Deze ondernemers helpen vluchtelingen aan werk

Als er zoveel vluchtelingen binnenkomen, waarom zou je dan niet kijken of er een goede vakkracht tussen zit? Beter aan het werk dan stilzitten en straks de bijstand in. Overal in Nederland proberen ondernemers vluchtelingen aan een baan of opleiding te helpen. Maar gemakkelijk is dat niet.

In een klaslokaal van de Hogeschool Utrecht aan de Uithof luisteren studenten, vluchtelingen veelal uit Syrië en Iran, van de pre-bachelor ict naar een radiogesprek over hoogbouw. Pittige materie voor de groep die nog maar kort in Nederland is en de taal nog niet zo goed beheerst. Voor een ict-opleiding maakt de Nederlandse taal een behoorlijk groot onderdeel uit, meer dan normaal het geval zou zijn. De 22-jarige Hussein uit Damascus is één van de studenten. Hij hoopt dat hij straks het Nederlands staatsexamen haalt en kan doorstromen naar de reguliere hbo-bachelor ict. ‘Dit is de kans om mijn leven weer op te bouwen.’

Negatieve reacties

Sinds drie maanden volgen een kleine dertig hoog opgeleide vluchtelingen de nieuwe pre-bachelor ict aan de Hogeschool Utrecht. Het is nog een pilotproject, begonnen door softwarebedrijf AFAS in samenwerking met de gemeente Utrecht en de Hogeschool Utrecht. AFAS levert het lesmateriaal en geeft laptops in bruikleen. ‘Ik vind het vanzelfsprekend dat bedrijven wat proberen te doen voor deze groep’, zegt Bas van der Veldt, ceo van AFAS. ‘We kunnen onze ogen niet sluiten voor de problematiek. Zo zitten wij in elk geval niet in elkaar.’ Het softwarebedrijf heeft vorig jaar een speciaal fonds in het leven geroepen, de AFAS Foundation. En steekt daarmee jaarlijks 2 miljoen euro in maatschappelijke projecten. Dit project paste daar prima in. Mensen die dolgraag willen en die deel willen uitmaken van de samenleving geeft het bedrijf graag een kontje, zegt Erik van de Ven, vicevoorzitter van het fonds. Natuurlijk houdt het bedrijf van positieve pers, maar daar is het de AFAS Foundation niet om te doen. ‘We schreeuwen onze activiteiten niet van de daken.’

Het vluchtelingenproject trok wel de aandacht van de pers, maar niet de aandacht waarop het bedrijf had gehoopt. Het werd de softwareontwikkelaars in één klap helder hoe gevoelig het onderwerp in het Nederland van vandaag de dag ligt. De pilot-opleiding was namelijk nog niet gestart of er verscheen in de lokale media een verhaal met de kop ‘Softwarebedrijf Leusden geeft laptops aan vluchtelingen.’ De felle reacties op het verhaal logen er niet om. Dat was schrikken, geeft Van de Ven toe. ‘Wat is wijsheid in zo’n geval? Hoe reageer je op zoveel negativiteit?’ Het bestuur van de AFAS Foundation besloot niet te reageren. ‘Want wat bereik je daar mee?’ Hij wijst op de website van AFAS Foundation. ‘Kijk, iedereen met een goed idee kan zich bij ons melden. Het vluchtelingenproject is maar een van de vele projecten.’

‘Ambtenaren zien te veel beren op de weg’

Bureaucratie

Het voorbeeld van AFAS staat niet op zichzelf. Overal in het land beginnen ondernemers projecten om vluchtelingen aan werk te helpen. De een succesvoller dan de ander. Wat soms ook te maken heeft met gebrek aan kennis over de positie van vluchtelingen. Daarom lanceerde de Sociaal-Economische Raad onlangs ook de website Werkwijzervluchtelingen.nl. Daar worden vragen over wet- en regelgeving op dit gebied beantwoord.

