Wat de Brexit nou echt betekent en 7 andere (on)aangename verrassingen

29-03-2017

De Britse premier Theresa May heeft haar aangekondigde afscheidsbrief aan de EU vandaag ingeleverd. Artikel 50, de vertrekprocedure uit de EU, is in werking gezet. Maar wat betekent dat? Acht dingen die u moet weten om de Brexit bij te kunnen houden.

 

Betekent de brief dat de Britten ook meteen exit zijn?

Voorlopig is het nog niet zo ver. Artikel 50 van het verdrag van Lissabon geeft een lidstaat sinds 2007 het recht om uit de EU te stappen en omschrijft de procedure die dan gevolgd moet worden. In dat artikel, een kort document van nog geen driehonderd woorden met maar vijf punten, staat ook dat de vertrekker twee jaar krijgt om een ‘exit-deal’ uit te onderhandelen.

Als artikel 50 eenmaal in gang is gezet, kan het proces alleen worden gestopt als álle lidstaten daarmee akkoord gaan. En elke overeenkomst die wordt gesloten moet goedgekeurd worden door minstens twintig landen die samen goed zijn voor 65 procent van de EU-bevolking. Daarna kan zo’n overeenkomst alsnog een veto krijgen van het Europees Parlement. De onderhandelingen beginnen waarschijnlijk over een week of acht, nadat de EU een officiële reactie heeft gegeven en na de speciale top op 29 april met de regeringsleiders.

 

Gaan de grenzen acuut dicht?

Zolang de Britten nog niet uit de EU zijn, zijn ze er nog gewoon lid van. Dus verandert er eigenlijk niets. Het vrij verkeer van personen en goederen geldt nog, de douane-unie is nog gewoon intact en ook alle andere afspraken die in EU-verband zijn gemaakt blijven overeind.

Maar – akkoord of geen akkoord – op 1 april 2019 zijn de Britten geen lid meer van de EU, zo staat het in de regels. Komt er geen akkoord, dan worden alle banden abrupt doorgesneden en is het Verenigd Koninkrijk een land zoals alle andere niet-EU-landen waarmee geen afspraken zijn. Dan vervallen dus ook alle afspraken met het VK die golden in EU-verband, zoals die over de interne markt, viswateren, EU-eisen aan producten, eisen voor etikettering, btw-verrekening et cetera. Dat zou kunnen betekenen dat er ingewikkelde douaneprocedures gaan gelden en er lange wachttijden voor de grens ontstaan. Of dat echt zo ver komt, hangt af van de vraag of het VK en de EU erin slagen een handelsakkoord te sluiten. En als dat lukt wat daar dan in staat.

 

Het uitonderhandelen van een handelsakkoord kan wel negen jaar duren

 

Is een snel handelsakkoord mogelijk?

Het is vooral belangrijk welke route de EU-onderhandelaars inzetten. Tot nu toe hebben ze altijd gezegd: ‘Eerst een Brexit en als dat is geregeld, gaan we werken aan een handelsakkoord.’ Dat zou betekenen dat een overleg over een handelsakkoord uiterlijk in 2019 begint. Het uitonderhandelen daarvan kan wel negen jaar duren, maar het kan ook best meevallen. Het Verenigd Koninkrijk voldoet nu namelijk aan alle EU-regelgeving. Dat zou de onderhandelingen op onderdelen minder ingewikkeld kunnen maken. En tot het zo ver is, is het idee van de Adviesraad Internationale Vraagstukken om de douane-unie met de Britten nog drie jaar door te zetten het onderzoeken waard. Dat geeft ruimte om te onderhandelen en douanepersoneel op te leiden zonder dat de handelsstromen worden verstoord omdat de bestaande handelsregels nog even blijven gelden. Want het grootste probleem is niet de administratieve rompslomp op zich, maar het gevaar dat de wet- en regelgeving van EU en VK uit elkaar gaan lopen. En hoe groter de verschillen worden, hoe moeilijker het wordt om een akkoord te sluiten. Bovendien willen zowel de EU als het VK graag een zo goed mogelijke handelsrelatie houden.

 

Wie gaan er eigenlijk onderhandelen?

Voor de EU is dat een team onder leiding van de Fransman Michel Barnier. Hij leidt namens de 27 EU-landen een team van zo’n dertig ervaren onderhandelaars. Barnier heeft al laten weten dat hij voorstander is van een ‘stevig vrijhandelsverdrag’, maar waarschuwde de Britse premier May dat eerst de grote lijnen voor een zorgvuldige uittreding bekend gemaakt moeten zijn vóórdat de gesprekken over een ‘veelomvattend’ handelsverdrag kunnen beginnen. De Britse delegatie staat onder leiding van David Davis met een team dat weinig ervaring heeft met bilaterale onderhandelingen. De meeste van deze verdragen worden ook voor het VK al decennia in EU-verband afgesloten. Britse expertise is dus in EU-dienst. Tot verrassing van de Britse parlementsleden erkende Davis vorige week woensdag dat hij nooit heeft laten onderzoeken wat een uittreding zónder akkoord eigenlijk voor gevolgen heeft.

