Jamin-baas Maarten Steinkamp weet wat het is om op je plaat te gaan

Maarten Steinkamp maakte de pieken en dalen van de muziekindustrie mee. Onderweg werd hij achtereenvolgens turbomannetje, vader van een geadopteerde dochter en mislukt horecaondernemer. Nu runt hij met veel succes snoepwinkel Jamin en Multivlaai. ‘Soms heb ik het gevoel dat ik jaren heb weggegooid.’

 

Druk telefonerend loopt Maarten Steinkamp door In The Mood, een kantoorverzamelgebouw naast de A1 in Naarden. De dag ervoor zat hij nog in België, bij zijn platenmaatschappij CNR Records. En dezelfde ochtend heeft hij productoverleg gehad bij Jamin, waar hij directeur is en sinds kort ook mede-eigenaar. Steinkamp – lichtelijk hyper, maar wel warm, open en geïnteresseerd – was zelfs tot voor kort te zien als jurylid bij de Duitse versie van talentenjacht Idols. Een prima klus voor iemand die bands zoals Kane en Volumia beroemd heeft gemaakt.

Maar snoep verkopen? Twee jaar geleden stapte hij samen met Kees Hermans, een oude bekende uit de muziekwereld, in Multivlaai. Iets later volgde snoepwinkel Jamin. Toen een kwakkelend bedrijf, nu staat het er prima voor. Want snoep en muziek, zegt Maarten Steinkamp, lijken eigenlijk verrassend veel op elkaar. ‘Onze mensen hebben het over het scoren van hits. We willen eigenlijk niks bij Jamin verkopen dat ook bij de supermarkt ligt.’ Hetzelfde deden Hermans en Steinkamp bij Multivlaai, waar behalve vlaaien nu ook Amerikaanse taarten worden verkocht. Weer zo’n gouden zet.

 

Hoe houdt u alle ballen in de lucht?

‘Ik wil het – in tegenstelling tot vroeger – niet allemaal meer zelf doen. Dat scheelt een hoop tijd. Ik ben de verbinder, stop stekkers in stopcontacten. En dat is mooi (hij wrijft tevreden in zijn handen;red), want dan heb ik weer tijd om rond te toeteren in een brandweerauto.’
Maarten Steinkamp is vrijwilliger bij Brandweer Gooi & Vechtstreek. Een grote hobby, zegt hij, waarin hij verrassend veel leert over het runnen van bedrijven. ‘In trainingen leer je bijvoorbeeld hoe je snel en gedegen een inschatting maakt. En het vrijwilligerswerk maakt me dankbaar.’ 

Wie is Maarten Steinkamp? Hij had best brandweerman willen worden, maar rolde bij toeval de muziekindustrie in. Maarten Steinkamp (1962, Hilversum) begon in 1988 na een mislukte studie Engels en een avontuur bij de Haarlemse VVV als perspromotor bij BMG. Na een lange carrière waarin hij het onder meer schopte tot President International in New York, stopte hij nét voor het begin van de financiële crisis. Maarten Steinkamp verhuisde in 2009 naar Canada en nam daar enkele restaurants over. Na dat buitenlandse avontuur kwam hij terug naar Nederland en stapte hij onder meer in Jamin en Multivlaai waar hij sinds dit jaar naast directeur ook mede-eigenaar is. Ook is hij mede-eigenaar van CNR Records in België. Maarten Steinkamp woont in Haarlem en heeft één dochter, Sarah (18).

Maarten Steinkamp, 'de Joop van den Ende' van Kortenhoef

Maarten Steinkamp groeide op in het tegen Hilversum aangeplakte Kortenhoef. Zijn vader werkte voor de Wereldomroep en reisde de hele wereld over, zijn moeder stopte na de geboorte van haar zoon met haar werk als tandartsassistente. Rustige vader, soms een tikkeltje afstandelijk, en een drukke moeder. Al met al een warm gezin, zegt Maarten Steinkamp. ‘Ik heb een waanzinnige jeugd gehad. Was altijd bezig in het dorp, als een soort Joop van den Ende van Kortenhoef. En ons huis stond open voor iedereen die bij mijn vader op bezoek kwam – Congolezen, Japanners. Mijn zusje en ik zaten er altijd bij.’
Een studie Engels in Amsterdam loopt op niks uit. ‘Ik was veel te druk met andere dingen. Bovendien, ik kon toch helemaal niet weg uit het dorp? Toen ben ik inkomend toerisme gaan doen, een opleiding van een jaar, waarmee je VVV-medewerker kon worden. Ik kwam terecht bij de VVV in Haarlem waar we Duitsers wijsmaakten dat ze in Arnhem waren beland. Toptijd.’

