De redding van de boer heet robotisering

Boer kon wel eens het vak zijn dat in Nederland het snelst uitsterft. De helft van de boeren boven de 55 kan geen opvolger vinden, meldde het CBS in november. Daar helpt geen Boer zoekt Vrouw aan. Robotisering wel, denken experts.

 

Wie wil er nog boer worden? Blijkbaar is er steeds minder belangstelling, want het aantal boerenbedrijven daalt al jaren. Dat was economisch gezien nooit zo heel erg, want cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek laten zien dat het landbouwareaal in Nederland ongeveer even groot blijft. Tussen 1980 en 2014 nam het aantal boerenbedrijven met 55 procent af, terwijl het landbouwareaal met 9 procent verminderde. Landbouwbedrijven worden dus gewoon groter. Maar nu is een kritische fase in aantocht, want wat gebeurt er als in korte tijd de helft van de landbouwers verdwijnt? Worden al die bedrijven overgenomen door collega’s of gaat landbouwgrond over in bebouwing of natuurgebied? In de laatste twee gevallen zou de economie klappen kunnen krijgen. De totale landbouwsector zorgt namelijk voor ruim 8 procent van de werkgelegenheid. Dat zijn zo’n 590 duizend mensen die jaarlijks 48 miljard euro voor Nederland verdienen. De sector is daarnaast de proeftuin voor Wageningen Universiteit en diverse grote innovatieve agro-industrieën. Kortom, de vraag is: Hoe loods je mensen de sector in?

 

Niet met natte laarzen het veld op

Laten we beginnen met de positieve toekomstverwachting van Eldert van Henten, hoogleraar en hoofd Farm Technology bij de Wageningen Universiteit. ‘Landbouw blijft hier. Punt’, zegt hij vol overtuiging. ‘Maar die gaat wel veranderen’, voegt hij er aan toe. 'Mij is verteld dat de number one game op Facebook een farmer-spel is. Mensen zijn dus best geïnteresseerd in het boerenbedrijf, maar niet als ze met laarzen het natte veld op moeten.'

 

 

'ROBOTISERING MOET WEL, ANDERS KOMT DE TOPPOSITIE VAN DE AGROFOOD-SECTOR IN GEVAAR'

 

Robotisering wordt een integraal onderdeel van het toekomstbestendige boerenbedrijf. Niet overal evenveel, maar de sector moet wel, anders wordt het moeilijk om voldoende landbouwers binnen de grenzen te houden die de toppositie van de Nederlandse agrofood-sector kunnen consolideren. Dat zegt Van Henten niet alleen, dat zeggen ook collega-deskundigen, boeren en fabrikanten. Vrij naar het Star Trek-personage Doctor Spock: 'It’s a farmer Jim, but not as we know it'.

 

Rommelen met techniek

Gijs Scholman‘Wij hebben vier klantsegmenten gedefinieerd’, legt Gijs Scholman, cco van melkmachinefabrikant Lely, uit. Lely was medio jaren negentig de eerste die een melkrobot op de markt bracht. ‘Je hebt de visionaire groep. Die willen graag iets nieuws proberen. Af en toe een storing vinden ze niet erg, want ze rommelen graag zelf met techniek. Dan is er de groep die erg inzet op hun lifestyle. Zij willen flexibeler leven met behulp van techniek, misschien meer vrije tijd om aan andere dingen te besteden dan het bedrijf. Dan zijn er de business optimizers. Zij zetten techniek puur in om het bedrijfsproces zo optimaal en kostenefficiënt te laten verlopen. En tenslotte zijn er de traditionalists. Vaak hebben zij de boerderij van hun ouders geërfd en willen die weer doorgeven aan hun kinderen. Zij houden het bedrijf het liefst in stand zoals het is.'

 

Harder werken of automatiseren

Rode lijn in de toekomstverwachtingen van de diverse (praktijk)deskundigen, is dat er niet één manier is om in de toekomst het boerenbedrijf te runnen. 'Zoals ik het zie heeft de veehouder de keuze uit een aantal opties’, meent Kees Lokhorst, lector Smart Dairy Farming van de Wageningen Universiteit. ‘Óf hij gaat zelf harder werken. Óf hij gaat zijn familie meer inzetten. Óf hij neemt medewerkers aan. Óf hij gaat meer uitbesteden en ik verwacht daar veel van in combinatie met ict. Ten slotte kan hij meer automatiseren. Waar de boer uiteindelijk voor kiest, moet passen bij het bedrijf. Alle opties zijn wat dat betreft min of meer gelijkwaardig.’

 

Vrijheid voor de boer

Lokhorst ziet dat de keuze voor automatisering voor boeren niet altijd een centenkwestie is. 'Vaak levert een automatisch melksysteem met meer ict geen productieverhoging op als je het sec doorrekent. Maar het geeft de boer de vrijheid om niet twee keer per dag, zeven dagen in de week op zijn bedrijf te zijn om te melken. En voor de koe is het ook fijner als ze gemolken kan worden als het haar goed uitkomt. Dat is vaak doorslaggevend bij de aanschaf.' En die afweging ziet melkrobotfabrikant Scholman ook. Het kan wel eens de redding van de boerenstand zijn. 'Je ziet aan het programma Boer zoekt Vrouw dat het niet altijd aantrekkelijk is om een relatie te beginnen met een boer. Weinig mensen willen nog die grote vermenging van werk en privé. Als we die situatie niet verbeteren is er binnenkort geen zoon of dochter meer bereid om de boerderij van de ouders voort te zetten.’

