Internationalisering onderwijs: de fabels en de feiten

Help, we kunnen de toestroom van studenten uit het buitenland niet meer aan. Hogescholen en universiteiten worden overspoeld dankzij internationalisering onderwijs. We moeten iets doen om die internationale studenten buiten de deur te houden, want anders is er geen plek meer voor onze eigen kinderen. Eh… Toch?

 

 #1
aantal internationale studenten in NederlandNederlandse hogescholen en universiteiten worden overspoeld door buitenlandse studenten

Het klopt dat het aantal buitenlandse studenten in Nederland is toegenomen. Als je de cijfers over de afgelopen tien jaar bekijkt, is hun aantal zelfs meer dan verdubbeld van 40.000 naar bijna 90.000. Maar het aantal studenten in Nederland is óók flink gegroeid: er kwamen in tien jaar 130.000 studenten bij. Een deel hiervan valt te verklaren door de groei van het aantal buitenlandse studenten. En als je naar het totale aantal studenten in Nederland kijkt – zo’n 715.000 – is maar 11 procent een student met een buitenlands paspoort. Ter vergelijking: in Amerika en Engeland komt 1 op 5 studenten uit het buitenland. Dát is pas internationalisering van het onderwijs. Dus dat Nederlandse hogescholen en universiteiten bedolven worden onder de buitenlandse studenten kan op basis van deze cijfers nou niet echt hard gemaakt worden.

Nederland is de laatste jaren minder in trek bij Duitse en Chinese studenten. De belangstelling voor onze universiteiten en hogescholen groeit vooral in landen als Roemenië, India, Spanje en het Verenigd Koninkrijk. Vooral Europese landen dus. En over precies die studenten hebben we in Europa afspraken gemaakt: die mogen zich net als alle andere Europese burgers vrij bewegen en vestigen binnen de EU. En dus ook aan onze universiteiten studeren.

Wie is buitenlandkampioen?De universiteit van Maastricht telt verreweg de meeste internationale studenten. Logisch eigenlijk, met landen als Frankrijk, Duitsland en België naast de deur. Ook tellen University Colleges de grootste internationale studentenaantallen. Gek is dat niet – dat is precies waar die colleges voor bedoeld zijn. Kunstacademies en conservatoria trekken ook – al jaren – veel internationale studenten. Zij mogen alleen de allerbeste studenten selecteren. Is er dan sprake van verdringing? Dat is ook maar de vraag. Wel zou het goed zijn als Nederland actief studies in de gezondheidszorg en in de techniek promoot voor buitenlandse studenten, zodat zij tekorten op onze arbeidsmarkt kunnen opvullen.

Infographic: LinkDesign, bron: Nuffic

#2

Buitenlandse studenten pikken onze studieplekken in!

Eigen student eerst, riep de PVV laatst in een debat over internationalisering van het onderwijs. De Nederlandse student wordt verdrongen! Maar klopt dat wel? Je kunt alleen van verdringing spreken als Nederlandse jongeren zelf niet meer terecht kunnen op de universiteit. Daar zijn amper aanwijzingen voor. Alleen de TU Delft besloot een stop op niet-EU-studenten in te voeren bij de bachelor technische informatica. Het aantal aanmeldingen ging te hard, zegt bestuursvoorzitter Tim van der Hagen van de TU Delft in hun eigen magazine. ‘Wij kunnen niet de hele wereld opleiden in Delft.’ Een aparte zet, want het aantal aanmeldingen zegt niet per se iets over het aantal studenten dat ook Numerus fixus universiteit is totaal onnodigdaadwerkelijk aan een studie begint. Een deel beschikt niet over de juiste papieren, een ander deel kiest toch voor een andere opleiding. Feit is bovendien dat universiteiten en hogescholen studenten niet mógen selecteren op nationaliteit.

Daar komt bij dat vooral de technische universiteiten al langer kampen met een probleem, óók zonder aanwas van de buitenlandse studenten: zij kunnen gezien hun budget sowieso niet meer studenten aan. Sommige van de technische universiteiten kozen om die reden voor de invoering van een numerus fixus. Is het dan niet te makkelijk om te wijzen naar de buitenlandse student? Misschien is het beter om te vragen: zouden we – bedrijfsleven én overheid – niet extra moeten investeren in technisch onderwijs zodat het toegankelijk blijft voor iedereen? Ook vanwege de grote tekorten op de arbeidsmarkt aan technici. En dan nog iets: buitenlandse studenten kiezen óók veel voor kunstopleidingen aan hogescholen, die meestal een streng toelatingsbeleid hebben voor íedere student – de Nederlandse en die uit het buitenland. Verdringing is dan al helemaal lastig meetbaar.

