Dit gaat het pensioenakkoord voor jou veranderen

Jarenlang is erover onderhandeld, maar nu ligt er dan toch een zwaar bevochten akkoord over de pensioenen. Ook de achterban van FNV en CNV heeft inmiddels (op 15 juni) ingestemd. Dat betekent een einde aan veel onzekerheid. Dit is wat er voor jou verandert:

 

Wat wordt er beter met het nieuwe Pensioenakkoord voor:

 

Jongeren:

Uitzicht op beter pensioen

Jonge werknemers onder de 40 willen best participeren in een collectieve pensioenregeling – graag zelfs – maar dan moet wel helder zijn wat ze nu precies voor zichzelf opbouwen. In het Pensioenakkoord wordt daarom gekozen voor een systeem waar jongeren niet langer met een deel van hun pensioenpremie de oudere werknemers subsidiëren. De premie wordt leeftijdsonafhankelijk en gekoppeld aan de opbouw van het eigen pensioen. Dat betekent dat jongeren meer pensioen gaan opbouwen in het begin van hun loopbaan. Hun pensioenvooruitzicht verbetert daarmee.

 

Gepensioneerden:

Pensioen mét koopkracht

Als de prijzen stijgen, wil je als gepensioneerde graag dat je pensioen mee stijgt, oftewel dat je pensioen een koopkrachtig pensioen wordt. Kern van het Pensioenakkoord is een nieuw pensioencontract waarin de schijnzekerheid van een gegarandeerd eindbedrag (nominaal, dus zonder gegarandeerde indexatie) wordt losgelaten. Het voordeel daarvan is dat de torenhoge buffers die nu nog verplicht zijn om die belofte voor alle pensioendeelnemers (ook de jongeren) hard te maken niet meer nodig zijn. Dat betekent dat dit geld – en dus het rendement – vrij komt om de pensioenen sneller te kunnen verhogen.

 

jongeren bouwen meer pensioen op, ouderen krijgen een koopkrachtig pensioen

 

Werknemers tussen 40 en 55:

Geen achteruitgang

Ben je tussen de 40 en 55 jaar dan zou je goed de pineut zijn als de doorsneepremie wordt afgeschaft zonder verdere compensatie. Want reken maar mee: je hebt wel jarenlang bijgedragen aan een hogere pensioenopbouw van oudere werknemers, maar nu je zelf aan de beurt bent, wordt dat systeem afgeschaft. Dat zou natuurlijk heel oneerlijk uitpakken. In het Pensioenakkoord is daarom afgesproken dat deze pensioendeelnemers daarvoor gecompenseerd worden: hun pensioenresultaat mag er niet op achteruit gaan. Door de lusten en lasten van de afschaffing van de doorsneepremie eerlijk te verdelen, is dit mogelijk zonder dat dit leidt tot premieverhoging, zo is doorgerekend. Voor werknemers ouder dan 55 geldt in veel gevallen dat de winst van het nieuwe contract al genoeg compensatie is. Bij sommige regelingen kan het zijn dat er tijdelijk nog herschikking nodig is om de compensatie evenwichtig te laten verlopen.

 

Lager opgeleiden:

Een hoger en eerlijker pensioen

Begin je al vroeg met werken dan bouw je onder het nieuwe pensioencontract aan het begin van je loopbaan meer pensioen op. Je pensioenpremie wordt dan namelijk niet meer deels gebruikt voor het subsidiëren van de pensioenopbouw van je oudere collega’s. Voor hoger opgeleiden die later gaan werken en aan het eind van hun loopbaan nog stevig promotie maken, geldt het omgekeerde: hun pensioenopbouw wordt voortaan gebaseerd op wat ze daadwerkelijk aan pensioenpremie inleggen. Wel zo eerlijk.   

 

pensioenleeftijd stijgt minder snel en eerder met pensioen kan weer voor wie zwaar werk heeft

 

Oudere werknemers (55 jaar en ouder):

Pensioenleeftijd stijgt minder snel

Wat voor beroep je ook hebt – kantoorwerk, zwaar werk et cetera – voor íedereen zal de pensioenleeftijd iets minder snel stijgen dan nu. Dat betekent dat oudere werknemers toch wat eerder met pensioen kunnen dan gedacht. Iets waarvan ze jarenlang ook uitgingen.

De pensioenleeftijd blijft wel stijgen. Jongere werknemers gaan dus wel later met pensioen, al zal die stijging dus niet zo hard meer gaan als nu. Zij hebben ook genoeg tijd om zich hierop voor te bereiden. Dat scheelt.