Wim Overeem van brancheorganisatie NVKL (Koudetechniek en Luchtbehandeling) weet hoe de Nederlandse bureaucratie een initiatief de nek om kan draaien. Hij geloofde – net als veel ondernemers met hem – in de potentie van de vele nieuwkomers. Overeem: ‘Al die schepen vol met Syriërs. Wellicht zitten daar mensen bij die technische kwaliteiten hebben of in eigen land koelmonteur zijn geweest. Zij zoeken waarschijnlijk een baan, wij zoeken mensen. Als er een match te maken valt, waarom zouden we hen dan geen kans bieden?’ Het plan om vluchtelingen op te leiden, onderdak te bieden en zo in een paar maanden tijd aan een baan te helpen was snel geboren.

Ook minister Plasterk – die tijdens een bezoek aan het opleidingsinstituut van de sector in december van de plannen hoorde – reageerde razend enthousiast. ‘We dachten: Gaan met die banaan.’ Overeem organiseerde een bijeenkomst met verschillende partijen: provincie, gemeente, COA, Vluchtelingenwerk en betrokken werkgevers. ‘Daarna volgde nog een vergadering en nog een. Zonder enig resultaat.’ Overeem en de betrokken werkgevers verloren hun hoop. ‘Zoek het lekker uit met je bureaucratische geneuzel. Kijk, wij werkgevers zijn praktisch ingesteld. Ik heb voorgesteld om gewoon te gaan folderen bij de asielzoekerscentrum. Mensen met interesse in ons vak konden zich aanmelden, maar dat mocht niet.’

Zo kan het ook: in Amsterdam maken gemeente en ondernemers samen werk van vluchtelingen

De gemeente Amsterdam heeft afspraken gemaakt met tientallen bedrijven waaronder Albert Heijn, NS en Aegon om vluchtelingen zo snel mogelijk aan een baan te helpen. Ruim vijfhonderd statushouders die zich in de stad vestigen worden gescreend op hun talenten en vaardigheden en aan een bedrijf gekoppeld.

Amsterdam, drie jaar geleden door Vluchtelingenwerk Nederland al uitgeroepen tot de meest vluchtelingvriendelijke stad van Nederland, vindt dat vluchtelingen niet aan hun lot overgelaten moeten worden. In een nieuw convenant Amsterdam werkt voor iedereen dat op 19 mei werd ondertekend door bedrijfsleven, het ministerie van Sociale Zaken, onderwijs en de gemeente staan tal van afspraken die ervoor moeten zorgen dat vluchtelingen zo snel mogelijk economisch zelfstandig zijn.

Om zicht te krijgen op de kwalificaties van de vluchtelingen worden zij – soms nog voor vestiging in Amsterdam – versneld gescreend. Door deze speciaal ontwikkelde assesments, waarvoor het stadsbestuur 6,6 miljoen euro extra heeft uitgetrokken, kunnen komend jaar vijfhonderd statushouders snel gematcht worden met de geschikte werkgevers.

>Ook is er een platform gelanceerd, de Refugee Talent Hub, waar Accenture, AkzoNobel, C&A, Randstad, Arcadis, NS, Baker & McKenzie en Monsterboard bij betrokken zijn. Deze ‘databank’ gaat talentvolle vluchtelingen matchen met de juiste bedrijven voor stage, werkervaringsplaats of werk. Ook moet duidelijk worden welke sectoren zitten te springen om nieuwe mensen.

