8 dingen die u moet weten over oprukkend protectionisme

De America-first-politiek van Donald Trump zal Nederland miljarden euro’s kosten, becijferde ING vorige week. Maar Amerika is niet het enige land dat de vrije handel wil beperken. Wereldwijd trekken steeds meer landen muren op. Holy smokes, als dat maar goed komt.

 

Is het echt zo dat protectionisme oprukt?
Ja. Global Trade Alert, een organisatie van onafhankelijke economen die handelsbelemmeringen in kaart brengt, meldde in een rapport vorig jaar dat het aantal protectionistische maatregelen de eerste maanden van 2016 met 50 procent is toegenomen ten opzichte van 2014. Volgens de economen werden er sinds 2010 tussen de vijftig en honderd handelsbeperkende maatregelen doorgevoerd in de eerste vier maanden van elk jaar. Over de eerste vier maanden van 2016 werden zelfs meer dan 150 maatregelen geteld. Sterker nog: tegenover elke versoepeling van de handel staan ruim drie protectionistische maatregelen. Protectionisme, dat inhoudt dat landen hun eigen markten afschermen en daarmee paal en perk stellen aan vrijhandel, is vaak het gevolg van onrust. De coup in Turkije, de oorlog van Rusland in Oekraïne en populisme in Europa zijn gebeurtenissen die daar sterk aan bijdragen.

 

Dus Trump is niet de aanstichter van een nieuwe protectionistische golf?
Nee, zeker niet. Sinds 2009 heeft de Global Trade Alert al meer dan 8.600 nieuwe maatregelen geteld bij landen die lid zijn van de G20. Landen als Rusland en India zijn kampioen protectionisme. Dat terwijl de leiders van de G20 bij het uitbreken van de financiële crisis in 2008 nou juist beloofden om niet weer te vervallen in de ‘historische fout’ van protectionisme. Die belofte lijkt na het uitspreken ervan alweer volledig vergeten: ook een onderzoek van de Wereldbank toonde aan dat vrijwel alle grote economieën bezig zijn met handelsbelemmeringen. En al voordat Donald Trump werd gekozen als president, waren de VS verantwoordelijk voor een groot deel van de nieuwe handelsbeperkingen. De regering van president Obama voerde bijvoorbeeld in 2009 de American Recovery en Reinvestment Act. Die hield in dat alle projecten die werden gestimuleerd onder de act, alleen ijzer en staal afkomstig uit Amerika en Canada mochten kopen: buy American. Wel is het zo dat de VS zich met Trump aan het roer steeds verder achter eigen muren willen terugtrekken. Trump wil bijvoorbeeld hoge importtarieven heffen op producten uit Mexico en China. Ook Europa lijkt nu aan de beurt te zijn: 22 februari praat het Amerikaans congres over een invoertarief van 100 procent op negentig Europese producten. Op de lijst staan producten zoals Italiaanse scooters, Franse Roquefort-kaas, maar ook tomaten, varkensvlees, uien, paprika’s en bloemen. Nederland is een grote exporteur van die laatste vijf producten.

 

straks 100 procent invoerheffing op Nederlandse tomaten, paprika's, uien, varkensvlees en bloemen?

 

Doet Nederland of de EU het zelf ook? 
Ook de EU heeft last van het protectionistische neigingen. Zo maakte de EU bijvoorbeeld bekend extra heffingen te willen invoeren voor stalen en ijzeren pijpen uit China, omdat die onder de kostprijs verkocht zouden worden. Die heffingen zijn veel hoger dan voorheen, al zijn deze maatregelen wel toegestaan volgens de WTO.

Aan de ene kant wordt de opkomst van protectionisme veroordeeld, maar aan de andere kant worden kansen om handelsbeperkingen op te leggen aan andere landen met beide handen aangegrepen. Maar goed: soms kan het ook niet anders om geen slachtoffer te worden van protectionistische maatregelen van andere landen. En volgens diverse Europese industriële brancheorganisaties, zoals de landbouwsector, de chemie en de auto-industrie, mag de EU wel wat verder gaan. Onder meer de automobielindustrie, de landbouwsector, de chemie en de kledingfabrikanten hebben een oproep getekend die vraagt om meer actie vanuit de EU. In de EU27 zijn er sinds mei 2009 zo’n tienduizend nieuwe protectionistische maatregelen genomen. Niet iedereen staat daar overigens achter: Donald Tusk, voorzitter van de Europese Raad, riep de EU in een brandbrief op niet haar rol als superhandelsmacht ‘die open is naar anderen’ te verlaten. Volgens Tusk moet de EU de gesprekken met geïnteresseerde partijen over handelsverdragen juist intensiveren.

 

Maar mag dat dan zomaar? Er zijn toch afspraken gemaakt tussen landen in de WTO?
Zomaar de producten van een ander land weigeren mag niet. Toch zijn er genoeg manieren te verzinnen om exporterende bedrijven het leven zuur te maken. Het voorbeeld van het Duitse bedrijf Staedtler, dat passers levert aan Zuid-Korea, maakt dat duidelijk. Op een goede dag werden passers door Zuid-Koreaanse ambtenaren geclassificeerd als speelgoed. En speelgoed mag geen lood bevatten. Voor Staedtler, dat lood verwerkt in zijn passers, staat die classificatie gelijk aan een importverbod. Zulke ingrepen in de internationale handel hebben verstrekkende gevolgen voor het bedrijfsleven. Neem bijvoorbeeld de nieuwe quota van China voor elektrische auto’s. Duitse fabrikanten moeten daar in 2018 al aan voldoen en dat is veel te snel. Pure pesterij, aldus Der Spiegel. Dergelijke bureaucratische maatregelen zijn altijd nog makkelijker te omzeilen dan rechtstreekse verboden, zoals het exporteren en importen van producten naar Rusland als gevolg van de EU-sancties die werden opgelegd in maart 2014. Bovendien streeft Rusland in veel branches naar zelfvoorziening, en gooide na de sancties zelf de deur verder op slot.

