Privacy werknemer: hoever die reikt, merkte deze ondernemer

‘Ik wil mijn bedrijf voeren op mijn eigen manier, dat is toch niet zo raar?’ Henri de Jager (Bas+Mar) merkt dat de privacy van werknemers het steeds moeilijker maakt om zijn bedrijf zo te leiden als hij dat wil. ‘Hád ik maar net zoveel rechten als een werknemer.’

 

We leven nog in het zwartwit-tijdperk als de broers Bas en Mar de Jager in het Zeeuwse Kapelle een winkel beginnen. Inmiddels heeft Henri, de zoon van Bas, er de touwtjes in handen. Net als hij stappen Bas en Mar in de voetsporen van hún vader, die ook winkel heeft en zijn producten met een koffer aan huis verkoopt. Hun opa van moeders kant heeft de eerste zelfbedieningssupermarkt in Zeeland (de TIP, Tot Ieders Profijt). Vader De Jager is meer mensenmens dat zakenman. Thuis regeert hij desalniettemin met ouderwets straffe hand en dat is de reden dat de twee broers voor zichzelf beginnen. Ze willen onder het strenge regime uit. Het tweetal heeft wel een zakelijke inslag en begint in 1962 een meubelwinkel, gericht op het wat duurdere segment. Die beslissing van zijn vader en zijn oom is nu medebepalend voor de irritatie van Henri de Jager over de wet- en regelgeving.

 

'Je hebt klootzakken onder werkgevers én onder werknemers’

 

Interieurwinkel Bas+Mar staat nog steeds midden in het Zeeuwse Kapelle. Een herenhuis-met-showroomuitbouw tegenover de met bomen omgeven kerk. En nog steeds is het bedrijf vooral gericht op het duurdere segment. Het is een winkel waar fabrikanten verkocht wíllen worden. ‘Wij zijn heel erg een familiebedrijf’, zegt Henri de Jager. ‘We koesteren onze kernwaarden en hebben, misschien ook daardoor, heel weinig verloop in personeel.’ Naast Henri (verkoop, inkoop, administratie, automatisering, marketing en personele zaken) en zijn vrouw (administratie en schoonmaken) werken er nog 5 mensen in het bedrijf. ‘Ik wil mijn bedrijf vormen op mijn manier. In mijn visie heeft een klant bijvoorbeeld altijd een vaste contactpersoon. Dat betekent dat zo iemand fulltime beschikbaar moet zijn, dus deeltijdwerken kan niet. Maar als een werknemer er om vraagt, mág ik van de wet niet weigeren. Even een rekensommetje: 1 dag minder werken is 20 procent van een fulltime-werkweek. Er kon, door een combinatie van angst om een goede medewerker te verliezen én een charmeoffensief van mijn vader, niet meer dan 15 procent salaris af. Maar een werknemer die 20 procent minder werkt, levert 30 procent minder omzetbijdrage en 40 procent minder rendementsbijdrage. Dat heb ik gemeten. Waarom mag ik dan niet vasthouden aan mijn beleid van fulltime voor iedereen?’

 

Zulke regels zijn er toch ook om een werknemer te beschermen tegen willekeur van een werkgever?

‘Hoezo? Heeft een werkgever meer macht dan een werknemer? Ík mag niet één dag schrappen als míj dat beter uitkomt. Je hebt klootzakken onder de werkgevers en je hebt klootzakken van werknemers. Ik zie nu geen gelijkheid tussen werkgever en werknemer. Ik zou graag dezelfde rechten en plichten hebben als een werknemer. Als ik een werknemer niet kan binden, kan hij zo weg. Ik vind werknemer trouwens ook een rotwoord, het is een collega. Die machtsverhouding zie ik niet zo. Er is veel overleg over hoe wij zaken het best kunnen aanpakken. Maar een vermeende tegenstelling tussen werkgevers en werknemers is leidend in het beleid. Wat hen bindt, dát moet leidend zijn.’

 

'ik neem geen mensen aan om ze te ontslaan'

 

‘Als een werkgever iemand aanneemt is dat niet om hem straks te ontslaan. Ik wil klanten plezieren en dat doe ik onder meer door ze steeds dezelfde gezichten te laten zien in mijn winkel. Alle werknemers werken ruim 10, 15 jaar voor mij. Eentje zelfs 38 jaar. Zij is 60 geworden en voor de tweede keer oma en is net rond Pasen gestopt. Als ik naar collega’s kijk, ook pappa- en mammabedrijven, dan hebben zij ook zo’n vaste kern. Ik weet dat, want ik heb goede gesprekken over onze bedrijven.’

 

De regels zijn misschien lastig, maar wordt u ook onterecht benadeeld?

‘In 2016, nog in de crisis, moest ik op een of andere manier een ton uit de exploitatie fietsen. Er moest 2 man uit. Ik had een ontslagvergunning gekregen op economische gronden. Advocaat erbij en het moest langs lijnen van anciënniteit en afspiegeling.' Beetje verontwaardigd: 'Daar mag ik dus ook niet zelf kiezen.’

