CDA-Kamerlid Jaco Geurts: De politiek is gefocust op de Randstad

Voormalig varkenshouder Jaco Geurts (CDA) komt als Kamerlid daarom op voor boeren, bedrijfsleven én Gelderland. ‘Wat de effecten van wetgeving op de grensregio zijn? Daar denken ze in het westen echt geen seconde over na.’

 

Drijfveer

‘In 2001 is ons varkensbedrijf geruimd tijdens de vermeende mond- en klauwzeeruitbraak in Kootwijkerbroek. Die had grote impact op boeren en hun families, los van de financiële gevolgen. Gezonde dieren die al generaties werden gehouden, moesten dood. Hoe de overheid toen met mensen omging: dat deed pijn. Het was voor mij een drijfveer om de politiek in te gaan, met als centrale vraag: wat betekent overheidsbeleid voor mensen en voor ondernemers?’

 

In de genen

‘Mijn beide opa’s waren boeren met gemengde bedrijven. Mijn vader was ambtenaar op het ministerie van Defensie, maar heeft in het verleden varkens gehad. Dat ik zelf varkensboer ben geworden, is gekomen door mijn vrouw, een boerendochter. Haar vader had ook varkens.’

 

Wie is Jaco Geurts?Na een mbo-opleiding werktuigbouwkunde begon Jaco Geurts (47) als werkvoorbereider en inkoper in de machinebouw. Daarna was hij van 1998 tot 2012 varkenshouder. In 2001 moest hij zijn vee laten ruimen in verband met de 'vermeende' mond- en klauwzeeruitbraak in Kootwijkerbroek. Ondertussen volgde hij een opleiding tot rentmeester (makelaar op het platteland). Sinds 2006 was hij politiek actief in de gemeenteraad van Barneveld, eerst als raadslid en daarna als fractievoorzitter van het CDA. In 2012 werd hij gekozen in de Tweede Kamer.Weinig waardering

‘Mijn vader zat in de lokale politiek en van hem leerde ik dat politiek hard werken is, zonder dat je daar altijd waardering voor krijgt. Je kan lang met een dossier bezig zijn en na een jaar tot een besluit komen, na alle plussen en minnen overwogen te hebben. De buitenwacht heeft dat hele proces niet gevolgd en reageert alleen op de uitkomst. Dat heb ik zelf ook gemerkt als ik het beleid probeerde uit te leggen: ondernemers zijn niet altijd blij als je ze niet naar de mond praat.'

 

Bofkip

‘Ik ben onder andere de Kamer ingegaan om op te komen voor boeren, tuinders en vissers. De agrarische sector neemt een aparte plaats in omdat die afhankelijk is van het weer en met levende have werkt. Dieren en planten kunnen ziek worden. Ondernemers hebben niet overal invloed op.’

'Internationaal staat de Nederlandse boer er goed op. Er wordt hier dan wel van plofkippen gesproken, maar wat mij betreft zijn het bofkippen. De consument zou dieren niet te veel moeten vermenselijken. Dieren hebben niet door met hoevelen ze in een stal zitten. Ondertussen moet je als boer je dieren natuurlijk wel goed verzorgen, dan zorgen ze ook goed voor jou.’

 

‘Consument moet dieren niet te veel vermenselijken’

 

Voedselscheidsrechter

‘Toen ik met het voorstel voor een voedselscheidsrechter kwam, werd ik uitgelachen, want waar was dat nou voor nodig? Maar langzamerhand groeit het begrip. Er moet een instantie komen die zich buigt over bijvoorbeeld supermarkten die toeleveranciers onder druk zetten. In de afgelopen kabinetsperiode wist de VVD de PvdA mee te krijgen in een tegenstem. Ik denk dat ik nu een meerderheid haal.’

 

Randstad

‘Ik ben ook voor Gelderland, de provincie waar ik vandaan kom en nog altijd woon, de Kamer ingegaan. In Den Haag kom je veel Randstad-denken tegen. Er zijn ook files buiten de Randstad die de boel stilleggen. Of neem de effecten van wetgeving in de grensregio’s: daar denken ze in het westen geen seconde over na. Terwijl als gevolg van die wetgeving bedrijven verdwijnen en zo de samenhang in dorpen in het gedrang komt.’

 

Bewondering voor

‘VDL is een mooi familiebedrijf, waar niet alleen de inkomsten van de familie centraal staan, maar ook die van de werknemers. Veel familiebedrijven waarderen hun medewerkers en nemen zelf genoegen met minder. Kijk, winst heb je nodig als bedrijf, maar de vraag is of het elk jaar méér winst moet zijn. Dat zie je toch vaak bij bedrijven met aandeelhouders. Een hekel heb ik aan ‘sprinkhanen’, vaak buitenlandse investeerders die zich inkopen in een bedrijf en dat dan volhangen met schulden.’

 

Ministerspost

Het CDA wil een minister voor Landbouw, Natuur en Voedsel. Misschien mag het CDA die leveren. Die functie is niet mijn grote droom. Voor mij als volksvertegenwoordiger is genoeg te doen. Je zit hier aan de knoppen en moet steeds zorgen dat je een Kamermeerderheid voor je plannen vindt.’

‘Ergens tegenaan schoppen is makkelijk. Écht iets veranderen is moeilijk. Als ondernemer kon ik ’s middags uitvoeren wat ik ’s ochtends had bedacht. In de politiek kan het maanden of zelfs jaren duren. Ik ben ongeduldig, en het went niet, maar je past je aan.’

 

Geeft zichzelf een: 8+

‘Als ik kijk naar wat we als CDA in de oppositie voor elkaar hebben gekregen voor het bedrijfsleven. Een 9 is de volgende uitdaging.’

 

Industrie of natuur?‘Natuur. De industrie heb je nodig voor de werkgelegenheid, maar de natuur om je te ontspannen en op te laden. Met boeren als de stoffeerders van het landschap.’

Zzp’er of multinational?‘Zzp’er. Multinationals zijn ook belangrijk voor het land, maar ik ben zelf kleine ondernemer geweest, en wil die draad weer oppakken na de politiek.’

Over de foto: 'Bij ondernemerschap denk ik als eerste aan het platteland, aan boeren die met levende have werken en afhankelijk zijn van het weer. Hier in Gelderland ben ik zelf boer en rentmeester geweest.'

 

Dit filmpje maakte Jaco Geurts voor de verkiezingen van afgelopen maart