Donkergroen-directeur Anja Kanters: ‘Ik was altijd een buitenbeentje’

Stoer, sportief en nogal eigenzinnig. Anja Kanters is directeur van hoveniersbedrijf Donkergroen en geeft haar vrijheid nooit meer op. Niet voor familie, niet voor een man, echt voor he-le-maal niemand. ‘Die is te zwaar bevochten.’

 

Het is stormachtig op de dag van het interview. Daar maak je Anja Kanters, directeur van het Friese hoveniers- en architectenbedrijf Donkergroen, juist blij mee. Uitwaaien langs het strand in Schoorl. Weinig mensen. Haar twee Hongaarse jachthonden mee.

‘Elk jaar neem ik een week vrij. Dan ga ik naar Vlieland, all by myself. En de honden. Dan struin ik rond op het eiland, kop in de wind. Ik neem boeken mee, een stukje werk. En als ik in het FD lees over iemand die afscheid neemt van zijn functie, denk ik: ‘He, díe ga ik vragen voor onze Raad van Advies.’ Ik laat het bruisen in mijn hoofd en bekijk wat er bovendrijft. Daar is zo’n week ideaal voor. Als ik wegga uit Vlieland, boek ik alvast het tripje voor het jaar erna.’

 

Wil uw partner niet mee?

‘Nee. Hij zegt juist: moet je doen, in je eentje. En als ik het te druk heb, gaat hij ook wel eens met een groepsreis naar Indonesië en Afrika. Hij vraagt dan of ik erg vind dat hij zonder me gaat. Maar ik zou het juist erg vinden als hij níet zou gaan. We geven elkaar ruimte.’

 

De algemeen directeur is stoer, sportief en vrijgevochten. Aan de fotograaf vraagt ze om eerst een foto binnen te nemen. ‘Anders sta ik er straks zo verregend op.’ Meteen op de regisseursstoel. Maar ze is ook charmant en toegankelijk. Dertig jaar staat ze aan het roer van Donkergroen, dat zeventien vestigingen telt in Nederland en België, en zo’n achthonderd medewerkers. Zij ontwerpen en realiseren (dak)tuinen, speelterreinen en zorgen voor interieurbeplanting binnen gebouwen. Afval wordt daarbij zo veel mogelijk hergebruikt. Het bedrijf is een Top-3-speler in de groenbranche en draait dit jaar een omzet van zo’n 77 miljoen euro.

Wie is Anja Kanters?Anja Kanters werd in 1957 geboren in het Brabantse Breda. Daar volgde ze het atheneum, maar van studeren kwam het niet. Ze wilde werken. In 1977 startte Anja Kanters als administratief medewerker bij Donkergroen. Zeven jaar laten werd ze lid van het managementteam. En nog eens drie jaar later werd Anja Kanters algemeen directeur van het bedrijf. Sinds 1990 is ze behalve directeur van de Donker Donker Holding ook grootaandeelhouder in het bedrijf.

Grote sigaar, groot hart

Als negentienjarige kwam Anja Kanters Bij Donkergroen binnenlopen. Groen als gras, mouwen opgestroopt. Vers uit het Brabantse Breda. ‘Ik had gesolliciteerd op een vacature als administratief medewerker. Kennis van het groenvak had ik niet. Maar ik was nieuwsgierig en gedreven. En ik ben al gauw trainingen gaan volgen op het gebied van management en strategie.’

Ze werd een manusje van alles. ‘En het aanspreekpunt voor de vijftien mensen die er werkten. Er bestond nog weinig structuur in het bedrijf. Vergaderingen verliepen zonder agenda en zonder verslag achteraf en er werd nogal eens gemopperd. Dingen die niet lekker liepen, pakte ik op, zocht naar oplossingen.’

De Brabantse viel op bij de baas, Hessel Donker. Hij zag wel wat in deze voortvarende dame. ‘Een man met een grote mond, een grote sigaar, een grote auto, maar ook een groot hart. Sommige medewerkers waren bang voor hem. Ik niet. Hij zag mijn talenten voordat ik ze zelf zag. Hij geloofde in mij, hoewel dat niet vanzelfsprekend was. Intuïtief heeft hij gedacht: Dit gaat goed.’ Toen Kanters 23 was, vroeg hij haar in het managementteam. Op haar 29ste gaf Donker haar de voorzittershamer.

