Alliander-ceo Ingrid Thijssen: 'Dat zwaarmoedige raak je nooit echt kwijt'

Er moest wat ballast overboord, maar wat achterbleef van haar protestants-christelijke opvoeding was een groot plichtsbesef. 'En daar is niet zoveel mis mee', vindt Ingrid Thijssen. Zij is ceo van Alliander en wil het goede doen. 'Het ontroert me altijd als mensen iets voor elkaar willen betekenen.'

 

Ingrid Thijssen vraagt zich in menig interview af wat ze straks, in 2050, zal moeten antwoorden als haar kleinkinderen vragen: ‘Oma, wat heb jij er aan gedaan om de energietransitie goed te laten verlopen?’ Het is deels een retorische vraag – want natúúrlijk gaat ze ervan uit dat de verbouwing van de Nederlandse leefomgeving tegen die tijd is geslaagd, dat er overal zonnepanelen liggen, nog meer windmolens staan en alle auto’s op elektriciteit of waterstof rijden – maar hoe zit het met de persoonlijke kant van het door haar gegeven scenario?

‘Of ik ook echt oma ben geworden, bedoel je? Nou, ik heb twee zonen dus eh… ik wil de druk niet onnodig opvoeren, maar ik zou het wel heel leuk vinden als ik dan minstens één kleinkind zal hebben. En ik hoop natuurlijk dat mijn man en ik ook nog samen zijn. Laatst las ik een artikel over Aaltje en Arend, 100 en 102 jaar oud die al 80 jaar en 288 dagen bij elkaar waren. Ze stonden heel knus en pienter samen op de foto. Ik liet de krant aan Joost zien en zei: ‘Kijk, schat, dat lijkt me nou best gezellig!’

Wie is Ingrid Thijssen?Ingrid Thijssen werd in 1968 geboren en groeide op in Bodegraven. Ze studeerde Rechten en volgde een opleiding personeelswetenschappen. Naast haar studie werkte ze bij de NS als schaderegelaar. Ze maakte carrière bij het bedrijf en werd in 2011 directievoorzitter NS Reizigers. In 2014 maakte ze de overstap naar Alliander, waar ze als coo (chief operational officer) aan de slag ging. In 2016 wordt ze gekozen tot Topvrouw van het Jaar.  Een jaar later kreeg ze de leiding over het netwerkbedrijf. Ingrid Thijssen is getrouwd en heeft twee kinderen. 

Zullen we eerst even terugreizen in de tijd? Laten we zeggen: naar 1980.

‘Toen was ik 12. Een gedisciplineerd, ijverig en sportief kind. Eén oudere zus, gelukkige jeugd, harmonieus en prettig, nul nare herinneringen. Ik kom uit een protestants christelijk gezin en het idee dat je iets moet doen voor de samenleving is mij met de paplepel ingegeven. Mijn moeder heeft haar leven lang vrijwilligerswerk gedaan. Ze ging op haar 80ste, met de rollator, nog voor een praatje op bezoek bij mensen die ze ‘mijn bejaarden’ noemde – ook al was ze zelf een paar jaar ouder. Weet je dat ik tranen in mijn ogen krijg als ik daar aan terugdenk?’

 

Hoe komt dat?

‘In de eerste plaats omdat ik ontzettend veel van mijn moeder heb gehouden. Ze is drie jaar geleden overleden en ik mis haar nog steeds. Niet elke dag, maar toch… ik denk regelmatig: wat zou ik nu graag even bij haar op de thee gaan. En in een groter verband ontroert het me altijd als ik er aan denk dat mensen iets voor elkaar willen betekenen.’

 

Als ik denk aan mijn protestants christelijke opvoeding komen er meteen begrippen als schuld en boete naar boven.

‘O, maar dat herken ik helemaal! Een paar jaar geleden had ik het er met mijn zus over hoeveel effect de zwaarmoedige kant van het geloof op me heeft gehad; van al die ge- en verboden die ik elke zondagochtend kreeg ingeprent. Ik wilde dat niet meer. Het hielp al om dit uit te spreken: ik doe dit niet omdat de kerk het mij voorschrijft, maar omdat het mijn eigen keuze is. Je hebt gelijk: je raakt het niet echt kwijt, maar wat overblijft is te vertalen tot een enorm plichtsbesef en daar is op zich niet veel mis mee.’

 

Het interview gaat verder na de foto 

 

Regelmatig is ze op de racefiets te vinden. Voor Ingrid Thijssen (Alliander) is het de manier om even op adem te komen
Foto: Jeroen Poortvliet

In hoeverre heeft die opvoeding dan toch uw beroepskeuze bepaald?

‘Verantwoordelijkheid dragen, goed rentmeesterschap: tuurlijk, die ideeën zitten ingebakken en het past me goed om leiding te mogen geven aan een bedrijf dat zo’n prachtige, maatschappelijke opgave heeft: hoe houden we energie nu en in de toekomst betrouwbaar, toegankelijk en betaalbaar voor iedereen? De energietransitie waarmaken is een pittig vraagstuk, waar ik met volle inzet aan werk. Dat houd ik vol door in mijn vrije tijd aan yoga te doen en regelmatig op de racefiets te gaan zitten, maar het scheelt ook enorm dat ik werk heb waar ik gepassioneerd voor ben, waarbij ik sterk het gevoel heb dat we een verschil kunnen maken.’