‘Nummer één heeft het op zich netjes volgens de regels gedaan. Nummer twee wil een vaststellingsovereenkomst en meldt zich ziek. Het UWV zegt: 'Als iemand ziek is, mag je geen dossier opstellen.' De man heeft kapotte heupen, maar hij fietste wel een half jaar eerder de Mont Ventoux op voor het goede doel. Mag ik niets van zeggen, want privacy werknemer: dat is privé. Nu belt hij en zegt: ik moet me aan mijn heupen laten opereren. Dat hoort een week of 8 te duren, maar dat wordt 8 maanden. Ik mag daar niets van zeggen, want privacy werknemer: dat is privé. Dan gaat hij naar mijn advocaat, hij wil toch een vaststellingsovereenkomst. Op dat moment is hij niet meer 9,5 jaar, maar 10 jaar in dienst en dat kost mij meteen een veel hogere transitievergoeding. Ik heb daar slapeloze nachten van gehad. Omdat hij mij een oor aangenaaid heeft en omdat het mij tienduizenden euro's heeft gekost. Ik heb daar echt last van in mijn bedrijfsvoering.’

 

'ik heb daar slapeloze nachten van: die vent heeft mij een oor aan genaaid'

 

De Jager: 'Zijn vakbondsadvocaat had uitgevogeld dat die werknemer net 10 jaar in dienst was in plaats van 9,5 jaar en heeft hem dat ingefluisterd. Hij wordt er ook niet voor betaald om de band tussen werkgever en werknemer goed te houden, maar om zo slim mogelijk te zijn. Hij moet zijn waarde als bondsadvocaat bewijzen. Ik wil daar niets over zeggen, maar het voelt niet koosjer en het gebeurt op grotere schaal. Bij arbo-artsen net zo. Ik heb nog nooit een arbo-arts gesproken.’

Dat hoeft niet zo te gaan, is de ervaring van De Jager. ‘Ik heb nog een werknemer met een heupprobleem. Hij is in 2010 met zijn auto tegen een boom gereden. Het bot in zijn heup stak alle kanten op. Toevallig ook nog eens mijn topverkoper. Na 8,5 week kon hij weer wat doen en hij stond ook meteen weer op de stoep. Dat is gewoon een andere mentaliteit. In de tussentijd moet ik dat wel in de winkel opvangen. Het betekent dat er 2,5 maand 2 in plaats van 3 mensen in de verkoop staan. Die periode is te kort om voor een goede vervanging te zorgen, dus dat werk neem ik er bij. Zo lossen ze dat in heel veel kleinere bedrijven op. We hebben regels nodig, maar waarom niet gedifferentieerd naar bedrijfsgrootte?’

 

Hoort ziekteverzuim van werknemers niet gewoon bij ondernemersrisico?

‘Dat is ook zo. Net als 10 minuten te laat op het werk komen en een orderformulier een keer verkeerd invullen. Met een beenbreuk tijdens een skivakantie heb ik geen probleem, maar gedoe rond slepende heupproblemen, dát hoort niet bij ondernemerschap.’

 

'waarom kan ik tegen een verkoper die wil kickboksen niet zeggen: zoek een andere hobby'

 

‘Ik ben een detailer, geen retailer, ik mik op een heel speciaal publiek. Wie bij mij komt werken, ziet 8 mensen en weet wat ie kan verwachten. Ik wil alles kunnen vragen aan een sollicitant, dan kan ik mijn medewerkers ook goed vertellen wat voor een persoon er bij komt. Hoofddoekjes? Ik zit in een gebied met strenggelovige wijken. Die mensen zijn niet comfortabel met hoofddoekjes. Ze kopen weliswaar het meest bij hun geloofsgenoten, maar ook bij ons als ik dat kan regelen. Dan wil ik een afweging kunnen maken of ik vind dat een moslima met hoofddoek, iemand met blauw haar of met piercings en tatoeages wel in ons verkoopteam past. Als een verkoper besluit om te gaan kickboksen in zijn vrije tijd, mag ik daar niets van zeggen. Want privacy werknemer: dat is privé. Maar ik kan mijn klanten toch niet confronteren met iemand die eerst een blauw oog heeft links en een maand later rechts? Dan wil ik kunnen zeggen: ga alsjeblieft een andere hobby zoeken of een andere baan.’

Privacy werknemer kneltOndernemers vinden sommige beperkingen die de Autoriteit Persoonsgegevens oplegt voor de verwerking van (gezondheids)gegevens van medewerkers te strak. VNO-NCW stuurde met MKB-Nederland in maart een brief met die waarschuwing naar de Tweede Kamer. Werkgevers willen dat de overheid duidelijker aangeeft onder welke voorwaarden werkgevers mogen vragen naar de gezondheidssituatie van medewerkers. Een werkgever mag bijvoorbeeld in de eerste zes weken ziekte niet aan een werknemer vragen wat hij of zij eventueel nog wel kan zitten, staan of zich concentreren. Hiervoor moet een bedrijfsarts worden ingeschakeld. Onnodig beschermend in een situatie waarin een ondernemer zich voorbereidt op de terugkomst van een zieke werknemer. Ook vinden ondernemers het raar dat werkgevers die bijvoorbeeld via een uitzendbureau mensen met een beperking willen aannemen, tijdens de selectiefase niet mogen vragen wat de beperking is.