 

Iedereen met zwaar werk:

Eerder met pensioen weer een optie

Heb je zwaar werk? Dan kun je straks toch weer wat eerder met pensioen. Er komt ruimte voor een overbruggingsregeling voor zwaar werk. Goed nieuws toch? Hoe dat er precies komt uit te zien, valt nu nog niet te zeggen. Daarover worden door werkgevers en werknemers nog precieze afspraken gemaakt. Dat geeft ruimte voor maatwerk zodat het ook echt een regeling is voor mensen die ‘m nodig hebben. Wel zo fijn.

En natuurlijk blijven we ons er met zijn allen voor inzetten dat iedereen gezond de eindstreep haalt. En er ruimte blijft voor eigen keuzes, zoals een deeltijdpensioen.

 

Zzp’ers:

Niet gestraft voor switch naar ondernemerschap

Halverwege je loopbaan switchen naar het zelfstandig ondernemerschap gaat met het nieuwe pensioencontract minder pijn doen in de pensioenportemonnee. Je hoeft immers niet meer als jonge werknemer jarenlang een deel van je pensioenpremie af te staan voor de pensioenopbouw van oudere collega’s, om vervolgens zelf niet te kunnen profiteren van het omgekeerde. Bovendien is in het Pensioenakkoord afgesproken om het in de wetgeving mogelijk te maken dat zzp’ers zich vrijwillig kunnen aansluiten bij een pensioenregeling.

 

zzp'er kán zich aansluiten bij een pensioenregeling, werkgevers hebben eindelijk duidelijkheid

 

Werkgevers:

Eindelijk rust en duidelijkheid op het pensioenfront

Werkgevers willen voor alles duidelijkheid. Voor henzelf als het gaat om de kosten nu en in de toekomst. En voor hun werknemers als het gaat om hun pensioenopbouw. Doordat deelnemers een beter inzicht krijgen in wat een ingelegde euro oplevert voor hun pensioen, zal ook het vertrouwen in en de waardering voor deze kostbare secundaire arbeidsvoorwaarde hopelijk weer groeien. Belangrijk uitgangspunt bij de wijzigingen is wel dat de premies niet omhoog hoeven. Dit is een harde voorwaarde van werkgevers voor de veranderingen. 

 

Maar…

...wat gebeurt er met het pensioen dat ik al heb opgebouwd?

Om de voordelen van het sneller verhogen van pensioenen ook te laten gelden voor gepensioneerden en mensen die al behoorlijke tijd pensioen opbouwen, moeten de al opgebouwde pensioenen omgezet worden naar het nieuwe pensioencontract. Dat is nu nog niet zomaar mogelijk. Daarom is in het Pensioenakkoord afgesproken dat de overheid dit wettelijk mogelijk gaat maken.

 

...hoe snel gaat dit allemaal gebeuren?

De bedoeling is dat het nieuwe stelsel vanaf 2022 echt ingaat. Maar niet iedereen zal op het zelfde moment over kunnen of willen. Er komt dus een overgangssituatie. Hoe lang die duurt is nog niet zeker.

Wat voorop staat is dat het voor iedereen mogelijk moet zijn om de overstap goed te maken. Daarom is er ook afgesproken dat pensioenfondsen met een dekkingsgraad boven de 100 procent tijdens die overgangssituatie niet hoeven te korten op het pensioen of de pensioenopbouw van hun deelnemers. Dat is meteen al goed nieuws voor miljoenen deelnemers en gepensioneerden. 

 

omzetten naar nieuwe pensioencontracten kost tijd, de wettelijke basis regelen ook

 

...wat gebeurt er als er straks toch weer een crisis komt?

Net als nu kan een flinke financiële crisis gevolgen hebben voor de pensioenen. Om te voorkomen dat deelnemers net pech (of geluk) hebben met het moment dat ze met pensioen gaan, zullen de mee- en tegenvallers geleidelijk – in maximaal 10 jaar – worden toegedeeld. Op die manier blijven de pensioenen stabiel. Overigens is de verwachting dat het nieuwe pensioencontract beter crisisbestendig is dan het oude.

Werkgevers en werknemers houden in het nieuwe contract bovendien samen de verantwoordelijkheid. Afgesproken is dat er eens in de zoveel jaar aan de arbeidsvoorwaardentafel getoetst wordt of de resultaten nog in lijn liggen met de doelstelling van een goed pensioen. 

 

Maar waarom was het eigenlijk nodig om het pensioenstelsel te veranderen? Dit wás het probleem voor:

 

Jongeren:

Wie betaalt straks nog voor mij?