 

Tekst gaat verder na de foto

Maarten Steinkamp: 'Vrijwilliger zijn bij de brandweer is mijn grote hobby. Je leert er verrassend veel over het runnen van bedrijven.'
Maarten Steinkamp: 'Vrijwilliger zijn bij de brandweer is mijn grote hobby. Je leert er verrassend veel over het runnen van bedrijven.'
Foto: Jeroen Poortvliet

Gouden tijden voor Maarten Steinkamp

Na een jaar VVV’en belandt Maarten Steinkamp bij de Gooi- en Eemlander. Als hij op een middag moet schrijven over tienersterretje Rick Astley, komt hij een oud-klasgenoot tegen. Of Steinkamp niet wil komen werken als perspromoter bij platenmaatschappij BMG. ‘Je hoeft helemaal niks te kunnen, jubelde mijn klasgenoot. Nou ja, daar ging ik. In het begin vond ik het verschrikkelijk, maar toen ik daadwerkelijk impact had met wat ik deed, begon ik het steeds leuker te vinden.’

Maarten Steinkamp, jong en gretig, klimt razendsnel op. Het zijn bovendien gouden tijden in de muziekindustrie. Eind jaren negentig wordt hij regiodirecteur Zuidoost-Azië in Singapore, de zogenaamde ‘armenwijk’ die niemand anders wilde doen. Dat was een goed moment, zegt hij, om weg te gaan uit Nederland. ‘Ook al snapte ik helemaal niks van de Aziatische markt. Het waren de wilde jaren van de muziekindustrie en ik was een vervelend mannetje geworden dat alleen nog maar in turbotaal kon praten.’

 

Als er een telefoontje komt, moet Maarten Steinkamp opschieten

Maar niet alleen werken in het ontnuchterende Azië verandert zijn leven. Als Maarten Steinkamp na een etentje in Singapore zijn telefoon pakt, heeft hij 21 gemiste oproepen. ‘Ik dacht: of er is iemand dood, of ik word vader. We zaten namelijk al vijf jaar in een adoptieproces. En ik wist ook: ik moet opschieten, want in die tijd had je 24 uur om ja of nee te zeggen.’ Uit de fax in zijn appartement rolde een foto. ‘Prrr, prrr’, doet Steinkamp. ‘Tergend langzaam.’

En dan gaan er hele rare uren tikken. Hij weet: als hij ja zegt, is hij vader. ‘Mijn huwelijk liep intussen voor geen meter meer en ik was carrière aan het maken in het buitenland. Maar we waren al zo ver in het proces. Anderhalve maand later hebben we Sarah opgehaald uit China.’

 

Vond u dat niet egoïstisch – een kind adopteren, maar intussen willen scheiden?

‘Daar heb ik mee geworsteld. Is het fair naar haar toe? Ik ging het voor mezelf goedpraten. Als wij haar niet nemen, komt ze misschien ergens anders, of ze blijft achter in China.’
‘In mijn relaties is het heel lastig geweest – ik vloog om het weekend terug naar Nederland, waar ik ook was en hoe druk ik het ook had, want ik wilde er voor mijn dochter zijn. En als ik er dan was, ging ik overcompenseren. Alle ballen op Sarah. Maar het is de allerbeste beslissing van mijn leven geweest. Ik zie mijn dochter heel veel. Ze heeft een goed gevoel voor humor – heeft ze van mijn vader, ook al kan dat natuurlijk niet.’

 

‘Ik ging de adoptie voor mezelf goedpraten’

 

Na de komst van zijn dochter breken er voor Maarten Steinkamp rare jaren aan. Hij wisselt een paar keer van standplaats, schopt het tot board level in New York. De gouden jaren van de muziekindustrie lopen op hun eind als in 2000 steeds meer mensen internet krijgen en het illegaal downloaden opkomt. Steinkamp krijgt de taak om de één na de andere Europese divisie te saneren vanuit Londen: dr. Death wordt zijn bijnaam. Als Sony en BMG hun joint-venture in 2008 beëindigen en Maarten Steinkamp wéér van standplaats moet veranderen, is het voor hem genoeg.

 

Was u blij om te stoppen?

‘Blij? Ik was helemaal kapot. De jaren ervoor waren swimming with the sharks. Je moet begrijpen dat ik geen natuurtalent was. Ik was gewoon een gozertje uit Kortenhoef, kon lekker lullen, goed met mensen omgaan en wist wat van plaatjes. Maar ik speelde al jaren in de Champignons League terwijl ik op z’n best gewoon een goede Eredivisie voetballer was. Ik was moe. Dus ik dacht: ik laat me afkopen. Een maand later begon de crisis.’

