9 OKT, 2026 • Europees nieuws

Als het erop aankomt

Tussen alle grote woorden van de voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyens, zat een opvallend nieuw voorstel in de State of the Union toespraak: Europa moet een eigen variant krijgen op artikel 4 van de NAVO. Een lidstaat die wordt getroffen door bijvoorbeeld sabotage, een cyberaanval of drone-incident zou de andere EU-landen bijeen kunnen roepen om gezamenlijk te reageren. EU-buitenlandchef Kaja Kallas verduidelijkte later dat het protocol juist bedoeld is voor dreigingen onder de drempel van gewapende agressie. Nog geen twee weken later spraken de Europese ministers er al over. Veel moet nog worden uitgewerkt: wanneer wordt zo’n protocol gebruikt, wat gebeurt er vervolgens en hoe voorkomen we dubbel werk met de NAVO?

Voor bedrijven begint dezelfde discussie een stuk dichter bij huis: kan mijn onderneming blijven draaien als iets essentieels uitvalt? Kan de verkoop doorgaan zonder elektronisch betalingsverkeer? Bereik ik mijn medewerkers als telecom hapert? Hoe afhankelijk ben ik van één digitale dienst, energievoorziening of cruciale leverancier? Dat zijn geen vergezochte scenario’s. ENISA meldde deze maand dat ransomware opnieuw de cyberdreiging met de grootste directe impact is; ook zakelijke dienstverlening, transport, industrie en financiële instellingen worden geraakt.

Europa kan vooral helpen door ervoor te zorgen dat we niet allemaal afzonderlijk hetzelfde wiel uitvinden. Oefen samen wat er gebeurt als systemen uitvallen. Deel sneller informatie over dreigingen. En leer van landen en bedrijven die een crisis al hebben meegemaakt. Dat gebeurt gelukkig steeds meer. Zo kijkt de NAVO samen met Oekraïne naar wat daar werkt om energie, communicatie en transport zelfs onder voortdurende aanvallen draaiende te houden. Zulke kennis is ook voor Europese bedrijven waardevol. Zo vertaalden wij onze Handreiking Weerbaarheid ook naar het Engels, om bedrijven in heel Europa te helpen deze vragen concreet te maken: waar ben je kwetsbaar en wat kun je zelf organiseren om beter voorbereid te zijn?

Maar weerbaarheid gaat niet alleen over de vraag hoe je zelf overeind blijft. Er is nog een tweede vraag: wat kan mijn bedrijf bijdragen als het erop aankomt? En dan wordt het speelveld ineens veel groter dan de klassieke defensie-industrie. Een machinebouwer kan ontdekken dat zijn technologie ook voor veiligheid of defensie bruikbaar is. Een textielproducent kan beschermende kleding maken. Een logistiek bedrijf kan een rol spelen wanneer normale routes uitvallen. En Nederlandse bedrijven ontwikkelen nu al toepassingen in cyber, AI, drones, sensoren, kwantum en fotonica die ook voor onze veiligheid relevant kunnen zijn.

Daar kan Europa praktisch bij helpen: bedrijven bij elkaar brengen, technologie samen testen, vraag en aanbod verbinden en ervoor zorgen dat kansrijke bedrijven toegang krijgen tot financiering. Bovendien hoeven we ons niet achter de Europese grenzen op te sluiten. Meer Europese capaciteit is belangrijk, maar samenwerking met betrouwbare partners als het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen, Canada, Australië en Oekraïne maakt ons juist ook sterker.

Dus terwijl de ideeënfabriek van Von der Leyen overuren draait, hoeven bedrijven niet op het volgende Brusselse protocol te wachten. Weerbaarheid begint met weten waar je kwetsbaar bent, samen organiseren dat je kunt blijven draaien en opnieuw te kijken naar wat je bedrijf kan betekenen.

NAVOOorlog Ruslandweerbaarheid