5 MEI, 2026 • Achtergrond

Misverstanden over inflatie: waarom stijgen de prijzen?  

Inflatie staat weer hoog op de agenda door het conflict in het Midden-Oosten. De onrust over stijgende prijzen neemt toe. In de supermarkt, aan de pomp en op sociale media wordt van alles beweerd over inflatie: het is de schuld van de overheid, het bedrijfsleven, Europa. Maar hoe zit het nu echt?  

 Inflatie is simpel gezegd het duurder worden van producten. Een pak melk dat vorig jaar 1 euro kostte, kost nu 2 euro, zonder dat er iets aan het product is veranderd. Hoe kan dat? Recentelijk door het conflict in het Midden-Oosten, zou je kunnen zeggen. Want daardoor zijn de mondiale handelslijnen verstoord. Producten worden schaarser en duurder. Maar dat is niet het hele verhaal over inflatie.  Wij zetten de meest gehoorde aannames – en de feiten – op een rij.  

 

‘De prijzen gaan alleen maar omhoog’  

 

Het is een verzuchting die je regelmatig hoort in de supermarkt of bij de kapper, en nu in elk geval bij de pomp. De prijzen van producten, de energiekosten, de huur: ze gaan alleen maar omhoog. Gevoel speelt hier misschien wel een grotere rol dan de feiten, en leidt in elk geval tot een dalend consumentenvertrouwen. Het helpt daarbij niet dat consumenten nog wel eens willen denken dat dalende inflatie ook dalende prijzen betekent. Maar een dalende inflatie betekent hooguit een minder hoge stijging van de prijzen.  

Het is ook niet zo dat álle prijzen stijgen, of in hetzelfde tempo. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) berekent de inflatie aan de hand van een vast ‘mandje’ met producten en diensten. Uit de vergelijking met de prijs van het mandje precies een jaar eerder komt het inflatiecijfer. In maart van dit jaar was de inflatie 2,7 procent. Daar zat al het eerste effect van ‘Iran’ in, aangezien de stijging vrijwel geheel te wijten was aan de energieprijzen. Voor de rest van het jaar wordt rekening gehouden met een inflatie van 3 tot 5 procent.   

De prijzen kunnen ook dalen. Dat wordt deflatie genoemd. Voor de consument lijkt dat een aantrekkelijk scenario. Maar schulden gaan dan zwaarder wegen, en op den duur gaan consumenten uitgaven uitstellen omdat zij een verdere prijsdaling verwachten. Producenten proberen vervolgens met nóg lagere prijzen de consument tot aanschaf te verleiden. Op den duur loopt zo de economie vast. Daarom wordt een inflatie van 2 procent als ‘gezond’ gezien.   

  

‘De rijken profiteren van inflatie’  

 

Op TikTok en andere sociale media kun je deze klacht tegenkomen. De elite profiteert en moet ‘ons’ hebben. Maar het is niet zozeer dat rijke mensen echt profiteren van inflatie, als wel dat mensen met een laag inkomen meer ‘last’ hebben van inflatie omdat hun vaste lasten en energiekosten een groter deel van hun inkomen vormen. Een opinieonderzoek van De Nederlandsche Bank  (DNB) wijst uit dat één op de drie huishoudens in de laagste inkomensgroep stress heeft door de prijsstijgingen, terwijl dit voor de groep met de hoogste inkomens één op de zeven is. 

 

‘Bedrijven jagen hun winsten op’  

 

De prijzen van producten worden bepaald door de bedrijven die ze maken en verkopen. Hogere prijzen betekent meer winst toch? Graaiflatie werd dat een paar jaar geleden genoemd in (linkse) politieke en publieke kringen. Winstflatie is een wat neutralere naam. Maar nee, hogere prijzen betekenen niet per definitie meer winst. Bedrijven hebben namelijk ook te maken met een hogere energierekening en de stijging van andere kosten, zoals die van grondstoffen, vervoer en loon. Geopolitieke ontwikkelingen (oorlog in Oekraïne, Iran) spelen hierbij een belangrijke rol.   

 

Bestaat winstflatie dus niet?  
Het kan voorkomen dat bedrijven tijdelijk meer winst boeken boven op de gestegen kosten. Dat is vooral in sectoren waar bedrijven weinig concurrentie hebben en veel ruimte om de prijs te bepalen. In 2022 speelde dat in de energie- en de voedingsmiddelensector. Maar dit is lang niet het geval over de hele linie van het bedrijfsleven. Van structurele graaiflatie is dus geen sprake, zeggen ook DNB en het Centraal Planbureau. 

 

‘Nederland heeft meer last van inflatie’  

 

Ja, dat klopt wel. In de Nederlandse situatie spelen de afhankelijkheid van gas en het personeelstekort een grote rol. Dat laatste heeft onder meer te maken met de relatief grote dienstensector, die arbeidsintensief is. We hebben dus meer last van de loonkosten dan andere landen. Overigens: volgens het CBS kan meer dan de helft van de ondernemers de hogere loonkosten niet helemaal doorberekenen in de prijzen. Want de consument kan in dat geval altijd overstappen naar een goedkopere concurrent. En aangezien Nederland een open economie heeft, kan die concurrent ook uit het buitenland komen.  