Infographic: LinkDesign, bron: Nuffic

#3

Internationale studenten kosten Nederland veel meer dan ze opleveren

‘Buitenlandse studenten kosten de Nederlandse belastingbetaler geld.’ ‘Universiteiten verdienen aan de buitenlandse student.’ Wat is het nou? Even de feiten op een rij. Europese studenten betalen evenveel collegegeld als de Nederlandse, namelijk zo’n 2000 euro per jaar. Logisch, want dat zijn afspraken die we in Europa met elkaar hebben gemaakt. En andersom geldt dit natuurlijk ook: net zoals EU-studenten de Nederlandse belastingbetaler geld kosten, kosten Nederlandse studenten die in een andere EU-lidstaat studeren de belastingbetaler daar geld.

 

universiteiten verdienen aan de buitenlandse student? Nou...

 

Studenten buiten Europa betalen wat een studie écht kost, het zogenoemde instellingsgeld. Een Chinees telt bij de Universiteit van Amsterdam jaarlijks ruim 8.000 euro neer voor een bachelor opleiding en ruim 13.000 euro voor een masteropleiding. Wageningen University hanteert een voltijdtarief 17.600 euro per jaar. Worden de universiteiten daar rijk van? Niet echt. Volgens de overheid kost een student de universiteit gemiddeld 16.306 euro per jaar. Dat bedrag is de optelsom van collegegeld (2.006 euro) en de overheidsbijdrage van 14.300 euro per student (dat bedrag komt uit een brief van de VSNU aan de Vaste Commissie van OCW van de Tweede Kamer). Als je dat afzet tegen het bedrag dat universiteiten niet-EU-studenten in rekening brengen, dan kunnen we eerder zeggen dat het een kostendekkende dan een winstgevende business is, dat internationalisering van het onderwijs.

Hebben we dan financieel helemaal niets aan buitenlandse studenten? Oh jawel: ze leveren geld op voor de regio’s waar de universiteiten zitten. Ze zijn tenslotte ook nieuwe bewoners die hier een bijbaan hebben, belasting betalen, boodschappen doen, naar de film gaan en biertjes drinken in de lokale cafés.

Téveel (internationale) studenten is een risicoHans Vossensteyn en Renze Kolster van onderzoekscentrum Center for Higher Education Policy Studies stellen in het FD dat er een ‘kantelpunt’ is waarbij een forse groei van het aantal studenten uit binnen- én buitenland ten koste gaat van de kwaliteit van het onderwijs. Op dat moment moeten universiteiten of hogescholen echt gaan investeren in extra docenten en extra gebouwen. ’t Geld daarvoor is er vaak niet. Kun je daar buitenlandse studenten de schuld van geven? Dat zou wel een erg gemakkelijk zijn. Feit is dat het aantal Nederlandse studenten nog blijft groeien. Oplossing volgens de onderzoekers? Het Rijk moet extra geld uittrekken voor onderwijs. Universiteiten zouden ook kunnen overwegen méér collegegeld te vragen aan studenten van buiten Europa, om dat vervolgens weer in het onderwijs te investeren zodat iedereen ervan profiteert.

Infographic: LinkDesign, bron: Nuffic

#4

Je hebt niks aan buitenlandse student: ze gaan na hun studie toch weg

Een fors deel van de buitenlandse afgestudeerden blijft wél in Nederland wonen: ongeveer 40 procent woont na het afstuderen nog zeker zeven jaar in Nederland, blijkt uit deze studie van Nuffic. Waarom? Omdat ze hier werk vinden of verliefd worden op een Nederlandse partner. Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en de regio Eindhoven zijn populaire plekken. Relatief vaak komen afgestudeerden terecht in de techniek of de gezondheid – precies waar tekorten zijn op de arbeidsmarkt. Onderzoekers gaan er vanuit dat ongeveer 25 procent van het totaal aantal buitenlandse studenten dat in Nederland een voltijds studie volgt uiteindelijk hier blijft. Die ‘blijvers’ leveren onze economie zo’n 1,6 miljard per jaar op, becijferde Nuffic – omdat ze hier werken, leven en belasting betalen. En dat is toch mooi meegenomen.

