooruitkomen.
Prof. dr. Jessie Koen is organisatiepsycholoog, senior onderzoeker bij TNO en hoogleraar Work Design for Learning & Innovation aan de Universiteit Twente. Ze onderzoekt hoe technologie werk verandert en hoe werkgevers en werknemers daar richting aan kunnen geven. Voor Forum belicht ze de menselijke kant van de toekomst van werk.