Hier verwacht je toch geen hennepkwekerij?!

Bedrijventerreinen zijn allang niet meer het exclusieve werkterrein voor de georganiseerde misdaad. Ineens bleek een hennepkwekerij ook midden in de binnenstad te kunnen zitten, pal boven bonafide winkels. En daar hebben ze in Enschede schoon genoeg van.

 

Tijdens een rondje ‘ondermijning’ door het centrum van Enschede houdt wijkagent Jurgen Rekers halt bij een historisch pand tegenover de openbare bibliotheek. Hier zit pizzeria Toscana. Of liever gezegd: zát. Rekers vertelt dat een collega van hem begin dit jaar een sterke wietlucht rook buiten de pizzeria. En dan niet de lucht van één joint op straat. Hij kreeg het vermoeden van een hennepkwekerij boven de pizzeria. Om zeker te zijn werd een warmtemeting uitgevoerd bij het dak van het gebouw; de meter sloeg behoorlijk uit. Op de eerste etage werden 1.600 wietplanten aangetroffen (opbrengst: 3,8 miljoen euro per jaar), net als zeven personen die daar wietbladeren aan het versnijden waren. Op sociale media werd later gniffelend gesproken over ‘Pizza Margawieta’. De restauranteigenaar beweerde van niets te weten; hij huurde alleen de begane grond. De zeven versnijders zeiden niet te weten voor wie ze werkten. Het restaurant is inmiddels failliet verklaard.

 

Zo ziet een hennepkwekerij er dus uit

 

Hennepkwekerij duikt op in de binnenstad

De zaak is een voorbeeld van de ondermijnende criminaliteit waarmee ook de regio Twente in toenemende mate te maken krijgt. Het gaat vooral om drugs, maar ook om criminele motorbendes en zelfs zorgfraude. De georganiseerde misdaad nestelt zich tussen en in bonafide bedrijven om zijn activiteiten te verhullen of om zijn winsten wit te wassen. Dat gebeurt dus niet alleen op anonieme bedrijventerreinen, maar ook in de binnenstad, tussen burgers en bonafide ondernemers. Twente telt zo’n 1.000 hennepkwekerijen (landelijk zijn er meer dan 40.000), met een omzet van een half miljard euro, waarvan er jaarlijks tweehonderd worden opgerold. Ter vergelijking: het kabinet heeft 100 miljoen euro over voor de bestrijding van ondermijning.

 

Hoe herken je een hennepkwekerij?

    •  Activiteiten op vreemde tijdstippen
    •  Afgeplakte ramen
    •  Wel aanwezig, deur niet geopend
    •  In de winter geen sneeuw op het dak
    •  Ramen beslagen
    •  Klusgeluiden
    •  Gezoem afzuigapparatuur
    •  Aflevering potgrond
    •  Onregelmatige stroom
    •  Waterschade bij onderburen
    •  Logisch: hennepgeur

Bron: Gemeente Enschede

 

Aanpak ondermijning in Twente

Het was ook de wiet die Nicole Lieve bij de strijd tegen ondermijnende criminaliteit bracht. Zij werkt nu bij het Platform Veilig Ondernemen, maar tot voor kort was ze programmaleider ondermijning in de regio Twente. ‘Als medewerker van de politie zag ik de cijfers over de handel in hennep en schrok daarvan. Ook op een industrieterrein bij mij in de buurt bleek een hennepkwekerij te zitten.’ Als programmaleider werkte zij samen met overheid, politie, bedrijfsleven en burgers aan een gecoördineerde aanpak van ondermijnende criminaliteit. ‘Tegenover de georganiseerde misdaad staat een overheid die meer gefragmenteerd is georganiseerd. Dat kan leiden tot een situatie waarin ondermijning officieel van niemand is, terwijl ik vind dat ondermijning van ons allemaal is.’

Wie zijn de mensen die het criminelen gemakkelijk maken?Er zijn heel wat personen en partijen uit de bovenwereld die het criminelen – al dan niet bewust –  mogelijk maken om een hennepkwekerij te beginnen. De zogenoemde facilitators. Ga maar na: het draait om het vinden van een locatie, het inrichten daarvan, de aanschaf van kweekmaterieel, het kweken, en de oogst en de opslag van wiet. Daar worden onder meer makelaars, notarissen, klusjesmannen, machineverhuurders, tuinbouwbedrijven, uitzendbureaus en de gemeentelijke vuilstort bij betrokken.

