‘Watersportondernemers zijn overlast waterplanten écht beu’

09-10-2017

De overlast door waterplanten loopt uit de hand, zegt jachthavenondernemer Nanke den Daas. Boten lopen vast, het stinkt als de hel en vaste klanten zeggen hun ligplaats op. Valt daar dan echt niets aan te doen?

 

Het is druk in Jachthaven Naarden, grenzend aan het Gooimeer. Sommige watersporters bereiden zich voor op een vaartochtje, anderen genieten van het septemberzonnetje op het terras van het havenrestaurant. Hoewel het beeld anders doet vermoeden, is de piekdrukte in het watersportseizoen al voorbij. Nu varen de plezierjachten de haven weer probleemloos in en uit. Maar een paar weken geleden was er geen doorkomen aan, vertelt Nanke den Daas, directeur van Den Daas Recreatie (eigenaar en exploitant van vier jachthavens, waaronder die bij Naarden). Niet vanwege de piekdrukte, maar omdat op het meer, net buiten de haven, een veld waterplanten lag. Wie zich met zijn plezierjacht buiten de vaargeul waagde, liep het risico om in de ‘groene soep’ verstrikt te raken. Pas nog sprak ze iemand die in één weekend drie keer in de problemen was gekomen. ‘De schroef van z’n schip was omwikkeld met waterplanten. Die man moest onder water om de boel weer gangbaar te maken. Hij had het helemaal gehad.’

 

Zo ziet dat er dus uit: overlast van waterplanten

 

Maar dan maai je die planten toch gewoon weg?Als je zoveel last hebt van waterplanten, dan maai je ze toch gewoon weg? Dat zou je wel denken ja. Maar volgens de 18 pagina’s tellende Handleiding Waterplanten Maaibeheer van Rijkswaterstaat mag er maar één keer per jaar worden gemaaid: ná 1 juli en vóór 1 augustus. Hoe erg de overlast ook is. De regel dat bij het maaien een minimum afstand van 60 centimeter tot de bodem moet worden aangehouden (om vertroebeling van het water te voorkomen) helpt ook al niet mee. Daardoor blijft na het maaien een groot deel van de waterplanten staan en zijn de problemen binnen twee weken weer in volle hevigheid terug. Diep maaien zou dat tegengaan, maar is nu niet toegestaan. Den Daas: ‘Uit experimenten met die techniek blijkt dat je het fonteinkruid (de grootste boosdoener onder de waterplanten; red.) niet met wortel en tak uitroeit. Maar doordat je een veel groter deel van de planten maait, duurt het wel veel langer voordat ze weer overlast geven.’

Overlast waterplanten kost klanten

Ook de jachthaven zelf heeft last van die waterplanten. Den Daas: ‘Een deel van de waterplanten die door boten worden losgevaren, hoopt zich hier op. En stinken dat het doet!’ In het groeiseizoen heeft de watersportondernemer permanent mensen aan het werk om de boel schoon te houden. ‘Deze zomer hadden we zelfs een shovel in bedrijf om de troep af te voeren.’

Steeds vaker houden watersporters het voor gezien. Alleen al in de laatste week van augustus raakte Den Daas drie vaste klanten kwijt. Mensen die bij haar in de haven een ligplaats hadden en hartstikke tevreden waren. Maar ja, die waterplanten… Ook het aantal watersporters op doorreis loopt terug, merkt ze. Een paar jaar geleden was de bezettingsgraad van de haven nog 96 procent, nu mag ze blij zijn als de 80 procent nog wordt gehaald. De overlast door de waterplanten speelt hierbij een belangrijke rol. En van collega’s hoort Den Daas steeds vaker vergelijkbare verhalen. De overlast van vooral fonteinkruid treft alle Randmeren.

 

Waar komt de overlast door waterplanten vooral voor?Brancheorganisatie HISWA Vereniging schat dat inmiddels bijna een derde van de ruim honderd exploitanten van havens aan het Markermeer en de Randmeren overlast ervaart van waterplanten. Maar ook elders in Nederland neemt de overlast door waterplanten toe: van het Zuidlaardermeer tot aan het Haringvliet en van de Hoornsche Hop tot aan Maastricht. Vorig jaar reageerden 5.500 zeilers, motorbootvaarders, surfers, zwemmers, sportvissers en andere (water)recreanten op een enquête van HISWA: zij gaven aan grote overlast te ervaren. En een onderzoek dat een collega van watersportondernemer Nanke den Daas dit jaar hield onder zijn ligplaatshouders, bevestigt dit beeld. Ongeveer kwart van de ondervraagden gaf zelfs aan in het hoogseizoen niet meer te willen zeilen.

