Randstad-baas Jacques van den Broek mag graag mensen prikkelen

Randstad-baas Jacques van den Broek (56) leidt een bedrijf met dertigduizend werknemers in binnen- en buitenland. Daar kun je best bescheiden bij blijven. ‘Ik ben toevallig het gezicht naar buiten.’ Maar hij zit er wel bovenop. ‘Ik heb een ongelooflijke hekel aan verliezen.’

Je zou op het eerste gezicht niet zeggen dat je tegenover een stripfanaat zit die ook nog eens speelgoedautootjes spaart. En die als de gelegenheid zich voordoet op een podium of een tafel klimt om een liedje te zingen. Toch zit dat allemaal in Jacques van den Broek, die als topman van Randstad in de eerste plaats vooral een zakelijke indruk maakt. Maar de vele miniatuurauto’s uit bekende strips in zijn werkkamer en de moderne Disney-achtige kunst aan de muur verraden zijn andere kant. 

Strips is toch iets voor kinderen?
‘Dat is heel erg Nederlands gedacht. In België en Frankrijk wordt het stripverhaal de negende kunst genoemd. Middenin Parijs heb je een heel mooie stripwinkel, daar zie je alleen volwassenen. Het blijft leuk om strips te kopen. Alleen wordt de stapel van nog niet gelezen strips wel steeds hoger. En ik heb mijn beide zoons niet aan het striplezen kunnen krijgen, dus ik ben bang dat de hobby uitsterft met mij.’

U houdt van de klare lijn. Geen poespas, duidelijkheid?
‘Ik denk het wel. Als je Kuifje ziet, kun je denken: dat kan ik ook tekenen. En dat valt dan toch tegen. Iets eenvoudig uitleggen is vaak moeilijker dan iets omstandig uitleggen.’

Hij begon te verzamelen op zijn dertiende. Samen met twee vriendjes zette hij een stripbibliotheek op die op het hoogtepunt 350 boeken per dag uitleende. Strips werden op school uitgeleend en met het geld werden nieuwe exemplaren gekocht. Totdat de school het wel welletjes vond en de stekker eruit trok. Het waren immers de anti-kapitalistiese jaren zeventig. Maar Van den Broek is altijd blijven verzamelen.

Wilde u dat ondernemende uit uw jeugd later niet doorzetten?
‘Ach, ik heb altijd wel handeltjes gehad. En mijn vader had een radio- en tv-winkel in Breda. Ik heb echter nooit overwogen om die over te nemen. Ik vind het knap hoe mensen iets met liefde maken, maar ik ben zelf helemaal niet technisch. Ik kan aardig verkopen, maar repareren, nee. Dat was overigens helemaal geen punt thuis.’
‘Maar hier bij Randstad ben ik ook een ondernemer. Ik laat mensen heel erg vrij: achteraf vergiffenis vragen in plaats van vooraf toestemming. Het ergste wat je kunt doen, is precies doen wat ik zeg. Ik ben altijd een van de burgerlijk ongehoorzaamste mensen geweest binnen het bedrijf. Als iedereen linksaf gaat, rechtsaf proberen. Zo begonnen we midden jaren negentig bij Randstad Nederland met outplacement terwijl de toenmalige raad van bestuur duidelijk had gemaakt dat niet te willen. Helaas kwam dat nieuws prominent in de krant.’

Moet u als ceo nu niet het goede voorbeeld geven?
‘Nou, ik predik het nog steeds. Fouten maken mag, zolang er maar meer goed gaat dan fout.  Ik mag mensen ook graag prikkelen, een beetje uitdagen. Daarmee creëer je energie, houd je mensen scherp en kom je op nieuwe dingen. Niet meteen zeggen dat iets niet kan, daar heb ik een hekel aan.’

Wist u meteen wat u wilde worden?
‘Nee, dat heeft vrij lang geduurd.’ Lachend: ‘Ik heb nog steeds geen vak, want ik heb rechten gestudeerd… Sorry voor anderen die rechten hebben gedaan. Ik loop nu met mijn zoon van 17 de studiekeuzedagen af. Dan merk ik dat het lastig blijft dat je in Nederland al zo jong moet kiezen.’
Hij was zelf niet zo goed in wiskunde, dus economie viel af. Militaire dienst gaf nog wat bedenktijd. Hij begon daarna als managementtrainee bij Vendex. Iemand zei dat Randstad wel bij hem paste. ‘Toen ik daar kwam, voelde het wel een beetje als thuiskomen. Ik begon op een vestiging en vanaf dag 1 was het leuk. Er kwamen mensen binnen, de telefoon ging, er moest van alles gebeuren. Je was nooit klaar. Dat paste mij als een handschoen. Op vrijdag kwamen de uitzendkrachten hun werkbriefjes brengen, dat gaf een feestelijk sfeertje op kantoor.’

U houdt het uit bij Randstad, net als uw voorgangers.
‘Dat zit in het bedrijf. Uitzenden is een vak van mensen, cultuur en veel doen. Als je lang zakendoet met mensen, heb je aan een handdruk genoeg. Ervaring helpt, mits je blijft vernieuwen. Als ik ooit aan vertrekken heb gedacht, dan was dat rond de eeuwwisseling, bij het afscheid van oprichter Frits Goldschmeding. We zijn toen als bedrijf zoekende geweest. Ik zat bij een joint venture en keek er van een afstandje naar. Ben Noteboom, mijn voorganger, vroeg me toen niet weg te gaan, maar samen te gaan bouwen.’