Politie en justitie hebben niet de capaciteit om elke hennepkwekerij op te sporen. Bedrijven en burgers moeten daarbij helpen, juist omdat zij vroegtijdig verdachte situaties kunnen signaleren, stelt Lieve. ‘Want het zijn hún buren waarom het gaat. Drugscriminelen hebben stroom, water, chemicaliën en vervoer nodig voor hun handel. Daar komt het ‘gewone’ bedrijfsleven om de hoek kijken.’ En een groep kwetsbare mensen tussen slachtoffer en dader in, die financiële problemen hebben en worden verleid om eenmalig ruimte te bieden voor een hennepkwekerij. Lieve: ‘Het komt voor dat de eerste oogst opzettelijk wordt geript en deze mensen gedwongen worden om door te gaan en zo hun ‘schuld’ af te lossen.’

 

Slachtoffer van georganiseerde misdaad

Ondernemers worden op speciale bijeenkomsten bekend gemaakt met de ‘onzichtbare’ criminaliteit van ondermijning. Want veel van hen zien het niet, of kijken liever een andere kant op. Lieve: ‘Soms wijzen ondernemers dan op een andere ondernemer. Weet ik wel dat Pietje in de foute handel zit? Dan vraag ik altijd waarom die persoon nog lid is van hun vereniging.’ Of ze vraagt of ondernemers weten wat er met hun busjes gebeurt die terugrijden van een bestelling? Weten ze zeker dat die leeg zijn en niet worden gebruikt door criminelen? Kunnen hun chauffeurs de verleiding weerstaan? Een van die ondernemers heeft na zo’n bijeenkomst besloten om camera’s op te hangen in zijn busjes.

 

‘Ondermijning? Dat gebeurt hier toch niet?! Nou, dus wel’

 

Zulke bijeenkomsten worden ook elders in het land georganiseerd door het Platform Veilig Ondernemen onder de noemer Ondernemers Alert. Om duidelijk te maken hoe ondermijnende criminaliteit werkt, worden ze gehouden in een leegstaande hal met afgeplakte ramen. Soms is in zo’n hal zelfs een hennepkwekerij opgerold. De boodschap: zo makkelijk is het om criminele activiteiten aan het zicht te onttrekken. Daarnaast wordt ingespeeld op het (on)rechtvaardigheidsgevoel van ondernemers. Die criminele buurman van je jat jouw stroom en betaalt geen belasting, terwijl jij je wél netjes aan alle regels houdt. Op die manier wordt geprobeerd om de meldingsbereidheid van ondernemers omhoog te krijgen. ‘En dat werkt. Er komen op zo’n avond al meldingen. Het taboe gaat eraf. Ondernemers willen ook geen imagoschade door dit soort praktijken’, zegt Lieve.

Henk Dekker was medeorganisator van de eerste bijeenkomst, als voorzitter van ondernemersvereniging Lindus in de Gelderse streek De Liemers. ‘Toen de burgemeester van Westervoort mij daarvoor benaderde, was mijn eerste reactie: Ondermijnende criminaliteit? Dat gebeurt hier toch niet? Dat is toch iets van Brabant en het Westen?’, zegt de voormalig aannemer. ‘Sinds die bijeenkomst praten ondernemers onderling meer over verdachte situaties. Ze hebben gehoord hoe makkelijk je erin kunt tippelen. En ze weten waar ze terechtkunnen met meldingen, zo nodig anoniem.’

 

De strijd tegen ondermijnende criminaliteit

Wijkagent Jurgen Rekers, werkzaam in het centrum van Enschede, is op zijn eigen manier bezig om de troepen te mobiliseren in de strijd tegen georganiseerde misdaad en ondermijnende criminaliteit. ‘Ik ga op bezoek bij alle nieuwe bedrijven. Handje geven, kaartje met mijn telefoonnummer achterlaten, even face to face contact. Als ze vragen hebben, kunnen ze bij mij terecht.’ Hij heeft regelmatig met Satudarah te maken, een van de motorclubs die in verband worden gebracht met criminele en ondermijnende activiteiten, en onlangs door de rechter is verboden. Motorbendes proberen bijvoorbeeld horecagelegenheden over te nemen en te gebruiken voor witwassen en andere activiteiten. Dat overnemen gaat sluipenderwijs: leden komen in vol ornaat een kroeg binnen en ‘jagen’ zo de andere clientèle weg. In reactie daarop mogen Enschedese horecagelegenheden tegenwoordig motorclubleden met hesjes weigeren, net als voetbalsupporters in de clubkleuren.