 

Dat klinkt ook als een baan waarin je jezelf zou kunnen verliezen.

‘Dat is waar. En dat risico is er altijd omdat ik heel erg fanatiek ben. Altijd. In alles wat ik doe. Als ik vroeger goed was geweest in sport – ik bedoel écht goed – dan zou ik zeker voor Olympisch goud zijn gegaan.’

 

Bent u tevreden over uw prestaties of denkt u altijd: dat had beter gekund?

‘Haha, ja, dat is dus die calvinistische opvoeding, hè? Het kan altijd beter. Het is niet zo dat ik voortdurend mezelf wil kastijden, zeker niet, maar ik heb wel een sterke drang tot zelfreflectie. Hoe doe ik het? Wat zou ik kunnen om dingen nog effectiever te laten verlopen?’

 

'ik ben heel erg fanatiek. altijd. en in alles wat ik doe'

 

En bent u voor anderen net zo streng?

‘Wat zeg je in zo’n geval? ‘Dat moet u aan de mensen om me heen vragen’, toch? Maar het antwoord is natuurlijk: ja.’

 

Bent u ook streng voor de consument?

‘Hoe bedoel je?’

 

Kan hij of zij worden aangesproken op een maatschappelijke verantwoordelijkheid?

‘Vanuit een moralistisch oogpunt – werken aan een betere wereld – bedoel je? Dat zou ik wel willen, maar dat vind ik niet aan mij en ik ben daar ook niet zo optimistisch over. Uiteindelijk gaat dit verhaal ook over de inhoud van je portemonnee. Ik denk dat de meeste mensen het zich niet kunnen permitteren om te zeggen: ‘Goed, dan kost het me maar iets extra, maar het ik doe dit wel voor moeder aarde.’ Om een schoner milieu te realiseren, zul je moeten proberen om aansluiting te vinden bij ieders eigen, individuele drijfveren. De één wil zonnepanelen om z’n energierekening omlaag te krijgen, de ander zal misschien uit solidariteit met de Groningers zeggen: ‘We moeten van het aardgas af’. Ik woon in Utrecht en er zijn dagen waarop ik mijn huis uit stap en de smog me op de longen slaat. Ik wil niet dat mijn kinderen in zo’n vieze omgeving opgroeien – dat kan mijn motief zijn om me in te zetten voor ‘de goede zaak’. Het is dus een micro-macro verhaal; we hebben allemaal onze particuliere wensen, maar in het grotere geheel zitten we met dezelfde zorgen. De CO2-uitstoot is geen lokaal probleem; daar heb je overal last van. En net zo goed heb je er dus profijt van als hier – of ergens anders – minder CO2 de lucht in gaat. Waar het nu om draait, is dat we de lasten zo eerlijk mogelijk moeten zien te verdelen. Ik geef je een voorbeeld: er gaan steeds meer mensen van het gas af, maar de rekening van de ‘achterblijvers’ wordt daardoor wel hoger. Hoe los je dat probleem op? Nu is het bovendien nog zo je de afsluitkosten zelf moet betalen en als jij niet betaalt, betalen alle achterblijvers het. Ons bedrijf denkt daarover na en met de door ons gevonden mogelijkheden kan men in Den Haag aan de slag gaan. Zij moeten beslissen.’

 

U bent ook een actief D66-lid, zijn uw politieke idealen van invloed op de mogelijkheden die u voorlegt?

‘Nee. Ik ben in de eerste plaats ceo van Alliander. En natuurlijk ben ik ook gewoon een mens, met eigen voor- en afkeuren.’

 

'het is niet zo dat ik voortdurend mezelf wil kastijden, maar het kan altijd beter'

 

Zo groot is uw invloed nou ook weer niet, bedoelt u?

‘Precies. Een tijdje geleden kreeg ik een mail van iemand binnen het bedrijf die het niet eens was met de beslissing van zijn leidinggevende. Er volgde een nogal ingewikkelde mailwisseling die ik eindigde met: ‘Luister, ik geef leiding aan een bedrijf van 2 miljard omzet met 7.000 mensen: ik kan niet álles zelf beslissen’. Waarop die werknemer antwoordde: ‘Waar ga je dan eigenlijk wél over?’ Dat is toch geweldig? Zo relativerend. Ik ben een serieus mens, maar ik neem mezelf niet al te serieus. In mijn NS-tijd was ik rayonmanager en de punctualiteit in het rayon waarvoor ik verantwoordelijk was, bleek in een bepaalde week op honderd procent te zitten. De president-directeur belde me op om me feliciteren met het resultaat en vroeg hoe ik dit voor elkaar had gekregen. Ik zei: ‘Geen idee. Ik was op vakantie.’ Daar hebben we vervolgens samen heel hard om gelachen. Dus ik ben het met je eens; uiteindelijk heb je maar beperkte invloed op zo’n bedrijf en dat hoort ook zo te zijn. Er werken hier ontzettend veel goede, gedreven mensen, die precies snappen waar ons werk over gaat: ervoor zorgen dat het licht brandt en de huizen warm zijn. Nu en straks, als ik samen met Joost op de bank zit en ons kleinkind langskomt om een paar indringende vragen te stellen.’