Wie houdt gemeenten in toom?

Hoera, een gemeente die tot voor kort nog onder preventief toezicht stond, verhoogt de onroerendezaakbelasting (OZB) voor ondernemers niet! Maar verlaagt die zelfs. Mooi nieuws toch? Jon Herselman, wethouder Financiën in de gemeente Kapelle, haalt er zijn schouders over op. Eerst maar eens een misverstand uit de weg ruimen. Kapelle hoorde sowieso helemaal niet thuis in het rijtje armlastige gemeenten, zegt de VVD-wethouder, maar werd onder curatele gesteld na een begrotingsconflict met de provincie Zeeland. Financieel is de gemeente gezond, omdat er een aantal jaar geleden fors gesneden is in het ambtelijk apparaat. ‘Wij hebben de gemeente helemaal opnieuw getekend, met inbreng van de ambtenaren zelf’, vertelt de wethouder, zelf ook ondernemer. ‘Daarom hoeven we de OZB nu niet te verhogen en ondernemers op te zadelen met hogere lasten.’ Hoe anders is dat bij sommige Zeeuwse buurgemeenten, zoals bijvoorbeeld Middelburg, waar de gemiddelde aanslag met 10 procent toeneemt. Hij vindt het niet zo raar dat sommige andere gemeenten armlastig zijn, schampert Herselman. Hij geeft een voorbeeld. ‘In een Zeeuwse buurgemeente onderhielden tot voorkort drie à vier man op kosten van de gemeente het gras van een grote sportvereniging. Ik stond met mijn ogen te knipperen toen ik dat zag. Niet zo gek dat de gemeente dan geld tekort komt en meer belasting gaat heffen. Maar volgens mij maak je dan echt de verkeerde keuzes.’ Dat geldt voor veel gemeenten die nu de OZB verhogen, zegt de wethouder. ‘Grote projecten die mislukt zijn, mislukte grondaankopen. Daar moeten ondernemers nu voor bloeden. Begin nou eens bij je eigen organisatie.’

Bloeden voor verkeerde keuzes
In veel meer gemeenten moeten ondernemers, zoals Herselman het formuleert, bloeden voor de verkeerde keuzes van hun gemeentebestuur. Vaak gaan die verkeerde keuzes uit het verleden gepaard met toezicht van de provincie. En met belastingverhogingen, om zo de begroting weer sluitend te krijgen. Zoals in Amersfoort bijvoorbeeld, dat vorig jaar onder toezicht van de provincie Utrecht stond en waar de gemiddelde aanslag met 10,7 procent stijgt. De stad heeft nog steeds last van financiële tegenvallers van de mislukte grondexploitatie. Het Groningse Vlagtwedde, waar de ondernemer in 2016 gemiddeld maar liefst 16,4 procent meer betaalt dan vorig jaar, heeft dan weer geen financiële problemen, maar fuseert binnenkort met Bellingwedde – dat er financieel veel minder florissant voor staat.

De positieve uitzondering op de regel lijkt de gemeente Gemert-Bakel: ondernemers mogen in hun handjes knijpen met een belastingverlaging van 10 procent. Wat een cadeautje van de Brabantse gemeente, die tot voorkort nog onder toezicht van de provincie stond en de broekriem flink moest aantrekken na mislukte grondaankopen. Maar het werd ook wel tijd: voormalig wethouder van Financiën Ton Vogels (Lokale Realisten) noemde zichzelf al eerder in Forum kampioen OZB verhogen, nadat hij de belasting met maar liefst 75 procent had verhoogd. Hij moest wel, redeneerde hij in Forum, om de gemeente van de financiële afgrond te redden.

Elk jaar meer
De gemeente Delft balanceert nog op het randje van de afgrond. De Zuid-Hollandse stad liep enorme financiële tekorten op door de financiering van de nieuwe Spoorzone en staat onder toezicht van de provincie.  En dat is de merken, zegt de Delftse horeca-ondernemer Dirk Wijtman. De beruchte enveloppen schuift hij het liefst gelijk door naar zijn boekhouder, om maar niet te zien welk bedrag nu weer uit zijn zak wordt geklopt. Precario, OZB, reclamebelasting: het wordt elk jaar weer meer. ‘Het grootste probleem vind ik niet eens dat we als ondernemers meer moet betalen om de gemeente te behoeden voor nog meer financiële problemen’, zegt Wijtman, ‘maar vooral dat we er maar heel weinig voor terugkrijgen. Dat is een mening die ook door mijn collega-ondernemers wordt gedeeld. Ik zou heel graag meer evenementen in de binnenstad zien, zodat horecaondernemers die belastingen tenminste terug kunnen verdienen.’ Het probleem is volgens Wijtman dat het ondernemersgeluid niet goed wordt vertegenwoordigd in de gemeente. ‘Het grote aantal studenten in de stad stemt op STIP (Studenten Techniek In Politiek; red.), en de armere mensen rood of groen.’

Wethouder van Financiën Aletta Hekker (D66) redeneert dat de gemeente wel moest. ‘Als we de belastingen niet hadden verhoogd, dan waren we onder toezicht van het Rijk komen te staan. En krijg je als gemeente de opdracht om dit soort tarieven nog forser te verhogen dan je zelf zou willen. Niemand wil belastingen verhogen, maar de gemeente moet nu financieel gezond worden. En daar hoort ook snijden in eigen vlees bij, ja.’ Hekker herkent de geluiden van de horecaondernemers, maar volgens haar komt een deel van de betaalde belastingen door ondernemers terecht in een fonds en dat geld kunnen  ze zelf besteden.