Rekers weet hoe intimiderend zo’n groep kan zijn. ‘Een tiental Satudarah-leden wilde om half 6 ’s ochtends nog terecht in een grillroom. De eigenaar gaf daaraan toe, maar het was wel na sluitingstijd. Hij had dus een boete kunnen krijgen, maar was bereid die te betalen, zei hij toen de politie poolshoogte kwam nemen. Na tien minuten besloot de groep gelukkig alsnog te vertrekken.’

 

Zo herken je malafide bedrijven

    •  Afwijkende openingstijden
    •  Alleen contant betalen
    •  Bijzondere locatie
    •  Dure verbouwing of aankopen
    •  Geen website
    •  Onduidelijk wie de baas is
    •  Onduidelijke activiteiten, geen voorraad
    •  Weinig of juist veel personeel
    •  Regelmatig wisseling van eigenaar
    •  Weinig klandizie

Bron: Gemeente Enschede

 

Samenwerking nodig in strijd tegen criminaliteit

De wijkagent toont panden die in het verleden zijn of nu mogelijk worden gebruikt voor criminele activiteiten. Die staan zomaar in een ogenschijnlijk gezellige winkelstraat. Nicole Lieve en Bert Beverdam, regisseur uitvoering veiligheid bij de gemeente Enschede, lopen ook mee. Beverdam coördineert de MIA’s, de Multidisciplinaire Controles waarbij instanties als de politie, de Belastingdienst, de Douane en de woningcorporatie gezamenlijk verdachte panden bezoeken. In andere steden wordt onder een andere noemer op dezelfde manier gewerkt. Beverdam: ‘Bijkomend voordeel is dat andere diensten meer mogen dan de politie om binnen te komen bij mensen. Dus we gaan binnen als gemeente of Douane, en als we bijvoorbeeld een vuurwapen aantreffen, heeft de politie ook een reden voor nader onderzoek.’

 

‘Weet je: als zij brutaal zijn, kunnen wij dat ook’

 

Bij een pand in een winkelstraat meldt Beverdam aan Rekers dat het op de lijst staat voor een gezamenlijke inval. Dat ons groepje, met een agent in uniform, in dat verband misschien wel opvalt, doet hem weinig. ‘Brutalen hebben de halve wereld. Als zij brutaal zijn, kunnen wij dat ook.’ 

Vreemde types aan de balieAls het in de binnenstad criminelen te heet onder de voeten wordt, kunnen ze ook terecht op bedrijventerreinen of het platteland. Hans Hammink, directeur van het Campus Business Center op  bedrijventerrein Westermaat Campus in Hengelo, kan erover meepraten. Hij verhuurt bedrijfsruimte. ‘Bij de receptie meldde zich een man die voor twee maanden een hal wilde huren voor ‘plantjes’. Hij legde het geld op de balie. Het personeel kreeg de indruk dat het om hennepteelt ging. De verhuur is niet doorgegaan.’
Tegenwoordig wil hij potentiële huurders zelf spreken. Dat doet hij in het zicht van collega’s. ‘Als ik vraag wat zij met de ruimte willen doen, vragen dit soort types wel eens bars terug wat ik daarmee te maken heb. Dan leg ik ze uit dat ik als verhuurder verantwoordelijk ben. Vervolgens lachen ze schaapachtig en gaan ze weg. Of ze reageren paniekerig. Je moet daar een antenne voor ontwikkelen, want informatie over zulke huurders kun je niet op internet vinden.’
Maar het is geen Sodom en Gomorra op Westermaat Campus. Als er bedrijfsruimte leegkomt, is het de bedoeling dat er snel onderhoud wordt gepleegd en er weer een huurder komt. ‘Je moet criminaliteit niet aantrekken.’ Het is volgens Hammink een voordeel dat het een ‘levendig’ en parkachtig bedrijventerrein is, onder andere door een autowasserij die in het weekend open is, en door het gebruik van een vijver door een visvereniging. ‘Je moet reuring hebben. Maar dan wel de goede reuring.'