Toen was hij vrij met genoeg geld op zijn rekening. Maarten Steinkamp, inmiddels hertrouwd met een Canadese, wilde nou weleens iets leuks gaan doen. ‘We hadden een mooi huis in Canada, in Haliburton – drie uur noordoost van Toronto. Daar stond het dorpsrestaurant te koop.’ ‘Ik dacht: leuk! Wat een goed idee! Ik hou toch van koken, nou, top. Even later had ik drie van de vier restaurants in het dorp. Ik dacht, als je moet eten, dan moest je haast wel bij mij komen. Nou: dat bleek niet helemaal waar te zijn.’

 

Wist u iets van het ondernemerschap af?

Lachend: ‘Ik had een boek gekocht: how to manage a restaurant. Ik ging gewoon op mijn gevoel af. In het begin liep het super, tv’s op de wc. ‘Hooo, wat gebeurt hierrrr’, dachten ze daar. Maar wat ik aan de ene kant van de straat verdiende, ging er aan de andere kant weer uit. De knaken spoten eruit. En als je dan op maandagochtend geld van je privérekening haalt om het personeel te betalen… Ik ben nog steeds mede-eigenaar van één van die restaurants – loopt hartstikke goed sinds ik me er niet meer mee bemoei.’

 

Na twee jaar in Canada verveelde Maarten Steinkamp zich kapot. Zijn vader ging dood, zijn tweede huwelijk was op. En hij had inmiddels ontdekt dat een restaurant runnen lastiger was dan een platenmaatschappij met 1,2 miljard omzet en 1300 man personeel. 'Negentien landen waren minder moeilijk dan drie restaurants. Als ik bij Sony een fout maakte, waaide er een miljoen weg. Jammer dan, fietsen we ergens anders wel recht. De marges in de horeca zijn heel anders. Als ondernemer moet je een keer op je plaat gaan.’

 

Hoe Maarten Steinkamp de baas van Jamin werd

En eenmaal terug in Nederland, gaat de telefoon. Kees Hermans aan de lijn. Of Steinkamp wil meedoen met Multivlaai. ‘Multivlaai? Bestaat dat nog?’, was mijn eerste gedachte’, zegt Maarten Steinkamp. ‘Dat hebben we trouwens nu gebruikt in een radiocommercial voor Jamin. Ik ben benieuwd of mensen de knipoog snappen.’

 

‘Misschien was ik geen relatiemateriaal’

 

Hoe heeft hij u overtuigd om mee te doen?

‘Hij zei tegen me: Maarten Steinkamp, ik ga van jou een ondernemer maken. Ik dacht dat ik dat al was. Maar in Canada heb ik eigenlijk geleerd hoe ondernemen niet moet. Zulke financiële blunders zullen me nooit meer gebeuren. En daarom lopen Multivlaai en Jamin zo goed – omdat ik ongelofelijk scherp ben. Onze samenwerking is uitstekend. Kees is de man met alle creatieve ideeën. En ik zorg dat het operationele plaatje klopt. Dat is gelukt, inmiddels hebben onze franchisenemers groeicijfers van 5 tot 10 procent. Iedereen die op het hoofdkantoor werkt, heeft daar een aandeel in. We hebben hier mensen die de hele wereld afvliegen opzoek naar nieuwe ideeën. Niet het snoep zelf, maar het verhaal erachter trekt mensen aan.’

 

Heeft u ergens spijt van?

‘Soms heb ik het gevoel dat ik jaren heb weggegooid. Dat ik me teveel zorgen maakte, een schuldgevoel had als ik niet werkte. En zo te weinig rust heb gepakt om van dingen te genieten.’
‘Of ik dingen privé heb gemist? Privé was altijd het totale sluitstuk van de begroting. Ook toen ik mijn Canadese ex-vrouw tegenkwam in New York legden we de BlackBerrys naast elkaar om tijd te maken. Het gezinsleven heb ik nooit meegemaakt. Toen mijn vader overleed, heb ik het een tijdje heel moeilijk gehad toen dat besef neerdaalde. Ik ben gek op kinderen, op mensen, maar misschien was ik gewoon geen relatiemateriaal.’

 

Hoeft u eigenlijk nog te werken?

‘Het viel me laatst op hoe weinig geld ik eigenlijk nodig heb. Werken doe ik vooral omdat ik het echt leuk vind. En als het me teveel wordt, dan ga ik er tussenuit. Zo’n 5, 6 keer per jaar doe ik dat. Bijvoorbeeld met mijn dochter een weekend naar Londen.’