6 MRT, 2025

Inbreng Commissiedebat SZW 3 juni 2026 Arbeidsmigratie

In het kort:

We kunnen in dit land niet zonder arbeidsmigranten. Tegelijkertijd zien we (ook) als ondernemers dat er nog te vaak sprake is van misstanden en dat we arbeidsmigratie beter en meer gericht moeten organiseren. Onderstaande aanbevelingen die we mee willen geven voor dit commissiedebat sluiten hierop aan:

  • Geef vervolg aan het SER-advies: in oktober van vorig jaar kwam de Sociaal Economische Raad (SER) met een advieshoe arbeidsmigratie beter en gerichter kan worden ingericht. Dit advies bevat een juiste balans tussen economische belang en maatschappelijk draagvlak voor arbeidsmigratie en bevat concrete aanbevelingen aan dit Kabinet. Momenteel werken we in de SER nog aan verdere concretisering van enkele van deze aanbevelingen. 
  • Behoud de toegankelijkheid van de kennismigrantenregelingzodat onder meer het internationaal opererend mkb mee kan blijven gaan in de wereldwijde ‘war on talent’.
  • Pak overlast en misstanden effectief aan:er is strengere handhaving (en hardere straffen) nodig op misstanden/excessen. Daarvoor moeten effectieve maatregelen worden genomen:
  • We nemen zelf verantwoordelijkheid met onze handreikingvoor onze leden met onze voorwaarden voor goed werkgeverschap en goed opdrachtgeverschap bij de inzet van arbeidsmigranten. 
  • We zijn zeer positief over de invoering van de WTTA en de impact die dit zal hebben op de omstandigheden voor arbeidsmigranten. 
  • De inhoudingsmogelijkheid afschaffen moet gepaard gaan met flankerend beleid. 
  • Het sectoraal uitzendverbod is niet doelmatig noch proportioneel, kies daarom voor gerichte handhaving. 

1. Nederland kan niet zonder arbeidsmigratie

Nederland heeft, net als de rest van Europa, te maken met aanhoudende kwalitatieve en kwantitatieve personeelstekorten. Onder andere in de zorg, techniek (verduurzaming), woningbouw en mobiliteit is de krapte nijpend. De stijgende vraag in sectoren als de zorg en defensie zorgt dat deze tekorten de komende jaren problematisch blijven.

Arbeidsmigratie is onderdeel van een bredere arbeidsmarktaanpak. Naast het beter en gerichter organiseren van arbeidsmigratie is het belangrijk dat Nederland het volledige arbeidspotentieel benut. Een inclusieve arbeidsmarkt, waarin geen talent onbenut blijft, is essentieel om de structurele krapte het hoofd te bieden. Arbeidsmigranten leveren daarbij in tal van sectoren al een voorname bijdrage aan de Nederlandse economie. Het belang van arbeidsmigratie zal gezien onze vergrijzende beroepsbevolking de komende jaren alleen maar toenemen. 

Juist ook omdat het belang van arbeidsmigranten voor onze economie en ons dienstenniveau zo groot is, hechten we groot belang aan de voorwaarden waarop zij hier werken. Recent publiceerden wij voor al onze leden een handreiking met daarin wat wij tenminste van onze leden verwachten als zij met arbeidsmigranten (willen) werken en hoe wij vinden dat ondernemers hun verantwoordelijkheid bij de inzet van arbeidsmigranten moeten invullen, nog los van alle wettelijke verantwoordelijkheden in dit kader. In de zomer van 2025 hebben we ons verbonden aan de alliantie ‘Work in the Netherlands’ dat als doel heeft de dienstverlening aan arbeidsmigranten te verbeteren en de publiek- private samenwerking die daarvoor nodig is te verstevigen. Bovendien juichen wij de komst van de WTTA per 01-01-2027 enorm toe. Hier is jaren naartoe gewerkt en wij verwachten dat hiermee een voornaam instrument ontstaat waardoor malafide uitzendconstructies worden aangepakt.

In oktober 2025 kwam de SER naar buiten met haar advies om arbeidsmigratie beter te organiseren. Met dit advies geven we concrete aanbevelingen brengen we regie aan op laagbetaalde arbeidsmigratie, en om uitbuiting en slechte arbeidsomstandigheden aan te pakken. 

We adviseren onder meer om detacheringsconstructies voor ‘derdelanders’ aan te pakken en om stappen te zetten richting een vakkrachtenregeling om daarmee gericht mensen aan te kunnen trekken in vitale beroepen en sectoren. 