Hij werd vergeleken met Louis van Gaal, u met Guus Hiddink.
‘Dat is misschien de eerste indruk. Ben is wat directer in de omgang en korter door de bocht, en ik ben blijkbaar iets meer sophisticated. Uiteindelijk gaat het erom dat je een team aan het voetballen krijgt. Als het goed gaat, kun je wat meer Hiddink zijn. Bij een onervaren team heb je meer aan Van Gaal.’

Vond u het moeilijk om de nieuwe hoogste baas te worden?
‘Nee, want dit is een teambedrijf en ik ben toevallig het gezicht naar buiten. Ik sta op de schouders van mensen die dit bedrijf groot hebben gemaakt. Dat is een hele eer, maar geen onemanshow.’

Dat klinkt te bescheiden.
‘Ik heb nooit aan carrièreplanning gedaan. Je blijkt eigenschappen te hebben die belangrijk worden geacht. Bevlogenheid, passie, ervoor gaan. Ik heb altijd veel gevoel en lol in mijn werk gehad. Dat zou voor iedereen moeten gelden.’
‘Blijkbaar vond de raad van commissarissen dat ik een bedrijf kan aanvoeren. Maar Randstad is vooral een decentrale organisatie met dertigduizend mensen die het bedrijf vertegenwoordigen. Je moet vooral niet denken dat je onmisbaar bent als ceo.’

‘Ik ben altijd een van de burgerlijk ongehoorzaamste mensen geweest’

Maar u kunt toch wel íets persoonlijks noemen?
‘Randstad is naar buiten gericht, naar de klanten en de maatschappij. Dat past bij mij. Vorige week had ik vijf klantbezoeken: dat is een topweek voor mij. Verder ben ik resultaatgericht. Sport heeft altijd een belangrijk deel van mijn leven uitgemaakt. Ik heb ook een ongelooflijke hekel aan verliezen. Een klant verliezen betekent dat ik zeker een dag chagrijnig ben.’
‘Als ik een belangrijk klantgesprek heb, bereid ik dat goed voor, terwijl je niet weet hoe het gesprek gaat lopen. Bij dat gesprek zit een aantal mensen van Randstad, verschillende nationaliteiten die elkaar niet allemaal kennen. Maar ik weet zeker dat de klant aan de andere kant van de tafel denkt dat wij dit al wekenlang van tevoren hebben gerepeteerd. Dat vind ik sterk. Je kunt het vergelijken met een wedstrijd of een optreden. Maar het moet wel echt zijn, geen rol die je speelt. Het is mensenwerk. Wij kunnen nu eenmaal geen mooi tastbaar product op tafel zetten.’

Vanuit zijn functie zit hij in de raad van toezicht van de Goldschmeding Foundation voor Mens, Werk en Economie. Voor hem is dat een logisch verlengstuk van zijn werk bij Randstad. ‘Wij zitten hier niet om winst te maken. Frits Goldschmeding heeft in 1977 al gezegd dat een bedrijf iets moet toevoegen aan de maatschappij. Dat doen wij bij Randstad elke dag. We vinden voor twee miljoen mensen werk. Dat is voor mij de motivatie. Winst maken is noodzakelijk om onze groei te financieren. Heel leuk is dat je dat nu ziet terugkomen bij jongeren. Die spreken zich uit voor sociaal ondernemerschap, willen iets doen voor de maatschappij.’

Gaat het werk ten koste van het gezin?
‘Nee, want voor mij is het gezin de basis. Mijn vrouw heeft ook een carrière als partner bij een juridisch en fiscaal adviesbureau. De kinderen weten niet beter dan dat hun ouders werk en privé combineren. Mijn moeder is ook altijd bij de bloedbank blijven werken. In een minimum van tijd hebben we maximaal contact met elkaar. En ik zie mijn gezin echt niet alleen in de weekends.’
‘Ik ben een tijd coach geweest van het voetbalteam van mijn zoons, maar dat deed ik niet om verloren tijd te compenseren of zoiets. Het had meer met sport te maken, en ik vond het natuurlijk ook leuk om zo met ze bezig te zijn. Laatst zag één van mijn zoons een speech van mij die ik als bestuursvoorzitter hield. ‘Zo sprak je ons in de kleedkamer ook toe’, zei hij.’
Coachen doet hij nog wel, maar dan jonge ondernemers die willen doorgroeien. Dat doet hij in het kader van NL 2025, een platform van zo’n tachtig mensen uit het bedrijfsleven, de politiek, de wetenschap en de kunst. Zij werken via projecten aan een betere toekomst voor Nederland. ‘Onze generatie heeft het goed, maar dat is voor het eerst niet meer vanzelfsprekend voor de volgende generatie. En dan niet meteen wijzen naar de regering, maar je afvragen: wat kunnen wij daaraan doen?’

Jacques van den Broek
1960 Geboren in Goes
1978 Studie rechten in Tilburg
1985 Diverse functies bij Vendex KBB
1988 Vestigingsmanager Randstad
1994 Regiodirecteur Nederland bij Randstad
2001 Ceo Newmonday.com
2002 Directeur Capac Inhouse Services
2004 Lid raad van bestuur Randstad
2014 Bestuursvoorzitter Randstad

Dit artikel komt uit de print Forum