2 APR, 2026 • Interview
‘In plaats van bouwen moeten we omdenken’
Architect Ninke Happel pleit voor creatieve oplossingen tegen woningnood: bestaande gebouwen transformeren en verduurzamen kan snel meer woningen opleveren én CO₂-uitstoot beperken.
Ninke Happel (Oss, 1978) is medeoprichter van architectenbureau Happel Cornelisse Verhoeven. Ze werkt aan huisvestingsoplossingen, renovaties en herbestemmingen van veelal publieke gebouwen en spreekt zich publiekelijk uit over het woningvraagstuk.
‘In plaats van bouwen, bouwen, bouwen, moeten we verbouwen, ombouwen en omdenken,’ zegt architect Ninke Happel. De huidige bouwdrang noemt ze een armoedig antwoord op de woningnood. ‘Liever zie ik meer creativiteit en verbeeldingsvermogen. Dat is wat het woningvraagstuk, net als andere grote vraagstukken van onze tijd, nu nodig heeft.’
‘Als je met een open blik naar de woningnood kijkt, ontstaan er ineens mogelijkheden in plaats van obstructies.’
Stop met slopen
Om de woningnood te bestrijden wil het Rijk jaarlijks honderdduizend woningen bijbouwen. Tegelijkertijd worden er elk jaar ook vijftienduizend gebouwen gesloopt, waarvan tienduizend woningen. Volgens het tv-programma Wat houdt ons tegen? vul je met het slooppuin een file vrachtwagens van Amsterdam tot Tokio. Waarom slopen en eindeloos nieuwe gebouwen neerzetten als er een woningtekort is? Het is een vraag waar Ninke Happel zich met haar architectenbureau Happel Cornelisse Verhoeven dagelijks mee bezighoudt.
Slim transformeren
De verduurzaming van sociale woningen in hartje Rotterdam, een uitbreiding van Museum de Lakenhal in Leiden of de transformatie van een wooncomplex in Antwerpen dat al tien jaar leeg en op de slooplijst stond: voor Happel betekent architect zijn niet per se nieuwe gebouwen neerzetten, maar vooral creatief nadenken over hoe je bestaande gebouwen duurzamer en socialer kunt maken. Door te renoveren, om te bouwen, op te toppen (een verdieping toevoegen) of verdichten (meer woningen in een gebouw) en slim te ontwerpen, kan je het aantal woningen snel opschroeven, zegt ze. Dat scheelt niet alleen bakken CO₂-uitstoot, maar is vaak ook goedkoper en geeft meer ruimte om het publieke belang van wonen centraal te zetten: ‘Als je met een open blik naar de woningnood kijkt, ontstaan er ineens mogelijkheden in plaats van obstructies.’
Rol van de architect
Bureau Happel Cornelisse Verhoeven zit, niet toevallig, in een oude loods aan de Keilehaven in Rotterdam, die is omgetoverd tot strak architectenkantoor. ‘We werken met het hele team, nu zestien mensen, bewust samen in één ruimte.’ Houten maquettes van gerealiseerde gebouwen staan als pronkstukken tussen de bureaus. Enthousiast steekt Happel van wal over haar visie op de rol van de architect. Die is de laatste decennia gemarginaliseerd geraakt, zegt ze: ‘Terwijl ik denk dat we juist in deze tijden van grote uitdagingen en transformaties mensen nodig hebben met ontwerpkracht. Als opgaven groot worden, dan kun je twee dingen doen: je kunt verlammen, maar je kunt ook kijken hoe je iets behapbaar kunt maken. Dat is wat ontwerpers doen. En die ontwerpkracht, dat is volgens mij een onderbenutte potentie in onze maatschappij geworden.’
Bedoel je dat de kwaliteiten van architecten niet worden benut?
‘Plat gezegd zie ik dat in veel projecten de plattegronden en de bouwmethodieken al vaststaan. Architecten worden dan alleen nog even ingevlogen om een gevel te ontwerpen. Terwijl architecten een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het zoeken naar structurele oplossingen voor de woningopgave. Ze kunnen innovatie inzetten, door anders te kijken naar de potentie van leegstaande gebouwen bijvoorbeeld. Ik zou willen dat we die ontwerpkracht weer veel meer toelaten, zodat we kunnen ontdekken en experimenteren. Want alleen dan vind je nieuwe oplossingen.’
Ruimte voor experiment
‘Van experimenteren kun je leren,’ voegt ze lachend toe. ‘Dat zeggen ze op de basisschool al.’ De woningnood is gekoppeld aan allerlei grote opgaven: de klimaatcrisis, de energietransitie, de welvaart die onder druk staat.