2. De huidige regeling voor kennismigranten is essentieel voor onze concurrentiepositie en verdienvermogen

In 2024 waren er in Nederland zo’n 16.000 aanvragen voor de regeling voor kennismigranten; een fractie van het totaal aantal nieuwkomers. De regeling waarmee bedrijven talent van buiten de EU kunnen aantrekken, is essentieel voor ons verdienvermogen en onze concurrentiepositie. Alle ons omringende hebben soortgelijke regelingen. De huidige regeling is zeer toegankelijk, ook voor kleine bedrijven en startups. Wij delen de analyse van de demissionair minister dat eventuele fraude moet worden aangepakt maar maken ons wel zorgen dat aanvullende maatregelen de toegankelijkheid van de regeling aanzienlijk beperken. We zijn daarom voorstander van eerder door dit Kabinet aangekondigde maatregelen die vermeend misbruik van deze regeling aanpakken, maar roepen op om de huidige salariseisen niet te verhogen omdat hiermee de toegankelijkheid van de kennismigrantenregeling, met name voor het internationaal opererend mkb, aanzienlijk wordt beperkt. Dit sluit aan bij een eerdere oproep van een diverse groep bedrijven om de salarisgrenzen niet te wijzigen.  

3. Effectief tegengaan misstanden en bevorderen goed werkgeverschap

Wij zien de impact die arbeidsmigratie op buurten en wijken heeft en dat misstanden met bijvoorbeeld arbeidsomstandigheden en huisvesting het beeld verder negatief beïnvloeden. Om het maatschappelijk draagvlak voor arbeidsmigratie te verbeteren is het een absolute must dat excessen hard worden aangepakt: betere handhaving en strengere straffen. Werkgevers moeten daarbij in overeenstemming met onze handreiking hun verantwoordelijkheid nemen voor goed werkgeverschap. 

Wel moeten maatregelen die worden overwogen effectief zijn of effectief worden ingezet. De WTTA is daar een goed voorbeeld van, als een naar verwachting effectief instrument vanaf 2027. Echter ontstaan met beleidswijzigingen risico’s, bijvoorbeeld bij de afschaffing van de inhoudingsmogelijkheid voor huisvesting waartoe uw Kamer heeft opgeroepen. De betalingen voor huisvesting verdwijnen uit zicht en er is minder grip op handhaving. Hoewel we begrip hebben voor de intentie van de Kamer, pakt de gekozen route eerder averechts uit als niet gelijktijdig het flankerend beleid effectief is. Dat gaat om de invoering van de WTTA en de wet huurderbescherming arbeidsmigranten.

Zonder flankerend beleid moet deze inhouding wat ons betreft nog niet worden afgeschaft. Het zou goed zijn vanuit de Kamer oog te blijven houden, zoals eerder ook in aangenomen Kamermoties is opgenomen, voor deze gelijktijdigheid van het afschaffen van de inhoudingsmogelijkheid met het flankerend beleid. Ook is het belangrijk dat goed en in samenhang wordt gecommuniceerd over de verplichtingen voor werkgevers/rechten werknemers in de nieuwe situatie zodat zij zich hierop kunnen voorbereiden. 

Daarnaast doen VNO-NCW en MKB-Nederland de oproep aan de Tweede Kamer om zeer kritisch te kijken naar een sectoraal uitzendverbod en in plaats daarvan te kiezen voor gerichte handhaving. Onze zorg richt zich niet op de doelstelling, maar op het gekozen instrument. Een sectoraal uitzendverbod is naar onze overtuiging disproportioneel, onvoldoende gericht en raakt ook bonafide werkgevers die aantoonbaar verantwoordelijkheid nemen. Dat geldt ook voor de bedrijven die nu het been bijtrekken en waarvan we de resultaten komende periode verwachten terug te zien.

Maar dat betekent niet dat we er zijn. Een effectieve aanpak moet de bescherming van uitzendkrachten versterken en daarbij onderscheid maken tussen goed en slecht werkgeverschap. Daarvoor is naast de invoering van de WTTA een individueel in- en uitleenverbod beter passend. Vanuit het ministerie zou ook duidelijk gemaakt moeten worden welke gegevens en indicatoren doorslaggevend zijn bij de beoordeling van de gevraagde verbeterinzet wanneer sprake is van misstanden in een sector. Meer duidelijkheid over de aard van de geconstateerde overtredingen, de betrokken typen bedrijven, de relevante deelsectoren en de ontwikkeling in de tijd helpt om verbeterinspanningen gerichter te maken en voortgang aantoonbaar te laten zien. Dat past bij zorgvuldig bestuur en bij de gezamenlijke verantwoordelijkheid om misstanden effectief aan te pakken.

Wij blijven ook na het commissiedebat van 3 juni graag beschikbaar om uw en onze voorstellen en ideeën nader met u te bespreken.