Verschuilen achter collectief
De twaalf grootste gemeenten van het land houden het dit jaar, voor de verandering, eens bescheiden. In Rotterdam, Tilburg en Utrecht daalt de gemiddelde aanslag zelfs. En zelfs in Nijmegen, de stad die door ondernemers nog weleens Havana aan de Rijn wordt genoemd, betalen ondernemers gemiddeld ‘maar’ 1,55 procent meer dan vorig jaar aan OZB. Een mooie 0,02 procent onder de macronorm, het maximale percentage waarmee de OZB-opbrengsten in alle gemeenten samen in een jaar mogen stijgen. Niet dat gemeenten zich daar druk over maken. Gemeenten schuilen maar al te graag achter het argument dat zij zich bij het vaststellen van nieuwe tarieven geen zorgen hoeven te maken over de macronorm. Want ach, die geldt toch immers voor alle gemeenten tezamen en niet voor hen individueel?

De macronorm is daarmee een raar instrument, zegt Maarten Allers, hoogleraar Economie van decentrale overheden aan de Rijksuniversiteit Groningen. ‘Als individuele gemeente heb je daar niks mee te maken. In de gemeenteraad zal het woord dan ook niet snel vallen. Voor het verhogen van de OZB is the sky the limit, wettelijk gezien. Deze gentlemans agreement werkt dus niet disciplinerend.’ Hoogleraar Allers voelt dan ook veel meer voor een relatieve norm, waarbij de verhoging van de tarieven voor niet-woningen wordt gekoppeld aan die van woningen. ‘Als de gemeente ondernemers dan meer belasting wil laten betalen, zal zij bewoners ook meer moeten vragen. Dat is politiek niet populair en dus zal er beter over worden nagedacht.’ Plus, beargumenteert Allers, inwoners van gemeenten hebben veel meer zeggenschap over lokale lasten omdat ze kunnen stemmen. ‘Voor bedrijven ligt dat anders. Als bewoner weet je dat stemmen voor bepaalde partijen belastingverhogingen of -verlagingen met zich meebrengen.’

Ondertussen houden veel ondernemers hun hart vast. Van het kabinet mogen gemeenten vanaf 2019 meer belasting heffen. Worden werkgevers dan kaalgeplukt? Dat zal wel loslopen, denkt Allers. ‘De meest logische, nieuwe belastingen zijn een ingezetenenheffing voor inwoners en de terugkeer van OZB voor huurders van woningen. Vooral dat laatste werkt democratisch heel goed.’

Wie controleert de gemeenten?
Stevige controle op het functioneren van gemeenten is belangrijk, zeker nu deze er steeds meer taken bij krijgen. Immers, zonder problemen door financiële misstappen hoeven gemeenten de lokale lasten niet op te laten lopen. In principe is die controle de taak van de gemeentelijke rekenkamer, maar in praktijk maken gemeenten veel te weinig budget vrij voor deze controleur. In 8 procent van de gemeenten is zelfs sprake van een slapende rekenkamer. Daarnaast zitten in een flink aantal lokale rekenkamers (vier op de tien) mensen die ook zitting hebben in de gemeenteraad, wat de onafhankelijkheid niet ten goede komt. Veel onderzoeken die lokale rekenkamers doen zijn bovendien flets, zei hoogleraar Klaartje Peters al eerder in Forum. Rekenkamers kijken te weinig op voorhand of gemeentelijke plannen wel haalbaar zijn. Minister Plasterk heeft beloofd dit jaar te komen met een wetsvoorstel om de positie van lokale rekenkamers te verbeteren, bijvoorbeeld door het verplicht stellen van een hoger budget.
 
Lees ook ‘Wie controleert deze gemeente?’ in Forum van 29 oktober 2015

De nieuwste ‘truc’: belasting heffen op kabels en leidingen
Niet alleen bij het heffen van onroerendezaak­belasting is the sky the limit. Om hun begroting sluitend te maken, heffen en verhogen steeds meer gemeenten de precariobelasting met forse percentages. Gemiddeld gaat deze met maar liefst 27 procent omhoog. Gemeenten heffen precario als vergoeding voor het gebruik van openbare grond. Hieronder vallen ook kabels en leidingen onder de grond, waardoor nutsbedrijven precariobelasting moeten betalen aan de gemeente. Een handige truc om ongezien veel geld binnen te halen, omdat de precariobelasting nou eenmaal ‘onzichtbaar’ is voor de burger. De inning loopt immers via het nutsbedrijf. Sommige gemeenten gaan zelfs zo ver dat ze de belasting verdubbeld hebben. Wim Drossaert, directeur van waterbedrijf Dunea, heeft geen goed woord over voor deze sluipbelasting. Het gevolg ervan is namelijk dat hij zijn klanten elk jaar een hogere waterrekening moet presenteren, terwijl de tarieven voor water juist omlaag zijn gegaan door de uitstekende prestaties van het bedrijf. ‘Drinkwaterbedrijven zijn non-profit bedrijven, dus we kunnen niet anders dan de kosten doorberekenen aan de klant’, zegt hij. ‘Maar aan klanten is het niet uit te leggen dat de waterrekening dit jaar 25 procent hoger wordt, omdat de gemeente belasting heft. Dat is niet transparant.’ De directeur snapt ook wel dat gemeenten ergens hun geld vandaan moeten halen nu ze meer taken hebben gekregen van het Rijk. ‘De wethouders die ik spreek, geven ook toe dat deze manier van belasting heffen minder opvalt bij burgers.’ In de politiek wordt er al meer dan tien jaar gepraat over afschaffen van de belasting. De Kamer heeft er zelfs een motie over aangenomen. Minister Plasterk heeft beloofd om er dit jaar eindelijk naar te gaan kijken.
 

Dit artikel komt uit de print Forum