 

op de lange termijn leidt protectionisme tot stagnatie. wie wil dat nou?

 

Worden we met zijn allen nou beter of slechter van protectionisme? 
Op korte termijn lijkt protectionisme haar vruchten af te werpen. Een heel concreet voorbeeld is de fabriek die autofabrikant Ford bouwde in Mexico. Na Trumps dreiging met importheffingen besloot Ford de fabriek toch neer te zetten in de VS. Hoera, meer manufacturing jobs voor Amerikanen, jubelde Trump. Maar studie na studie laat zien dat de langetermijneffecten minder rooskleurig en bevredigend zijn dan een enkele fabriek die op Amerikaans grondgebied blijft. Vrijhandel weigeren leidt wereldwijd tot economische stagnatie. En dat gebeurt nu al. In september stelde de Wereldhandelsorganisatie haar voorspelling voor 2016 flink bij: van 2,8 naar 1,7 procent, het traagste tempo sinds de financiële crisis van 2009. Ook de verwachting voor 2017 werd naar beneden bijgesteld. Het rapport van de Global Trade Alert toont aan dat er een direct verband is tussen (de teruglopende) groei van de wereldhandel en (de toename van) protectionistische maatregelen. De meest getroffen landen zijn – niet verbazingwekkend – economische grootmachten als China en de VS en andere grote exportlanden, waaronder Nederland.

 

Moet Nederland zich nou grote zorgen maken? 
Ja dus. Als klein land is Nederland enorm gebaat bij vrijhandel en open grenzen. Meer dan een derde van ons bbp en meer dan 2 miljoen banen hebben we te danken aan de export. Neem bijvoorbeeld de handel met Duitsland: Nederland exporteert jaarlijks voor meer dan 100 miljard naar de oosterburen. Of neem Groot-Brittannië, na Duitsland de belangrijkste handelspartner van ons land: goed voor 3,7 procent van onze totale productie. Het is maar de vraag wat daar van overblijft als de Britten daadwerkelijk uit de EU zijn gestapt. ING becijferde onlangs dat Nederland kwetsbaar is voor mogelijke nieuwe importheffingen uit de VS. Ruim 8 procent van het geld dat Nederland met export verdient, komt uit de VS. Uitgedrukt in banen: de Nederlandse uitvoer naar de VS is verantwoordelijk voor zo’n driehonderdduizend banen in Nederland. Vorig jaar exporteerde ons land voor maar liefst 14 miljard aan goederen naar Amerika. Daarnaast wordt Nederland ook indirect geraakt. Zo maakt onze industrie auto-onderdelen voor Duitse bedrijven die auto’s naar de VS exporteren.

 

'Een inperking van de wereldhandel, zoals Trump wil, zal de VS meer pijn doen’ 

 

Welke sectoren zullen er het meest onder lijden?
Volgens de Rabobank nemen de administratieve sector, de luchtvaart en de hout- en tuinbouw meer dan 7 procent van de totale output naar de VS voor hun rekening. Robert Roodenburg, directeur van branchevereniging VGB voor Nederlandse bloemen en planten, stelde in het AD dat als er écht een heffing van 100 procent komt op bloemen en planten, kwekers er net zo goed mee kunnen ophouden. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek exporteerden bloemenkwekers in 2014 voor 328 miljoen aan bloemen en planten naar de VS. Ook op de lijst van producten waar mogelijk een heffing van 100 procent op komt, staan tomaten, varkensvlees, uien en paprika’s. Producten die Nederland naar de VS exporteert. Nederlandse ondernemers zullen dus hard geraakt worden als ook Amerika de muren optrekt.

 

Hoe keren we het tij?
In elk geval door inzichtelijk te blijven maken hoe schadelijk handelsbelemmeringen zijn voor de wereldeconomie én voor de economie van inperkende landen zelf. Gelukkig spreken wereldwijd steeds meer ceo’s hun zorgen uit over deze ontwikkeling. Voor innovatie moeten de grenzen open blijven: daar hamerden ceo’s uit Silicon Valley al meer dan eens op voor en na de verkiezing van Trump. Ook Bill Gates herinnerde Trump er in de aanloop van de verkiezingen nog eens aan dat de allergrootste winnaar van de globalisering de Verenigde Staten zelf zijn. ‘Ik zou willen dat we de handel een week stilleggen. En dat dan bedrijven als Boeing, Microsoft, Hollywood en de farmaceutische industrie hun r&d-departementen zouden inkrimpen. Mensen zouden dan twee weken later zeggen: ‘Holy smokes, dit was niet echt een goede deal.’ Heineken topman Jean-Francois van Boxmeer zei ongeveer hetzelfde in de Volkskrant: ‘Het enige wat we de Amerikanen kunnen voorhouden, is dat een brutale inperking van de wereldhandel, zoals Trump die voorstaat, de VS meer pijn zal doen.’