Rijkswaterstaat pakt overlast waterplanten niet aan

‘Een paar jaar geleden was het water nog troebel. Nu kijk je tot op de bodem.’ Dat is één van de redenen dat de overlast door waterplanten kon ontstaan, stelt Den Daas vast. Het zonlicht dat de bodem raakt, is een prima voedingsbodem voor waterplanten als fonteinkruid. En de enige natuurlijke vijand van die planten – brasem – is door overbevissing vrijwel verdwenen. Normaal woelt die zoetwatervis op zoek naar voedsel de bodem om en voorkomt zo dat de planten de kans krijgen om te wortelen. Maar ja, dat gebeurt nu dus niet meer. Dat wegvissen van de brasem mocht van de overheid, maar als het aankomt op het aanpakken van de overlast van waterplanten geeft diezelfde overheid niet thuis, verzucht de watersportondernemer. ‘We hebben het hier over Rijkswateren. Dan vind ik het logisch dat het Rijk het beheer en onderhoud daarvan voor haar rekening neemt.’ Maar Rijkswaterstaat beperkt zich tot de maaien in de vaargeul voor de beroepsvaart. Voor de rest moeten anderen maar zorgen, zo liet minister Schultz van Infrastructuur en Milieu de Kamer eind augustus nog weten. Den Daas vindt dat onbegrijpelijk. ‘Alsof Rijkswaterstaat de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van het snelwegnet beperkt tot alleen de rijbanen en zich niet wenst te bekommeren over de vluchtstroken.’

 

'Alsof Rijkswaterstaat wel verantwoordelijkheid is voor de veiligheid op de rijbanen, maar niet voor de vluchtstroken’

 

Ministerie heeft geen geld over voor aanpak overlast waterplanten

De afgelopen drie jaar trok het ministerie van Infrastructuur en Milieu nog geld uit voor een proef met een maaiprogramma in de Randmeren. De jaarlijkse bijdrage van 50.000 euro van het departement kwam bovenop de 75.500 euro die zestien gemeenten van de Coöperatie Gastvrije Randmeren jaarlijks bijeen brachten. Genoeg voor het maaien van 450 hectare wateroppervlak (wat overeenkomt met een oppervlakte van 900 voetbalvelden). Volgens HISWA net voldoende om een vaargebied van een acceptabele omvang in de Randmeren voor elkaar te krijgen. Maar dit jaar hield het ministerie de hand op de knip. De watersportsector kreeg nog wel een extra bijdrage van de Coöperatie Gastvrije Randmeren van 128.000 euro. Daardoor kon ook deze zomer nog redelijk wat wateroppervlak geschikt worden gemaakt voor de pleziervaart. Maar of dat volgend jaar ook lukt?

 

Het ministerie had ooit wel geld over voor de aanpak van overlast door waterplanten

 

Een motie van Lutz Jacobi, toen nog Kamerlid voor de PvdA, en VVD-Kamerlid Barbara Visser om te onderzoeken hoe de overlast door waterplanten aangepakt kan worden, heeft er tot nu toe niet toe geleid dat minister Schultz daadwerkelijk om aan tafel is gegaan met de sector en de regio om een oplossing te vinden. De provincies en watersportorganisaties werken inmiddels wél samen aan een voorstel voor de aanpak van de problemen met de waterplanten. Misschien dat dat nog iets in beweging zet bij het ministerie en Rijkswaterstaat, hoopt Den Daas. Ze is blij dat er nu in elk geval eindelijk iets lijkt te gebeuren. ‘Iedereen in de watersportsector wil dat de huidige goede waterkwaliteit gehandhaafd blijft. Maar dan wel zonder meer overlast van waterplanten. Want alleen dan heeft de sector een gezonde toekomst in het verschiet.’

 

HISWA bereidt claim voorBrancheorganisatie HISWA is bezig met een inventarisatie van de schade die overlast van waterplanten haar leden heeft opgeleverd. Zodra daar duidelijkheid over is, gaat er een claim naar het ministerie van Infrastructuur en Milieu, zegt de vereniging.

Van Rijkswaterstaat mag er niet heel veelWie de wildgroei aan waterplanten wil aanpakken, krijgt te maken met de 18 pagina’s tellende Handleiding Waterplanten Maaibeheer. Daarin staat minutieus beschreven waar, wanneer en hoe er moet worden gemaaid. Belangrijkste bottleneck is de hoeveelheid waterplanten die mag worden gemaaid, oordeelt Nanke den Daas (Den Daas Recreatie). ‘Stapeling van maatregelen op basis van de Kaderrichtlijn Water en Natura 2000 zorgt ervoor dat maar 10 procent van het begroeide wateroppervlak mag worden gemaaid.’ Een goede waterkwaliteit gaat boven alles, stelt Bauke de Witte, adviseur waterbeheer bij Rijkswaterstaat. Volgens De Witte is de maaibeperking ingesteld om te voorkomen dat alle inspanningen van de laatste decennia om het water schoon en helder te krijgen, teniet worden gedaan. ‘Uit diverse studies blijkt dat de kans groot is dat méér maaien het huidige evenwicht in gevaar brengt.’ Niet doen dus, vindt hij. Maar die beperking brengt volgens Den Daas wel met zich mee dat een groot deel van het begroeide wateroppervlak onbruikbaar blijft voor watersportactiviteiten.