 

‘Inflatie is de schuld van de overheid’  

 

Als bij burgers het gevoel leeft dat inflatie hen overkomt, is de link met de overheid snel gelegd.  Nu speelt de overheid wel een rol in de stijging of daling van de inflatie, maar die is meer indirect. Belastingen, accijnzen en huurverhogingen hebben effect op het besteedbare inkomen van mensen. Die kunnen daarop reageren met de vraag om loonsverhoging. En die wordt weer doorgerekend door werkgevers in hogere prijzen voor hun producten. En zo verder. Dat is de bekende loon-prijsspiraal. De overheid kan ook met de uitgaven de inflatie beïnvloeden. Als de overheid de vraag stimuleert terwijl de economie al op volle toeren draait, zal dit leiden tot prijsstijgingen. En die uitgaven zullen ook weer moeten worden betaald in de vorm van belastingverhoging.   

 

‘Inflatie is de schuld van Europa’  

 

Voor het eurosceptische kamp is inflatie een dankbare stok om mee te slaan. Inflatie is immers vaag en ongrijpbaar genoeg om aan de Europese Unie te koppelen. En voor een deel klopt het verwijt sinds de invoering van de euro in 2002. De lidstaten hebben daardoor minder mogelijkheden om zelf monetaire maatregelen tegen inflatie te nemen. De Europese Centrale Bank (ECB) kan wél de rente verhogen om de inflatie tegen te gaan. Een hogere rente maakt het voor consumenten en bedrijven minder aantrekkelijk om geld te lenen voor aankopen en investeringen. De vraag neemt af en de prijzen gaan dalen.   

 

Waarom verhoogt de ECB de rente dan niet?   
Dat doet de ECB niet snel om de economie niet te veel te verstoren. Uitgangspunt blijft een inflatie van 2 procent. De ECB verwacht dat de inflatie in Europa dit jaar zal oplopen tot 2,6 procent. Oorzaak zijn de prijsstijgingen als gevolg van de oorlog tegen Iran. De ECB heeft nog niet besloten om de rente te verhogen, maar houdt die mogelijkheid achter de hand.   

 

‘De rekening van inflatie ligt bij de burger’  

 

In de politiek wordt inflatie vooral gezien als een sociaaleconomisch probleem voor burgers, en dan met name voor mensen met een midden- of laag inkomen. Hun koopkracht moet worden verbeterd. Dat kan met compensatie, toeslagen, een hoger minimumloon. Maar dat moet allemaal betaald worden, en de vrees van ondernemers is dat de rekening dan vooral bij hen komt te liggen. Terwijl ze zelf natuurlijk ook last hebben van de inflatie. Een alternatief om inflatie tegen te gaan, prijsplafonds instellen voor producten, is ook geen goed idee. Kijk maar naar de huidige regulering van de vrije huursector met een maximum huurverhoging. Die leidt er vooral toe dat dit soort huurwoningen nóg moeilijker te vinden zijn.  

 

Wat werkt dan wél tegen inflatie?  
Je kunt als overheid niet even aan een knop draaien. Inflatie heeft niet één oorzaak, maar komt bijna altijd neer op een samenspel van vier factoren:    

  • Stijging kosten voor bedrijven (grondstoffen, energie, lonen).   
  • Geopolitieke ontwikkelingen (dreigend tekort aan grondstoffen en energie).  
  • Overheidsbeleid (belastingen, uitgaven).   
  • Personeelstekort (hoge loonkosten).   

 

In de Nederlandse situatie speelt het personeelstekort een belangrijke rol. Om meer mensen aan het werk te krijgen, is een hervorming van de arbeidsmarkt nodig, waarbij de afstand tot de arbeidsmarkt van bepaalde groepen wordt verkleind. Met om- en bijscholing bijvoorbeeld. Verder kan de overheid, naast een verstandig begrotingsbeleid, inzetten op meer marktwerking. Concurrentie zorgt immers voor druk op de prijzen. De Autoriteit Consument en Markt constateerde in dit verband dat de concurrentie in Nederland terugloopt als gevolg van de concentratie van bedrijven.  

Arbeidsmarkt, begrotingsbeleid en marktwerking: het zijn niet toevallig ook de maatregelen die Peter Wennink (ex-ASML) noemt in zijn rapport over ons toekomstig verdienvermogen.   

 

Wat kunnen burgers en bedrijven zelf doen? Consumenten kunnen ‘meebewegen’ met de inflatie: op zoek gaan naar (goedkope) alternatieven voor dure producten, al hebben de lagere inkomens die ‘luxe’ minder.  Ondernemers kunnen hetzelfde doen bij hun inkoop, en op andere manieren proberen om op de kosten te besparen en de productiviteit te verhogen. Wat helpt is loonmatiging, en dat is iets tussen werkgevers en werknemers. Dus zo heeft iedereen wel een rol te spelen in het beteugelen van het inflatiespook. Eén ding is in elk geval duidelijk: alleen naar elkaar wijzen gaat niet helpen.   

CPI: consumentenprijsindex (bron: CBS)
De piek rond 2022 had onder meer te maken met de Oekraïne-oorlog en de nasleep van de coronaperiode

 

 

 

begrotingsbeleideuropainflatiemarktwerkingpersoneelstekort