 

Waar zal diplomatiek bloed vloeien?

Er zijn drie zaken die beide partijen erg aan het hart gaan: vrij verkeer van mensen (wil de EU), vrij verkeer van goederen in de EU (wil het VK behouden) en de rekening (volgens de EU een miljard of 60 aan openstaande verplichtingen voor onder meer de pensioenverplichtingen van EU-officials). Economisch gezien is het verkeer van mensen, goederen en diensten erg belangrijk. En wat gaat er gebeuren met de toegang tot Britse viswateren die zo belangrijk zijn voor Nederlandse vissers? Blijft de toegang tot de Britse markt gemakkelijk voor bijvoorbeeld de bloemenexporteurs en de tapijtsector die sterk op het VK leunen? De Britten staan bekend als harde onderhandelaars, vol trucs. Zo hebben ze in een vroeg stadium (vergeefs) geprobeerd bij de Duitsers steun te krijgen voor een deelakkoord voor de auto-industrie. Maar de Fransen – zij bepalen onder Barnier een groot deel van de sfeer in het EU-kamp – staan bekend als gewiekste onderhandelaars. Zo leek Barnier deze maand de Britten een goed gevoel te kunnen geven over hun aspiraties. ‘When a country leaves the union, there is no punishment. There is no price to pay to leave’, zei hij bijna geruststellend. Om af te sluiten met: ‘But we must settle the accounts.

 

De Britten staan bekend als harde onderhandelenaars, de Fransen als gewiekste

 

Het lijkt de Britten voor de wind te gaan na het referendum. Was Brexit dan toch een goed idee?

Over dat voor de wind gaan zijn de meningen verdeeld. Het is natuurlijk niet zo dat bedrijven ineens in paniek hun boeltje hebben ingepakt nadat de Britten voor het verlaten van de EU hebben gestemd. Daar gaat een paar jaar overheen. Veel bedrijven zullen ook afwachten waar de onderhandelingen met Brussel op uitdraaien Maar dat er onrust is en onzekerheid over de uitkomst van die onderhandelingen, blijkt wel uit het feit dat in de eerste helft van 2016 het beleggingsvolume in Brits vastgoed mede als gevolg van het Brexit-referendum met 35 procent daalde. Dat meldde adviseur Cushman & Wakefield op basis van eigen onderzoek. Nederland bereikte vorig jaar juist een nieuw beleggingsrecord van zo’n 12 miljard euro.

Dat de Britten nog weinig lijken te merken van een terugslag, komt ook doordat ze profiteren van het beste van twee werelden: door de Brexit is de waarde van het pond gedaald én door de vrije toegang tot de Europese markt kunnen ze hun waar nog minstens twee jaar extra voordelig slijten. Het is maar de vraag of dat tweede aspect na 2019 overeind blijft.

 

Is er een kans dat de Britten toch liever in de EU blijven?

Die kans is heel, heel klein. May heeft aangekondigd dat het VK sowieso uit de EU stapt, conform de uitslag van het referendum. Zij zit tot mei 2020 in het zadel. De kans bestaat dat de uittredingsonderhandelingen tot onrust leiden onder de Britten, vooral onder Schotten en Noord-Ieren, die graag in de EU willen blijven. Wordt May gedwongen om af te treden, dan kan een pro-EU-premier misschien de uittreding stoppen. Aan de andere kant is ook de EU bezig met hervormingen, het zogenoemde Bratislava-proces. Áls die hervormingen uitkomen in de buurt van de Britse wensen is het denkbaar dat de stap om ín de EU te blijven voor de Britten wel erg aantrekkelijk wordt. In feite willen de Britten twee dingen die voor de EU als breekpunt worden beschouwd: beperking van het vrij verkeer van mensen en geen jurisdictie van het Europees Hof in het VK. Als het eerste punt al wordt aangepakt door ‘Bratislava’, kunnen de Britten misschien wel leven met het tweede punt. Dan moeten ze alleen wel diep door het stof, want de vertrekbrief van May is in principe definitief en de EU zal tot het uiterste gaan om artikel 50 niet te laten verworden tot een drukmiddel van lastige lidstaten.

 

Pruimen wij de Britten nog wel?

De Duitsers zouden zeggen: Jein. Een combinatie van ja en nee. Aan de ene kant zijn de Britten notoire lastpakken die vaak tegen Europese initiatieven zijn. Daarmee zitten ze overigens wel regelmatig op de Nederlandse lijn als het gaat om het economische beleid. Dat ze nu zo ageren tegen de EU, is ook niet bevorderlijk voor het buddy-gevoel. Onder de streep is de EU belangrijker voor de Britten dan de Britten voor de EU. Maar het VK is mondiaal ook een economisch en financieel power house, de tweede exportbestemming voor het Nederlandse bedrijfsleven en een land met heel goede politieke contacten in de wereld. Zo’n land wil je graag in jouw kamp hebben.