 

Proces draait om de koe

Jan HuitemaVertel Jan Huitema er niets over. De jonge boer zit in een maatschap met zo’n 135 koeien. 'Toen ik nog een klein mannetje was, hadden we thuis een stal waar de koeien de hele dag vast stonden. Toen kwam er een stal waar ze vrij in konden lopen. Nu is de stalruimte per koe vier keer zo groot en we doen ook nog aan weidegang. De koeien hebben een halsband om met een stappenteller, die meet de activiteit. Daaraankunnen we ook afleiden of een koe misschien ziek is of in de vruchtbare periode zit. Als een koe gemolken wordt, weet de computer hoeveel ze geeft en daaruit wordt afgeleid hoeveel en welk voer de koe nodig heeft. Door een sensor om de nek krijgt elke koe precies het voer dat ze nodig heeft, want de computer kent ook de kwaliteit van ons kuilgras. Het proces draait dus helemaal om de koe, vroeger draaide het helemaal om de boer.’

 

'Boeren worden te weinig gedwongen om te innoveren'

 

Maar de regelgeving – en die komt vooral uit Brussel, draait nog wel heel erg om de boer. En dan vooral de boer zoals hij was. 'We hebben te maken met verouderde regelgeving’, zegt Huitema. Als europarlementariër namens de VVD maakt hij zich sterk voor het moderniseren van het EU-landbouwbeleid. ‘Bepaalde toepassingen mogen niet omdat twintig jaar geleden niemand voorzien heeft welke toepassingen we nu gebruiken. Ikzelf zou in ons bedrijf graag kunstmest maken van de dierlijke mest van onze koeien. Dat mag niet van de Europese regelgeving en daarom moet ik kunstmest bijkopen.'

 

Dwing boeren om te innoveren

Huitema heeft – toepasselijk – de koe bij de hoorns gevat en een visiedocument gepresenteerd aan het Europees parlement waarin hij pleit voor een modernere aanpak van het landbouwbeleid. 'Zorg dat er flexibiliteit komt in regelgeving, zodat die om kan gaan met toekomstige innovaties. En dan zal de EU ook naar de landbouwsubsidies moeten kijken. Het gemiddelde Europese landbouwbeleid is nu niet doelgericht, eerder belemmerend. Boeren worden te weinig gedwongen om te innoveren. Waarom komt er geen bonus op precisielandbouw, bijvoorbeeld? Brusselse regels komen neer op inkomenssteun in ruil voor het leveren van een aangewezen product. Gebruik het landbouwbeleid zo dat boeren weerbaarder worden en een inkomen uit de markt kunnen halen. Op de huidige manier worden Europese boeren een kant op geduwd waar de markt niet om vraagt’

 

Help de boer sterft uit

Op de meeste boerderijen met een bedrijfshoofd van 55 jaar of ouder staat geen bedrijfsopvolger klaar. Dit betekent dat de komende tien jaar ruim vijftienduizend boerderijen zullen verdwijnen, of de bedrijfsopvolging wordt op een andere manier opgelost. Hoe groter het bedrijf, hoe groter de kans is dat er een bedrijfsopvolger is. Maar ook de animo voor bedrijfsovername op grote bedrijven slinkt, weet het CBS op basis van voorlopige cijfers van de Landbouwtelling. In 2016 waren er ruim 55 duizend landbouwbedrijven, waarvan ruim 25 duizend met een bedrijfshoofd van 55 jaar of ouder. Van deze bedrijven hebben ruim tienduizend een bedrijfsopvolger, ruim vijftienduizend bedrijven hebben geen opvolger.

Achterstand in landbouwbeleid

Ook de Nederlandse wet- en regelgevers mogen wel iets strakker op de moderne landbouwbal spelen, zegt Gijs Scholman van Lely. 'Regelgeving wordt te vaak op het nu en te weinig op de toekomst gebaseerd. Hierdoor wordt het moeilijker om nieuwe technologieën en innovaties te ontwikkelen en naar de markt te brengen. Wat dat betreft moet een achterstand in het landbouwbeleid worden ingehaald’, denkt Scholman. 'Neem nu de afschaffing van het melkquotum in 2015. We wisten al vijf jaar dat die er aan zat te komen. En we konden weten dat de productie zou exploderen onder gelijkblijvende regels. Wetgevers hebben het onderwerp laten liggen en dit jaar moet er in alle haast wetgeving gemaakt worden. ’

 

Een beetje meer ruimte geven

De huidige boer is een ondernemer die met dezelfde trends meegaat als ieder ander. Of dat de automatisering van zijn bedrijfsproces is, of de ontwikkeling van zelfrijdende voertuigen. ‘In Nederland is het testen van zelfrijdende voertuigen lastig. Onduidelijk is wat wel en niet mag op openbaar terrein’, zegt Scholman. Daar hebben wat hem betreft de goede voornemens van minister Schultz nog niet veel verandering in gebracht. ‘In Nederland ben je met een landbouwvoertuig al snel van je eigen terrein af. Het zou helpen als de politiek daarin vooruitstrevender is. Ik vind een overzwaaiende maaibalk aan een robotvoertuig ook eng als ik dat tegenkom, maar nu mag helemaal niets. Daar kan de politiek echt wel beter mee omgaan. Een beetje meer ruimte geven en vooral snelheid maken. Er moeten knopen doorgehakt worden zodat duidelijk wordt wat een bedrijf mag en wat niet, en de sector weer aan langetermijnplanning kan gaan doen.’

 

Robotisering op de boerderij in beeld