Is daar ruimte voor experiment? ‘Juist! Temidden van die opgaven is het bijvoorbeeld juist interessant om naar bestaande voorraad te kijken. Die bestaande stad is er namelijk al en, net zoals de meest duurzame kleding al in je kast hangt, bestaat het meest duurzame gebouw al. Bij renovatie heb je nog voordat je begint met ontwerpen al vijftig procent minder CO₂-uitstoot. We moeten de bestaande stad behouden, transformeren en verdichten. Om binnen ons CO₂-budget te blijven, maar ook om aantallen te maken.’
Praktijkvoorbeeld Rotterdam
Dat transformeren ook de nodige extra woningen kan opleveren, illustreert Happel met een project in Rotterdam waar renovatie en nieuwbouw worden gekoppeld.
‘Op Coolhaveneiland gaan we van 200 naar 300 woningen in de bestaande stad. Er hoeven geen straten voor aangelegd te worden, geen voorzieningen bijgebouwd. Daar voegen we gewoon toe.’ En de prijs? ‘Renoveren wordt vaak als duur en ingewikkeld gezien. Maar dat durf ik te betwisten. Het is niet per se goedkoper dan sloop en nieuwbouw, maar zeker niet duurder.’
Van sloop naar succes
Zichtbaar opgetogen van het praten over mogelijkheden, laat Happel nog een voorbeeldproject zien. Op een digitaal scherm verschijnt een jaren-’30 woningblok in Antwerpen, dat al tien jaar op de slooplijst stond en waar het bureau nu 125 woningen heeft gerealiseerd. Meer nog dan over het aantal woningen is ze enthousiast over de sociale ontwerpkeuzes: de trappenhuizen met daglicht die uitnodigen om te bewegen en een praatje te maken, de gezamenlijke logeerruimtes, fietsenstalling, wassalon en dakterrassen. En bovenal de gemeenschappelijke ruimte, die niet is weggemoffeld maar juist op de penthouselocatie van het pand gesitueerd, met adembenemend uitzicht over de stad. De huurprijs van de gezinsappartementen is betaalbaar, ongeveer dertig procent lager dan in de omliggende buurt.
‘Dit pand stond dus leeg en klaar voor de sloop. Daar kan je toch niet bij!’ roept Happel uit. Het doet haar wat dat de blik soms beperkt is. ‘Economisch leek het gebouw afgeschreven, maar vanuit duurzaamheidsperceptie is het zo logisch om dit te behouden, transformeren en terug de kringloop in te brengen. Dat is gewoon een no-brainer. Dit denken moet om! De woonblokken in Antwerpen konden behouden worden dankzij mondige buurtbewoners en een gemeentebestuur dat openstond voor experiment. Daar hebben ze echt hun nek uitgestoken voor dit project,’ zegt Happel, ‘en de onzekerheid omarmd.’
Rol van ondernemers
Wat kunnen ondernemers en het mkb in Nederland doen in dit vraagstuk?
‘Afstappen van het idee dat het ontwikkelen van woningen risicoloos moet zijn. Onder invloed van het marktdenken wordt ontwerpen als een risico gezien. Maar ik zeg: omarm de onzekerheid, maak gebruik van een ontwerpproces. Architecten hebben het vermogen om te zoeken naar iets waarvan je nog niet weet wat het is dat je moet vinden.’
Wat levert dat concreet op?
‘Bijvoorbeeld dat wij zo kunnen ontwerpen dat er massa – of grotere aantallen woningen – gemaakt kunnen worden op plekken waar anderen dat niet zien of niet vergund krijgen. Dat verdient zich dus ook terug.’
Op de Bilderbergconferentie van VNO-NCW sprak je ook over het belang van experiment en ontwerpkracht bij grote uitdagingen als de woningnood. Momenteel is de wereld een onzekere plek; denk je niet dat partijen geneigd zijn te kiezen voor controle?
‘Wij proberen al jaren om die 100.000 woningen te realiseren, en het lukt niet. Dan lijkt het mij tijd om het eens op een andere manier te proberen en het vertrouwen te herstellen. Als je het probleem nu eens met meer partijen bekijkt, groter maakt eigenlijk, dan ga je de verbanden zien en kun je het vraagstuk ontwarren. Dan zie je wat je al hebt, wat weg kan en wat waard is om te behouden. Dat kun je doen bij het woningvraagstuk, maar ook bij andere opgaven. We doen het ook hier op kantoor: bij elk nieuw project komen we eerst allemaal samen en vragen ons af: welke vraag moet hier eigenlijk beantwoord worden? Die meerstemmigheid organiseren, dat is ontwerpen. Daar hoef je niet per se architect voor te zijn, hoor, iedereen kan het. De kern is de bereidheid om onbevangen naar vraagstukken te kijken. Maar dan moeten we het dus wel dóen!’



