Manon Janssen: ‘CO2-heffing is verdorie een middel, géén doel’

Ja, natuurlijk moet de CO2-uitstoot omlaag, Maar alsof dat alleen met een CO2-heffing kan!? Manon Janssen, voorzitter van de Klimaattafel Industrie verbaast zich over het politieke nummer dat van de heffing wordt gemaakt. ‘Ik had meer ratio verwacht.’

 

‘Het was een zure dag. Een grote teleurstelling.’ Zo verwoordt Manon Janssen haar gevoel over het  besluit eind december van de ‘groene alliantie’ om haar Industrietafel te verlaten. Reden: de Industrietafel koos niet voor een generieke CO2-heffing voor de industrie, er werd juist wel ingezet op afvang en opslag van CO2. Zo kwam het ook te staan in het rapport dat Janssen inleverde bij het kabinet. Waarna zij zich weer kon concentreren op haar dagelijks werk als ceo van onderzoeks- en adviesbureau Ecorys. Tenminste... Op 13 maart komt het Planbureau voor de Leefomgeving met de doorrekening van de plannen van de verschillende klimaattafels. Dan zal blijken of de inzet van de Industrietafel voldoende is om de klimaatdoelstelling te halen. Is dat niet zo, dan moet Janssen opnieuw aan de slag met de tafelgenoten, waaronder de industrie, de overheid, de vakbeweging én de groene alliantie van Greenpeace en Natuur & Milieu. Dat wil zeggen: als die laatsten weer aanschuiven.  

 

Mevrouw Janssen, heeft het u verbaasd dat het uiteindelijk draaide om de CO2-heffing?

‘Nee, want vooraf was al duidelijk dat dat een van de hoofdonderwerpen zou worden: moet er een heffing komen of niet? Het andere hoofdonderwerp was ccs: het afvangen en opslaan van CO2. Ik had echter niet verwacht dat de CO2 belasting zo’n groot politiek thema zou worden. Voor een deel was dat onvermijdelijk, want er komen verkiezingen aan en we hebben hier nu eenmaal te maken met het polderoverleg. Maar potverdorie: een CO2-heffing is een middel om tot minder uitstoot te komen, géén doel op zich.’

 

U klinkt boos.

‘Nou ja, ik was niet aangesteld om tot een politiek besluit te komen, maar om te kijken of een CO2-taks een goed middel is. En uiteindelijk is niet besloten tot zo'n heffing. Voor mij is dat een technicality. De toon in het publieke debat was echter: de politiek móet de industrie een heffing opleggen. Ik vond het storend dat de media met het onderwerp aan de haal gingen. In Nieuwsuur werd bijvoorbeeld beweerd dat Zweden zo’n CO2-heffing heeft ingesteld voor de hele industrie. Dat klopt niet. Die heffing geldt namelijk niet voor bedrijven die onder het Europese ETS-stelsel vallen en dus al een prijs betalen voor het uitstoten van CO2.’

 

'De toon in het publieke debat was: de politiek móet de industrie een heffing opleggen' Hoezo móet?

 

‘Dat is ook precies ons uitgangspunt. Een heffing bovenop hun ETS-bijdrage zou ten koste gaan van de internationale concurrentiepositie van bedrijven. Maar ze moeten wel een plan opstellen voor de vermindering van hun uitstoot. Voldoen ze aan dat plan, dan blijft het bij hun ETS-bijdrage. Voldoen ze niet, dan krijgen ze een boete.’

Wat is er dan precies afgesproken over de Industrie?De inzet voor de Nederlandse industrie is 49 procent minder uitstoot (ten opzichte van 1990) in 2030. Om dat te bereiken moeten bedrijven zorgen dat zij tot de 10 procent meest CO2-efficiënte bedrijven behoren in Europa in hun sector. De Industrietafel stelt een bonus/malussysteem voor. Bedrijven met een uitstoot van minstens 10 kiloton CO2 worden wettelijk verplicht om een reductieplan op te stellen. Begin 2020 bekijkt het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) of die reductieplannen genoeg zijn om de doelstelling in 2030 te halen. Als het plan niet wordt goedgekeurd, krijgt het desbetreffende bedrijf een boete. Dat geld komt in een subsidiepot, waar bedrijven die het goed doen van kunnen profiteren.
Daarnaast is carbon capture and storage (ccs) nodig om de doelstelling voor 2030 te halen. In de plannen van de Industrietafel is ccs goed voor de helft daarvan. Ccs mag de ontwikkeling van alternatieve klimaatneutrale technieken niet in de weg staan. Dus bedrijven mogen niet al hun pijlen richten op ccs, dat moet een tijdelijke oplossing zijn. Overigens kan ondertussen ook worden gewerkt aan technieken om de opgeslagen CO2 te hergebruiken.

