Laaggeletterdheid: zo pak je dat als werkgever aan

Een urenstaat of vakantierooster invullen? Een website opzoeken of mailtje beantwoorden? Bij 1 op de 10 Nederlanders breekt het zweet uit als ze dat moeten doen: ze hebben moeite met lezen en schrijven. En als er zoveel mensen zijn voor wie dit een probleem is, werkt er vast ook iemand met laaggeletterdheid in úw bedrijf. Maar hoe herken je dat? 5 tips voor ondernemers.

 

tip #1
Laaggeletterdheid: erken het probleem

De aantallen zijn schokkend: 1,8 miljoen mensen tussen de 18 en 65 jaar in Nederland hebben moeite met lezen, schrijven en/of rekenen. En dat zijn zeker niet alleen mensen met een migratie-achtergrond. Ruim de helft is in Nederland geboren en getogen.
De gevolgen van laaggeletterdheid zijn groot, óók voor de werkgever. Mensen die worstelen met taal zijn vaker ziek, hebben meer last van stress en zijn minder productief. En wat te denken van de veiligheid op de werkvloer? Taalproblemen veroorzaken 10 procent van de zware ongevallen in de procesindustrie.
In de schoonmaakbranche, bouw en industriesector is ruim 40 procent van de werknemers laag geletterd, zo blijkt uit nieuw onderzoek in opdracht van Stichting Lezen en Schrijven. Directeur Geke van Velzen: ‘Maar nog steeds denken veel mensen – ook werkgevers – dat het in sommige beroepen niet zo erg is wanneer mensen niet zo goed kunnen lezen of schrijven. Dat was twintig jaar geleden misschien nog zo, maar nu niet meer. Om mee te kunnen doen op de arbeidsmarkt en in onze complexe samenleving is het noodzakelijk om deze basisvaardigheden goed te beheersen.’

 

'ach, nou ben ik weer mijn bril vergeten. ik was zo handig geworden in het verbergen'

 

Tip #2
Herken de ‘smoesjes’

Hoe spoor je nu een laaggeletterde werknemer op? Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. ‘Ach, ik ben mijn bril vergeten’ was jarenlang de smoes van Hans Kasser. Ruim twintig jaar runde hij zijn eigen bouwbedrijf in het oosten van het land en had hij 45 mensen in dienst. Niemand wist dat hij moeite had met lezen en schrijven. ‘Ik was zo handig geworden in het verbergen. Bril vergeten, ik heb ook mijn hand wel eens in een verband gedaan om te voorkomen dat ik een formulier moest invullen.’
Administratieve zaken liet Kasser aan zijn personeel over. Dat ging lang goed. ‘Totdat iemand op kantoor ziek werd en ik het moest overnemen.’ Kasser trok het niet meer. ‘De spanning werd me te veel, alles stortte in. Ik kwam met een burn-out thuis te zitten. Mijn laaggeletterdheid heeft me mijn bedrijf gekost.’ Uiteindelijk besloot de oud-ondernemer, met lood in de schoenen, terug naar school te gaan. Een stap waar hij geen moment spijt van heeft gehad. Inmiddels is het zijn missie om laaggeletterdheid onder de aandacht te brengen. Juist ook bij werkgevers. Op tal van plaatsen – pas nog voor medewerkers van KPN – doet hij zijn verhaal. ‘Werkgevers moeten echt alert zijn. Wie schrijft liever niet? Wie schakelt altijd een collega in wanneer er iets op de computer moet gebeuren?’

 

‘Plaatsnaamborden waren al lastig, ik reed op herkenningspunten’

 

Tip #3
Laaggeletterdheid: maak het bespreekbaar

De volgende stap is het onderwerp bespreekbaar te maken. Veel hangt af van de juiste benadering, weet Ida van Nierop, adviseur Opleidingen bij schoonmaakbedrijf Asito. Iemand rechtstreeks aanspreken op laaggeletterdheid werkt niet. ‘Heel veel mensen zien zich helemaal niet als laaggeletterd. Dan denken ze aan iemand die helemáál niet kan lezen of schrijven’.
Taal staat bij het bedrijf met ongeveer tienduizend werknemers en honderd verschillende culturen al jaren hoog op de agenda. Het bedrijf biedt taalcursussen aan, heeft werknemers opgeleid tot taalmaatjes. ‘In eerste instantie waren we vooral gericht op mensen voor wie Nederlands de tweede taal is.’ Maar snel groeide het besef dat ook een flinke groep autochtone werknemers moeite heeft met lezen, schrijven en rekenen. ‘Een lastig te bereiken groep. En heel divers. Sommige mensen kunnen bijvoorbeeld wel lezen, maar hebben moeite met het schrijven van een mailtje.’

 

Angst, schaamte: laaggeletterdheid is echt heel ingrijpend 

 

Ze vertelt hoe ze onlangs samen met het Graafschaap College het thema heeft opgepakt. Op deze school maken ongeveer dertig medewerkers van Asito schoon. Na de open dagen werden de schoonmakers in het zonnetje gezet, met een hapje en een drankje. ‘De directeur van de afdeling Educatie begon toen te vertellen ‘op wat voor school ze eigenlijk werken.’ Hij maakte ook de link naar taal, naar digitale vaardigheden. En zo werden de werknemers uitgenodigd om ook cursussen op de school te gaan volgen.’ Deze gecamoufleerde aanpak had succes. Een aantal werknemers meldde zich meteen aan.