www.refugeetalenthub.com

Het kan ook anders

Bouwbedrijf Dura Vermeer in Rotterdam heeft totaal andere ervaringen. Het bedrijf besloot vorig jaar hoger opgeleide vluchtelingen een kans binnen het bedrijf te geven. UAF, de stichting voor vluchtelingen-studenten, leverde de geschikte kandidaten en regelde het papierwerk en inmiddels zijn Hootan (29) uit Iran en Ali (30) uit Soedan aan het werk. Als respectievelijk tendermanager en bim-modelleur in opleiding. ‘Ze spreken allebei al goed Nederlands. Het zijn gewoon goede krachten’, vertelt hr-directeur Alfred Boot. Binnenkort volgt nummer drie en dat is nog maar het begin. ‘Het mes snijdt aan twee kanten. Maatschappelijke ondernemen is binnen dit familiebedrijf echt geen loos begrip. Kijk, ondernemers gaan het vluchtelingenprobleem niet oplossen, het is een druppel. Maar toch. En aan de andere kant: we kunnen altijd goede mensen gebruiken.’ Goede gemotiveerde mensen zijn tegenwoordig echt niet zo makkelijk te vinden, weet hij. En dat geldt zeker niet alleen voor de bouwsector. Niet voor niets zijn er al plannen om na de zomer met een opleiding voor 3D-ontwerper te beginnen. Voor vluchtelingen. De veelgehoorde angst voor verdringing op de arbeidsmarkt door vluchtelingen wuift hij weg. ‘Iedereen kan bij ons solliciteren.’ Of Nederland door deze hulp van ondernemers niet erg aantrekkelijk wordt voor vluchtelingen? ‘Daar geloof ik niets van. Vergeet niet dat het om een selectieve groep hoogopgeleide mensen gaat.’ Negatieve reacties hebben de bouwers niet gekregen. ‘Mensen verwachten dit eigenlijk wel van ons bedrijf. Maar onze nieuwe collega Hootian wil echt niet als uithangbord worden gezien. Hij wil gewoon als een volwaardig Nederlandse werknemer worden behandeld.’

Beren op de weg

De Amsterdamse directeur van Hotel Casa400 werd gewaarschuwd. ‘Kijk uit wat je binnen haalt. Straks is het een terrorist.’ Hans Vugts moet van zulke praat niets hebben. Waar is iemand zonder vertrouwen, klinkt het. ‘Bij een gewone Nederlander moet je ook maar afwachten.’ Het was ook Vugts die de nieuwe vluchtelingen die bij zijn hotel in de buurt werden gehuisvest, uitnodigde voor een diner. Het werd een mooie avond met personeel, horeca-studenten en de nieuwe buren. Van zijn eigen personeel heeft hij geen negatieve reactie gehoord. ‘Er zullen er vast zijn die denken: Hij moet weer zo nodig. Maar dat is dan maar zo.’

Directeur Mardjan Seighali van het UAF, de stichting die vluchtelingen-studenten op weg helpt, zit vaak met werkgevers om tafel. Ze kent de gevoeligheden, de angsten van de ondernemers, de soms tegenwerkende bureaucratie. ‘Ambtenaren zien vaak te veel beren op de weg. De angst om te falen is dan zo groot, dat er niets gebeurt.’ Toch ziet Jurriën Koops, directeur van de Algemene Bond Uitzendondernemingen vooral bereidheid bij zijn achterban, de uitzendbranche, om vluchtelingen aan te nemen. Alleen zijn er nogal wat obstakels. De vele regels, de Nederlandse taal, het gebrek aan screening bij de poort. ‘We controleren het vluchtverhaal, maar hebben geen idee van iemands talenten.’ Daar moet volgens Koops snel verandering in komen. Geef de mensen met een goed perspectief op de arbeidsmarkt versneld een status, laat anderen gedurende de procedure Nederlands leren, klinkt het pragmatisch.

Ploeteren

In het klaslokaal van de Hogeschool Utrecht aan de Uithof ploetert de groep vluchtelingen voort op een lastige Nederlandse tekst. De 32-jarige Roozbha, een ingenieur uit Iran met vijf jaar werkervaring, doet zijn best. Hij droomt van een master en werk in Nederland. ‘Ik heb zeker al zeventig sollicitatiebrieven geschreven.’

Dit artikel komt uit de print Forum