 

hoe erg is het dat een kwart van de buitenlandse studenten in Nederland blijft?

Feit blijft dat 60 procent wél uit Nederland vertrekt. Best een aanzienlijk percentage. Is dat erg? Wel als we willen dat meer van deze internationale studenten tekorten op onze arbeidsmarkt vullen. Dan zou het helpen om het makkelijker te maken voor studenten van buiten Europa om ook in Nederland te blijven. Nu is dat best ingewikkeld, want een werkvergunning krijg je niet zomaar.
Maar zelfs de vertrekkers zijn niet verloren voor Nederland. Buitenlandse studenten zullen hun Nederlandervaring onthouden, wat goed is voor de reputatie van ons land. Een Amerikaan die in Nederland heeft gestudeerd, zal hier wellicht weer vakantie komen vieren of zijn netwerk hier gebruiken voor handelscontacten.

Welke buitenlandse studenten willen we hier houden?Studenten die hier een technische studie komen doen én dan ook nog eens blijven plakken om te gaan werken bij één van de vele technische bedrijven in Nederland: helemaal top. Zaak is dus om studeren hier voor hen aantrekkelijk te maken, zodat Nederland optimaal profiteert van de komst van internationale studenten.

#5

En buitenlandse studenten uit China dan? Die pikken onze kennis in en nemen die mee naar China

Chinezen zijn al jaren de grootste groep studenten van buiten de Europese Unie: ze zijn hier met bijna 4.500 man en vrouw. Is dat veel? Mwah, niet echt. 0,6 procent van alle studenten in Nederland is Chinees. Chinezen kiezen veel eerder voor Amerika, Canada en Engeland. Het handjevol Chinezen in Nederland doet het overigens zeer behoorlijk in vergelijking met Nederlandse en andere internationale studenten, als je kijkt naar hun studieresultaten. Zij slagen er beter in hun opleiding succesvol af te ronden in de daarvoor bestemde tijd. Alleen Amerikanen scoren beter. Daarmee dragen internationale studenten bij aan een ambitieus studieklimaat, zoals VSNU dat noemt. Maar… pikken Chinezen nou onze kennis in? Nee, zegt hoogleraar Frank Pieke van het LeidenAsiaCentre in Transfer, het blad van Nuffic. ‘De Chinese overheid stimuleert talenten om zich in het buitenland te laten trainen, zodat ze kunnen bijdragen aan de opbouw van China. Daar is niets mis mee. Het wordt pas problematisch als China hier speciaal studenten neerzet om hoogwaardige technologie weg te halen. Bij het overgrote deel van de Chinese studenten en promovendi is daarvan geen sprake. Op meer gevoelige terreinen als ruimtevaarttechnologie zouden we studenten wel mogen screenen. Daar moeten we niet naïef in zijn’, aldus de China expert. Maar wees ook realistisch, vindt hij. ‘China is onderdeel van ons leven. Chinese studenten kunnen kennismigranten worden die bijdragen aan innovatie en internationalisering van onze economie.’ Overigens: de grootste groep buitenlandse studenten is en blijft toch nog altijd de Duitsers met ruim twintigduizend, al ruim voordat er sprake was van internationalisering van het onderwijs.

 

#6

Nederland is gekke Henkie: we laten buitenlandse studenten hier wel halen, maar halen zelfs veel te weinig over de grens

Het valt niet te ontkennen: de Nederlandse student is behoorlijk honkvast. En waarom ook niet: studeren is hier relatief goedkoop, net als het levensonderhoud. Hoewel dat wel een beetje nuancering behoeft. Zo neemt het aantal Nederlanders dat in België studeert gestaag toe. In 2016 stonden er bijna 10.000 Nederlandse studenten ingeschreven bij Vlaamse universiteiten. Daarbij gaat het vooral om studies als Geneeskunde en Diergeneeskunde: in Nederland geldt er een numerus fixus en bij onze zuiderburen niet.

 

het valt niet te ontkennen: de nederlandse student is nogal honkvast

Wie in België studeert, betaalt verder minder collegegeld. En als je in Nederland al een master gehaald hebt, kun je voor een tweede master ook beter uitwijken naar de Belgen: véél goedkoper dan hier het zogenoemde instellingsgeld betalen – hetzelfde tarief als wat studenten van buiten Europa betalen.
Nou goed, de Nederlander doet dus geen volledige (bachelor)studie in het buitenland, maar er gaan wél steeds meer Nederlandse studenten voor een uitwisselingsemester naar het buitenland. Een kwart van de studenten zelfs.

Wie betaalt dat?Er komen meer Europese studenten naar Nederland, dan dat Nederlanders over de grens gaan. Nederland betaalt dus voor de opleiding van Europese jongeren. Is dat erg? Niet als ze hier vervolgens blijven werken. Maar dat geldt niet voor iedereen. Wat nou als Europese landen geld storten in een kas waaruit het collegegeld van over de grens studerende jongeren wordt betaald? Dat wordt zeker belangrijk als het aantal Nederlandse studenten gaat krimpen en er relatief gezien meer Europeanen uit andere landen hier gaan studeren.#7

Nog even en al onze studies zijn in het Engels. Lekker dan

Tja, heel onlogisch is het misschien niet dat bij steeds meer studies de voertaal Engels is door internationalisering van het onderwijs. Veel wetenschappelijke publicaties zijn Engelstalig, net als veel studieboeken. Natuurlijk is het belangrijk dat studenten ook goed Nederlands leren en daarmee oefenen. Dat punt maakt KNAW ook in dit rapport, waarin onderzocht is hoe het nou echt gesteld is met het Engels op universiteiten en hogescholen. Eerst de feiten maar even. Op het hbo speelt Engels geen grote rol. Maar 8 procent van de studenten volgde daar vorig jaar een Engelstalige opleiding en dat ging dan vooral om toerisme- en hotelopleidingen. Op de universiteit is dat gemiddeld 20 procent. Als je kijkt welke studies in het Engels worden aangeboden, dan wordt alles een stuk duidelijker. Vooral technische- en landbouwstudies zijn Engelstalig. Niet zo verwonderlijk: in de technische wereld wordt nou eenmaal veel Engels gesproken. Bij een bedrijf zoals ASML is de voertaal zelfs Engels.

 

voertaal engels? in de technische wereld is dat gebruikelijk. dus waarom dan die studie niet in het engels?

Het aantal opleidingen dat in het Engels wordt aangeboden verschilt heel sterk per universiteit. Bij de TU Twente is bijvoorbeeld 60 procent van alle bacheloropleidingen Engelstalig, terwijl dat in Amsterdam, Leiden en Nijmegen maar 8 procent is. En bij de Rijksuniversiteit Groningen is dat juist weer 42 procent. Bij universitaire masteropleidingen – exclusief lerarenopleidingen – liggen de cijfers voor Engelstalig onderwijs hoger. In studiejaar 2015-2016 volgde bijna 70 procent Engelstalig onderwijs. Weer zijn de verschillen tussen universiteiten groot: aan de Technische Universiteit Delft en Wageningen Universiteit is de voertaal bij alle masters Engels, terwijl het aandeel Engelstalige masters bij bijvoorbeeld de Radboud Universiteit op 43 procent ligt. Waarom er steeds meer Engels wordt gesproken? Afgezien van studieboeken en wetenschappelijke publicaties die bij veel studies Engelstalig zijn, speelt ook het aantrekken van talentvolle onderzoekers, docenten en hoogleraren een rol. Waar studenten, de Nederlandse én de buitenlandse, dan ook weer van profiteren.
En nog niet eens genoemd: fijn juist dat Nederland een land is waar studenten, internationaal en nationaal, samen onderwijs kunnen volgen en zo van elkaar kunnen leren.

 

Neemt natuurlijk niet weg dat je internationalisering van het onderwijs in goede banen moet leiden. Want het thema leeft wel. De Vereniging van Universiteiten en de Vereniging van Hogescholen hebben samen een internationaliseringsagenda opgesteld, met ideeën hoe je groeiende aandacht voor buitenlandse studenten in goede banen kunt leiden. Die wordt 16 mei bediscussieerd in de Tweede Kamer.

Infographic: LinkDesign, bron: Nuffic