Werkgevers die met taal op de werkvloer aan de slag kunnen ook in aanmerking komen voor subsidie, meer informatie hierover is te vinden op de website Tel mee met Taal.

 

'moeilijke brieven liet ik mijn moeder lezen'

 

Tip #4
Zorg voor positieve leercultuur

‘Taalles? Hoezo? Jij bent toch gewoon in Nederland geboren?’, kreeg Dirk-Jan Scharrenburg (38) een paar jaar geleden van zijn voorman te horen. De jonge hovenier wilde graag hogerop en moest daarvoor zijn VCA-certificaat (voluit: Veiligheid, Gezondheid en Milieu Checklist Aannemers) halen. ‘Ik was al twee keer gezakt. Het waren meerkeuzevragen en ik gokte elke keer maar wat.’
Lezen en schrijven was altijd al drama. ‘Ik heb een moeilijke jeugd gehad en op de basisschool niet veel meegekregen. Zo ben ik op het speciaal onderwijs terechtgekomen. Daar heb ik wel mijn diploma groenonderhoud gehaald, maar ik wilde graag hogerop, leidinggeven, en daarvoor moest ik dus mijn papieren halen.’ Hij zag in dat hij met taal moest beginnen. ‘Plaatsnaamborden waren al lastig, in de buurt reed ik vooral op herkenningspunten. Moeilijke brieven liet ik altijd aan mijn moeder lezen. In Nederland zijn we zo gewend om dure woorden te gebruiken terwijl het vaak zo veel simpeler kan.’
De hovenier liet zich niet afschepen, overtuigde zijn werkgever en mocht op taalles. Trots: ‘Ik zit nu in mijn derde jaar en heb inmiddels mijn Flora en Fauna 2 gehaald en ik ben meewerkend voorman geworden.’

 

Ted van 't Hek wil niet dat zijn medewerkers met een taalachterstand blijven zitten. 'Een goede werkgever zorgt voor zijn mensen.' Zo pakt hij dat aan

 

Die persoonlijke ontwikkeling en het welbevinden van zijn personeel is voor directeur Ted van ’t Hek, funderingsbedrijf Van ’t Hek Group in Zuidoostbeemster een van de belangrijkste redenen om te investeren in taal. ‘Mijn bedrijf is een familiebedrijf en we zorgen goed voor onze mensen. Dat zit in ons dna. Iemand die lekker in z’n vel zit is ook productiever.’

 

'zorg goed voor je mensen: iemand die lekker in zijn vel zit is ook productiever'

 

De afgelopen jaar heeft Van ‘t Hek veel geïnvesteerd in loopbaanontwikkeling. Wil de werknemer doorgroeien? Wat zijn zijn of haar ambities? Wat is daar voor nodig? Een werknemer zegt makkelijker ‘ja’ tegen een training digitale vaardigheden dan een taalcursus, weet Van ’t Hek. En goed werkgeverschap gaat nog verder dan dat. Zijn managers hebben ook oog voor mogelijk andere problemen van werknemers. ‘Loonbeslag is ook zo’n signaal. Schulden gaan ook gepaard met laaggeletterdheid en dan gaan we het gesprek aan en schakelen een financieel adviseur in die thuis bij de mensen langs komt.’

 

Tip #5
Blijf alert

Hoewel de aandacht voor laaggeletterdheid de afgelopen jaren flink is gegroeid, is er nog een wereld te winnen. Aandacht van bedrijfsleven, brancheorganisaties, vakbonden is essentieel. Ook de SER luidde onlangs nog de noodklok. Het kabinet ziet volgens de raad de urgentie ‘niet voldoende’ en moet veel meer geld uittrekken om laaggeletterdheid aan te pakken. ‘Het kabinet legt nu de verantwoordelijkheid te veel bij de gemeente. De SER pleit ervoor dat gemeenten beter gaan samenwerken met werkgevers, maatschappelijke organisaties en onderwijs om de complexe problemen aan te pakken.’ Op de website van Taalakkoord, een initiatief van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, worden werkgevers ook opgeroepen werk te maken van taal op de werkvloer en zijn er tal van voorbeelden en tips te vinden.
Van Velzen, directeur Stichting Lezen & Schrijven: ‘Het probleem wordt nog vaak onderschat. Veel mensen begrijpen niet hoe in het Nederlandse systeem kan gebeuren dat mensen deze vaardigheden niet onder de knie hebben. Ze kunnen zich ook niet voorstellen wat dit voor mensen betekent.’

 

'je kunt je gewoon niet voorstellen wat laaggeletterdheid voor mensen betekent'

 

Werknemers hebben volgens haar veel behoefte aan heldere informatie over de aanpak en ook aan branche-specifieke bijscholingen, met aandacht voor basisvaardigheden. ‘Het promoten van ‘een leven lang leren’ hoort daar ook bij. Zo zorg je voor de duurzame inzetbaarheid van werknemers.’ Ze wijst op de almaar groeiende kloof in Nederland tussen mensen die meekomen en mensen die een achterstand hebben. ‘Laaggeletterdheid gaat per definitie over de groep mensen voor wie de samenleving te complex is geworden.’

 

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen? Schrijf je dan gratis in voor onze nieuwsbrief.