 

Zo jong. Hebt u nog getwijfeld?

‘Nee. Tuurlijk deed ik mee. Ik twijfelde alleen of ik daar de titel van directeur voor nodig had. Ik was al goed bezig. Maar meneer Donker wilde het per se. En op de dag dat ik directeur werd, veranderde er toch iets. Je voelt meer verantwoordelijkheid. Medewerkers kijken anders tegen je aan.’ 

 

Een paar jaar later vroeg Donker of Anja Kanters aandelen in het bedrijf wilde kopen. Nu is ze voor 49 procent eigenaar van Donkergroen. ‘Maar ik heb wel de zeggenschap gekregen van de oprichter, en daarmee de eindverantwoordelijk voor het bedrijf.’ Zijn twee kinderen hebben de rest in handen. ‘Zij hadden nooit interesse om hun vader op te volgen.’

Kort daarna overleed Donker aan een herseninfarct. ‘Onverwacht. Nee, ik denk niet dat hij het zag aankomen. Maar ik denk wel dat hij in mij al vroeg een opvolger zag. Dat besefte ik toen zelf niet.’

Sinds dit jaar biedt Kanters haar medewerkers de mogelijkheid aan om aandelen van Donkergroen te kopen. ‘Gedeeld eigenaarschap draagt bij aan verbinding, resultaat, een solide toekomst. Al ziet niet iedereen dat zo. De andere aandeelhouders zien graag dat het bedrijf wordt verkocht. Maar daar geloof ik niet in. Investeerders verkopen een bedrijf vaak voor veel geld door of ze hakken het in mootjes. Dat is meestal einde oefening.’ 

 

Voelt dit als een familiebedrijf voor u?

‘Ja, als je kijkt naar de manier waarop we met de klant omgaan en met elkaar. Korte lijnen, samen de blik op de toekomst, af en toe buikpijn als het wat minder gaat met de zaak, maar ook lachen met elkaar. En wat is nou een bloedlijn? Ik heb daar niet veel mee. Ik geloof dat je ook goed kunt connecten met mensen die geen familie van je zijn.’ 

 

Het interview gaat na de foto verder

Eens per jaar vertrekt Kanters naar Vlieland. Met de honden, maar zonder partner. ‘We geven elkaar de ruimte’
Foto: Jeroen Poortvliet

Pleegmoeder

Niet dat ze een slechte band heeft met haar eigen familie. Integendeel. Haar vader was onderhoudsmonteur bij AkzoNobel, haar moeder huisvrouw. Twee oudere broers heeft ze. ‘Mensen vragen mij wel eens, waar komt het ondernemende vandaan? Ik ben een voorbeeld van een talent dat in iemand zit, en dat eruit kan komen door omstandigheden. Het ondernemende bij mij kwam naar boven dankzij de kansen die ik kreeg bij Donkergroen.’

Het leven in Breda was ‘eenvoudig’. ‘Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik iets tekort kwam. Als we op vakantie gingen, zat ik bij mijn vader achter op de brommer en reden we naar Zeeland. Daar heb ik goede herinneringen aan.’ Ze miste wel iets in haar leven. ‘Ik merkte dat ik mijn eigen motortje had, dat niet per se werd aangejaagd door mijn ouders. We voerden geen inhoudelijke gesprekken. Ik werd niet speciaal gemotiveerd om te leren. Er was nooit strijd thuis. Het was pais en vree.’ 

Er is meer in het leven, dacht de jonge Anja Kanters en richtte de blik buiten Breda. ‘Na het atheneum vond ik het mooi elders zelfstandig te leven en dus wilde ik geld verdienen.’ In die tijd ontmoette ze haar ‘pleegmoeder’. ‘Zij maakte dingen in mij wakker. Zij wees me op de kracht in mijzelf, omdat ik destijds ook geïnteresseerd was in allerlei religieuze stromingen, van christendom tot islam, en in de charme van het hippiegedachtengoed. Samenwerken aan een ideaal, onder de mensen zijn. Zang en dans. In mijn ‘pleegmoeder’ vond ik een zielsverwant’.

 

'voor mij is echt alles een wedstrijd'

 

Huizen in Brabant waren duur dus keek Kanters rond in het Noorden. Dat ze uit Breda vertrok, ja, daar waren haar ouders verdrietig om. ‘Dat was not done in de familie. Iedereen woonde in de buurt: grootouders, neven, nichten. Alle kinderen kregen kinderen. Ik was een buitenbeentje. Maar ik zag dat je soms moet doorduwen, ook al is dat moeilijk. Als je er altijd alleen maar voor een ander bent, dan besta je zelf niet. Het was een strijd, maar wel een die ik moest voeren.’

 

Scheiding

Als het gaat om mannen in haar leven, zijn er ook moeilijke momenten. ‘In relaties vertelde ik pas later over mijn baan. Want het kan een rem zetten op mensen, of het is juist een reden om daar op af te komen. Beide gevallen vind ik niks. Toen ontmoette ik iemand die zelf directeur was. Die snapt wel hoe het zit, dacht ik. We trouwden op mijn 35ste. Hij was ouder en wilde al gauw een andere toekomst dan ik. Maar ik wilde mijn vrijheid niet opgeven. Die had ik al zo zwaar bevochten. En huisje, boompje, beestje: dat is nooit míjn toekomst geweest. Ik heb geprobeerd om het goed te doen, maar het is niet gelukt. Na twaalf jaar zijn we gescheiden.’

Nu heeft Kanters een latrelatie, al bijna dertien jaar. Hij woont nabij Groningen, zij in Joure. ‘We zijn heel gelukkig met elkaar. Ik hoef niet samen te wonen. En hij ook niet. Ik weet niet altijd hoe laat ik thuiskom van mijn werk. Ik wil niet dat het eten altijd klaar staat. Of dat iemand me elke avond vraagt hoe mijn dag is geweest. Want dan begin ik weer te praten en dat doe ik al zoveel op mijn werk. Als ik thuiskom is het juist heerlijk dat er niets hoeft. Rust.’

 

Hebt u wel eens gedacht aan kinderen?

‘In feite heb ik via mijn partners altijd kinderen om me heen gehad. Mijn ex-man was een gescheiden vader van twee kinderen. Mijn huidige partner is weduwnaar en heeft twee kinderen. Ik heb nooit gedacht: ik wil ze zelf graag.’  

 

De groenbranche: dat is toch een mannenwereld?

‘Dat is nooit een issue geweest. Ik was altijd al een beetje een jongetje. Als kind speelde ik met jongens, ik had twee oudere broers. Vaak kwam ik thuis met een blauwe plek of een open knie. En als ik eerlijk ben, vind ik de mannenwereld ook leuker dan de vrouwenwereld. Het stoere, de niet-zeuren-maar-aanpakken-mentaliteit, de humor.’ 

 

Zoekt u wel speciaal naar vrouwen voor uw bedrijf?

‘Ik ben altijd op zoek naar de juiste mix, en de laatste jaren bij voorkeur een vrouw. Maar uiteindelijk kies ik voor de meest geschikte – man of vrouw. Wel merkte ik dat veel topvrouwen in het westen wilden blijven wonen. En ik vind het extra gênant als een vrouw het niet goed doet. Ik wil gewoon zo graag dat ze het hartstikke goed doen.’

 

Kanters zelf is namelijk loeiperfectionistisch. ‘Ik ben gevraagd om een TEDx Talk te geven. Ik kreeg advies om iemand in te huren die zowel in taal als lichaamshouding met je oefent. Dat deed ik dan ook. Als ik alle uren zou tellen die erin zitten, dan schrik je je dood. Dat komt voort uit perfectionisme. Ik wil het goed doen. Dat is mijn karakter. Een van onze managers zei eens tegen mij: voor jou is alles een wedstrijd. Vond ik leuk. Hij zei: Potverdorie, dit was een kritische noot.’

 

Dit is de TEDx Talk waar Anja Kanters zich zo minitieus op voorbereidde