Jongeren ‘subsidiëren’ in de huidige pensioenregelingen hun oudere collega’s. Een deel van hun pensioenpremie wordt namelijk gebruikt voor de pensioenopbouw van oudere werknemers. Voor jongeren geldt immers dat elke ingelegde euro nog heel lang kan renderen. Voor oudere werknemers geldt dit niet en dus betalen jongeren via de ‘doorsneesystematiek’ mee aan de pensioenopbouw van ouderen. Geen probleem als je ervan uitgaat dat iedere jongere straks vanzelf een oudere werknemer wordt binnen dezelfde pensioenregeling en dan zelf gesubsidieerd gaat worden. Alleen: voor wie geldt nog dat-ie z’n leven bij dezelfde baas of in dezelfde sector of zelfs maar op hetzelfde soort contract blijft werken?

 

Gepensioneerden:

Waar blijft de indexatie?

Leuk, die ‘belofte’ van een pensioen gekoppeld aan je gemiddeld verdiende loon, maar in de praktijk is dat geen harde zekerheid. En je pensioen bovendien jaren achter elkaar niet meegroeit met de inflatie. In die situatie zitten gepensioneerden nu al jaren en er is nog geen uitzicht op verbetering. Pensioenfondsen zijn immers verplicht om hoge buffers aan te houden om zo’n gegarandeerd pensioen te mogen beloven. Hoe lager de langetermijnrente is waarmee pensioenfondsen moeten rekenen, hoe lastiger het is om deze buffer op te bouwen. Dat geld kan dus niet gebruikt worden om pensioenen te verhogen. De pensioenpremies verhogen om alsnog te kunnen indexeren, zet niet veel zoden aan de dijk. Bovendien is in veel cao’s de pensioenpremie al gemaximeerd. Dat betekent dat niet alleen de indexatie voor veel fondsen een probleem is geworden, maar dat er her en der zelfs moet worden gekort op de pensioenen. 

 

nu groeien pensioen niet mee met inflatie, zzp'ers worden gestraft voor ondernemerschap

 

Zzp’ers:

Hoe zit het met míjn pensioen?

Veel zzp’ers beginnen hun carrière als werknemer en gaan op latere leeftijd aan de slag als zelfstandige. Niks mis mee natuurlijk, maar als jonge werknemer hebben ze wel via de – daar is-ie weer – ‘doorsneesystematiek’ de pensioenopbouw van hun oudere collega’s gesubsidieerd. Daar gaan ze als zelfstandige dus niks van terugzien, ook al omdat jezelf als zzp’er vrijwillig aansluiten bij een pensioenregeling meestal niet mogelijk is. Start je jong en stop je halverwege, dan heb je dus teveel betaald voor het pensioen dat je hebt opgebouwd.

 

Lager opgeleiden:

Waarom moet ik de carrièremakers subsidiëren?

Ben je niet zo van het leren en begin je al vroeg met werken dan subsidieer je als jongere werknemer met de huidige doorsneepremie extra lang je oudere collega’s. Hoger opgeleiden beginnen vaak wat later met werken en dragen dus pas vanaf een later moment een deel van hun premie af. Ze dragen die pensioenpremie af als hun loon nog relatief laag is, maken daarna carrière en verdienen dus na hun 45ste meer en bouwen dan ook meer pensioen op. Juist in die jaren krijgen ze dus, in euro’s, een grotere bijdrage voor hun pensioenopbouw van jongeren (en ook meer dan ze zelf in hun jonge jaren hebben bijgedragen aan pensioenopbouw van anderen). Leuk voor de hoger opgeleide carrièremaker, maar niet heel eerlijk natuurlijk.

 

wie jong begint met werken, subsidieert nu hoger opgeleide carrièremaker

 

Werkgevers:

Steeds meer betalen, maar waar blijft de waardering?

Bijna altijd betaalt de werkgever – voor de werknemer tamelijk onzichtbaar – een groot deel van de pensioenpremies. De totale kosten zijn de afgelopen decennia steeds verder opgelopen tot soms wel 30 procent van de loonsom. Voor veel werknemers blijft de pensioenregeling echter een black box. Jongere generaties hebben bovendien weinig fiducie in een goede afloop. Kortom, een buitengewoon dure arbeidsvoorwaarde, waar werknemers relatief weinig zicht op hebben. 

 

Lees hier het interview met Hans de Boer over het Pensioenakkoord.

 

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen? Schrijf je dan gratis in voor onze nieuwsbrief