Dat verhaal slaat niet echt aan.

‘Nee, er is een breed gevoel in de samenleving dat de vervuiling van de wereld de schuld is van de grote bedrijven. Die moeten daarvoor worden gestraft. Dat sentiment zie je in de media en in de politiek, maar ook bijvoorbeeld bij de klimaatspijbelaars. De jeugd gebruikt daarbij de oneliners van de volwassenen: de vervuiler moet betalen.’

 

U neemt die jongeren niet serieus?

‘Integendeel. Ik vind het onwijs goed dat ze de straat op gaan. In Brussel, waarin ik woon, begon het met 3.000 jongeren en dat groeide wekelijks uit tot 13.000, 35.000 en 70.000. Hoe mooi is dat? Mijn generatie heeft de wereld vervuild, en de nieuwe generatie wil daar iets aan doen, wil het anders doen. Alleen had ik meer verdieping verwacht. Ze roepen dat de overheid meer moet doen, maar zeggen er niet bij wat dan.’

 

Wat stoort u het meest?

‘De gedachte dat je het probleem oplost als je de twaalf grootste bedrijven een CO2-belasting oplegt. Kijk, ik rijd zelf een Audi op diesel. Wie is er dan de vervuiler: Audi, Shell of ikzelf? Of leveren we alle drie een bijdrage? De consument is niet onschuldig. Ik kies er als consument voor om geen zaken te doen met bepaalde banken of vliegtuigmaatschappijen, of de Primark. Omdat ik het gewoon niet eens ben met hun bedrijfsmodel.’

 

'als ik een Audi diesel rijd, wie is er dan de vervuiler: Audi, Shell of íkzelf?'

 

‘Ik had meer ratio verwacht. Maar de mens is ook lui, schuift dingen voor zich uit en wil niet al te veel moeite ergens voor doen. Ik vraag me af hoeveel mensen het Klimaatakkoord ook écht hebben gelezen. Nou ja, 200 pagina’s is ook wel een hele hap…’

 

Verwijt u de industrie ook iets?

‘Ja. Ze moeten hun eigen verhaal beter vertellen. Of de sentimenten in de samenleving nu terecht zijn of niet, bedrijven zullen er íets mee moeten doen. En ondertussen moeten ze natuurlijk aan de slag om hun uitstoot te verminderen. Duurzaamheid is niet meer weg te denken. Vijf jaar geleden was het misschien nog een keuze, maar nu is het klimaat ons aller probleem.’

 

Bedrijven schermen met vertrek uit Nederland als zo’n heffing er komt. Critici geloven daar niet in.

‘Ik zie de grote bedrijven ook niet meteen vertrekken. Maar het is een slepend proces. Vooral bedrijven met buitenlandse eigenaren of aandeelhouders zullen het moeilijk krijgen. Als er besloten moeten worden over nieuwe investeringen in Nederland of in andere landen waar een bedrijf is gevestigd, wordt ook naar zo’n heffing gekeken. De innovatiekraan gaat dicht en het bedrijf sterft een langzame dood.’

‘Als de heffing ook voor het midden- en kleinbedrijf gaat gelden, verwacht ik een enorme klap. Dan is er ook geen geld meer voor investeringen in innovatieve CO2-projecten.’

 

'Of de sentimenten in de samenleving nu terecht zijn of niet, bedrijven zullen er íets mee moeten doen'

 

Is de energietransitie ook niet gewoon moeilijk te bevatten voor burgers?

‘Ja, elke transitie is een moeizaam proces als er zich geen ramp voordoet, zoals in 1953 de Watersnoodramp. Mensen kunnen het niet overzien en gaan van ontkenning naar achtereenvolgens boosheid en acceptatie, en komen uiteindelijk in actie. Om ze daarbij te helpen, moet je mensen steeds vertellen wat er precies aan de hand is, en moet je ze een handelingsperspectief bieden. Er liggen grote taken voor iedereen. De overheid moet de infrastructuur aanleggen. Het bedrijfsleven moet producten en processen verduurzamen. De onderzoekswereld moet nieuwe technieken ontwikkelen. En de burger moet veranderen, geholpen door de overheid.’

‘Je moet je aanpassen of bereid zijn om meer te betalen voor die tomaat uit Zuid-Afrika en die drie verre vliegreizen per jaar. Als consument kun je je eigen straatje niet schoon houden. Al is het maar omdat de rekening uiteindelijk toch wel bij de consument terechtkomt. Want bedrijven zullen hun kostenstijgingen doorberekenen.’ 

 

In 3 minuten weet je precies hoe het emissiehandelssysteem werkt: